Buitengewoon onderwijs is helaas nog vaak de beste optie

Zegt nog eens haar gedacht over dat nieuwe M-decreet, in de krant van vandaag 😉

Toen enkele jaren geleden bleek dat mijn dochtertje Nina iets minder snel leerde dan haar leeftijdsgenootjes, was dat even slikken. Niemand ziet zijn kind graag sukkelen. Geen enkele ouder stuurt zijn kind met plezier naar het buitengewoon onderwijs, het BLO van vroeger. En toch kozen we, tegen het advies van het CLB in, voor type 8-onderwijs. Je uiterste best doen om (in het beste geval) met de hakken over de sloot te geraken, ik wou het haar niet aandoen. Schoolmoeheid leek ons een te groot risico.

‘Waarom zou je het niet gewoon proberen? Je kan toch altijd nog naar het buitengewoon afzakken?’ Buitenstaanders begrijpen het vaak niet. Kiezen voor geluk in plaats van voor prestatie, het is een beetje tegen de tijdgeest. Nina leert nu met veel plezier lezen en schrijven, samen met zeven andere ‘specialekes’. Ze gaat buiten-gewoon graag naar school en blinkt van zelfvertrouwen.

‘Alleen als het gewoon onderwijs meer rekening houdt met gehandicapte kinderen, zullen die kinderen minder nood hebben aan buitengewoon onderwijs’, schrijft Gauthier De Beco in de krant (DS 3 september). En, zo is hij overtuigd, ‘bij voldoende middelen, volgt de rest wel vanzelf’. En net daar wringt het schoentje.

Inclusie is ook in mijn ideale wereld de enige juiste keuze. Maar binnen ons huidig onderwijssysteem houd ik toch mijn hart vast. Veel gewone scholen hebben totaal geen idee van wat hen te wachten staat volgend jaar, als het M-decreet van kracht wordt. Dat bepaalt dat kinderen met een beperking in theorie ‘recht’ hebben op gewoon onderwijs. Het is een mooi en ambitieus ideaal, maar over de concrete uitwerking is nauwelijks nagedacht. Want de ene beperking is de andere niet. Slechthorende kinderen vragen een geheel andere aanpak dan iemand met dyslexie of autisme. En die kennis leer je niet op in één infoavond. Inclusie begint eigenlijk al in de opleiding van de leerkracht.

En van veel extra middelen voor de gewone scholen is er voorlopig ook geen sprake, integendeel. Scholen kampen nu al met financiële problemen. Geld voor kleinere klassen, aangepast didactisch materiaal en infrastructuur is er gewoon niet. En met een deeltijdse zorgjuf en een rolstoelvriendelijk toilet gaan we er niet geraken. Erger nog: het M-decreet heeft veel weg van een besparing op het buitengewoon onderwijs: hoe minder kinderen erheen trekken, hoe beter, lijkt het wel.

Echte inclusie vraagt veel extra begeleiding, veel extra materiaal en dus ook veel extra geld. Zonder al die zaken zullen die zogenaamde ‘aangepaste leerdoelen’ gewoon synoniem staan voor ‘de lat lager leggen’. Onderwijs heeft niet als doel om kinderen bezig te houden, maar wel om ze te laten groeien, elk binnen de eigen mogelijkheden. Kinderen met extra zorgnoden dumpen in gewone klassen, dat is geen inclusie. Je hoeft geen pedagoog te zijn om te voorspellen wat er allemaal kan misgaan: pestgedrag en schoolmoeheid met een totaal afhaken als gevolg. En wat dan?

Moesten we beginnen met gewone leerlingen op gewone scholen ook daar daadwerkelijk op te vangen, in plaats van ze massaal door te sturen naar logopedisten en andere naschoolse therapie. En pas dan kunnen we misschien beginnen praten over de echte inclusie van zorgkinderen.

schoolfeestninax-24-van-24

Advertisements

77 gedachten over “Buitengewoon onderwijs is helaas nog vaak de beste optie”

  1. “M-decreet heeft veel weg van een besparing op het buitengewoon onderwijs” en ik vrees dat je gelijk hebt. De verplichte eindtoets in het zesde die eraan komt om scholen te evalueren boezemd me ook angst in. Veel kinderen gaan op bepaalde scholen gewoon niet meer welkom zijn als ze de resultaten naar beneden halen denk. In het verleden stuurde ze kinderen door naar het bo maar als daar de deur ook dicht moet blijven? Als het M decreet er toch door moet komen zouden ze alle scholen moeten verplichten een X aantal zorgleerlingen onder hun hoede te moeten nemen.
    Een heel mooi eerlijk geschreven stukje in de krant. Bedankt

    1. Is geen besparing! Telt ook voor leerlingen met leerproblemen. Nu is het een gunst en het wordt een recht. Ik heb het over kinderen met dyscalculie en dyslexie.

      1. Beste Clella, ik denk dat je bruut wakker zal worden… dat recht zal uitgehold worden doordat er nooit voldoende middelen zullen vrijgemaakt worden voor de ondersteuning van leerlingen en leerkrachten in het gewone onderwijs… de laatste twintig jaar zijn allerlei maatregelen genomen i.v.m. met personen met een beperking en ze waren (bijna) allemaal besparingen, zij het soms zeer mooi ingekleed…

    2. Ik begrijp de angst. Het is dan wel een besparing op BUITENGEWOON, maar niet op onderwijs. De vrijgekomen middelen worden ingezet in het gewoon onderwijs.

      1. Beste Bert Mariën. Wat jij zegt is de mooie theorie, de theorie die door de officiële instanties wordt verkondigd. Eerst zien en dan geloven. Op verschillende manieren zal het wel een besparing zijn. Neem bvb. het CLB. CLB’s worden gesubsidieerd per leerling die ze begeleiden. Dat gebeurt, als ik het goed verstaan heb, via een puntensysteem. Een leerling in het BuSO bvb. genereert 7 punten. Een leerling ASO echter maar één punt. de rest ligt daartussen. Een leerling BSO krijgt 3 punten dacht ik… Wel, voor elke leerling die van het BuSO overschakelt naar het BSO is dat al een besparing, want minder punten voor het CLB en dus minder personeel. En dat terwijl ze net meer zullen moeten doen. En ik ben echt benieuwd of al die personeelsleden die ‘overtallig’ worden in het BO echt naar het gewone onderwijs gaan kunnen om daar te begeleiden… er is in het verleden al zoveel gezegd en geschreven waar het de financiering van de ondersteuning van personen met een handicap/beperking aangaat dat ik het niet meer geloof. In m’n carrière in vrijetijdsbesteding, welzijn en onderwijs heb ik vooral ‘besparende’ ingrepen leren kennen… jammer, maar dit is het wat ik ervaren heb…

  2. je hebt gelijk
    al moet ik zeggen dat het M decreet eigenlijk al jaren aan de gang is 😉
    in het lager zie ik al heel wat leerkrachten met veel tools om om te gaan met zo’n kinderen
    “ALS” de klassen beperkt blijven natuurlijk
    maar in het secundair… diepe zucht…

    1. Inderdaad, in het secundair wordt/is het een ramp. Sommige leerkrachten kunnen het geduld opbrengen bij ‘zorgkindjes’ maar velen niet. En zoeken naar een school waar het beter is… Nouja, ik vind er geen. Het blijft heel moeilijk en het M decreet zal het enkel moeilijker maken, vrees ik.

