Trots

Als kleuter was Nina bang van water. Het heeft een volledig jaar geduurd voor ze aan de rand van het zwembad durfde te zitten. Ze ging nochtans graag in bad, maar zwemmen dat was anders. Te groot, te koud, te eng.

Vandaag kwam Nina trots thuis met haar diploma van 400 meter. ‘Ik kon nog verder hoor mama’, glunderde ze.

Facebook zal de komende dagen overspoeld worden met tevreden ouders die graag het slaagpercentage van hun kinderen delen. Het is hun gegund, maar zelf zeggen dergelijke cijfers mij eigenlijk niet zo veel. 80 of 90 %, het blijft relatief. 400 meter is voor het ene kind een opwarmertje, voor het ander een topprestatie.

Eigenlijk ben ik altijd trots op mijn kinderen, los van wat ze presteren. Maar het is schoon om ze te zien groeien. 🙂

image1

Sponsored Post Learn from the experts: Create a successful blog with our brand new courseThe WordPress.com Blog

WordPress.com is excited to announce our newest offering: a course just for beginning bloggers where you’ll learn everything you need to know about blogging from the most trusted experts in the industry. We have helped millions of blogs get up and running, we know what works, and we want you to to know everything we know. This course provides all the fundamental skills and inspiration you need to get your blog started, an interactive community forum, and content updated annually.

Er is een op-lossing, of toch niet?

Het M-decreet, eigenlijk had ik er liever niets over geweten maar ik ben noodgedwongen een halve expert. Een beetje zoals de epilepsie van mijn dochter.

Na mijn verhaal (hier en later in de krant) werd ik overspoeld door reacties. Honderd getuigenissen voor en tegen inclusie. Ik werd ook opgebeld door de school, en door het CLB. Er kwam een nieuw overleg met alle betrokken partijen (lees de school, CLB, het revaidatiecentrum en de Gon-juf). ‘Flo’s geluk is de enige prioriteit’, zeiden ze in koor. Toch? En er was er een oplossing, aldus het team.

Hoera…?

Even recapituleren: Flo lijkt aan een complexe vorm van epilepsie. Hierdoor haalt ze het niveau van haar leeftijdsgenootjes niet. Ze zit nu in een derde kleuterklas maar een gewone eerste leerjaar lijkt onhaalbaar. Zelfs met een paar uur GON per week, gaat ze nooit meekunnen met haar leeftijdsgenootjes.

Flo kan meer maar ze verdrinkt in de grote groep. De school is van heel goede wil maar leerkrachten hebben ook hun beperkingen, en in een klas van 26 kinderen is er niet veel ruimte voor individuele begeleiding.

Ik heb destijds al een kind moeten ‘redden’ uit het diepe water. Nina verdronk ook, en voelt zich nu een stuk beter in type 8. Waarom? Omdat haar juf veel geduld en begrip heeft, en omdat ze nu leerstof op maat krijgt. En ook, misschien vooral, omdat ze in een klein klasje zit. Acht kindjes in plaats van zessentwintig, een wereld van verschil. Zo eenvoudig is het.

Hetzelfde probleem stelt zich nu dus opnieuw voor Flo. IQ rond de 80, onder het gemiddelde is maar eens dramatisch. Alleen haakt ze af in een grote groep. Onderpresteren noemen ze dat.

Maar er is een oplossing. Eén dus veel keuze hadden we niet. Hou u vast: Flo zakt volgend jaar, en gaat terug naar de tweede kleuterklas. Blijven zitten was logischer geweest maar de groep zal daar nog groter zijn dan nu. Klassen van 29 kleuters. Dat mogen we haar niet aandoen, aldus het team. Maar in de tweede kleuterklas zitten zo veel kindjes dat de directrice bereid is om van twee reuzeklassen er drie te maken, met één ‘klein’ klasje van 15 kindjes.

Flo gaat er gelukkig zijn. Ze zal voor het eerst in haar leven de beste van de klas zijn. En het allebelangrijkste: ze zal in een kleiner klasje zitten. Volgend jaar zal de overstap naar een gewoon eerste leerjaar nog moeilijker liggen waardoor ik ‘mijn goesting’ zal krijgen’, lees het CLB zal dan wel een attest voor buitengewoon onderwijs (moeten) te schrijven.

Hoe hard in de inspanning van alle betrokken partijen waardeer, toch slaag ik er niet in om vreugde te voelen bij het horen van het plan. Flo moet twee jaar zakken om in een kleiner klasje in gewoon onderwijs te zitten. Iederen doet zijn best maar een echte lijn zit er toch niet in dit hele M-decreet project. Scholen en CLB doen wat ze kunnen, elk op een totaal verschillend manier. Is dit nu inclusie?

