Words words words

We staan te wachten aan de schoolpoort, samen met een heleboel andere ouders. Haar dochtertje gaat net als Nina naar het revalidatiecentrum. Maar kennen doen we elkaar niet. Ik knik, zonder meer. De bel gaat, de kinderen komen buiten. Terwijl het meisje naar buiten wandelt, roept ze luid en duidelijk. ‘Haast u. Alle! Kom. Ge moet naar therapie.’ Haar stem draagt ver. Ze roept nog eens, en nog eens. ‘Straks zijde te loat voor therapie …ie…ie’. Het woord valt zeker vier keer in minder dan een minuut. Het meisje staart naar de grond, of beeld ik me dat in? Ik voel een soort plaatsvervangende schaamte.

Dat Nina twee keer per week extra begeleiding krijgt, dat vind ik absoluut niet gênant. Integendeel. Wie mij een beetje kent, weet dat ik heel open ben over haar leerachterstand en over onze twijfels in verband met het type 8-onderwijs. Toch spreken wij nooit over therapie, maar wel over ‘oefeningen’. Nina gaat naar ‘de oefeningen’. Waarom? Ik weet het eigenlijk zelf niet. Therapie dat klinkt zo … zwaar. Het doet me ook eerder denken aan psychotherapie maar ook daar is natuurlijk niets mis mee.

Vooral de toon en het volume van de andere mama deed mij fronsen. En het hele incident deed mij ook nadenken over mijn eigen taalgebruik. Zo hebben wij het hier over muis (en pietje), terwijl we evengoed de “juiste” of meer wetenschappelijke termen zouden kunnen gebruiken. Waarom doet een mens dat? Is het een goed idee, al die verbloemende termen?

Advertenties

9 gedachten over “Words words words”

  1. Ik heb dat nooit willen gebruiken, mijn zoon leerde de woorden vagina en penis, tot grote hilariteit in de supermarkt toen hij 3 was en hij keurig aan de vrouw achter de kassa meldde dat zijn mama een vagina had 🙂

  2. tgoh ieder zijn manier denk ik dan
    als jij je beter voelt bij oefeningen, waarom niet? ’t zijn toch oefeningen die ze doet??

    ikzelf probeer daar ergens de middenweg in te zoeken en gebruik zowel de juiste als de kindertermen samen en probeer antwoorden te geven op de vragen die de kinderen stellen. Op die manier kiezen kinderen zelf wel “wat” ze “hoe” willen zeggen.

  3. Goh, het is niet zozeer het woord zelf, als wel de manier waarop het gebruikt wordt he. Ik vind het ook not done om zo over de speelplaats te roepen. Lijkt me een manier om aandacht te trekken “ziet eens wat ik allemaal over heb voor dat kind en hoeveel zorgen ik er mee heb”. Zoiets. En inderdaad, niét fijn voor het kind zelf.
    Toen ik met zoonlief naar de orthopedagoge ging, noemden we haar bij naam. Dat vond hij zelf ook leuker, dat klonk veel minder zwaar en ook vertrouwelijker. Zijn vrienden die het wilden weten, vertelde hij wat hij daar ging doen (leren om op een juiste manier boos te worden), en tegen de anderen zijn hij dat hij spelletjes en oefeningen ging doen. Want dat was het ook.

    Oh, en bij ons zijn het ‘spleetje’ en ‘piewie’. Groot jolijt toen de driejarige dochter op een kermisattractie kriebels in de (onder)buik kreeg en luidkeels riep ‘Mamaaaaaaaaaaaa, dat kriebelt in mijn spleetjeeeeeeeuh!” 🙂

    Ik heb dus niks tegen verbloemingen, vind dat juist een mooi gebruik van de taal. Laat de droge, wetenschappelijke benamingen maar bij de wetenschappers.

  4. Wij gebruikten tegenover de kinderen ook altijd het woord “oefeningen”, tot Martha mij eens bezig hoorde over therapie en terstond Feliks begon te corrigeren: “Nee, Feliks, je gaat niet naar de oefeningen. Je gaat naar de the-ra-pie.” Sindsdien hebben we het dus altijd over therapie. 🙂

  5. Ik ben gewoon “juf Evy” of “de logo”. Ik reageer eigenlijk alleen als ze ‘mevrouw’ zeggen. Voor de rest mogen de kindjes kiezen hoe ze me noemen (als het maar geen “mevrouw” is). We gaan ook “werken” of “oefeningetjes maken” of “oefenen” of soms zelfs “spelletjes spelen”. Maar de kindjes komen niet ‘op therapie’. Ik begrijp de “zwaarte” van het woord. Therapie… Dat klinkt zo … pffffff.

