En dat voor geen 2 euro in de Hubo.
Tagarchief: opvoeding
Zo kweek je een modelkind
Dit weekend zag ik dit heerlijk artikel hangen in de speelhoek van vrienden. Ik hou van lijstjes, ze maken de wereld zo lekker eenvoudig en overzichtelijk. En natuurlijk staan ook dit lijstje vol clichés maar anderzijds telt het stuk me ook gerust. Het geeft een richtlijn.
Ik hecht belang aan de sociale vaardigheden van kinderen, niet alleen de mijne
Het gaat om kleine dingen zoals ‘alstublieft, dank u wel maar ook om respect hebben ten opzichte van volwassenen, groeten bij aankomst en dankbaar zijn’. En ook al zullen alle ouders het hier wel over eens zijn, toch valt het vaak op hoe anders gezinnen hun klemtonen leggen.
Wat sommige weglachen, vind ik er dan weer ‘onbeleefd’ en omgekeerd (waarschijnlijk). Zo hou ik wel van mondige kinderen. Ze mogen eerlijk tegen mij zijn en gezellige meepraten. Ik kan ook goed tegen lawaai, en onnozel doen. Maar bij aankomst vind ik het wel belangrijk dat ze oprecht en beleefd groeten, en ook aan dankbaarheid hecht ik veel belang.
Hoe dan ook: deze manieren zouden alle kinderen voor hun negende verjaardag onder de knie moeten hebben. We hebben dus nog even tijd.
Voorlopig zitten we redelijk op dreef, denk ik, al zullen we aan puntje 3, 17, 18, 19, 24 en 25 toch nog een beetje moeten werken. En vooral puntje 16 vind ik zelf heel erg belangrijk.
16 ‘Het is hier maar saai.’ Dat zal je nog vaak denken in je leven. Verveling is echter geen reden om keet te schoppen. Hou je rustig bezig en laat anderen hun ding doen.
Dit zou werklijstje voor veel volwassenen kunnen zijn
Naschoolse activiteiten
Zowel Manou als Nina zijn motorisch niet zo sterk. Dat is op zich geen groot probleem. De meeste volwassenen doen het niet beter. Maar het vermoeilijkt wel mijn zoektocht naar een leuke buitenschoolse activiteit.
Zoals altijd draait alles om en goed en gezond evenwicht.
Enerzijds vind ik dat kinderen tijd moeten overhouden om gewoon te spelen. Er is niets mis met gezellig rommelen op je kamer, vriendinnetjes uitnodigen, knutselen met de zussen of buiten een kamp bouwen tot de zon onder gaat. Zo ben ik ook opgegroeid. Maar tijden veranderen. Kinderen spelen minder buiten, zeker niet in de winter en al helemaal niet met de kinderen van de buren op straat. En voor mij moeten ze niet per se sporten maar uren voor de tv of de ipad hangen, vind ik niets.
Dan verkies ik een leuke én zinvolle naschoolse activiteit. De combinatie van leuk en zinvol blijkt weliswaar niet zo evident. Bij veel sportclub draait het vroeg of laat toch om prestaties. Voetbal, tennis, ballet, turnen: wie niet meekan, hoort er zelden bij. Zelfs het zwemmen kreeg snel zo iets heel serieus. Anderzijds heb je ook bewegingslessen, vrij klimmen en allerhande dansreeksen genre flamenco en co. Leuk maar soms net iets te vrijblijvend en individueel
Het zou natuurlijk ook gemakkelijk zijn moesten mijn meisjes zelf een uitgesproken en liefst toch betaalbare voorkeur hebben. Ik ben geen grote voetbalfan, maar het lijkt mij gemakkelijk zo een zoon die niets anders wil. Jammer genoeg ken ik meer kindjes die er helemaal geen hobby’s op na houden. Veel 10-jarigen weten gewoon niet meer wat gekozen voor hun verjaardag of kerstmis omdat ze eigenlijk niet meer spelen, behalve dan op de ipad of computer. Tijdens communieshoot vraag ik het regelmatig. “Wat doe jij graag? Heb je hobby’s? Wat interesseert je? Wat speel je graag?” Je zou versteld staan van het aantal jonge kinderen dat mij raar aankijkt. “Niets.”