Een vriendin staat in het instapklasje. 28 peuters zitten in haar klas sinds de paasvakantie. 28 unieke minimensjes. Slimme, verlegen en wilde kinderen, anderstalige, kansarme en rijke, kinderen met twee mama’s, of vier ouders, en soms ook een paar half broertjes en zussen. Zo veel kinderen, zo veel verhalen en één enkele juf moet uit elk van hen het beste halen? Die twee maanden vakantie, ze mogen het hebben. Ik zou het niet kunnen.

Ik ben geen onderwijsexperte maar volgens mij is het hele decreet is een farce. Wat kinderen met en zonder beperking echt nodig hebben is gemotiveerde leerkracten en kleinere klassen. Enkel in groepen van pakweg twaalf kunnen zowel hoogbegaafde als kinderen met een fysieke of sociale beperking zich te volle ontwikkelen. Denk ik.

(Ai, dat gaat geld kosten hoor ik critici al denken. Buitengewoon onderwijs, overvolle revalidatiecentra, anti-pestprogramma’s, psychologische begeleiding vanaf 5 jaar en ouders met een burn out: dat kost toch ook allemaal geld? )

Heel soms kom ik nog ouders tegen die niet weten waar ik het over heb. Het M-decreet, heeft dat iets met verkeersveiligheid te maken? Eigenlijk wil ik er ook niets meer mee te maken hebben.

evamoutonpix

Toverland

Gelukkige kinderen, gelukkige ouders. Geen ander argument houdt steek waarom wij op de eerste dag van onze vakantie vrijwillig even 180 kilometer zouden afleggen ( heen en terug! ) voor een … pretpark. Niet dat ik een hekel heb aan achtbanen en consoorten, integendeel. Maar een half uur in de rij staan voor twee minuten plezier, dat noem ik geen ontspanning. En net daarom heb ik nogal een voorliefde voor kleinere, iets minder bekende pretparken zoals … Toverland.

Sevenum ligt niet zo ver van Eindhoven. Ideaal voor gezinnen uit de Kempen of Limburg; best ver rijden voor Gentenaars zoals wij. Maar de tijd onderweg hebben we maximaal gecompenseerd ter plaatse. Toverland is niet zo groot maar wel een heerlijk rustig en gezellig pretpark, voor jonge én oudere kinderen.

Welgeteld één gezin stond voor ons aan de kassa. Eens binnen hebben de kinderen zich snel verspreid. Geen probleem, we komen elkaar straks opnieuw tegen. Nergens moesten we meer dan een kwartiertje aanschuiven, en bij de meeste attracties kon je gewoon blijven zitten voor een tweede, derde of zelfs vierde ronde.

10409040_10152785131509562_2399238896987709982_n

Ik zou kunnen uitweiden, jullie vertellen dat er een groot gedeelte overdekt is (wat handig is bij slecht weer), jullie de coole motorrace-attractie aanraden of het hebben over de nieuwe bobbaan. Ik ga je mijn verkooppraatjes besparen. Kort en eerlijk: toverland is een aanrader. De kinderen (tieners tot kleuter) waren razend enthousiast. Het was zo leuk dat we zelfs bleven hangen tot sluitingsuur.

En ik maakte er zelfs een filmpje van. Dat was lang geleden 😉

toverland from annelissen on Vimeo.

Reacties

flomia

Overspoeld word ik door reacties, nog steeds. En dat doet me veel plezier. Want natuurlijk twijfelde ik tijdens het schrijven van mijn vorig bericht. Is Flo geen uitzondering, een alleenstaand geval? Of erger: overreageer ik, als bezorgde mama? Maar hoe uniek mijn dochter ook is, ze is duidelijk niet het enige kind dat tussen de mazen van het M-decreetnet valt.

Ik heb alle mails en berichten met veel aandacht gelezen. Veel (te veel) vergelijkbare verhalen, veel steun en ook een paar interessante kritische commentaren. Ik lijst ze voor jullie even kort op:

Een boeiende visie waar regelmatig aan terugdenk, van Hans:

Ik las met aandacht het artikel in de krant en het verdriet me.
Hier staan we voor de steeds terugkerende malaise in ons Vlaams onderwijs en dat is  het gebrek aan informatie. 95 % van de leerkrachten begrijpt de term inclusie niet en interpreteert het M decreet niet juist en dat is jammer.

Er is geen enkel reden om haar kind niet in het gewoon onderwijs te laten verder gaan. Wie dat beweert maakt van de school nog steeds een leerKazerne en geen leerThuis.
Dat betekent een plaats waar kinderen gepusht worden om allen samen op hetzelfde moment dezelfde eindstreep te behalen. Dit kan niet de bedoeling zijn van een leerplek.

Inclusie betekent nu net niet dat je met allerlei middelen een kind op hetzelfde moment aan dezelfde  eindstreep brengt. Ontwikkelingsgericht werken is de kern van inclusie. Het decreet is geen kwestie van besparen maar  een gegeven dat komt uit de rechten van de mens. Er heel wat scholen die met succes kinderen  inclusief opnemen in tegenstelling tot geïntegreerd onderwijs … wat betekent dat je een kind met man en macht door sleuren en trekken  dezelfde eindstreep doet behalen dan de anderen (wat natuurlijk een pijnlijke illusie is).