    En voor het andere deeltje in jouw postje: Cato heeft sinds kort ook een “pierlewietje”. Vraag me niet hoe ze er op komt. En we gaan ook eens duidelijk moeten maken dat het enige kindje dat hier in huis een “pierlewietje” heeft, dat zij dat zeker niet is. Milan spreekt over zijn “piemel”. En voor dat deel van Cato gaan we eens iets moeten verzinnen. Maar we wachten daarmee tot ze zelf met vragen komen. Bij Milan ging dat eigenlijk zeer vanzelf…

    Er zijn inderdaad altijd mensen die niet nadenken… Ik laat de kinderen altijd in de wachtzaal spelen als er beladen gesprekken ontstaan. Als een moeder vlakaf zegt dat ik geen energie in de maaltafels moet steken want dat hij het toch nooit gaat snappen (uiteraard terwijl hij erbij staat) dan slik ik eens en duw hem zachtjes in de richting van de wachtzaal waar hij een boekje mag gaan lezen.

  6. Ik zeg de therapeuten ook bij naam eigenlijk: tiemen gaat naar juf karine en maren naar Eva… of de functie: ik durf aan tiemen al eens vragen ’s avonds of hij bij de logopediste geweest is… maar therapie nee dat zou ik ook, neit zeggen denk ik…

  7. Tjah, verbloemingen. Soms zijn die wel gepast, zoals ik vind bij jullie ‘oefeningen’, omdat het anders de verkeerde lading meekrijgt, maar soms geven ze me het gevoel dat het ergens een taboe van maakt. Mijn zus is geboren met een mentale handicap en wij noemen dat ook gewoon zo: een handicap. Daar is niets mis mee en het woord betekent voor haar ook helemaal niets negatiefs. Maar wanneer anderen het over haar hebben doen ze dat vaak in verbloemende termen: ze heeft een “mentale achterstand” of een “beperking”. Die woorden vind ik persoonlijk veel erger dan “handicap”. Mijn zus is anders en dat erkennen we, maar woorden als beperking en achterstand maken het alleen maar moeilijker voor haar om toch een zo vol mogelijk leven te gaan leiden, omdat ze focussen op wat ze niet kan, in plaats van op wat ze nu eenmaal onvermijdelijk heeft. Heb ik dat wat duidelijk gezegd? 🙂

  8. Dat klinkt inderdaad een beetje zwaar he, therapie. Ik vind oefeningen eigenlijk niet echt een verbloeming, want dat doet ze daar uiteindelijk he. Wij spreken hier ook altijd van “Tine”, bij wie mijn dochtertje kine volgt. Ik steek het zeker niet weg tegenover anderen, het hoort er gewoon bij. Mona is nog klein en nu stellen haar vriendjes zich ook geen vragen dat ze op vrijdag vroeger naar huis gaat. En tegen dat ze dat besef hebben, is het voor hen ook zodanig een routine geworden dat ze er volgens mij niets meer gaan over vragen of dat ze gewoon zegt dat ze gaat oefenen voor haar voetje bij Tine. Haar nachtspalkje noemen we hier gewoon haar botje of laarsje. En de meisjes, die hebben hier een pietepoetje 🙂

  9. Wij gebruiken ook verbloemende woorden. Poepje (klopt eigenlijk niet, maar daar malen we niet om) en piemeltje. Om de eenvoudige reden dat vagina en penis moeilijker zijn.
    Mensen gebruiken verbloemende woorden niet omwille van de kinderen zelf, want voor hen hebben die woorden nog geen gevoelswaarde, zoals ze voor ons wel hebben. Eigenlijk doen ze dat dus voor zichzelf. ‘Therapie’ klinkt inderdaad zwaarder dan ‘oefeningen’. Ik vind dat ouders het woord moeten gebruiken waar ze zich het best bij voelen, maar dat betekent inderdaad dat ze soms raar opkijken van de woordenschat van andere ouders. Gevoelswaarde is bovendien persoonsgebonden, of toch vaak.

Reageer

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s