In afwachting van een uitgesproken passie zoek ik dus actief mee naar een leuke hobby voor mijn kroost. Voorlopig vinden ze clipdance “wel leuk” en ook al ben ik niet helemaal overtuigd, het is veel beter dan “niets doen”.
Voorlezen
Huiswerk
Manou is geen grote fan van huiswerk, en dat begrijp ik. Op school moeten ze al genoeg leren en studeren. Als mijn meisjes om half vier thuiskomen dan willen ze spelen. En een klein beetje huiswerk leert ze alleen werken, en brengt ze zelfdiscipline bij. Maar veel meer dan dat vind ik niet nodig in het lager onderwijs.
De vraag blijft hoever ik mij als ouder moet moeien. Als huiswerk als doel heeft om mijn kinderen zelfdiscipline bij te brengen, dan doe ik best zo weinig mogelijk. Dat is de theorie. In werkelijkheid zit ik wel achter Manous veren. En als ze haar taakje niet alleen aankan, tover ik mezelf stiekem om in privéjuffrouw. Lezen en de wiskundetafels, onbewust voel ik het toch een beetje aan als mijn taak om haar daar in te begeleiden (ook al lukt dat door onze drukke agenda zelden).
Maar dan hoor je verhalen over M. die haar huiswerk nooit maakt. In haar agenda staan al verschillende nota’s. Raar. Omgekeerde is nog erger. Ouders die taakjes en werkjes voor hun kinderen maken. Dat kan toch niet de bedoeling zijn? Wat leert een kind daar uit? Wat denken die ouders daar mee te bereiken? Waarom doen leerkrachten daar niets aan?
Waar eindigt hulp en steun en waar begint “fraude”? Zou het leeftijdsgebonden zijn? Is hulp in de lagere school nog aanvaardbaar terwijl dat vanaf het eerste middelbaar totaal not done zou moeten zijn? Of ligt het aan het vak? Knutselwerkjes moeten ze alleen afwerken terwijl ouders wel “bijles” mogen geven voor wiskunde en talen? Mondelinge hulp mag terwijl ze alles wel zelf moeten neerschrijven/tikken/plakken/lijmen?
Een nieuwe hond
Hoe loopt het met jullie nieuwe hond? Is hij braaf? Luistert hij? Hij plast toch niet meer in huis? Een huisdier is geen vak dat je voor een bepaalde periode onder de knie moet hebben hoor
En komt geen examen. Tuc hoort nu bij ons, met zijn goede en zijn minder goede eigenschappen.
Ja, het was aanvankelijk even wennen, zowel voor hem als voor ons. We hebben allemaal veel bijgeleerd, over de roedel en zijn regels. Tuc woonde vroeger waarschijnlijk bij een niet zo lieve oudere man. Mannen op leeftijd vertrouwt hij niet. Voor andere is hij lief en zacht. Er is wel nog een beetje werk aan, maar aan wie niet? Zijn tafelmanieren bijvoorbeeld kunnen beter. Honden die schooien daar kan ik niet zo goed tegen, zeker met drie kleine kinderen in huis. Loopt Flo met een lange vinger in haar hand en floep, plots is haar koekje verdwenen. Dat moet anders.
Ook alleen zijn valt hem nog altijd zwaar. Ook daar moeten we iets aan doen, zeker met onze reis in het vooruitzicht. Verder is Tuc lief en aanhankelijk, een echte knuffelbeer. Voor een jachthond is hij bovendien erg braaf. Hij loopt niet weg, en onze poes maakt zich drukker over zijn aanwezigheid dan omgekeerd.
Onze kinderen beleven veel plezier aan de hond. Wel raar hoe streng ze voor hem zijn. Ook voor de kinderen van onze vrienden, is Tuc een hele aanpassing. Honden zijn duidelijk niet meer zo ingeburgerd als vroeger. De meeste kinderen hebben totaal geen ervaring met huisdieren, zeker niet met honden. Velen weten dus ook niet hoe ze zich moeten gedragen. Een bezoekje bij ons thuis begint tegenwoordig vaak met kleine paniekaanval. Gelukkig is Tuc een rustige en lieve hond waardoor angst snel plaatsmaakt voor gewenning, hopelijk gevolgd door vriendschap.

