Woensdag maakten Bob en ik kennis met de type 8 school hier in de buurt, Sint Salvator. ‘Het is een lang en ingewikkeld verhaal. De situatie is niet duidelijk. Zelfs de leerkrachten twijfelen. We zijn er nog altijd niet uit.’
Alle ouders leken te worstelen met dezelfde twijfels. En laten we eerlijk zijn: het is een keuze die niemand graag maakt. Enerzijds was ik wel gecharmeerd door het pedagogisch project. Onderwijs op maat, veel aandacht voor het ‘goed gevoel’ van het kind, ruimte voor ieders eigenheid, naast gewone vakken ook lessen in weerbaarheid en eigenwaarde: elementen die het verschil maken voor gevoelige en kwetsbare kinderen zoals Nina.
Anderzijds schrok ik toch ook een beetje van de resultaten. 75% volgt nadien BSO en slechts 15% TSO. En natuurlijk is er niets mis met een beroepsopleiding. Toch kan ik mijn eigen schoolervaring niet ontkennen.
Ik ben nooit een goede student geweest. En toch volgde ik, net als al mijn vriendinnen ‘gewoon’ ASO. Wij waren zeker niet allemaal heel intelligent, eerder gewoon gemiddeld. ASO was de norm. Wie echt niet meekon zakte in het 5de middelbaar naar een technische richting. Ik herinner me nog hoe ‘anders’ wij de jongeren uit een technische richting vonden, alsof dat door omstandigheden toch een volkser en soms zelfs marginaler publiek trok.
Beroeps. We moeten TSO en BSO herwaarderen lees ik in de krant. Twee pagina’s verder lees ik ook dat kinderen van gescheiden ouders het merkelijk slechter doen op school, dat ze sneller doorschuiven naar een lagere richting.
Natuurlijk ken ik ook mensen die ooit beroeps volgenden en die nu een succesvolle carrière hebben. Wat is dat bovendien ‘het maken’? Is geluk niet belangrijker? Veel van mijn ASO vriendinnen studeerden verder maar werden uiteindelijk huisvrouw.
BSO, welke richting zou ze dan uit kunnen? Voor jongens lijkt het toch eenvoudiger: een zelfstandig loodgieter of elektricien verdient vaak meer dan een dierenarts. Meisjes hebben minder keuze, vind ik. Ok, niets mis met verzorgende maar diep in mij denk ik: verpleegkunde is beter, en dat is nog hard werken voor een karig loon.
Jullie moeten mij niet overtuigen. Geluk is belangrijker. Na BSO kan je nog altijd een extra jaar volgen en dan verder studeren aan een hogeschool. Het kan. Bovendien zegt onderwijs niet alles. Ik ken genoeg mensen zonder hoger diploma; die hebben nu vaak een eigen zaak. Ik sus met met de gedachte dat milieu nog steeds doorslaggevend is, en dat het dus wel goed kopt.
Nu moet ik ‘gewoon’ ‘de juiste’ keuze maken voor Nina. En die ken ik. Eigenlijk wist ik het al jaren geleden. Nina is een schatje, een heel sterk, sociaal vaardig en weerbaar kind en ik ben buitengewoon trots op haar, zoals ze is. En net daarom moet ik kiezen voor een lagere schoolcarrière die bij haar past.
Ah ja, inschrijven kon nog niet. Daarvoor moet ik nog ‘een attest’ krijgen van het CLB. Extra papierwerk dus maar dat komt wel goed. Ik ga blij zijn als de beslissing op papier staat. Gelieve mij ondertussen niet te vragen ‘of ik het zeker ben’, ‘of ik niet beter eerst eens zou proberen in het gewoon onderwijs’ of ‘ ik wel besef wie er zo allemaal BSO volgt’. En ook opmerkingen als ‘ ge kunt ook gelukkig zijn als poetsvrouw’ of ‘veel vrouwen blijven uiteindelijk toch thuis voor de kinderen’ kan ik missen. Alle zo tussen ons he