Groepsgevoel

De vader staat aan de zijlijn van het voetbalveld. Het is wedstrijd en hij moedigt zijn zoon aan. Wissel. Plots gaat hij uit zijn dak. ‘Oe! De goede moeten blijven! Laat die prutsers toch op de bank zitten. Losers!’ Negen jaar zijn de kinderen waar hij het over heeft. Geen van hen zal ooit op nationaal niveau spelen. Voor een onderwijzer kan dat tellen. ‘Voetbal is nu eenmaal een competitiesport. Het doel is om te winnen. Toch?’
Zondagnamiddag op de Chiro. Er worden ploegen gevormd en ook hier worden steeds dezelfde kinderen laatste gekozen. Nina is er zo eentje, en ook in de pauze staat ze altijd alleen. De leidsters van zestien jaar lijken het niet te beseffen. Ik neem het hen niet kwalijk: hoe waren we toen zelf?
Mijn lieve schat bijt dapper door. Ze klaagt niet, maar leuk vind ze de jeugdbeweging nog steeds niet. Chips en cola tijdens de pauze maakt de middag gedeeltelijk goed. Maar als ouder wankel ik. De grens tussen stimuleren en pushen is dun, zeker als je zlf niet meer heel overtuigd bent van de richting.

Advertisements

16 gedachten over “Groepsgevoel”

  1. Het is misschien wat naiëf, maar ik vind wel dat je de leiders van de jeugdbeweging daar op kan aanspreken. Misschien kiezen ze gemakkelijkheidshalve altijd voor een bepaald soort spel of activiteit waar Nina het lastiger mee heeft. Ik ben er zeker van dat er ook activiteiten zijn waar Nina wel een meerwaarde in je team is. Het is natuurlijk wat lastig om altijd maar weer de aandacht op je kind te gaan leggen, maar een jeugdbeweging moet voor iedereen plezant zijn.

  2. Heb zelf jarenlang langs de lijn gestaan als supporter van mijn kinderen bij de voetbal en ook gezien dat enkele kinderen amper aan spelen toekwamen. Teleurstellend inderdaad dat ze in de leiding bij de clubs nog steeds niet goed door hebben dat de meeste kinderen voor hun plezier op een sport gaan en niet eens zozeer om altijd maar te winnen.

  3. Ik heb het nooit begrepen waarom de leerkracht in turnen de ploegen altijd zelf liet kiezen. Dn krijg je dat, ik was ook altijd diegene die bij de laatsten overbleef. Maar ach, gelukkig was het alleen in de turnles, dus dan leer je ook gewoon snel dat dat misschien niet je sterkste kant is, maar andere dingen wel…

  4. Goh An, we hebben er woensdag al even over gebabbeld he. Ik zou het niet langer volhouden. Je probeert het ook al een tijdje he. ’t Is niet alsof je opgeeft na 2 keer. Ik heb jaren zelf leiding gegeven; ik ben heel erg pro jeugdbeweging, maar voor sommige kindjes werkt het niet vind ik persoonlijk:). Maar waarschijnlijk ben ik gewoon veel te gevoelig omdat onze kindjes toch net iets anders zijn, net wat gevoeliger dan de rest.
    Niet makkelijk he;)

    1. Waarom probeer je niet eens een inclusieve jeugdbeweging zoals Sint-Petrus Akabe scouts? Mijn dochter gaat naar Sjim Akabe scouts maar dat is dus niet inclusief. En dat kan misschien te confronterend zijn voor je dochtertje. Die zijn beiden in Gent.

      1. Nina doet het doorgaans zeer goed, op kamp en in de turnclub bijvoorbeeld. Alles hangt af van de begeleiding. Het is gewoon een keuze. Het gaat ook niet echt om Nina, maar meer om die competitiedruk overal, en het ok vinden van volwassenen om kinderen die net iets minder presteren gewoon te dumpen. Alle, tegen dat jongetje van de voetbal ga je toch ook niet zeggen: misschien kan je naar een speciale sportschool voor inclusie? Vroeger had je een paar topclubs, waar druk er bij hoorde. Nu lijken steeds meer clubs en organisaties er aan mee te doen.

  5. ik was ook altijd de laatste die gekozen werd. Dit heeft er voor gezorgd dat ik altijd een hekel gehad heb aan teamsporten. Gevolg is dat ik nog steeds vechtsporten beoefen waar vooral het individu telt.