    2. En in het secundair gaat het vaak zelfs niet eens over de tools, maar ook over de structuren en de wetgevingen die niet aangepast zijn. Dat worden we zelfs in het BuSO gewaar. Door zijn leerkrachten en scholen soms in hun mogelijkheden en hun aanpak beperkt…

    3. Als juf van een lagere school kan ik zeggen dat ik al jaren werk met het m-decreet en dat ik elk jaar mijn job zie verzwaren. In een klas in de lagere school zit gemiddeld 1 kind dyslexie, 1 met dyscalculie, 1 met ASS, 1 met ADHD, 1 met NLD. En elke ouder wil het beste voor hun kind maar ook als juf wil je uit elk kind het beste halen. Maar hoelang ik dit kan met alle extra administratie, bewijzen om aan te tonen dat we het goed doen. Wel burn out is door het M-decreet weer een serieus stapje dichter voor velen onder ons. En dan te bedenken dat ik zo moet werken tot mijn 65. Ik weet niet of dit echt haalbaar is. Beste minister, kom eens een jaartje in mijn schoenen staan of moet ik zeggen kabinetsmedewerkers.

  3. Ik ben een voorstander van inclusie, maar wat je schrijft is helemaal correct. Inclusie kan enkel goed gaan als er véél middelen worden vrijgemaakt.

    Ina: scholen mogen niemand weigeren op basis van de resultaten op die toets. Hopelijk zal dat ook in de praktijk zo zijn.

  4. sja sja sja ik weet niet goed wat schrijven, allé ik wil vanalles schrijven. Dat je overschot van gelijk hebt natuurlijk dat ih huidig onderwijslandschap echte inclusie een utopie is. maar ook dat er echt wel al mooie voorbeelden zijn van hoe het wél kan. onze vriend W. die net zijn tweede middelbaar gestart is in het beroepsonderwijs bv, die ook ih lager een heel mooi inclusieparcorus aflegde… het kàn echt wel maar momenteel is daar te veel inbreng van de ouders (inbreng op alle vlak) voor nodig waardoor het iets voor de happy few is. Ik weet niet met mijn beperkte middelen hoe lang ik mijn dochter nog dat inclusietraject kan aanbieden, het financiele plaatje zal ons uiteindelijk de das omdoen vrees ik.

    1. Ik heb een zoon van 9 met dysfasie. Het is waar dat we voor alles zelf zorgen, maar dat hebben we ervoor over. Een school vinden waarvoor ze openstaan is niet gemakkelijk. We hebben het nu wel gevonden en het gaat goed. Hij krijgt elke voormiddag ondersteuning van een stagiair (UGent). Het is zijn laatste jaar recht op GON en hij volgt 1,5 uur logo per week. Het is zwaar voor ons allemaal, maar wel de moeite waard. We hebben natuurlijk nog schrik voor het middelbaar. We maken ons zorgen vooral voor het eerste en tweede middelbaar. Nog eventjes tijd, maar toch….
      Het Buitengewoon onderwijs moet blijven bestaan, maar ook inclusie. Niet elk kind past in het Buitengewoon Onderwijs. We hebben al zeer mooie resultaten gezien bij andere kinderen. Is daarom dat ik ervoor zal blijven vechten. Het gaat trouwens hierover gemiddeld 1 kind per klas. Natuurlijk met redelijke aanpassingen….
      Beste leerkrachten, zoveel zal er niet veranderen. Ga naar studiedagen, lees er meer over en bezoek scholen waar ze het al aanbieden. Veel hangt van het kind en de ouders af. Als je een kind ziet evolueren, dan geef je dat toch meer voldoening. Niet waar… 🙂

      1. Heel juist gezien dat beide moeten blijven bestaan, dat mensen moeten kunnen kiezen tussen gewoon en buitengewoon onderwijs. Maar nu is het jammer genoeg vaak zo dat ouders die bewust kiezen voor buitengewoon onderwijs scheef bekeken worden omdat ze zogezegd ‘de gemakkelijkste weg’ kiezen…

      2. Ik weet niet of er in het onderwijs tijd is om nog eens extra studiedagen & dergelijke erbij te nemen. Vaak ben je al zodanig bezig met studiedagen te doen om een klas zonder inclusiekinderen draaiende te houden. Studiedagen rond klasklimaat, rond pesten, rond anderstaligheid…. Die dingen moeten ook aangepakt worden. Als we ons alleen gaan richten op een inclusiekind dan blijven alle andere kinderen in de kou staan. Het is nu al zo dat we enorm veel aandacht besteden aan anderstalige kinderen omdat dit probleem maar blijft toenemen. Dus anderstalige kinderen, inclusiekinderen & dat in klassen van 25 leerlingen of meer? Ik hoop dat de minister binnenkort ook toverstafjes uit gaat delen…

      3. Ik heb in mijn klas ook een kind met dysfasie en ik doe er ook alles aan om hem zo goed mogelijk vooruit te helpen. Hij heeft nu 2uur GON per week, en ook zoals bij jullie 1,5uur logo per week waarvan een half uur op school… En ik heb er helemaal geen probleem mee om hem zo goed mogelijk te begeleiden, maar ik krijg zo weinig ondersteuning en info. Er zijn gewoon of te weinig middelen die ingezet worden hiervoor.
        En ik wil gerust nog zulke kinderen in de klas, mij ga je nooit horen klagen, maar er moeten ook gewoon veel meer middelen vrijkomen. (Waarmee ik niet negatief wil reageren op uw reactie 🙂 )

      4. Ik denk dat heel wat leerkrachten al heel veel doen, zeker in het lager onderwijs. Maar besef wel dat ook wij nog een leven buiten de school hebben en een gezin met ook kinderen die ook aandacht verdienen. Ik denk dat heel wat mensen niet beseffen hoeveel tijd leerkrachten effectief in hun job steken. Het kan niet allemaal en en en zijn, zonder dat daar hulp voor de leerkracht tegenover staat. Bovendien zou het toch moeten kunnen dat een leerkracht uit het gewone onderwijs kan profiteren van de expertise van de leerkrachten van het buitengewoon onderwijs, zodat niet iedere leerkracht het warm water opnieuw moet uitvinden zoals dat nu vaak het geval is.

  5. hoi ik was een leraar op een middelbare school. Ben nu met pensioen. Ik kan je bevestigen dat het zeer moeilijk is om kinderen met een achterstand of handicap op te vangen. Vooreerst zijn we er helemaal niet voor opgeleid en anderzijds weet je niet wat je te wachten staat. Ik geef een klein voorbeeld. Ik had een adhd leerling die zich normaal gedroeg zolang zijn medicatie werd genomen. Maar opeens tijdens een van de lessen stond hij op en met zijn nietjesmachientje ging hij zijn medeleerlingen te lijf en schoot hij de nietjes in hun gezicht armen etc. Er was geen enkele aanleiding of spanning. En toch gebeurt zoiets. Wat was het resultaat achteraf. LL had zijn medicatie niet ingenomen en de medeleerlingen wilden niet meer in de buurt van hem zitten. Iedereen beseft wat dit voor gevolg had. En zo kan ik vele voorbeelden geven. Ik kan wel stellen dat fysisch minder validen inderdaad gemakkelijker op te vangen zijn. Zelf vele ll vinden dat zelfs leuk. Maar kinderen met psychische gebreken is veel moeilijker en zelfs bijna niet te doen zolang we klassikaal werken en de leerkrachten ieder uur doen wisselen.
    Hoop dat men eens met projectscholen zouden willen starten waar leerkrachten leerlingen en ouders kunnen zoeken hoe het best zou werken en wat niet zal werken en van daaruit langzaam scholen minder validen laten leren ze te integreren. En zeker niet gelijk nu. Verplichten dat een school een x aantal minder validen zouden opnemen zonder enige begeleiding. Sommige ouders zullen waarschijnlijk niet akkoord zijn met mijn visie maar dat is niet zo erg.Ik wil ze alleen maar vragen hoe lang het geduurd heeft voor ze hun eigen minder valide kind begrepen en er naar konden handelen. Bedenk dan even hoe leerkrachten plots twee drie van die kinderen in de klas krijgen met uiteenlopende vormen van handicap en dan nog met 15 tot 20 andere kinderen. Bijna onmogelijk moet ik zeggen tenzij we gezamenlijk oplossingen vinden. Dank voor het lezen van mijn lange brief

  6. groot gelijk ! en ik spreek uit beroepservaring. in het secundair is het nog veel erger. het enige wat we als ouders en begeleiders kunnen doen is inspelen op en rekening houden met hun speciale noden en hun veel zelfvertrouwen bezorgen want dat hebben ze nog meer nodig dan andere kinderen.