Hans, ik ben het helemaal met je eens ook al komen we tot een andere eindconclusie. In mijn ideale wereld ontwikkelt ieder kind zich op zijn of haar eigen tempo. Maar deze mooie idealistische theorie staat haaks op ons huidig onderwijsmodel. Leerdoelen per schooljaar is daar het ultieme bewijs van. Ik zie slimme kinderen die goede punten halen zonder enige inspanningen, terwijl anderen  meermaals per week bijles volgen (bij een logopediste) met als enigste doel de goede studenten bij te benen.

Drie jaar geleden haalde mijn oudste dochtertje een onvoldoende voor turnen ondanks een negen voor inzet. Het kind is geboren met klompvoetjes. Ze kan gewoon niet beter. Op de school van de neefjes worden de rapporten nog steeds per rangschikking afgeroepen: Jantje staat op nummer één met 92 %. Applaus. Op nummer twee staat Jonas met 89 % enzovoort. Je zal maar de laatste van de klas zijn … De kloof tussen dergelijk onderwijsklimaat en een leerTHUIS is oneindig groot. Misschien moeten we beginnen met gewone gezonde kinderen op hun tempo te begeleiden. En als dat lukt, kunnen we er misschien denken aan inclusie.

Ook ‘interessant’ was de visie van Alain, hoe pijnlijk ik deze ook vind. Alain zegt luidop wat meer mensen stiekem denken.

Verantwoordelijkheid bij anderen leggen is de gemakkelijkste oplossing, echter de minst duurzame. Ouders zijn verantwoordelijk voor hun kind, niet de maatschappij/overheid. Ondersteuning van de maatschappij wordt niet langer als gunst, als duw in de rug gezien, maar als een recht.

Wat Flo betreft kunnen we ook kijken hoeveel de overheid reeds meer investeerde in het meisje in vergelijking met leeftijdgenootjes: terugbetaling medische onderzoeken/medicatie epilepsie, terugbetaling therapie in reva, loon gon-leerkracht en clber, de infrastructuur en vorming van deze diensten.

Hoeveel kan/durf je nog vragen aan de overheid?

Alain. Niet alleen hebben wij een heel andere kijk op de maatschappij, en op de zwakkeren en zieken onder ons. Maar ook al kiezen we voor economische efficiëntie, ook dan hebt u ongelijk. Op korte termijn lijkt het M-decreet namelijk een interessante besparing. Op lange termijn vrees ik voor nog veel meer kosten. Stel Flo gaat in september naar het eerste leerjaar, in gewoon onderwijs. Ze kan zich moeilijk concentreren. In de kleuterklas haalt ze het einde van een verhaaltje zelden. Haar aandacht verslapt en ze gaat lopen, voorlopig richting speelhoekjes. Volgend jaar zal ze een volledige dag moet stilzitten. Zonder pessimistisch te willen zijn: twee weken geef ik het. Dan gaat er iemand afhaken: de juf of Flo.

En zelfs al houden ze het langer vol. Kinderen laten aanmodderen in gewoon onderwijs, dat gaat onvermijdelijk wreten aan hun motivatie en eigenwaarde. Net daarom ben ik er van overtuigd dat kinderen best zo snel mogelijk de juiste begeleiding krijgen. Dat kan in theorie ook in gewoon onderwijs maar niet zonder extra middelen. Want elk verloren jaar kost geld. En op lange termijn ben je als maatschappij beter af met gelukkige laaggeschoolden dan ongelukkige ongeschoolden.

Onderwijs is geen gunst Alain, het is een recht ook voor mijn dochter.

In tegenstelling tot wat u schrijft, neem ik dus wel mijn verantwoordelijkheid. Met mijn verhaal steek ik mijn nek uit, voor mijn dochter maar ook voor andere kinderen zoals zij. Omdat het systeem niet op punt staat, en ik als belastingbetaler daar ook inspraak in heb. Omdat we nu een lek verdoezelen waarvan iedereen op voorhand weet dat het binnen enkele jaren opnieuw zal lekken maar dan met extra waterschade.

Natuurlijk had ik liever drie gezonde kinderen gehad. Ik eet gezond, rook niet en heb alle mogelijk prenatale tests ondergaan. Willen of niet: kinderen zoals Flo zullen er altijd zijn. Hen goed begeleiden is niet alleen onze morele plicht, het is ook de beste investering voor later.

Ook aandoenlijk waren de briefjes van enkele BUSO leerlingen.

Beste mevrouw,

Ik begrijp het zelf niet waarom Flo niet naar BLO mag gaan. In het gewoon onderwijs
kunnen ze niet zo goed voor ons zorgen. Met vriendelijk groeten A.