  6. Het is van alle tijden, An. Ooit had ik een turnleraar (in het middelbaar) die zo lui was als wat. Hij had twee opdrachten in de les: ofwel duurloop (kon hij mooi aan de kant blijven staan tetteren met iedereen die langskwam), ofwel gaf hij voetbal. Dan stond ik bij de ploegverdeling naar de wolken te kijken omdat ik wist dat ik niet dé uitverkoren speler zou zijn. Eén ding interesseerde mij: de bal vermijden :). Op den duur weet je het wel…

  7. Ik kan er van meespreken , ik ken het beiden, mama van 2 zonen waarvan de ene erg sportief en in elke sport een succes, de andere vanwege zijn problematiek (DCD) helemaal het tegenovergestelde. Mijn mening is misschien net iets anders dan jullie mening, ik praat nu even over de sportieve zoon, er zijn zoveel kinderen die bij hem in de club zitten die tegen wil en dank moeten sporten van de ouders, die totaal niet gemotiveerd zijn en mopperen als iets van inspanning moeten leveren,de verveling staat op hun gezicht te lezen, die ouders verwachten dan wel dat hun kind elke week in de ploeg staat, laat ons eerlijk zijn, ook niet leuk voor de kinderen die goed kunnen sporten en soms mindere resultaten halen door die kinderen , en dan heb ik het niet over inzet hoor, want dat moet altijd beloond worden. En ja, in de ideale wereld zouden alle kinderen hier voor open moeten staan, en zou er minder prestatiedruk moeten zijn, maar dat is niet de leefwereld van de kinderen, relativerend denken en inlevingsvermogen is een leerproces en sommige ouders zitten daar nog steeds in 😉 Ouders die kinderen afbreken en aan de zijlijn uit hun dak gaan zijn natuurlijk nooit goed te praten … jammer genoeg vind je ze overal . Als je ziet dat je kind niet goed is is sport, of een probleem heeft, waarom je kind dan dwingen, wordt hij/zij daar gelukkiger of beter van ? In een inclusieclub misschien wel , en dat begint het verhaal van de andere zoon, die nooit sportief geweest is maar die erg genoot van het sport- en spelaanbod en gelukkig naar huis kwam omdat hij voelde dat hij niet de enige was die problemen had, en in plaats van negatieve reacties kreeg hij veelal complimenten. En verder kozen we voor hem geen hobby’s waarvoor goede motoriek vereist was, maar hobby’s waarbij zijn andere kwaliteiten aan bod kwamen, hij volgde bv in de lagere school webdesign en was daar zo goed in dat hij de andere (grappig genoeg ook één van de toppers in sport) mocht helpen en ondersteunen die daar minder in presteerden. Ook is hij enorm creatief , iets waar de andere zoon dan weer jaloers op is, want ook daar ouders die vergelijken . Mijn advies, kies een hobby op maat van het kind , elk kind heeft zijn talenten, bij de ene sport , bij de andere iets anders…. Prestatiedruk is mijns inziens niet te vermijden ,(begint al op school ) hoe jammer dat ook is, het belangrijkste is dan dan je kind gelukkig is in wat hij doet in de vrije tijd.

    1. Ik ben het met je eens… al is het niet zo zwartwit. Nina wel een Chiro-type meisje, heel gemotiveerd, speelt graag spelletjes, het groepsgevoel enzovoort. Het is een beetje zoals bij voetbal: er bestaan wel echt jongens die motorisch niet zo sterk zijn en toch graag voetbal SPELEN, en die misschien wel een meerwaarde kunnen hebben in de groep (door hun enthousiasme). Waar het mij om gaat is het groepsgevoel, en niet iedereen voor zich. Voetbal net als chiro zou moeten een ploegsport zijn: WIJ, het team. Nu hoor ik alleen nog verhalen over mijn zoon dit, mijn kind dat. Ook volwassenen doen dat zo. Iedereen moet zijn eigen rekening maken. Dat is zo zonde, soms. En een hobby kiezen op maat van je kind, is keuzes maken op voorhand. Volwassenen moeten keuzes maken op basis van hun mogelijkheden. Kinderen zitten net in die fase dat ze zouden mogen dingen proberen, zichzelf vinden, zonder daar meteen een negatief zelfbeeld aan over te houden.