  7. Zeer interessant. Inclusie (in zijn algemeenheid) wordt er in onze huidige maatschappij niet eenvoudiger op vrees ik. En als totale leek vraag ik me ook af of wat je eerst schrijft… gelukkige kinderen en inclusie een goede match zijn. Ik weet het niet.
    Maar dank je wel voor dit logje.

  8. Ik ben net als jij ook geen voorstander van “inclusie”,….niemand is hiervoor opgeleid noch voorbereid,…en laat iedereen toch op zijn eigen niveau groeien, men kan nu de taalachterstand van anderstaligen nog niet aan,….geef de kids wat ze nodig hebben,….en hou het onderwijs zoals het is,….

  9. Aanvankelijk riep de titel een gevoel van spijt bij me op. Maar verder lezend kon/kan ik me quasi volledig vinden in de gedachtengang… alleen…
    Wat is inclusie. Momenteel wordt het door de meeste mensen, de ‘goegemeente’ (en ook door de beleidsmakers) verstaan als ‘alles zo gewoon mogelijk’. Kinderen met een beperking moeten ‘allemaal zo veel mogelijk’ in het gewone onderwijs zitten. Volwassen met een verstandelijke handicap moeten allemaal in een huis in de rij wonen… Maar is dat wel echt inclusie…? Dan geef ik je groot gelijk als je schrijft dat het met het M-decreet niet de goede kant opgaat. Ik ben ook de overtuiging toegedaan dat het M-decreet een nauwelijks verholen besparingsoperatie is. Alleen al de nadruk die beleidsmakers leggen op het feit dat het niet zo is maakt me achterdochtig. …
    Maar ik gebruik een andere definitie van inclusie. Een inclusieve maatschappij is een gemeenschap waar iedereen een eigen en gewaardeerde plaats heeft. Als het dan gaat over kinderen en onderwijs kan dat in het gewone onderwijs zijn voor kinderen met een beperking. De waardering slaat dan op het feit dat er inderdaad voldoende ondersteuning moet zijn. Want bij elk kind moet het uitgangspunt zijn dat het die vorm van onderwijs en ondersteuning moet krijgen die het best (perfect?) bij zijn mogelijkheden en beperkingen aansluit. En dat kan ook in het buitengewoon onderwijs zijn. En dan blijf ik het jammer vinden dat u ‘helaas’ in de titel schrijft.
    De keuze zou niet mogen zijn ‘buitengewoon of gewoon’ onderwijs, maar de keuze zou moeten gaan tussen de verschillende plaatsen waar het kind/de jongere onderwijs vindt dat best bij zijn mogelijkheden aansluit en daarbij rekening houdt met zijn beperkingen.
    Ik begrijp de reacties van mensen die schrijven dat het in het lager soms nog een stuk beter, makkelijker gaat dan in het secundair. Dat heeft misschien soms met de personen te maken, maar ook vaak met de structuren… Ik werk zelf in het BuSO (type 2 – OV1 en 2)en zelfs daar worden we regelmatig gewaar dat we een aantal dingen die we zouden kunnen/moeten doen die goed zijn voor de jongeren, dat we die niet kunnen doen omdat de wetgeving of de structuren het niet toe laten. Op dat gebied heeft de wetgever nog veel werk.
    Ik ben het eens met je en alle anderen die zeggen dat een voorwaarde om kinderen met een beperking het gewone onderwijs de juiste ondersteuning te kunnen geven een verhoging van de middelen is. De middelen moeten omhoog. Maar ik durf ook stellen dat er nooit voldoende middelen zullen of kunnen zijn om alle kinderen daar een voldoende ondersteuning te geven, zowel om hun mogelijkheden te ontwikkelen als om hen gelukkig te kunnen maken in het gewone onderwijs. Maar zelfs moesten er onbeperkte middelen zijn, dan zou het nog blijken dat voor een deel van de kinderen/jongeren het buitengewoon onderwijs de beste oplossing is.
    De cruciale vraag is altijd dezelfde geweest. Ze is nog altijd dezelfde en zal altijd dezelfde blijven. Zijn we als gemeenschap, als maatschappij bereid om te zoeken wat de beste manier is om mensen met een beperking te ondersteunen, en zijn we bereid om voldoende middelen te geven voor die ondersteuning.

    1. Ik vond het woordje ‘helaas’ ook pijnlijk. Ik geef zelf aan kinderen type 8 onderwijs. Alle ouders zijn achteraf ontzettend blij dat ze die stap hebben genomen om te kiezen voor buitengewoon onderwijs. Vooral krijgen ze opnieuw een band met hun kind. Kinderen die recht hebben op buitengewoon onderwijs moeten dit ook krijgen. Trouwens in het gewoon onderwijs zitten ze al met 30 tegen elkaar geplet. Laat staan dat iemand met beperkingen daar nog bij moet. Dat zal het welbevinden van dat kind zeker versterken! In het buitengewoon onderwijs zitten we maximum met 10. Dus kunnen de leerkrachten kort op de bal spelen waardoor er sneller en efficiënter kan gewerkt worden. En ja, sommige van die kinderen gaan ook naar het ASO.

      Nog een kleine bedenking: zijn het de kinderen die absoluut naar het gewoon onderwijs moeten OF zijn het de ouders die NIET willen dat hun kind naar het buitengewoon onderwijs gaat.

      De oorzaak ligt bij de maatschappij die neerkijkt op het buitengewoon onderwijs. Pascal Desmet heeft als sociale minister dit ook nog eens extra in de verf gezet!
      Hij had beter de maatschappij aangepakt waarbij de mensen waardering krijgen voor zowel gewoon als buitengewoon onderwijs.

      Het buitengewoon onderwijs is ontstaan om zorgbehoevende kinderen gelijke kansen te geven zoals kinderen in het gewoon onderwijs.
      Nu gooit men die zonder nadenken (en zonder middelen) samen om de publieke opinie te sussen in plaats van die grondig te informeren zodat ze een betere kijk hebben op het onderwijs.

      Inclusie is enkel mogelijk indien er kleinere klassen komen (max 15 leerlingen per klas) en meer werkingsmiddelen. Zoniet is inclusie een flop tot grote frustraties van de ouders (en kinderen in het bijzonder) die zand in hun ogen gestrooid kregen van de toenmalige Vlaamse regering.

  10. Ik vind het jammer dat er in dit artikel niets gezegd wordt over GON-begeleiding. Zij helpen kinderen uit het buitengewoon onderwijs integreren in het gewoon onderwijs en weten met hun opleiding logopedie wel hoe ze bevoordeeld kinderen met dyslexie moeten begeleiden, maar ook hoe ze kinderen met een gehoordtoornis kunnen begeleiden.

    1. De GON-leerkrachten doen idd hun best om deze buitengewone kinderen in t gewoon onderwijs te begeleiden, maar met hun schamele tijd, met wat geluk 2 lesuurtjes per week, kunnen ze ook geen wonderen verrichten….

    2. Beste. Het is jammer dat de GON- begeleiding niet vernoemd wordt in dit artikel, maar laten we ook bij het concept GON de kanttekening maken dat de maximale begeleiding van 4uur per jaar, ieder jaar van de schoolloopbaan voor een heel deel zorgkinderen te weinig blijkt te zijn. Bovendien hebben niet al de zorgleerlingen recht op deze maximale begeleiding, vaak moeten ouders een keuze maken in welk jaar ze GON inzetten en in welk jaar ze het er zonder gaan doen. Voor de kinderen die een kleinere zorgbehoefte hebben kan dit wel voldoende en dan is de GON begeleiding een zeer mooi en waardevol concept dat zeker behouden moet worden. Maar het is en blijft een concept met toch we wat beperkingen op vlak van middelen en mogelijkheden.

