Anders

Als kind kwam ik nooit in contact met mensen met een handicap. Ik ben me wel altijd bewust geweest van mijn geluk, en had ook veel medeleven voor wie minder kansen kreeg. Als student fotografeerde ik af en toe vrijwillig op zorgkampen. En toch moet ik toegeven dat ik nooit goed wist hoe ik me moest gedragen. Het was zeker geen slechte wil. Ik was gewoon bang om iets verkeerd te doen. Ik wou vooral niemand kwetsen. Niet staren, dacht ik en dus keek ik gewoon niet. Of ik verstopte me achter mijn camera. Soms probeerde ik vriendelijke te glimlachen, vooral naar de ouders dan, maar veel verder ben ik eigenlijk nooit geraakt.

Ondertussen heb ik zelf een zorgkindje. En ook al is er nog altijd een groot verschil tussen mijn Flo en veel andere behoevende kinderen. Toch voel ik dat ik sinds een jaar helemaal anders kijk en omga met anders-validen. Het zit hem in de kleine dingen. Zie ik die vader met zijn dochtertje in het zwembad. Vroeger zou ik zeker geprobeerd hebben om mijn drukke en hevige kinderen een klein beetje uit de buurt te houden van dat meisje. Stel dat ze tegen haar botsen of haar pijn doen? En misschien zou de vader het confronterend vinden?

Vroeger had ik vooral oog voor de beperkingen, de risico’s. Nu zie ik een meisje die duidelijk geniet van het water; ik zie een warme en grappige interactie tussen een vader en zijn dochter; ik zie leuke staartjes en een mooie glimlach. Nu bemerk ik meer verschillen tussen de kinderen onderling ook. Knuffelberen, lachebekjes en kapoenen. Sociaal of verlegen, hevig of rustig.

Ondertussen heb ik ook geleerd dat veel van die ouders wel tegen een stootje kunnen. Meer nog. Het zijn vaak buitengewoon sterke en veerkrachtige mensen. Natuurlijk verschillen ze onderling, net als anders ouders. Maar ze kunnen gerust een paar goed gedoelde vragen of social talk aan. Zelf praat ik graag over Flo, ook met vreemden. En zolang hun vragen oprecht zijn, sta ik open voor veel. En natuurlijk is het ook leuk als ze haar aanhalen of aanraken. Wegkijken of negeren vind ik pijnlijker. Waar was ik vroeger bang voor?

Jammer dat je zelf zoiets moet meemaken om de kloof te dichten, zei een vriend onlangs. Misschien. Maar misschien is het gewoon een gevolg van onze welvaartstaat en van ons buitengewoon onderwijs. Gezonde mensen komen nauwelijks in contact met wie “anders” is. En dan lees ik in een interview met Wouter Beke dit weekend in De Standaard: “Ook de mensen die stervende zijn maken volwaardig deel uit van onze gemeenschap. Ook mensen die af­hankelijk zijn, ook mensen die gehandicapt zijn. Wij moeten toch niet streven naar een wereld waarin iedereen perfect is? Niemand is perfect.

Daar ben ik het nu eens helemaal mee eens 🙂

Advertenties

4 thoughts on “Anders”

  1. en als meneer beke dat nu een beetje zou willen overdragen en vertalen naar een beleid dat daar ook in meegaat dan zou alles een stuk gemakkelijker kunnen zijn voor die sterke en veerkrachtige mensen.

  2. Ja, dat is waar. Wat je zegt over buitengewoon onderwijs, klopt. In Vlaanderen zitten in vergelijking met andere landen enorm veel leerlingen in het buitengewoon onderwijs. In andere landen gaan die leerlingen vaak naar gewoon onderwijs, waar ze aangepaste hulp krijgen. Ik denk dat leerkrachten in het buitengewoon onderwijs met de beste bedoelingen lesgeven. Toch moeten we ons afvragen of het geen beter idee is om die leerlingen in te schrijven in gewone scholen, en ze ondersteuning op maat te geven. Zo zijn ze meteen al aanwezig en leren anderen hoe ze met hen om kunnen gaan.

    Ja, dat kost geld. Het zal ook meer van leerkrachten vragen. Misschien moeten we zoiets combineren met het mogelijk maken van kleinere klassen. Ik denk dat de kosten de baten waard zijn.

    1. Maar soms is buitengewoon onderwijs wel een rustpunt voor het kind. Mijn eigen dochtertje is tot haar 8 jaar naar het gewoon onderwijs gegaan. Zij heeft een motorische handicap die voor heel wat afwezigheid zorgt op school. Na de schooluren had zij nog alle dagen therapieën. Alles ging goed zo lang ze nog klein was, maar eens ze ouder begon te worden, merkte ze zelf het verschil met andere kinderen heel goed op. Zij deed enorm haar best om er bij te horen en ook de kinderen en leerkrachten van de school leverden grote inspanningen, maar als je steeds weer geconfronteerd wordt met het niet kunnen mee doen, is dit moeilijk vol te houden. We (en zij in de eerste plaats) zijn heel blij dat we de overstap hebben gemaakt naar type 4. Het integreren in de maatschappij doen we wel buiten de schooluren.

Reageer

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s