“Help ze niet”
Dear other Parents At The Park:
Heel interessant blogpostje. In mijn hoofd vormt zich spontaan een lijst van mama’s naar wie ik het graag zou doorsturen. Natuurlijk ga ik dat niet doen, want het zou sommige in het verkeerde keelgat kunnen schieten. Bovendien ben ik het ook niet helemaal eens met de schrijfster.
Ja, onze kinderen moeten leren voor zichzelf zorgen. En ja, kinderen moeten ook leren omgaan met frustraties en beperkingen. En ja, veel ouders verwennen en beschermen hun kinderen te veel.
Maar of van op een afstand toekijken de juiste manier is om jonge kinderen te stimuleren, daar ben ik niet helemaal van overtuigd. Integedeel. Mijn angsthaasje Nina heeft net veel aanmoediging nodig. Anders blijft ze gewoon hangen bij wat te al kent en durft. En ook voor Flo is dit geen goede strategie, tenzij ik een shortcut zoek naar het UZ.

“Ze luistert niet”
Mijn kind, schoon kind. Maar het is ook een ondeugend kind, die Flo van mij. Dat besef ik wel. “Ze luistert niet”, zegt haar juffrouw minstens een keer per week. Het voelt steeds meer aan als een verwijt. Stilzwijgen hoor ik: doe er iets aan. Maar wat? Dat is de vraag. Want ik zou het natuurlijk ook gemakkelijk vinden moest Flo alles doen wat ik zeg. Lekker flink wachten, stilzitten en luisteren, altijd blij en vrolijk haar bordje opeten.
Flo is 3 jaar en ze is volledig in ontdekkingsmodus. Ze wil spelen, en nog spelen en zot doen en lachen. En ze wil vooral haar goesting doen. Echt stout is ze niet. Flo doet niemand pijn, ze is niet agressief, ze roept niet, ze huilt niet buitensporig veel. Ze is “gewoon” een heel actieve en eigenzinnige kleuter. De ene juf kan daar al beter mee om dan de andere, denk ik soms.
Of misschien is het toch niet zo “gewoon”. Misschien is er meer aan de hand. Misschien is er een verband met haar epilepsie. Misschien moeten we, zoals de juf stilzwijgend zegt, iets “doen”. Misschien moet ik ze veranderen van klas, van school of van medicatie.
Maar met al die misschienen geraak ik natuurlijk nergens. Integendeel. Hoe meer opmerkingen, hoe meer twijfels, hoe meer misschienen, hoe meer in de neiging heb om haar gewoon thuis te houden. Want bij ons is ondeugd eigenlijk niet zo heel ongewoon
Over opvoeding
Enkele dagen geleden botste ik op Radio 1 op het zoveelste debat over opvoeding. Wegzappen, dacht ik bij mezelf. Maar het was te laat. Ik kon het niet laten en bleef luisteren. Ik heb veel gezucht, en toch ook een paar dingen bijgeleerd.
“Mijn ouders sloten mij op in een donkere kelder maar ik heb daar geen trauma aan overgehouden.” Right. Leuk voor u, denk ik dan, maar ik zou de techniek toch niet meteen aanprijzen. Of die mama van één brave en gezonde zoon die zweert bij een strengere aanpak en meer structuur. Zucht.
Zelf geloof ik niet in al die opvoedingstips. Meer nog. Ze maken mij onzeker en net daarom vermijd ik ze. Staat er op de cover zo een of andere bv met een kleuter én een nanny én een poetsvrouw die mij eens gaat vertellen hoe het wel moet. Het enige wat ik de voorbije jaren geleerd heb, is dat ieder kind anders is en dat je als mama dus maar beter niet te veel regels en principes kan hebben. Elk kind heeft een andere aanpak nodig en dat geldt niet alleen voor zorgkinderen.
Een goede opvoeding (volgens mij maar wie ben ik he?) is het beste in je kind naar boven halen. Nina bijvoorbeeld, is een gevoelig en zelfs een beetje een angstig kind. Haar moet ik eerder pushen terwijl ik haar zusje Flo constant moet inperken of er gebeuren ongelukken. Dus neen, ik ben niet consequent. Manou en Nina slapen al van bij de geboorte in hun eigen bed in een eigen kamer, terwijl Flo nu al maanden tussen ons in ligt. Flo mag koekjes eten als ontbijt, de rest niet.