      1. mooi gezegd… ik zou dit gewoon eens aan de leiding van de chiro zeggen… kinderen laten kiezen is niet meer van deze tijd… er zijn zo veel andere leuke manieren om groepen samen te stellen. Tellen 1-2-1-2 en dan 1 samen, 2 samen of 1 schoen uitdoen op een hoop gooien en dan schoenen verdelen in 2 of meer groepen. Laat het toeval ook eens beslissen en stuur zelf ook eens de groepen aan. Misschien leert de chiroleiding daar iets van 😉

  8. Er zijn didactische methodes om bv groepen in te delen waarbij toeval een rol speelt…natuurlijk zullen de 16 jarigen dat nog niet kennen. Kan je niet op een heel vriendelijke manier bij de hoofdleiding hierover praten, mss kunnen de leiders dan een soort vorming krijgen…en het besef hoe erg het is voor een kind om een beetje uitgesloten te worden. Deze jongeren hebben een verantwoordelijkheid (ook al weten ze dat zelf amper) en ook al is het maar ‘scouts’ of ‘chiro’….ze werken hier wel mee aan het zelfbeeld dat een kind vormt…
    Alles staat of valt met de leiding, ik vind niet dat je kind daar de dupe van moet zijn, praat er eens over met hen, ze beseffen het vast niet eens.

  9. Spreek gewoon die leiding er op aan, het is niet omdat ze het niet zien dat ze er niets willen aan veranderen. Ik ben zelf leiding en groepsleiding en zou het heel erg vinden dat ouders je niet wijzen op de gebreken van de leiding. Uiteraard is elke leiding anders en staan zijn er misschien minder voor open, maar eens proberen kan geen kwaad. Ik was zelf 16 toen ik voor het eerst voor een grote groep jonge kinderen stond en was toen blij met elke feedback die ik kreeg (wat nog steeds het geval is)

  10. Het is wel zo dat de leiding in een inclusieve jeugdbeweging meer betrokkenheid voelt bij kinderen die het iets moeilijker hebben. Zij hebben daar gewoon oog voor, zij hebben soms een broer of zus met een beperking, zij werken in de sociale sector, doen studies in de sociale sector… De leiding van de Akabe scouts zijn zo betrokken bij die kinderen, zo mooi om te zien. Je kan het een leiding niet kwalijk nemen dat ze niet altijd rekening houden met kinderen die het wat moeilijker hebben. Maar je kan ze daar zeker op wijzen. Mijn zoon zit in de jeugdbeweging hier in het dorp. Daar zit een jongen met een autismestoornis die school loopt in het buitengewoon onderwijs. Mijn zoon van 13 had onmiddellijk door dat die jongen het moeilijk had. Hij vroeg mij om die leiding daarover aan te spreken. De leiding wist dus van niks, de ouders hadden niks gezegd. Nu wordt er dus wel rekening gehouden met die jongen. Ik heb vier kinderen, waarvan dus Rosalie met DS en autismestoornis. Allemaal zijn ze verschillend. Mijn andere dochter kan absoluut geen druk af. Daar houden we rekening mee. Ze heeft net notenleer stopgezet omdat de combinatie met andere hobby’s teveel werd. Maar mijn 2 zonen leven zich uit in voetbal, zij zijn heel gedreven, spelen ook goed en doen er alles aan om elke week 2 trainingen en 1 wedstrijd niet te missen. En de trainer doet er alles aan om iedereen te laten spelen. Maar o wee als één van die jongens zich niet inzet. Ze zijn gewoon kwaad op mekaar. Competitie kan toch ook gezonde competitie zijn?

  11. Momenteel lijk je in deze prestatiegerichte maatschappij wel kinderen te moeten hebben die meteen ergens op af stappen, meteen brutaal zijn, meteen met andere kinderen gaan spelen. Kinderen die de kat uit de boom kijken en niet van wilde spelletjes houden lijken wat buiten de boot te vallen. Ik heb zelf nog niet zo veel ervaring met dit soort dingen omdat mijn zoon pas 2,5 is (en een kat-uit-de-boom-kijker), maar ik zou misschien ook aan de leiding vragen om de ‘verlegen’ kinderen eens teamcaptain te laten zijn en een team samen te stellen. Ik denk dat er dan namelijk heel interessante teams kunnen ontstaan, wat voor de kinderen (en leiding) misschien heel verfrissend zou kunnen zijn.

Reageer

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s