Zonder titel

‘Sander was mijn held, mijn stoere strijder’, vertelt Bosman. Het koppel was zeven jaar samen toen bij hem lymfeklierkanker werd vastgesteld. Zes jaar lang vochten ze samen tegen de ziekte. ‘Als ik erdoor zat, ging hij om champagne en sushi, en zong hij liedjes voor me in de douche.

Maar op den duur kwamen we in een isolement terecht. Hij liet niemand anders toe. Ik was de enige op wie hij steunde. Dat heeft me verpletterd, het was te zwaar.

Toen ze geen puf meer hadden om elkaar te steunen, zijn ze ten onder gegaan aan angst en wanhoop. ‘Zelfs als Sander even beter was, was er voortdurend de angst voor een terugval.

‘Het lukte ons niet om eruit te komen, ik was op. Hij was niet meer de man die ik kende, we maakten elkaar niet meer gelukkig. ’ (De Standaard)

Advertenties