    3. Akkoord dat GON- en ION-begeleiding zeer belangrijk is. Toch wil ik hierbij een opmerking maken.
      GON-begeleiding is amper 80 minuten per week? De rest van de week sta je er alleen voor.
      Daar moet ik nog eens bij zeggen dat veel GON-begeleiders ook jong en onervaren zijn en het soms zelf helemaal niet weten.

  11. Als mama ben ik superblij dat onze zoon dit jaar nog kon instappen in een type 8-school.
    Ik ben het eens dat vele scholen nog niet de middelen hebben voor het M-decreet. Niettegenstaande het CLB vond dat hij beter zou blijven zodat de leerkrachten zich op deze manier konden voorbereiden op het M-decreet, kon het voor ons niet op tegen de ervaring van deze experts in de gespecialiseerde scholen.
    Wij hebben GON-begeleiding gehad voor 1 jaar en waren supertevreden, maar uiteindelijk is het toch weer een extra inspanning voor ons kind. Hij werd op alle vlakken begeleid en geholpen, ook thuis. Ik verlangde om terug gewoon mama te zijn en geen extra juf. De druk moest van de ketel voor iedereen. Ons kind moest terug kunnen ademen ipv altijd “bij te werken”. Ik ben blij dat wij de keuze nog hadden…

    1. Dit voel ik ook zo aan, Anne. Mijn normaal begaafde zoon met ASS zit nu nog in het ‘gewone’ onderwijs, maar ik besef hoe langer hoe meer dat dit voorlopig nog lukt omwille van de intense hulp die hij hoofdzakelijk thuis krijgt. We doen alles zelf, zonder familie of thuisbegeleiding te kunnen inschakelen en dat wordt stilaan erg zwaar om dragen. De keuze voor het secundair wordt nog een hele moeilijke…

  12. Het inclusief onderwijs is natuurlijk de ideale wereld maar ik vrees dat er nog meer leerkrachten zullen afhaken hoe graag ze hun job ook doen. Ik sta in het eerste leerjaar ( 21 leerlingen ) en in de eerste week van het schooljaar werd ik reeds genoodzaakt sterk differentiatie in te voegen zowel op gebied van inhoud als tempo ! Ik wil er voor zorgen dat kinderen zich niet vervelen, school leuk vinden en het gevoel hebben iets bij te leren ! Na de klassikale instructie ga ik de opdracht kort vertellen aan een Franstalig kind , nadien nog eens aan een Engelstalig kind en dit terwijl een lesuur maar 50 minuten duurt ! Daarbij wil ik ook nog mijn sterke leerlingen uitdagen en iets bijleren en mijn zwakkere leerlingen individueel of in kleine groep extra uitleg geven ! Een kind zei:” Amaai juf, jij loopt nogal van het ene kind naar het andere ?” Gelukkig doe ik mijn job zeer graag, heb ik al vele jaren ervaring en is differentiëren mij niet vreemd . Ik heb medelijden met startende leerkrachten die dit zouden meemaken en daarbij nog al het bijkomende ! Na schooltijd verbeteren, agenda schrijven, jaarplannen opstellen, observaties en daarbij de passende remediëring noteren, middagtoezichten, vergaderingen, …. Ik had het best zwaar deze eerste schoolweek en houd mijn hart vast voor het M-decreet . Er zal iemand het slachtoffer worden vrees ik : de leerkracht ( hoe graag ze ALLE kinderen zal willen helpen) of sommige kinderen … Maar ja … Misschien toveren ze iets onvoorstelbaars uit hun hoed in Brussel !

    1. In Brussel hebben ze al iets uit de hoed getoverd… het M-decreet zelf… en behalve de leerkrachten zullen ook en vooral veel kinderen en jongeren het slachtoffer worden vrees ik.

  13. Ik ben zelf leerkracht, al vele jaren, met veel goede wil en een groot hart voor alle kinderen. Maar ik ben geen specialist. Ik laat mijn huisarts ook geen hartoperatie doen….. De leerkrachten in het buitengewoon onderwijs zijn wel specialist om met buitengewone kinderen om te gaan.

      1. Ik vind het nogal kort door de bocht om te zeggen dat ze in het buitengewoon onderwijs niet leren lezen en schrijven. Dan moet je dringend eens school buitengewoon onderwijs gaan bezoeken om een realistischer beeld te krijgen hoor.

      2. Al eens stilgestaan bij het feit dat niet alle kinderen met het syndroom van down dezelfde cognitieve mogelijkheden hebben? En wees maar zeker dat zij die het wel aankunnen ook in het buitengewoon onderwijs leren lezen, schrijven, rekenen enz. En dit op hun tempo! Als trotse tante wou ik dit even laten weten 🙂

  14. Zolang er onvoldoende middelen om inclusie, aangepast en universeel te maken zal Buitengewoon Onderwijs de beste oplossing zijn voor de leerling. Het onderwijs inclusief maken is dan niet de oplossing maar enkel een besparing zijn die achteraf meer zal kosten aan de maatschappij omdat de uitstroom van kinderen die volledig schoolmoe en gedemotiveerd zijn enkel zal stijgen. Wat resulteert in nog meer ongediplomeerde jongeren die hun geloof in begeleiding volledig kwijt zijn. Het is vooral een doel om Buitengewoon Onderwijs en Beroepsonderwijs te ontdoen van hun stigma van “dom” onderwijs en aan te tonen dat deze jongeren enorm veel in hun mars hebben en dat dokter, advocaat en god weet wat worden niet heilig makend is, maar dat iedereen een “specialist” is met hun/haar eigen kwaliteiten en toptalenten. Vakbekwame loodgieters, elektriciens, bakkers, haarkappers, verzorgsters, verpleegkundigen, bouwvakkers en noem het allemaal maar op zijn even belangrijk als al die andere zogenaamde ASO-beroepen, die we ook evenzeer nodig hebben uiteraard, maar je opleiding bepaalt toch niet wie je bent??? Ik was van de mening dat wie je bent nog steeds bepaalt wordt door de dingen die je doet, zegt en denkt……. Het M-decreet zal ipv duidelijkheid nog meer hokjes denken in de hand werken….. Geef de jongeren/kinderen/leerlingen waar ze recht op hebben, onderwijs op maat!!

  15. tis volledig tegen mijn “winkel” als privé kinesiste (geef psychomotoriek bij kindjes in gewoon onderwijs) maar ik sta er volledig achter dat de scholen er niet klaar voor zijn, ik denk daarbij aan een paar kindjes die ik begeleid. En de druk die op hen wordt gelegd is soms echt te veel, zeker als er dan buiten de schooluren ook nog vanalles bijkomt (kiné, logo, hobby,…)

  16. Het klopt als een bus wat u schrijft, jammer genoeg hebben er naar mijn gevoel té weinig mensen oren naar.
    Daarnaast is het voor ouders zelf een hele overwinning om voor het geluk van hun kind te kiezen ipv te bezwijken onder de druk van buiten uit. Ook voor ouders die zelf nog midden in het verwerkingsproces zitten is het zeker niet evident. Er is nog veel werk aan de winkel.