Dat vinden de meisjes niet eerlijk maar he, het leven is niet eerlijk. Daar moeten ze ook leren mee omgaan. Onrecht, frustratie en verdriet, dat zijn ook belangrijke levenslessen. Niet?
Eenzame wolf
Tuc voelt zich al helemaal thuis in ons gezin. Het lijkt soms alsof hij er altijd geweest is.
Het is een super lieve, schattige, zachte en rustige hond. Hij loopt niet weg, slaapt veel en verwacht gelukkig geen al te grote wandelingen. En hij laat zich gewillig bepotelen voor kinderen.
Ondertussen hebben we ook al een paar van zijn scherpe kantjes ontdekt. Om onduidelijke reden eet hij liever konijnenkeutels en kinderstront dan hondenkorrels. En hij is lui. Vooral ‘s avonds krijg je hem nauwelijks nog naar buiten. Dan loop ik daar alleen, helemaal zen, terwijl hij al lang terug binnen in zijn mand ligt.
Maar het lastigste is dat hij ‘s nachts niet alleen durft te slapen. Overdag is hij onvoorstelbaar braaf, zeker voor zo een jong hondje. Het plan was dat hij in de gang zou slapen, een veilige warme plaats waar hij niets kapot kan bijten. Ik was nauwelijks boven toen ik het vreselijke geluid voor het eerst hoorde. Blaffen is het niet, janken kan je het ook niet noemen. Het heeft meer weg van een oerkreet.
Alsof er een wolf in ons huis vast zat. Het geluid ging door merg en been. “Moah, da beestje. Zo zielig.” Maar na drie slapeloze nachten bleef er van mijn medelijden weinig over. En nu slaapt hij dus -voorlopig- in de living, waar zijn andere baasje vaak tot diep in de nacht naar tv kijkt.
#demaand van de hoffelijkheid
Het leek mij gemakkelijk, zo een maandje extra vriendelijk zijn tegen iedereen. “Mensen gaan u zot verklaren”, waarschuwden vrienden me. Aan de schoolpoort zullen ze me misschien raar bekijken maar over het algemeen denk ik dat velen een onverwacht vriendelijke contact wel kunnen appreciëren. En ook dat klagen en zagen zou wel meevallen, dacht ik. Voor mij is het glas halfvol.
Toch werd mijn eerste dag een fiasco. Terwijl ik in het park wandelde met Tuc en de dames, was ik te druk bezig om iedereen uit de modder te houden, dat ik helemaal vergat om even gezellig een babbetje te slaan met andere wandelaars. Mijn frank viel pas als ze de hoek al om waren: heb ik nu eigenlijk geknikt?
En toen de meisjes honger kregen en ruzie bleven maken om wie wanneer en hoe lang de hond mocht vasthouden, kon ik me niet inhouden. Ja, ik werd lastig en ja, ik verloor mijn geduld. En ja, ik moest Flo uiteindelijk straffen wat eindigde in traantjes, waardoor ik nog lastiger werd.
Het enige lichtpuntje is een klein beetje zelfbesef. Ja, ik zaag. Ik zaag niet over de NMBS
of over het verkeer, migranten of politici. Maar ik zaag wel tegen mijn kinderen, veel.
“Zet u goed aan tafel. Eet met uw mond toe. Eet verder en stop met praten. Eet uw groenten op. Niet te veel ketchup. Stop. Drink uw water op. Stop met wippen op uw stoel. Ruim uw bord af, ik ben de poetsvrouw niet. Wie zijn schoenen liggen hier weer te slingeren? Wie heeft dat spelbord uitgehaald. Ruim het nu op voor er weer stukjes verloren gaan. Hang uw jas aan de kapstop. Wie is de wc weer vergeten doorspoelen?”