Dag mevrouw,
Ik vind het eigenlijk niet zo goed dat Flo in het gewoon onderwijs zit.
Ik heb zelf in het gewoon gezeten en weet hoe zwaar het is
als alles te moeilijk is. Dat is niet leuk. Groetjes K.

Beste,

Ik ben Z. en ik zit ook in het buitengewoon onderwijs. Ik heb het verhaal van uw dochter Flo gelezen in de klas samen met de kinderen van mijn klas en ik geef u geen ongelijk. Flo heeft recht op buitengewoon onderwijs net zoals iedereen met een beperking. Hier zijn kleinere klassen en kunnen wij overdag op therapie. Uw kind is heel speciaal op haar manier. Wij steunen u.

Het M-decreet: de impasse

Krijg je niet één maar twee kinderen met extra zorgen en leerproblemen. Pech, al zie ik mijn kinderen te graag om hen zo negatief te omschrijven. Twee jaar geleden moest ik het CLB al overtuigen van buitengewoon onderwijs voor Nina. Het was vooraf zo duidelijk dat mijn dochtertje het niveau niet zou aankunnen, ik wou haar de faling besparen. Geen leuke beslissing maar ik heb geen seconde spijt van de overstap. Nina gaat met veel plezier naar school en dat goed gevoel is de basis van haar enorme vooruitgang.

Twee jaar later heb ik een deja vu, al lijkt de huidige impasse eerder op een nare droom. .

Mijn jongste dochtertje Flo lijdt een aan zware vorm van epilepsie. Dankzij drie zware medicijnen doet ze geen aanvallen meer maar de epilepsie heeft wel een grote invloed op haar ontwikkeling. Flo is vijf en zit nu in de derde kleuterklas. Twee keer per week krijgt ze kiné, ergo en logo. Desondanks kan ze absoluut niet mee met haar leeftijdsgenootjes. Dankzij een paar uurtje extra GON-begeleiding is de situatie voor haar juffrouw voorlopig leefbaar, maar wat met volgend jaar?

De overstap naar een gewoon eerste leerjaar is onhaalbaar. Daarover zijn de juf, de directrice, de GON-begeleidster, het revalidatiecentrum en ik het alvast eens.

‘Volgens het nieuwe M-decreet moet de school kunnen aantonen dat ze alles heeft geprobeerd om het kind te begeleiden. Enkel als de aanpassingen voor het kind buitensporig zijn, kan er een attest voor buitengewoon onderwijs opgesteld worden.’

De school trekt aan de alarmbel maar ondanks alle extra begeleiding, komen wij voorlopig nog niet in aanmerking voor een attest. We moeten het eerst proberen, aldus het CLB. Crashen dus, in plaats van preventie.

De directrice en de juf zijn nochtans van goede wil maar zonder extra hulp kunnen zij Flo onmogelijk goed begeleiden. Mijn dochter kan zich moeilijk concentreren. Een tekening afmaken duurt vaak te lang, laat staan dat ze volgend jaar in een klas van zesentwintig kinderen vlot gaat leren lezen en schrijven. Dat uurtje GON gaat het verschil niet maken.

Misschien kan ze gewoon een jaartje blijven zitten? De school ziet het niet meer zitten en ik volg hen. Mijn dochter is ziek. Ze heeft een andere, meer individuele begeleiding nodig. Dat gaat binnen een jaar niet anders zijn.

Blijven zitten is geen inclusie. Het eerste leerjaar is onhaalbaar maar zonder attest is ze niet welkom in buitengewoon onderwijs. Zie daar de impasse.

Zonder extra middelen is het M-decreet is niet meer dan een harde korte termijn besparingsmaatregel. Want ik verzeker u: binnen enkele jaren zullen ze opnieuw veel geld moeten vrijmaken om al die gefrustreerde kinderen, leerkrachten en ouders weer op te lappen.

IMG_20140329_120947

Authentiek uitwaaien in De Haan

Onze Belgische kust doet mij vooral denken aan hoge flatgebouwen met kleine, onpersoonlijke appartementjes. En daar hadden we met vier kinderen niet zo veel zin in. Rust en charme, kindvriendelijk en toch niet te ver van het strand; we zochten en vonden het allemaal.

Op amper een kilometer van De Haan ligt het Hof Ter Meulen, een actieve varkensboerderij waar een oud bijgebouwtje omgebouwd werd tot een prachtige vakantiewoning. Uitwaaien aan zee is nog nooit zo authentiek en ontspannend geweest. Een aanrader voor iedereen … die niet vies is van een paar varkens.

We spotten de boerderij al van ver tussen de uitgestrekte akkers. ‘Kijk mama, ze hebben daar ook schapen’. Terwijl we het erf oprijden, vergapen we ons aan de rare dieren op de weide naast de speeltuin. We moeten twee keer kijken, maar het zijn wel degelijk varkens, Mangalicavarkens.

