Hoe herkenbaar is onherkenbaar?

kanker

“Help! Ik sta in de krant.”

 

Niet iedereen vind het tof om herkenbaar in de krant te verschijnen, zeker niet op een kwetsbaar moment. Op de fotoredactie proberen wij daar rekening mee te houden, ook al is het niet altijd gemakkelijk. Overal en iedereen om een schriftelijk toelating vragen, is gewoon onmogelijk. Net daarom werken wij vaak met persagentschappen, zeker voor themabeelden.

Daarom schrok ik toen enkele weken geleden een lezer me ‘s morgens onthutst opbelde op de redactie. Er stond een foto van zijn vrouw in de krant, bij een verhaal over kanker (!) en met haar borsten bloot nog wel (!).  ”Hoe kon dat nu?  Er werd door ons geen toestemming gegeven. Wij vinden dit een verregaande overtreding op de privacy en voelen ons daardoor zeer geschaad.”

Ik fotografeer regelmatig voor de Liga tegen Kanker en weet hoe gevoelig het onderwerp ligt. Maar de foto kwam van het Nederlands persagentschap Hollandse Hoogte. Is die  Vlaamse vrouw naar Nederland getrokken voor haar mammografie?

Ondertussen hebben nog 2 vrouwen gemaild. Ook zij herkenden zichzelf, onterecht. De Nederlandse vrouw op de foto is op een of andere manier een prototype van een Vlaamse  vrouw van middelbare leeftijd. Onherkenbaar herkenbaar. Heel bizar, vind ik het.

Mediadebat

Een van mijn collega’s Wouter Van Driessche schreef vandaag een boeiend bewonderenswaardig bericht op facebook:

Ik wil niet voor dé media spreken. Dat kan ik niet. Dat wil ik ook niet. Ik zie (te) veel dat me zelf misselijk en kwaad maakt, als vader, als mens en zelfs als journalist. Maar gooien we niet alles op één hoop, als we iedereen met een perskaart vandaag afdoen als een hijgerige voyeurist, een gewetensloze ramptoerist, en erger?
Ik reed afgelopen zomer naar Pukkelpop. Meteen na het drama. Ik maakte er ’s avonds en ’s nachts een reportage voor de krant. Ik geneerde me te pletter toen ik radeloze ouders aansprak, die op zoek waren naar hun kinderen. Ik moest een gigantische drempel over om verhalen van slachtoffers op te tekenen. Maar ik deed het wel. Met heel veel schroom, zo voorzichtig en zo tactvol mogelijk. Niet uit sensatiezucht, niet voor de oplagecijfers, maar omdat dat nu eenmaal is wat ik doe. Verslag uitbrengen van wat er gebeurt. Ook als het delicaat en moeilijk is.
Ik heb er na Pukkelpop niet over geschreven – ik vond het onkies – maar ik wil het nu wél doen. Pour le besoin de la cause. Ik ben meermaals uitgescholden die nacht. Weggeduwd. “Schaamt gij u niet, lijkenpikker?” Ik begreep die agressie. De mensen daar wilden zichzelf en anderen beschermen. Maar ik wilde mijn lezers informeren. Ik herinner me dat ik dat met klamme handen heb gedaan. “Kan dit wel?” – ik heb het me geen tien, maar honderd keer afgevraagd. “Is dit er niet over?” En dat zijn vragen die ik op de redactie – gisteren en vandaag – ook heb gehoord. Váák heb gehoord. En gelukkig maar.
“Niemand weet hoe moeilijk het is voor een redactie om een verhaal als dit correct te brengen”, schreef Guillaume Van der Stighelen vanmiddag – terecht – op Facebook. Ik wil er nog dit aan toevoegen. Veel journalisten proberen het wel. Nog altijd.

Op mijn afdeling wordt al de hele dag gedebateerd: moeten we de foto’s van die kinderen nu geven of niet geven? Heel veel mensen hebben vandaag de skifoto van de getroffen klas gedeeld op facebook, als steunbetuiging. Maar de ouders en de school hebben die beelden net proberen weren. Te laat. Ze stonden op de voorpagina van verschillende kranten.

Anderzijds. Het land is in rouw. Iedereen leeft mee. Gezichten geven het drama een gezicht. Het gaat hier niet om een bus maar op kinderen, 22 aparte individuen.

Niemand kan zich voorstellen hoe hij of zij zou reageren. De media-aandacht zal voor sommige getroffenen een steun betekenen, voor anderen een extra last. Mijn verhaal met Flo is niet vergelijkbaar maar ik haal wel veel steun uit het medeleven van hier, van onbekende dus.

Het is, zoals in iedere discussie, een kwestie van evenwicht. Er bestaat geen goede manier om met zo een verdriet om te gaan. Maar wie zichzelf in vraag stelt, wie durft na te denken en durft te voelen zal het waarschijnlijk iets minder slecht doen.