  17. Ik ben leerkracht in het kleuteronderwijs. Dagelijks doen wij aan inclusie doordat onze kleuters nog niet in types zijn onderverdeeld. Wij krijgen extra ondersteuning van onze zorgjuf van 1 voormiddag in de week, maar in de praktijk wordt deze juf vaak gebruikt om vervangingen te doen. Zeker tegen eind van schooljaar geen vervangingen meer te vinden. Tussen aanvraag en opstart revalidatie zitten vaak maanden. Deze revalidatiecentra kunnen ook geen wonderen verrichten. Kinderen die hier terecht kunnen vallen vaak uit op verschillende vlakken. De zorg komt dus grotendeels op mijn schouders terecht. Differentiatie is iets waar je naar streeft. Maar er zijn in je klas vaak verschillende kinderen die 1-1 begeleiding nodig hebben om tot een goed resultaat te komen. Dus je kan differentiëren maar als kinderen geen taakgerichtheid hebben , ook niet met gebruik van stappenplannen en constante bijsturing ( aanmoediging, storend gedrag bijsturen, extra instructie,…)is dit niet evident. Deze kinderen verzuipen vaak in het gewone onderwijs en in grote klasgroepen. Vaak heb ik het gevoel dat de zorg voor alle kleuters mijn draagkracht overschrijdt. En dat ik kleuters die wel vlot meekunnen soms minder aandacht kan geven omdat de begeleiding van bepaalde kleuters zeer intensief is. Ieder kind heeft toch recht op voldoende aandacht van de leerkracht? Dus ook diegene die geen problemen hebben? Zoals het er nu uitziet zal er misschien wel ondersteuning komen maar niet voldoende. Worden de klasgroepen kleiner? Neen, de budgetten voor onderwijs worden kleiner! Ik was blij dat ik bepaalde kinderen uit mij klas kon doorverwijzen naar BO. Omdat ik wist dat ze daar de meest optimale ondersteuning en begeleiding kregen. En dat ze daar vaak een gelukkiger kind zijn! Het welbevinden zowel van leerlingen als leerkracht. Is dit niet iets waar we naar streven?

  18. Ik heb een zoon die niet even makkelijk leert als andere kinderen, doch is hij getest en qua intelligentie zit hij zelfs boven het gemiddelde. Men denkt aan ASS (autismespectrum stoornis, een soort autisme, maar hij zou het in een lichte vorm hebben) Ik weet dat men tegenwoordig graag etiketten kleeft op ‘moeilijk handelbare kinderen’ (zoals men dat tegenwoordig noemt) maar bij mijn zoon is dit nu wel terecht. Wij zagen als ouders zijnde al vanaf hij klein was dat hij toch anders is dan andere kinderen. Om mijn zoon te laten onderzoeken moeten wij een aanvraag indienen en dan 2 jaar!!!!! (idd ja 2 jaar) wachten tot hij onderzocht kan worden en dan gaat er nog een tijdje over tegen dat er een definitieve diagnose wordt gesteld. Na een diagnose heb je pas recht op GON (geïntegreerd onderwijs) begeleiding. Hij zit nu in het 2e leerjaar en vorig jaar heeft hij zijn 1e leerjaar goed afgewerkt. (volgens de juf was hij zelfs een modelleerling, iets wat wij totaal niet verwachtten zelfs, dus waren wij heel trots!!)
    GODZIJDANK!!! zit mijn zoon op een school waar ik terecht trots op ben, want wat die school doet om alle leerlingen kansen te kunnen geven (ook die die wat minder meekunnen) is ongelooflijk!!! Dat kun je een school noemen die inclusie-onderwijs helemaal snapt!!! Ook de leerkrachten zijn super!!! En die leerkrachten hebben ook geen speciale opleiding gevolgd hoor…. Een simpel voorbeeld : Mijn zoon heeft moeite om zijn aandacht bij iets te houden, bijgevolg, in het begin vergat hij altijd wel iets, een rekenboek, zijn agenda, enz… Waardoor hij soms zijn huiswerk niet kon maken. De juf heeft dan een bord opgehangen met alles wat mee moet naar huis zodat hij kon controleren of hij alles meehad!! Of hem altijd vooraan zetten zodat hij zich beter kon concentreren en zij hem beter kon gadeslaan….
    Het zijn soms simpele dingen, maar wel een wereld van verschil voor hem!!!! In een andere school zouden ze hem al lang naar het Blo gestuurd hebben, en nu kan hij naar een gewone school blijven gaan!!! Met dan aan basisschool Heiende in Lokeren!!!

    1. Beste Marijke, ik ben blij dat je voor jouw zoon een heel goede inclusieve school gevonden hebt. Dat wil zeggen: een school die blijkbaar jouw zoon kan geven wat hij nodig heeft. Want dat is de ware inclusie: voor elke leerling een eigen en gewaardeerde plaats. Dat zal van alle betrokken actoren en alle meespelende factoren afhangen: je zoon zelf, jij en je familie, de leerkrachten en medeleerlingen, … maar ook materiële factoren als het schoolgebouw, de afstand thuis-school, …
      Dat betekent echter niet dat dit voor àlle kinderen kan … en al zeker niet dat het voor alle kinderen zou moeten.
      Trouwens, raar maar waar… als ik het zo lees heeft jouw zoon een normale begaafdheid. Voor kinderen en jongeren als jouw zoon, leerlingen met een ASS en een normale begaafdheid heeft het M-decreet wèl een nieuw type onderwijs gecreëerd: type 9. Voor kinderen en jongeren met een lichte verstandelijke handicap heeft met type 1 afgeschaft. Voor kinderen met een specifieke leerstoornis (dyslexie e.d.) heeft men type 8 afgeschaft. Dit alles onder de bedenking dat er teveel kinderen/jongeren in het buitengewoon onderwijs zitten. Ik begrijp deze ‘dubbelzinnigheid’ niet. Ik hoop dat ik verkeerd ben, maar ik vrees dat ik er op ben. Voor veel leerlingen met een lichte verstandelijke handicap gaat dit een ramp worden.

  19. Mooier zou ik het niet kunnen omschrijven. Overschot van gelijk. Elk kind heeft zijn of haar mogelijkheden en talenten en die moeten op de juiste plaats, met de professionele leerkrachten en het nodige didactische materiaal kunnen begeleid worden. ‘Potpourri’ is overal in de winkels te verkrijgen.

  20. De nagel op de kop, het geeft helder mijn mening weer alsook mijn ervaringen met mijn eigen dochtertje. Ik ben enthousiast over het engagement en de gedrevenheid van de leerkrachten die mijn dochter begeleiden en de werking van hun school! Het geeft me geluk en blijheid dat deze zorg met zulke kwaliteit en resultaten gegeven wordt!

  21. Het BLO kan je zien als “exclusief” onderwijs, in de chique betekenis van het woord. De kinderen zitten in een kleine klas, iedereen in de klas heeft een leerprobleem, ze krijgen de tijd, én de extra begeleiding die nodig is om hun capaciteiten te ontplooien en hun zelfvertrouwen weer op te krikken.
    Mijn zoon heeft 4 jaar in het type 8 gezeten, na drie jaar sukkelen in het gewoon onderwijs.
    Na het BSO én een zevende jaar had hij zijn diploma HSO. Daarna heeft hij, zonder haperen, een bachelor gehaald.
    Dit zou nooit gelukt zijn als hij in het gewoon onderwijs gebleven was, ondanks de extra begeleiding die hij ook in het gewoon onderwijs kreeg.
    Het resultaat van die “exclusie” is dus inclusie. En dat is de bedoeling!

    Jammer dat ons uitstekend Bijzonder Onderwijs zo afgebouwd wordt.

  22. Ik herken me volledig in jouw tekst. Sinds dit schooljaar gaat onze dochter naar buitengewoon onderwijs type 1. Geen haar op mijn hoofd dat eraan denkt om haar naar een gewone school te laten: daar hebben ze zero middelen om mijn kind te begeleiden! Ik verkies ook geluk boven prestatie!

  23. Wij zijn supertevreden over inclusie onderwijs. Onze dochter krijgt 4u GON per week en deze leerkracht, samen met de school, zorgen voor alle aanpassingen die nodig zijn in de klas en op school. De school doet echt haar best en niets is hen teveel, echt ongelooflijk wat ze allemaal voor haar doen. Haar klasleerkrachten gaan ook ieder jaar een opleiding volgen over hoe ze haar het beste kunnen begeleiden.Ze vinden het ook totaal geen probleem om haar in hun klasje te hebben, integendeel, ze vinden het een verrijking. Onze dochter is een heel gelukkig kind nu en haar klasgenootjes helpen haar supergoed..