Mangalicavarkens

Mangalicavarkens komen uit de Balkan. De naam is Servisch voor ‘varken met veel vet’, en net daarom besloten boer Carl en zijn vrouw om het oude ras opnieuw te kweken. Het vet van een Mangalicavarken heeft immers de ideale verhouding tussen verzadigde en onverzadigde vetten, waardoor het gezonder, maar ook sappig en extra smaakvol is. Maar vooral de beharing van de dieren is opmerkelijk. Dankzij hun ‘schapenvacht’ kunnen de dieren vaker buiten lopen dan gewone varkens. Terwijl het tijdens de winter voor gewone varkens vaak te koud is en tijdens de zomer te warm, houdt de pels van het Mangalicavarken hem warm en is hij beter beschermd tegen de zon in de zomer.

Maar aaibaar maakt het de varkens niet. De kinderen kijken gefascineerd naar onze tijdelijke huisdieren, maar blijven het liefst op afstand. Met een verblijf in Hof Ter Meulen combineren we een strandvakantie met authentiek hoevetoerisme. En daar hoort een beetje modder en bijhorende geur bij. De door varkens omgeploegde weide loopt rakelings langs ons huisje. Het uitzicht is prachtig, maar aan het parfum moeten wij stadsmensen toch even wennen. Op deze mooie lenteachtige dag is de boerenbuitenlucht allesbehalve overheersend, maar dat zou op een warme zomerdag weleens anders kunnen zijn.

Hof Ter Meulen is een actieve en gediversifieerde boerderij. Naast de varkensteelt verbouwen ze ook aardappelen, tarwe, suikerbieten, asperges en aardbeien. Al deze producten kan je tijdens het gepaste seizoen kopen in het hoevewinkeltje. Boer Carl en zijn vrouw Carla staan tussendoor altijd klaar voor een woordje uitleg en een hartelijk gesprek.

Ovenhuisje

We logeren in het ovenhuisje, een mooi gerenoveerd bijgebouw voor acht personen. Drie slaapkamers, een sfeervolle woonkamer met open keuken, een leuke zithoek met televisie en gratis internet, een fraaie badkamer met bubbelbad en douche. Het ovenhuisje is duidelijk geen afgeleefde vakantiewoning.

Op de tafel staat een heerlijke fruitmand. De bedden zijn piekfijn opgemaakt en bij het bubbelbad liggen, naast enkele hartjes, grote witte handdoeken klaar.

De oude oven is in eer hersteld. De eigenaars hebben het huisje met relatief sobere materialen smaakvol heringericht. De kamers zijn sfeervol, ruim en verzorgd. Hout in combinatie met een paar moderne meubels zorgen voor een harmonieus geheel.

We eindigen de avond gezellig samen onder een dekentje, en worden gewekt met een heerlijk uitgebreid ontbijt. Verse broodjes en koffiekoeken, zelfgemaakt vruchtensap, kaas en hesp, en verse koffie: de gigantische ontbijtmand is verrukkelijk. Met jonge kinderen vinden we dit toch een stuk comfortabeler dan een ontbijtbuffet op hotel.

Schelpjes rapen

Na een langgerekte en heerlijke brunch horen we de zee roepen. De Haan ligt op amper een kilometer. In de zomer is de afstand naar het strand perfect overbrugbaar met de fiets en zelfs te voet. Maar het is nog geen lente en dus nemen we de auto. Het is krokusvakantie en er schijnt een deugddoend zonnetje, maar toch is het strand nagenoeg leeg. We verzamelen schelpjes, proberen onze vlieger de lucht in te krijgen en verwarmen ons aan een lekkere pannenkoek en warme chocomelk. Dit is vakantie.

We eindigen ons weekend op het terras van La Potinière, het pittoreske parkje in het centrum van De Haan. Terwijl de kinderen maar niet genoeg krijgen van de traditionele gocarts, genieten de volwassenen van de zon met een hapje en een drankje. De Haan is een aangename badplaats, ver van de hoogbouw en bijhorende drukte. Het is nog authentiek, net als Hof Ter Meulen. Moe van de gezonde lucht en de vele indrukken rijden we laat op de avond terug naar huis.

Kerstkaartjes zijn saai

– Wie doet dat nu nog, kerstkaarten schrijven?
– Ik.
– Waarom?
– Tja. Ik vind het gewoon leuk, leuk om te maken en leuk om te krijgen.
– En naar wie stuur je die dan?
– Naar de mensen die ik apprecieer: naar familie en vrienden maar ook naar klasgenootjes, artsen, therapeuten, babysits, buren en collega’s.
– Kan dat niet via mail?
– Een kaartje is persoonlijk. Ik teken ze allemaal met de hand, vaak met een extra boodschap. Gewoon één keer per jaar dank u wel zeggen. Zomaar. Dat is toch waar Kerstmis voor staat. Niet?