Er is dus veel werk aan de winkel
Mijn gezin ;-)
Tuc, zoals de koekjes he, is een onvoorstelbaar brave hond. Ik begrijp niet goed waarom iemand zo een lief beest wegdoet. Hij is proper (nog geen enkel pipi’tje in huis, nul), geduldig met de kinderen (ook al die een beetje hardhandig zijn), bijt niet (ook niet als Flo op hem wil paardrijden), blaft nooit en is heel aanhankelijk. Hopelijk bedenkt de vorige eigenaar zich niet meer. Dat zou hier een klein drama veroorzaken.
Flo was de eerste dag niet wild van de hond. Ze vond de ipad toch leuker
Maar ondertussen is ze helemaal in de ban van onze nieuwe vriend. Voorlopig doen we dus niet veel anders dan wandelen, en ruzie maken over wie de hond mag vasthouden
Welkom Tuc
Sinds vandaag hoort Tuc bij ons gezin. Om 3 uur mochten we hem gaan halen. Deze voormiddag trokken we dus naar de dierenwinkel, op zoek naar een nieuwe leiband, hondenshampoo, kakkazakjes en eten.
Tuc stonk vreselijk dus hebben we hem eerst in bad gestoken. Het hondje bleef wonderbaarlijk rustig. Het voelt alsof hij er altijd is geweest.
Twee kleine werkpuntjes: luisteren doet hij hoegenaamd nog niet. Misschien is hij doof; waarschijnlijk herkent hij zijn naam gewoon nog niet. Het is geen slechte wil, dat kan ik niet geloven
En ook het plassen vlot nog niet zoals het hoort. Ik ben deze avond alleen al 3 keer met hem gaan wandelen. Tuc is een reu, een manneke, maar voorlopig bakent hij zijn territorium nog niet af. Geen druppel pipi kwam er uit. Niets. Na twee dochters met constipatie hebben we nu dus een hond die niet wilt plassen. Ik maak mij geen illusies: morgen ga ik mogen dweilen. Dat zal de pret niet bederven
Te lief
Flo haar gezondheid heeft een grote invloed op de rest van het gezin. Vooral Manou leeft erg mee. Op zich is dat goed. Manou is een rijp en emotioneel intelligent kind, zeker voor haar leeftijd. Ik geef toe dat ik veel steun aan haar heb, zowel op praktisch als op emotioneel vlak. Dat ze me helpt opruimen en de was ophangen, kan ik alleen maar toejuichen.
Tegelijkertijd besef ik ook dat Manou compenseert. Ze is te lief, te flink, te braaf. Dat is niet gezond. Kinderen moeten kinderen kunnen blijven. Manou is zeven jaar, ze heeft recht op de nodige ondeugd. Ik probeer haar dat ook uit te leggen maar het is moeilijk op het patroon te doorbreken. “Fouten maken mag”.
En zo zie je maar: moeders zijn eigenlijk nooit content
Waarden en normen
Vorige week donderdag zag ik het filmpje van het gepest meisje al ‘s morgens in mijn facebook-newsfeed passeren. Later die avond toonde ik het aan onze chef nieuws, omdat ik het toch wel opmerkelijk vond. Het slachtoffer pakte haar pesters terug, online. In 22 uur hadden maar liefst 37.000 mensen het filmpje gedeeld. Dat zijn onvoorstelbaar veel mensen en toch heb ik niet meegedaan. Begrijp me niet verkeerd: ik kan het meisje goed begrijpen, en vind het gedrag van de pesters onaanvaardbaar. Toch twijfelde ik. Klopt het verhaal wel? Er verspreiden zich online al te veel halve waarheden. De reacties op het filmpje vond ik bovendien al even laag als het filmpje zelf.
Wij zijn mensen, geen dieren, met waarden en normen en principes. Hoe verleidelijk het ook is: zelf het recht in eigen handen nemen is fout. Oog om oog, tand om tand: dat zijn toestanden uit de Middeleeuwen. Hier in België, in een land waar iedereen recht heeft op onderwijs beslissen rechters over goed en kwaad, na lang (soms te lang) beraad. Velen noemde de pestkop een “onmens”, een term die ik eerder associeer met Dutroux en Hitler maar niet meteen met een puber van 16.