  24. Sparen op de kop van de zwakste kinderen… Foei aan iedereen die daarvoor verantwoordelijk is… Heel erg foei… Daar bestaan geen excuses voor, daar bestaat geen zinnige uitleg voor: shame on you!!!

  25. Ik kan me vinden in de stelling dat het geluk van een kind eigenlijk belangrijker zou moeten zijn dan zijn of haar prestaties. Mensen die over de stap naar het buitengewoon onderwijs, of eigenlijk naar om het even welke onderwijsvorm, spreken in termen van “afzakken”, hebben het wat mij betreft inderdaad niet begrepen. Buitengewoon onderwijs kan voor sommige kinderen een zeer valabele keuze zijn — misschien zelfs de énige juiste keuze. Maar laat me ook even een licht werpen op de andere kant van de medaille.

    Ik ben een couveusekind uit 1986. Acht weken te vroeg ter wereld gekomen. Laag geboortegewicht, moeilijke start, zuurstoftekort met hersenbeschadiging, etc. De gevolgen daarvan zijn in drie woorden samen te vatten: spastische diplegie en epilepsie.

    Spastische diplegie is een stoornis in de ontwikkeling van houding en beweging, met name van de onderste ledematen. Ze wordt toegeschreven aan niet-progressieve, pre- of perinataal ontstane hersenafwijkingen, die leiden tot beperking van de fysieke activiteit. Met name een onevenwichtige werking van de buig- en de strekspieren in de benen. Een zichtbare fysieke handicap, dus — in mijn geval van beperkte ernst (afwijkend gangpatroon), en daarom voor mijn verdere verhaal van relatief weinig belang.

    Ook epilepsie is een aandoening die te wijten is aan chronische afwijkingen in de hersenstructuur, met als gevolg abnormale activiteit van neuronen. De symptomen kunnen veel verschillende vormen aannemen, maar “mijn” epilepsie uit zich in de tonisch-clonische aanvallen waarin de naam “vallende ziekte” zijn oorsprong vindt: ik val af en toe als een plank op de grond, om dan gedurende enkele minuten schokkende bewegingen te liggen maken zonder dat ik me daar zelf van bewust ben.

    Ik kan me voorstellen dat veel mensen die dit lezen, mochten ze in het dagelijkse leven plots geconfronteerd worden met een epilepsie-aanval, in paniek zouden slaan. Wat ze wel of niet moeten doen, heeft niemand hen ooit uitgelegd. En het ziét er afschrikwekkend uit: niet voor niets werden epileptici eeuwenlang aanzien als “door de duivel bezeten”. Mede daarom werden ze ook bij voorkeur “weggestopt”, eerst in gekkenhuizen, later in psychiatrische centra, nog later in de residentiële gehandicaptenzorg. Een zus van mijn grootmoeder, met spastische diplegie en epilepsie, woont haar leven lang al in een instelling. En ook ik heb een deel van mijn kindertijd in een MPI doorgebracht, na verwijzing naar het buitengewoon onderwijs type 4.

    Ik hoop van harte dat niemand dat soort aanpak vandaag nog als de juiste beschouwt: stop ze allemaal samen in een huis waar er goed voor hen gezorgd zal worden, en waar “de wereld buiten” er vooral nooit mee in contact hoeft te komen. Daar bewijs je mensen met een handicap geen dienst mee. Want er wordt inderdaad goed voor hen gezorgd, maar in een beschermd milieu: ze leren niet leven in de “echte wereld”. En je bewijst er de rest van de samenleving geen dienst mee, want je creëert “angst voor het onbekende”.

    Dat die laatste geen loze woorden zijn, bewijst iets wat ik zelf een zestal maanden geleden nog heb meegemaakt. Ik schrijf me in als leerling muziek in een DKO-school. In maart, na enkele epilepsie-aanvallen tijdens de les, wordt er mij gezegd: sorry, dit kan niet meer. Ik wil jou nog wel in mijn les, maar niet meer met die aanvallen.

    Mensen met een handicap die, misschien na een voorbeeldig traject in het buitengewoon onderwijs, in de “gewone” samenleving terecht komen, ontmoeten daar dag in dag uit struikelblokken. Een deel van die struikelblokken heeft te maken met de objectieve gevolgen van hun handicap, en daar moeten ze zélf een uitweg in vinden, eventueel met hulp van vrienden, familie of de juiste instanties. Maar een deel van de obstakels zou vermeden kunnen worden als “de buitenwereld” vaker in contact kwam met het fenomeen “zichtbare handicap”. En dat begint op school. Waar anders?

    1. Beste Hade, ik wil zeker geen afbreuk doen aan je negatieve ervaringen. Jij alleen kan weten wat die voor jou betekend hebben.
      Maar jouw ervaringen tonen volgens mij ook aan dat je voor iedereen het beste moet zoeken. En dat kan niet in termen van allemaal gewoon onderwijs of allemaal buitengewoon onderwijs.
      Stel je voor dat jij in het gewone onderwijs had gezeten zonder veel extra steun. En met die extra steun bedoel ik niet alleen de praktische steun omwille van je fysieke beperkingen. Maar daarmee bedoel ik ook de mentale en psychologische steun voor jou en je klasgenoten om met jou om te gaan en met de verschillen tussen jou en je klasgenoten. Want je kan er gewoon niet buiten dat die verschillen er zijn. Als de reactie van volwassenen mensen in het DKO nu al zo hard is, mensen die beter zouden moeten weten, hoe hard zou de reactie dan niet geweest zijn van (kleine) kinderen in een lagere school. Kinderen kunnen hard zijn voor elkaar, zijn vaak hard voor elkaar. Heel vaak zoeken ze mensen die anders zijn om uit te sluiten, om zich tegen af te zetten, om te pesten… Gemakkelijke slachtoffers zijn de ‘dikzakken’, de ‘brillekassen’, de ‘rostekoppen’, … want die zijn (waren) duidelijk anders. En zelfs als je goede (fantastische) leerkrachten zou gehad hebben in het gewone onderwijs, die mensen kunnen ook niet alles alleen dragen in hun klassen, zelfs niet met de beste wil van de wereld. Daar staan in de reacties op deze blog voldoende voorbeelden van.
      Indien die ondersteuning er is ben ik de eerste om er voor te pleiten dat kinderen met een beperking die het gewone onderwijs aankunnen (op alle mogelijke gebied – niet enkel intellectueel) daar zeker de kans moeten toe krijgen. Maar zoals nu in het M-decreet staat, dat alle kinderen met een IQ naar het gewone onderwijs moeten, dat is niet één, maar vele stappen te ver…
      Ik had gehoopt dat het IQ als maatstaf ondertussen toch wel al serieus gerelativeerd zou zijn. Nee, hij wordt weer allesbepalend gemaakt. Want hoe zit het met de sociale vaardigheden van die personen? Hoe zit het met de sociale en familiale ondersteuning die er is (of niet is). Hoe zit het met de emotionele ontwikkeling van die kinderen/jongeren… Dat wordt blijkbaar allemaal niet (meer) in rekening gebracht. Net nu binnen de ondersteuning aan personen met een verstandelijke handicap precies daar veel meer de nadruk op gelegd wordt dan op het IQ… Begrijpe wie begrijpen kan. Ik vrees dat de komende tien jaar vele kinderen ongelukkig in het gewone onderwijs zullen zitten.