PicMonkey Collage

Vijf minuten foto’s maken, tien minuten verwerking en montage. Meer tijd heb ik niet nodig. De laatste minuut mochten Manou en Flo nog even freewheelen met deze leuke collage als resultaat.

Mijn ‘echte’ kerstwens krijgen jullie volgende week. Beloofd. 🙂

Nieuwe coupe

Het duurde even voor ik begreep wat er was gebeurd. Op de grond lag een bergje blonde haartjes. Misschien was er opnieuw een Barbie gesneuveld?

Kappertje spelen, het blijft een klassieker. Zoiets overkomt je maar één keer, per kind wel te verstaan. Flo beperkte zich tenminste tot één kant. En wat je de juf ook mag beweren: ze kan recht knippen.

Onze huis-aan-huis kapster gaf me twee opties: of ik maak er een ventje van of we steken er een asymmetrische coupe in. Dat is hip, voor volwassenen.

Waarom zijn kinderkapstel altijd zo vreselijk klassiek en braaf? Het is maar haar; dat groeit altijd weer terug. De kindertijd lijkt me bovendien de ideale moment om te experimenteren. Sparen zullen ze later nog genoeg moeten doen 😉

image-2

Zakgeld

Ik wil, ik wil, ik wil, …. Ze wilt een ijsje en een nieuw jurk, popcorn van in de cinemawinkel en een fiets met versnellingen. Ze wilt op vakantie, naar de sneeuw én naar de zon; en een eigen pony.

‘Wie gaat dat allemaal betalen? Weet je wel wat dat allemaal kost? Besef je wel hoe lang mama daar moet voor werken?’ Mijn eigen ouders ontsnapten uit mijn mond. Slik.

Leren omgaan met geld is alles behalve evident, zelfs niet voor sommige volwassenen. Of zakgeld het verschil maakt, weet ik niet. Maar het is een waardevolle poging zolang je meer doet dan je kinderen regelmatig wat extra geld toe te stoppen. Zakgeld is geen synoniem voor spaargeld. Het bedrag moet evenredig zijn met mogelijk uitgaven. Meteen uitgeven of alles oppotten is niet bijzonder leerrijk. Denk aan Monopoli: te veel of te weinig geld verpest het spel.

Vier euro per week leek mij een eerlijk startbedrag, want terugschroeven zit er niet in. Cool, vond Manou. Tot ik er haar vertelde dat ze vanaf nu ook bepaalde kosten zelf zou moeten betalen. Het tussendoortje tijdens de musicalles bijvoorbeeld, al kon ze natuurlijk ook gewoon een koekje uit de kast nemen. Kerstgeschenkjes en ook niet noodzakelijke extraatjes zoals die bubbelkauwgom aan de kassa van het grootwarenhuis of ritje op de kermis.

We zijn ondertussen twee weken bezig. De eerste vier euro zitten nog mooi opgeborgen in haar portefeuille. Gisteren trokken we samen naar de H&M. ‘Oh mama, kijk eens wat een leuk hondenhandtasje. Dat zou een super leuk cadeautje zijn voor onder de kerstboom, voor Floowie.’ Kostprijs 14 euro. ‘Oei.’

Het leven is duur. Dat heeft ze meteen begrepen. Maar je eerste zakgeld uitgeven aan een geschenkje voor je kleine zus, dat kon ik niet laten schieten. De geste is goud waard en dus heb ik haar een klein beetje gesponsord.

Morgen is het kerstmarkt, op beide scholen. Eens zien hoe ver ze zal lopen met haar resterende vier euro. 🙂

Varken_Bor232

Boeven

‘Mevrouw. U mag uw tas daar niet onbewaakt laten staan.’ Van achter mijn camera staar ik de lieve oudere man aan. We staan op de receptie van een huwelijk. Veel valt er niet meer te stelen, denk ik bij mezelf. Mijn camera hangt rond mijn nek, en bovendien lopen hier alleen gasten rond. ‘Ik ken een koppel van wie alle enveloppes verdwenen tijdens hun trouwfeest.’ De ene anekdote volgt de andere op, alsof iedereen wel iemand kent die door eigen vrienden of familie zijn bestolen.

Wie zijn die mensen?

Geen dag later trek ik met mijn meisjes naar een Sinterklaaspersoneelsfeest. Na de voorstelling krijgen alle kinderen een geschenkje. U kent dat wel, een warme drukke Vipruimte vol overactieve jengelende ettertjes. Op een tafeltje stapelde ik al onze bezittingen op: geschenkjes, snoepgoed, jassen enzovoort. Mijn meisjes gaven Sint en Piet een hand, ik maakte een paar matige kiekjes en dan hielden de kinderen zich bezig in de speelhoek terwijl wij ouders onszelf trakteerden op een gaasje wijn. Natuurlijk hield niemand de pakjes nog in de gaten.