Gisteren trokken wij met de twee kleinsten naar Puyenbroeck. Nina’s lievelingsspeeltuig is de schommel maar alle 8 exemplaren waren bezet. “Geen probleem schat. We blijven even in de buurt en straks zal er wel iemand met je wisselen.” Vergeet het maar. Meer nog. Twee broertjes zagen ons duidelijk wachten. En van hen wou even pauzeren, een koekje eten en zijn schoenen terug aantrekken. Terwijl hij rustig ( 10 minuten) zijn vier-uutje opat en dan rustig zijn schoenen aantrok, bewaakte zijn broer de schommel. Mama en papa zaten er op te kijken.
Wie zijn die mensen? Weet je, ik word echt misselijk van zo toestanden. Het keldert mijn optimisme, mijn geloof in het goede van iedere mens. Ouders die schoolwerkjes in de vuilbak aan de schoolport dumpen, vaders die hun kinderen racistische grappen aanleren, volwassenen die beslissen om online een onbekend 16-jarig meisje even met de grond gelijk te maken, buren die na 3 jaar hun hoofd nog altijd wegdraaien als we elkaar kruisen, … Minstens 12 jaar gratis onderwijs en toch missen heel veel mensen blijkbaar nog altijd een zekere vorm van “savoir vivre”, van basis beleefdheid, van waarden en normen.
Leren delen
Drie meisjes kort na elkaar krijgen, het heeft zo zijn voor- en nadelen. Leuk is dat ze veel aan elkaar hebben. Van ‘s morgens tot ‘s avonds spelen ze samen, vaak met hetzelfde. Manou, Nina en Flo houden van dezelfde televisieprogramma’s, luisteren naar dezelfde muziek en spelen met dezelfde vriendjes. De keerzijde van de medaille is dat ze altijd in elkaars vaarwater zitten. “Ik wil ook. Het is niet eerlijk. Waarom mag zij en ik niet”. Dezelfde discussie, iedere dag opnieuw.
Dat het soms lastig is, moet ik u niet wijsmaken. En toch vind ik het ook heel waardevol. Leren delen, niet zomaar als het gemakkelijk is (omdat je toch over hebt) of omdat je later iets terug wilt krijgen. Wie mag er op het wagentje? Wie mag er die rok aan? Wie mag er de oranje sandalen dragen? Welke rugzak mag ik vandaag mee naar school? We zouden het ons gemakkelijk kunnen maken en alles dubbel (of eerder driedubbel kopen). Maar dat weiger ik, en niet omdat het kostelijk is.
Delen is gewoon veel interessanter, veel waardevoller. “Als enig kind heb jij wel gemakkelijk spreken”, vindt daddy en hij heeft natuurlijk gedeeltelijk gelijk. Kinderen moeten ook niet altijd alles delen. Dat is er over. Toch ben ik blij dat als ik een zakje chips opentrek, mijn meisjes dat heel gewoon vinden en ze dat zonder veel gezeur samen opeten. Eén zakje snoep uit het Kruidvat voor iedereen, dat is geen (groot) probleem. Eén pannenkoek op terras (want twee krijgen ze toch niet op) en één watertje (om dezelfde reden). En zie ik ergens een leuke T-shirt hangen dan koop ik die, voor iedereen.
En soms is het ruzie en discussie. En andere ouders zijn het niet met mij eens. Maar elkaar iets gunnen, je beurt afwachten, onderhandelen, leren omgaan met frustraties, je niet voor het minste achteruitgeschoven voelen, leren verliezen, beloningen kunnen uitstellen, denken in termen van wij in plaats van ik: het zijn zo mooie maar oh zo moeilijker waarden. Ik weet niet of mijn opvoedingsstrategie de juiste is, maar ik moet het gewoon proberen.
Dierenbeul
Die beesten hebben al lang spijt. Niet dat ze zelf konden kiezen in welk gezin ze terechtkwamen. En toch. Ze hadden maar zo lief niet moeten kijken naar die drie schattige meisjes van mij. Mishandeld worden ze niet. Nog niet. De twee oudsten zorgen trouwens erg goed voor die beestjes. De beste koop van het jaar, voorlopig.