  26. Voor mij is het M-dicreet een mooi woord voor besparingen.. Wij hebben 2 dochters de ene heeft een normale beperktheid met ASS en de andere mentale beperktheid met ASS.. De oudste van de 2 kon niet functioneren in het gewoon onderwijs en heeft 5 jaar BLO gelopen, het is haar redding geweest, ook al was ze ondersteund door logo, kiné.. het zou haar niet gelukt zijn. Ondertussen is ze gestart in het RO, met Gon-begeleiding in 1B.. we duimen en wachten af. Dan de jongste is onmiddellijk gestart in een Mpi.. omringd met de juiste mensen die haar begeleiden. In het RO kan men dit niet bieden.. Ja, mss voor 1 of 2 kindjes, dan is er een heel netwerk die hen opvangt. Maar stel je eens voor dat het 50/50.. Zonder extra ondersteuning.. het zal een nefast zijn voor alle kinderen, geen enkel kind zal daar deugt van hebben. Dat is mijn mening..

  27. Ik vind het goed gezegt ik heb zelf op een type 8 school gezeten en ik heb er geen spijt van da was de beste keuze dat men ouders genomen hebben en op zo scholen staan ze achter jou en helpen ze je egt en laten ze jou niet in de steek ik zat vroeger in het gewoon onderwijs en daar ben ik altijd gepest geweest tot ik men zelfvertrouwen was verloren ik liep bij de leerkrachten omdat ik bang was om gepest te worden en ik van naar een type8 school gegaan en ik kwam in die klas dat al zoveel jaar samen zaten maar toch vangde ze me op gelijk ik er al jaren zat en met de leerkrachten heb ik ook een goede band gekregen en nu ben ik daar al 6 jaar wel maar als ik op bezoek ga ofzo ontvangen ze me met open armen daar ben je een persoon en in het gewoon onderwijs ben je vaak een nr

  28. er is een gepaste school voor ieder kind. Je moet op zoek gaan naar de school waar je kind het best omringd wordt. Ik werk op een school waar we zorg hoog in het vaandel voeren. Samen met de ouders en het kind bewandelen we een zorgzame weg. Een weg die vooral een weg moet zijn waarin het kind kan groeien. Soms is een andere school een goeie optie soms ook niet. Het M-decreet verandert hier niets aan. Alleen de papiermolen en bijgevolg de planlast wordt nog wat groter vrees ik !

  29. Zelf was ik onderwijzeres in het gewoon basisonderwijs met aandacht voor de zwakkeren. Mijn man geeft les in het secundair, onze ene dochter geeft les in het bijzonder onderwijs en onze andere dochter met licht mentale beperking begon in het gewoon onderwijs, stapte over naar het bijzonder onderwijs . We kunnen dus vergelijken, we kennen elk werkveld waarover sprake.
    Onze dochter is nu een gelukkige vrouw met een groot zelfvertrouwen en een zelfredzaamheid om ‘u’ tegen te zeggen. Ze weet wat ze aankan en met weinig ondersteuning trekt ze haar plan en richt ze haar leven in. In het bijzonder onderwijs waar de dochter les geeft, zie ik niets dan gelukkige kinderen, blije kinderen die in hun ‘anders zijn’ erkend worden, wiens kwaliteiten ten volle kunnen ontwikkelen en waar de ouders ( die het aanvankelijk bijzonder moeilijk hadden met de overstap ) nu het verschil zien bij hun kind als het thuiskomt. Ik begrijp echt niet waarom dit nu ineens beter zal zijn .Mevrouw Crevits , ach ik wou dat je in die kinderen hun ziel kon kijken en ik stel voor dat je een week mee volgt in het bijzonder onderwijs en een week in het gewoon onderwijs, dat je goed door hebt wat in het gewoon onderwijs zoal dient verwezenlijkt en hoe een kind in het bijzonder onderwijs een totaalpakket van ervaringsgericht onderwijs met aandacht voor alle facetten krijgt; precies die dingen om later zelfstandig door het leven te kunnen gaan, .. Als we aan de essentie van leven denken , waar ‘gelukkig zijn’ centraal staat, dan zou ik niet twijfelen om het bij het oude te laten, waar nu al inclusie is voor kinderen met bepaalde beperkingen, zoals dyslexie, doofheid en andere….

  30. Hallo, ik ben een mama van een zoontje van 9 met dyslexie, hij zit nu in het vierde leerjaar. Al vanaf het eerste leerjaar merkten we dat onze zoon het veel moeilijke had dan de andere kindjes met lezen en schrijven. We hebben die een paar keer aangekaart op school, die zei dat alles wel goed zou komen, hij had gewoon een beetje meer tijd nodig. We zijn dan op eigen houtje samen met de logo in het eerste leerjaar gaan kijken wat we konden doen om te helpen, wij waren als ouders heel erg vragende partij voor hulp en info. Ook volgens het Clb kwam alles wel goed. Helaas, pas op het einde van het derde leerjaar gaf de school toch aan dat het lezen en schrijven niet voldoende voorruit ging. En kreeg hij de erkenning dat hij Dyslecxie had. Ondertussen was de achterstand op lezen en schrijven heel groot geworden, en dit bemoeilijkt alle lessen bv w.o. maar ook vraagstukken…
    Nu krijgt hij wat meer tijd voor lezen en proefwerkjes, maar de achterstand blijft toch nog altijd aanwezig.

    Wij als ouders vinden het achteraf heel spijtig dat wij ons zoontje niet meteen naar het aangepast onderwijs gestuurd hebben vanaf het 2 de leerjaar. Dan kreeg hij meteen de begeleiding die hij nodig had en zou de strijd om hem ieder dag enthousiast naar school te krijgen niet zo groot zijn.

    Ook hijzelf voelt een enorme druk om even goed te presteren op school. Maar hoeveel hij ook oefent of studeert hij behaald nooit de zelfde punten als zijn klasgenootjes. Wat heel frustrerend is en waardoor hij zich dom noemt. Met wekelijkse sessies bij de psychotherapeut tot gevolg.

    De lager school ging voor onze zoon anders geweest zijn in het aangepast onderwijs, daar was wel voldoende tijd geweest om hem te begeleiden, daar was hij niet anders dan de andere kindjes en ging hij zich gelukkiger voelen, ook voor zijn eigenwaarde ging het een groot verschil geweest zijn.

    Zijn leerkracht op school doet wat hij kan maar hij heeft zo’n grote klasgroep dat het voor hem onmogelijk is om ieder kind die extra ondersteuning te geven.

    Wij als ouders proberen hem zo goed mogelijk te helpen en benadrukken al zijn positieve kanten en de dingen die hij wel supergoed kan.

  31. Niemand heeft baat bij het M-decreet: niet de kinderen met speciale onderwijsnoden, noch de ‘gemiddelde’ leerling. Kinderen met speciale noden zullen niet aandacht krijgen die ze verdienen, bij gebrek aan middelen, met frustratie en schoolverlet tot gevolg. ‘Gemiddelde’ leerlingen zullen niet genoeg gestimuleerd worden om vooruit te gaan. Immers, door de beperkte middelen, zullen de leerkrachten simpelweg niet genoeg tijd hebben om ook met de ‘gewone’ leerlingen bezig te zijn. Hierdoor zal de school voor hen meer weg gaan hebben van bezigheidstherapie dan van een stimulerende leeromgeving. Gevolg: schoolverlet en frustratie. Het is natuurlijk ook wel zo dat er tegenwoordig met allerlei attesten wordt gezwaaid (ADHD, ASS, dyslexie, dyscalculie,….). Wie zijn kind laat testen, krijgt altijd wel een attestje van een of andere ‘afwijking’ mee, waardoor het kind speciale zorgen krijgt, ook als dit niet echt nodig is (soms lijkt het dat je kind niet laten testen een misdaad is, want er moest toch maar eens iets mis zijn). Deze zorgen vragen echter middelen, middelen die misschien beter besteed kunnen worden aan kinderen die het écht nodig hebben. Dan was de discussie misschien helemaal niet nodig geweest. Ouders aanvaarden tegenwoordig ook niet meer dat hun kind misschien beter op zijn plaats is in het technisch, beroeps- of buitengewoon onderwijs, waar het zijn talenten ten volle kan ontplooien. In plaats daarvan moet elk kind naar de universiteit kunnen, om toch de droom van papa en mama maar waar te maken. Dat dit vaak niet de beste oplossing is voor het kind, zal veel ouders worst wezen. Ik bewonder de ouders, zoals mevr. Nelissen, die, tegen de stroom in, durven inzien dat hun kind op een andere manier zijn weg kan vinden in onze maatschappij, er zijn steentje toe kan bijdragen en er gelukkig kan zijn!