Voelt u hem al komen?

Bij vertrek bleek dat één geschenkje voetjes had gekregen. Die cadeautjes waren een extraatje. Mijn kinderen hebben speelgoed genoeg. Een drama vind ik het dus niet. Maar hoe leg je zoiets uit aan je kind? ‘Waren hier dan echt boeven mama?’ Tja.

Wie doet nu zoiets? Welke ouder zegt tegen zijn kind: ‘pak snel dat van dat andere kindje. Zo hebben wij er lekker twee.’ De media betalen niet bijzonder goed maar armen mensen liepen daar niet rond. We zijn dus bestolen. Maar op lange termijn is eigenlijk dat andere kind de pineut. Het kreeg een extra geschenkje maar werd tegelijkertijd ook een beetje beroofd, van een goede opvoeding dan.

ik-waak-voor-mijn-baas

De kromme boom

Of ik geen zin had op een fotoreportage te maken van ‘De Kromme Boom’? De vraag kwam van de mama van Manou’s beste vriendin, twee maanden geleden. Een toffe sterke madam en de woongemeenschap ‘De Kromme Boom’ leek mij een mooi project. Ze bieden jongeren een tweede kans, en dat verdient iedereen. ‘Weinig mensen weten wat wij allemaal doen: de woongemeenschap, de ateliers, de sociale werkplaats, de boerderij, de bloemenwinkel.’ Een reeks foto’s zouden de werking in beeld kunnen brengen.

‘Spring eens binnen, of kom gewoon met ons mee-eten.’ Het werd een gezellige avond, en nog een en nog een. Ik leerde de jongens beter kennen, en zij mij. De no-nonsensaanpak, het familiegevoel, het werk, de kleine maar duidelijke stapjes in de goede richting: De Kromme Boom is een kleinschalig project dat zich moeilijk laat vangen niet in één slogan. Ze hebben mijn hart gestolen.

Deze week werk ik hard aan de laatste beelden, en op 5 december (tijdens de fototentoonstelling en de kersthappening) organiseren we een geweldige kerstshoot. Van 14 tot 17 uur maak ik van iedereen een originele kerst-familiefoto, helemaal voor niets. Het Groenhof Sint Jozef en de Kromme Boom drukken jullie foto bovendien af, voor een vrije bijdrage. En natuurlijk krijgen jullie het beeld achteraf ook digitaal aangeleverd.

Maar jullie kunnen ook nu al helpen. Via de locale supermarkt maakt De Kromme Boom kans op een extra duwtje in de rug en dat is meer dan welkom gezien ze geen subsidies ontvangen. Met liefde betaal je nu eenmaal geen rekeningen. Het enige wat we moeten doen is stemmen, iedere dag opnieuw ;-). Ik vraag het niet graag want ik weet hoe moe ik al die online acties ben. Maar uiteindelijk blijft een heel kleine moeite, toch? Doen!

Schermafbeelding 2014-11-21 om 09.52.21

In een klein stationnetje

Zoals veel jonge koppels zochten Jo en Hilde naar een leuk huisje in het groen. Ze botsten op het verlaten stationsgebouw van Racour, een dorpje vlakbij de taalgrens bij Landen. Na jaren van verbouwingen aan de woning, besloot het koppel het volledige station en zijn omgeving in eer te herstellen. Want wat is een station zonder sporen? Een leuk idee dat uitgroeide tot een groots en ambitieus project. Na veel zoek- en lobbywerk slaagde het koppel erin de sporen voor het station opnieuw aan te leggen.

Enkele jaren later kochten ze twee leeggeplunderde treinwagons op. En zo zijn de geweldige treinvakantiewoningen van station Racour ontstaan.

Terwijl we het erf oprijden, staat onze gastheer en stationschef Jo al op ons te wachten. ‘Het leuke aan een station is het komen en gaan van de mensen. Die boeiende ontmoetingen, daar doe ik het voor’, zegt Jo. We voelen ons meteen welkom.

De bagage wordt overgeladen in een ouderwetse, gepersonaliseerde bolderkar, terwijl wij tussen de bomen op zoek gaan naar de twee prachtige treinwagons. De kinderen huppelen vrolijk voorop. ‘Kijk daar. Ik zie hem al. Cool!’ In de verte tussen het groen staan twee prachtige oude wagons op ons te wachten.

Dat er bloed, zweet en tranen in de restauratie van de voertuigen is gekropen, kunnen we van ver zien.

De wagon bestaat uit een ruime, sfeervolle woonkamer met open keuken en een televisiezithoek. Aan beide uiteinden van de trein bevinden zich de twee slaapkamers, met elk een eigen badkamer. Zestig vierkante meter nostalgie én comfort voor zes personen. Alles is tot in de kleinste details afgewerkt en onthult een passie voor treinen. De banken zijn authentiek, aan de wand hangen oude metalen informatieborden en pictogrammen. En als iemand naar het toilet gaat, springt in de woonkamer het rode signaallampje automatisch aan. Terwijl we de foto’s van de oorspronkelijke wrakken bekijken, groeit ons ontzag voor onze gastheer. Trein twee is zonder meer prachtig.