Maar dan heb je evil knievel. Stout is Flo niet echt. Ze slaat of schopt die beesten niet. Hardhandig is het juiste woord. Ze beseft niet wat ze doet als ze door de woonkamer huppelt met in één hand zo een bengelend konijntje. Het meest bizarre van het hele verhaal is bovendien dat die beesten rustig blijven, haar ondanks alles nooit krabben of bijten. Als ik, met mijn zachte handen hen probeer te redden, heb ik zeker prijs.
Aan wat zou dat liggen?
Opvoeden in tijden van crisis
Er was eens… (echt gebeurd) een meisje met leukemie. De vooruitzichten zagen er erg slecht uit. Dokters twijfelden of ze het wel zou halen. Haar ouders hadden enorm veel verdriet. Dit konden haar laatste weken of dagen zijn. De mama gaf haar werk op en huurde een appartement naast het ziekenhuis. Dag in, dag uit zat ze naast haar kind. Ook voor de papa stond alles plots in teken van haar. Niets was hen te veel. Veel eten deed ze niet maar verder probeerden ze het meisje zo veel mogelijk te plezieren. Cadeautjes, nieuwe kleren, verrassingen, snoepjes en massa’s aandacht. Hoe zou je zelf zijn? Het meisje genas, gelukkig, maar zowel fysiek als psychisch liet de ziekte stevige littekens na. De verwenning had het meisje moeilijk handelbaar gemaakt. Ze kon niet meer zonder haar mama, wou altijd en overal haar eigen zin en kon moeilijk om met andere kinderen.
Met Flo loopt het gelukkig zo een vaart nog niet. Toch is het moeilijk. Vermoeidheid lokt aanvallen uit. Tranen maken een kind moe. Mentale schoks, zoals een onverwacht luide klap, een val of een boze roepende mama, kunnen haar ook uit evenwicht brengen. TE MIJDEN DUS. Maar hoe straf je een kind van twee zonder het een beetje overstuur te maken?
Overdag valt het nog best mee. Ik probeer haar af te leiden van iets wat niet mag. Vooral het slapengaan vormt een probleem, wat voor ons totaal nieuw is. Vroeger was het simpel: ik kies het uur en dan is er geen ontkomen meer aan. Kleine kindjes in spijlenbed en slapen. Willen ze niet? Jammer voor hen. Van een potje wenen gaan (gezonde) kinderen niet door. Van tranen word je moe. De meisjes weten dat er niet onderhandeld wordt, noch over het uur noch over de plaats.
Met Flo is dat nu anders. Inslapen is een risicomoment. Dat willen we kost wat kost vermijden. En als mevrouwtje dus niet wilt slapen, ren ik naar boven om haar te sussen en te kalmeren en te troosten. Eén, twee, drie, vijf, tien keer op een avond. En als ze dan eindelijk slaapt, mogen we haar zeker niet wakker maken. Lastig.
Het eten gaat ook dezelfde gevaarlijke richting uit. Zonder eten wordt ze slap, en dan maakt ze meer kans op een aanval of absence. Vooral ’s morgens doet suiker haar goed. Cornflakes? Geen probleem. Pannenkoeken? Bakken maar. Chocolade pudding met soepkorstjes? Tja, het doel heiligt de middelen.
Maar hoe verkoop je dat aan de andere kinderen? Mijn meisjes eten hier dus iedere ochtend allemaal pannenkoeken, iedere met een eigen beslag: witte of bruine of lichtbruine suiker of choco. En warme chocomelk met een rietje en kaarsjes op tafel. Ik zeg het u, opvoeden in tijdens van crisis, het is niet gemakkelijk.
Voor alle duidelijkheid: een fotoke van Manou van jaren geleden. Toen zij haar zin eens niet kreeg
Mening # wijvenweek
Joepie. Geen echte wijventhema maar het is wel mijn favoriet. Wij Belgen vinden het om een of andere reden oh zo moeilijk om kleur te bekennen. Zelf vind ik goede debatten en dus interessante meningsverschillen net zo boeiend. Maar online is en blijft het moeilijk. Geschreven woorden wegen zwaarder, heb ik zelf moeten ondervinden. Wat je zomaar op café kan verkondigen, is echt not done op een blog. God weet wie er meeleest, en dè waarheid bestaat niet. Dus moet een mens zeer omzichtig omspringen met zijn visies en meningen.