  32. Ook ik raak hier soms danig door gefrustreerd. Een jaar geleden verschenen twee artikels op één dag over inclusie in onze krant… Ik kon niet anders dan reageren. En na bijna 25 jaar ervaring in een buitengewone school heb ik recht van spreken. O ja. Dat heb ik. Ik weet maar al te goed waarover ik spreek.

    Veel te kort door de bocht.
    7 maart 2014, 09:56u

    Hoe durft u!
    Hoe durft u, Sara Vandekerckhove en Mathieu
    Reusens, zo kort door de bocht gaan in het artikel ‘downkinderen zijn beter af in gewone klas.’
    Hoe durft u, Gauthier de Beco, zo kort door de bocht gaan in uw pleidooi voor inclusief onderwijs.
    Ik schaam me zeer dat ‘mijn’ krant dergelijke artikels verspreidt, zonder daartegenover de stem te laten horen van mensen uit het Buitengewoon Onderwijs. Van ouders die hun kind zagen open bloeien in het Buitengewoon Onderwijs. U hebt het enkel over de doelstelling en vergeet het allerbelangrijkste.
    Hartelijk welkom om een kijkje te komen nemen in de scholengemeenschap waar ik al 25 jaar mag werken met buitengewone kinderen. Het zit me hoog, dat ik dit op mijn boterham krijg vanmorgen. Want met de woorden ‘extra ondersteuning’ blijkt alles gezegd en opgelost. Vlug en vaag vermeld: extra ondersteuning. Door wie? Met welke extra middelen? In tijden dat het prachtig project IB ASS (interne begeleiding voor kinderen met autismespectrum stoornissen) afgevoerd wordt. In tijden dat mensen van de GON-begeleiding overvraagd worden door leerkrachten uit het Gewoon Onderwijs over de problemen met andere kinderen uit de klas (niet de GON-kinderen). Beseffen de mensen in het gewoon onderwijs wel wat hen boven het hoofd hangt? Moeten zij een soort ‘supermensen’ worden?
    De doelstelling is alvast helder: inclusief onderwijs aanbieden. Maar hoe en met welke concrete ondersteuning? Wat heeft dit kind nodig? Welke persoon, welke middelen, … zijn op welk moment voor handen? Als ik dat niet weet, kan ik mijn individueel handelingsplan (IHP) niet opstellen. Zonder concreet IHP kan ik niet aan de slag met dat kind. WAT HEB JE AAN ENKEL EEN DOELSTELLING?
    Wie zegt mij nu eindelijk eens HOE men dat zal aanpakken? Dit moet weloverwogen gebeuren. Dit kan niet snelsnel.
    Ook! daar! heeft! elk! kind! recht! op!
    Wat een povere ‘lesvoorbereiding’ is dat van hogerhand!!! Ik werd er gegarandeerd mee teruggefloten door mijn mentoren uit de goede oude normaalschool van Ronse, ruim 25 geleden.
    Dit is… Daar kan ik… Daar word ik zo kwaad van…

    Els Debuyck

  33. na lang twijfelen en overwegen toch mijn jongste zoon (met dyslexie en dyscalculie) ingeschreven in buitengewoon onderwijs. een vriendin en ook mijn schoonzus deden dit vorig jaar al met hun kind, hun kind is opengebloeid en zij hebben geen spijt van hun beslissing!

  34. Als nog vrij jonge leerkracht ( zevende jaar dat ik voor de klas sta. Tweede jaar in het bijzonder onderwijs) vind ik het een en- en verhaal. Inclusie is absoluut na te streven voor kinderen die daar wel bij varen. We hebben als samenleving allemaal de verantwoordelijkheid om iedereen een plek te geven. Om iedereen zo goed mogelijk te helpen groeien want daar wordt iedereen gezamelijk sterker van. Alleen weet ik uit ervaring dat er grenzen zijn aan inclusie. Ouders en kinderen kiezen niet zomaar voor een buo of buso school. Zeker vandaag de dag niet. Iedereen wil hoger, verder, beter… Wij hebben klassen vol die dromen van het bso. Er zijn een aantal leerlingen vertrokken: Wij duimen echt voor hen en hopen dat het hen goed zal gaan. Mogelijk zullen wij ook een aantal leerlingen naar bso oriënteren. De meerderheid in onze school kan er alleen ( en het spijt me dat ik het cru moet stellen) niets gaan doen. Gewoonlijk zijn onze leerlingen erg zwak ( mentale achterstand) EN… Het is vaak een waslijst aan dingen. Hierbij een laag zelfbeeld, voor velen bij ons helaas weinig steun en een moeilijke thuissituatie, een erg beperkt leervermogen en taalproblemen. Met een dergelijk en- en- en verhaal wordt bso zeer hoog gegrepen. Hoe hard ik het hen ook gun. Vele zijn bovendien erg gevoelig aan prikkels. Vier jaar geleden was ik titularis van een klas van 31 in het aso. In het bso het ik al eens voor 26 jongens gestaan. Daar functioneren ( ik maak een schatting) acht op tien van onze leerlingen helemaal niet. Daar heb je als leerkracht geen voldoende tijd of middelen om met een kind dat grotere noden heeft aan de slag te gaan. Heel eerlijk: Aan de herfstvakantie waren er zelfs nog leerlingen die ik niet bij naam kende ( ik had vrij veel grote klassen dat jaar dus zeer veel leerlingen). Het Bso wordt heel vaak heel zwaar onderschat. Bso is niet simpel. Niet iedereen kan dat: Ik maak me zelfs sterk dat veel aso- lln ( zoals ikzelf ooit) daar zwaar onderuit zouden gaan. Wie dat in twijfel trekt: Probeer zelf eens een auto te herstellen, een toestel ineen te steken, een kast of trap te bouwen, een huis te bouwen… Gelukkig wordt ook buso zeer zwaar onderschat. Onze leerlingen leren ontzettend veel. Zij krijgen hierbij ruimte en tijd om te groeien. Ze krijgen naast leerkrachten die meer tijd hebben ( wegens 12 leerlingen ipv 25) ook extra begeleiding. Wij hebben naast taal, rekenen en praktijk ook vakken die hen leren meedraaien in de samenleving. Ze komen misschien met een klein hartje naar ons maar ik heb er vorig jaar met geheven hoofd zien afstuderen. Een groep onder hen ging aansluiten in de derde graad bso. Extra voorbereid en met meer zelfvertrouwen. Schitterend dat het kan, toch? Even schitterend als een bij ons sterkere leerlinge die door het M decreet nu toch haar droomrichting kan gaan volgen.

    1. Zeer mooie, genuanceerde en realistische reactie Lara. Een zeer groot mankement aan het M-decreet is inderdaad dat het kinderen met een verstandelijke handicap doorstuurt naar het gewone onderwijs doorstuurt enkel op basis van hun IQ en niet naar hun andere ontwikkelingen kijkt. En het feit dat men ‘inclusief onderwijs’ nu voorbehoudt aan het idee ‘iedereen naar het gewoon onderwijs’ is zeer jammer. Inclusief betekent dat iedereen recht heeft op een eigen en gewaardeerde plaats in de maatschappij. En zoals men nu pogingen onderneemt om het TSO en BSO op te waarderen zou men beter ook het BuSO waarderen. Ook het BuSO kan voor onze leerlingen een eigen en gewaardeerde plaats zijn als de maatschappij ons onderwijs maar zou waarderen (ik sta zelf ook in het BuSO type 2). Voor mij kan ook het BuSO heel inclusief zijn. Maar dat is een zeer controversieel standpunt…

Reageer

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s