‘Kijk mama, kijk. Ik ben een treinconducteur.’ De leuke uniformhoedjes en retro signaalbordjes spreken tot de verbeelding en iedereen leeft zich graag in. De sfeer zit er vijf minuten na aankomst al goed in. Terwijl we rustig uitpakken, neemt Jo de kinderen mee naar het grote fietsenhok.

Aan de andere kant van ‘de spoorweg’ ligt namelijk het fietsknooppuntennetwerk Hageland, goed voor meer dan 45 kilometer bewegwijzerde fietsroutes. In de schuur staan fietsen in alle mogelijke maten en kleuren en ook de steps vallen in de smaak. Onze vriendelijke stationschef blijkt ook een geweldige gids te zijn, en samen stippelen we onze route voor morgen uit.

Jammer dat we geen ontbijt kunnen krijgen in het station. We maken dus noodgedwongen een omweggetje langs de plaatselijke supermarkt. En ondanks de mooie keuken besluiten we die avond ook buitenshuis te eten. In het dorp is er welgeteld één restaurantje, een pizzeria, tot groot geluk van de kinderen. Het pleintje, de kerk, de boerderijen en eindeloze velden: de hele omgeving straalt rust en gezelligheid uit. We ontspannen, en rijden op het ritme van een oude locomotief de nacht in.

De zon schijnt over de velden wanneer we de volgende ochtend wakker worden. Het vergezicht uit de wagons is prachtig, maar omdat we niet de hele dag kunnen blijven liggen, maken we ons klaar voor een haalbaar fietstochtje: zeven kilometer enkele rit naar het provinciaal domein en kasteel van Hélécine. De kinderen spurten voorop, door de verlaten maïsvelden. We komen nauwelijks andere fietsers tegen. Ook in de tuin en de speeltuin van het kasteel is het gezellig rustig, de paar hongerige ganzen niet meegerekend.

‘Moeten we echt al naar huis? Mogen we niet nog even in de wagon spelen? Ik wil nog eens in de bolderkar. We kunnen toch met de trein naar huis rijden?’ Met pijn in het hart nemen we in de late namiddag afscheid van ‘onze’ wagon, en van Jo en Hilde. Station Racour is veel meer dan een leuke viersterren vakantiewoning. Het is een levenswerk waar wij heel even mogen van meegenieten.

Stilte

Net op het moment dat ik trots mijn naam zag staan in het ultieme blogbloek, bleef het hier plots stil. Iedereen weet ondertussen waarom. Scheiden is (vaak) een explosief proces. Ik had weinig zin om de vuile was buiten te hangen maar gecensureerd bloggen is tegen mijn aard. Jammer want ik heb deze pagina altijd gezien als een interessant en verrijkend klankbord. En de voorbije maanden heb ik veel nieuwe ervaringen en inzichten opgedaan, genoeg voor jaren inspiratie. Maar het kon niet.

‘Gaat alles wel goed met je? Ik mis je.’ Een kaartje, een mailtje, een kort gesprek aan de schoolpoort: ze betekenden veel voor me. Bloggen is helemaal niet zo oppervlakkig als critici vaak denken. Gelukkig is er instagram, mijn nieuwe fotografiepagina en moeder facebook.

En er is ook hoop. Mijn meisjes en ik vinden langzaam een nieuw ritme. Soms schijnt de zon, soms ook niet. En eerlijk: af en toe is het hard werken, zo alleen met drie kinderen. Maar ook al ga ik vaak moe slapen, ik sta ’s morgens nog steeds graag op. En na regen komt zonneschijn.

Ooit kom ik terug. 1 januari lijkt me een mooie datum maar ik beloof niets. En ondertussen kan ik misschien al een beetje warmlopen… Toch?

Trouwens: hoe gaat het met jullie?

874b86f3105737ab43e71ac400064176

Terrorisme

BIJZONDERE REGELING TERRORISMEPROCES:

De Antwerpse rechtbank heeft een bijzondere regeling getroffen om het terrorismeproces dat maandag start in goede banen te leiden.
Het basisprincipe is dat er nergens in het gerechtsgebouw foto’s of bewegende beelden mogen gemaakt worden.

Journalisten, fotografen en cameramensen worden maandag vanaf 8.30 uur ontvangen aan de centrale ingang van het gerechtsgebouw. Ze moeten zich vooraf niet accrediteren. Van daaruit worden ze begeleid naar de persruimte. 

Wat die fotografen wel  mogen doen – behalve foto’s maken dan – is mij voorlopig niet duidelijk 😉

By An Nelissen