Een voorbeeldje? Niet inslapende ouders. In ieder ziekenhuis praten de aanwezige ouders over de kinderen die soms dagenlang helemaal alleen liggen. De waarheid is natuurlijk nooit zwartwit. Voor sommige alleenstaande moeders is het praktisch gewoon onmogelijk om in te slapen, of ze wonen zo ver en beschikken niet over een wagen waardoor ze met de beste wil van de wereld echt niet op bezoek kunnen komen. En niet alle kinderen hebben nood aan een ouder naast hun bed. Helemaal waar. Maar kijk hier heb je mijn mening: er blijven echt veel kleine kinderen alleen in het ziekenhuis, soms dagen en nachten aan een stuk, en niet al die ouders kunnen niet anders. Sommige ouders vinden volgens mij hun eigen comfort en nachtrust gewoon belangrijker, ook al gaat dat ten koste van hun kind.
Ik zal nog een stapje verder gaan, los van het ziekenhuis. Slechte ouders, ze bestaan. Het zijn natuurlijk uitzonderingen maar sla de krant eens open en je botst op een: mannen en vrouwen die voor de totaal verkeerde redenen aan kinderen zijn begonnen. “Het hoorde zo, na een huwelijk. De partner wou het zo graag. Kinderen zouden hun eenzaamheid oplossen of hun relatie herstellen.” En dan zijn die kinderen daar en worden ze gedumpt voor tv, in de opvang van de Ikea, op internaat of in de cafetaria van de minivoetbalploeg waar vader zich ondertussen kan bezatten. Veel mensen denken nu onmiddellijk aan financieel arme gezinnen maar ik zie genoeg kansarme mama’s aan de schoolpoort en geloof mij: de meeste zijn een stuk gemotiveerder dan de doorsnee tweeverdieners.
Goede of slecht ouders, zoiets kan je als buitenstaander nooit beoordelen. En toch. Toen ik vorig jaar die dronken en onverzorgde vader zijn kind zag aanpakken (ik kom ze vaak tegen), had ik toch mijn bedenkingen. Bleek later dat het kind mishandeld werd. Tja, de grens tussen “moei u met uw eigen zaken – ge kent de achtergrond niet – ge moogt daar niet over oordelen ” en onverschilligheid is soms erg dun.
De waarheid bestaat niet. Juist en fout, het is allemaal relatief. Het enige wat we hebben is een verzameling mensen met een eigen bagage en eigen meningen. Ik ben voor debat, meningsverschillen, communicatie en humor; voor mildheid, nederigheid, begrip, humor en jezelf in vraag stellen. En ik ben tegen al die stomme forums waar mensen het leven en de meningen van anderen even snel anoniem kunnen afbreken.
Verwendag
We zeggen het al lang, al van voor de recente ontwikkelingen. Drie kinderen voor één gezin, het is altijd een beetje vechten voor aandacht. Nu zeker.
Voor Manou en Nina is het ook een moeilijke periode. Natuurlijk leuk dat ze overal mogen gaan spelen, maar eigenlijk willen ze het liefst thuis zijn bij ons. Dus lanceer ik de maandelijkse verwendag. Zondag lijkt me ideaal maar het kan in principe eender welke dag zijn. Het gaat niet om cadeautjes, of toch geen grote. Kinderen willen in de eerste plaats aandacht en liefde.
Kiezen voor pannenkoeken bij het ontbijt, en die voor de televisie opeten. En dan samen in bad en mogen kiezen waar ze zitten en hoe lang ze er in blijven. Een dag lang in verkleedkleren rondlopen en geschminkt worden. Of samen buiten spelen, geduwd worden en samen op de trampoline. En kiezen wat ze willen eten, en dan samen naar de speeltuin fietsen. Of met mama en papa verstoppertje spelen en een eigen cd samenstellen en branden en dan disco in de speelkamer. Picnic in de tuin en vooraan zitten in de auto. Samen brullen op K3 en springen op het ouderlijke bed. Verwendag, een dag om naar uit te kijken.
Een keer per maand lijkt me genoeg. Het moet nog haalbaar blijven, zeker met Flo.
















