Het M-decreet: de impasse

Krijg je niet één maar twee kinderen met extra zorgen en leerproblemen. Pech, al zie ik mijn kinderen te graag om hen zo negatief te omschrijven. Twee jaar geleden moest ik het CLB al overtuigen van buitengewoon onderwijs voor Nina. Het was vooraf zo duidelijk dat mijn dochtertje het niveau niet zou aankunnen, ik wou haar de faling besparen. Geen leuke beslissing maar ik heb geen seconde spijt van de overstap. Nina gaat met veel plezier naar school en dat goed gevoel is de basis van haar enorme vooruitgang.

Twee jaar later heb ik een deja vu, al lijkt de huidige impasse eerder op een nare droom. .

Mijn jongste dochtertje Flo lijdt een aan zware vorm van epilepsie. Dankzij drie zware medicijnen doet ze geen aanvallen meer maar de epilepsie heeft wel een grote invloed op haar ontwikkeling. Flo is vijf en zit nu in de derde kleuterklas. Twee keer per week krijgt ze kiné, ergo en logo. Desondanks kan ze absoluut niet mee met haar leeftijdsgenootjes. Dankzij een paar uurtje extra GON-begeleiding is de situatie voor haar juffrouw voorlopig leefbaar, maar wat met volgend jaar?

De overstap naar een gewoon eerste leerjaar is onhaalbaar. Daarover zijn de juf, de directrice, de GON-begeleidster, het revalidatiecentrum en ik het alvast eens.

‘Volgens het nieuwe M-decreet moet de school kunnen aantonen dat ze alles heeft geprobeerd om het kind te begeleiden. Enkel als de aanpassingen voor het kind buitensporig zijn, kan er een attest voor buitengewoon onderwijs opgesteld worden.’

De school trekt aan de alarmbel maar ondanks alle extra begeleiding, komen wij voorlopig nog niet in aanmerking voor een attest. We moeten het eerst proberen, aldus het CLB. Crashen dus, in plaats van preventie.

De directrice en de juf zijn nochtans van goede wil maar zonder extra hulp kunnen zij Flo onmogelijk goed begeleiden. Mijn dochter kan zich moeilijk concentreren. Een tekening afmaken duurt vaak te lang, laat staan dat ze volgend jaar in een klas van zesentwintig kinderen vlot gaat leren lezen en schrijven. Dat uurtje GON gaat het verschil niet maken.

Misschien kan ze gewoon een jaartje blijven zitten? De school ziet het niet meer zitten en ik volg hen. Mijn dochter is ziek. Ze heeft een andere, meer individuele begeleiding nodig. Dat gaat binnen een jaar niet anders zijn.

Blijven zitten is geen inclusie. Het eerste leerjaar is onhaalbaar maar zonder attest is ze niet welkom in buitengewoon onderwijs. Zie daar de impasse.

Zonder extra middelen is het M-decreet is niet meer dan een harde korte termijn besparingsmaatregel. Want ik verzeker u: binnen enkele jaren zullen ze opnieuw veel geld moeten vrijmaken om al die gefrustreerde kinderen, leerkrachten en ouders weer op te lappen.

IMG_20140329_120947

Advertenties

163 gedachten over “Het M-decreet: de impasse”

  1. t is om je haren uit te trekken…Ik las ooit een uitspraak van iemand die voor de overheid werkt “mevrouw u doet te hard u best om aanspraak te maken op ondersteuning” maw laat de logo, kiné en ergo die je grotendeels uit eigen zak betaald vallen ( maar kan je je kind dat aandoen en lijdzaam toezien hoe het verdrinkt dat is de vraag)

      1. Inderdaad ouders moeten kunnen hun zeg hebben. Ikzelf vind voor Noah die ASS heeft sociale begeleiding heel belangrijk want hij zal dat nodig hebben om later in onze samenleving te kunnen draaien. Echter is school al bijzonder moeilijk met een EQ van 85. Nu ja bijzonder onderwijs vinden ze niet nodig voor hem en dan stel ik voor om lessen sociale begeleiding te gaan geven tijdens bv. godsdienst. Maar o wee dat kan dan ook al weer niet. Mijn mening is dat het een of het ander is: ofwel laat je dergelijke kinderen doorstromen naar een onderwijs op maat ofwel maak je het gewone onderwijs op maat. En vooral ouders moeten kunnen inspraak hebben. Ikzelf heb noah veranderd einde mei nog van school zodoende ik onder een ander CLB terecht kwam omdat ze daar gewoon geen problemen wilden zien. Hij had nochtans al een meisje gepest (noah wil dan spelen maar vind niet altijd hoe hij het aan boord moet leggen) waarbij hij (wss kwaad) dit meisje al op de grond had gegooid met als gevolg dat broek en jas was gescheurd. Maar er is nog altijd GEEN probleem volgens CLB. Wij hebben thuis ook dikwijls af te rekenen met agressief gedrag en als ik dan zeg dat noah nu nog maar 7 is en ik het NU soms al moeilijk heb om hem in time-out te zetten, dan maken wij ons oprecht zorgen wat wij gaan doen met een tiener?? Mss eens op vakantie lagen gaan bij de minister??

  2. Dit is een schrijnend verhaal dat mij boos maakt!! Zoals zo vaak in onderwijs en zorg tegenwoordig gaan de besparingen ten koste van kwaliteit. Waarom dat kindje tegen een muur laten lopen en dan pas ingrijpen? Het is hemeltergend, maar zeker geen alleenstaand verhaal.. Jammer genoeg…

      1. Ik wil direct mee gaan, wij zitten ook in de problemen met onze zoon. Hij heeft ASS en het is bijna onmogelijk, of met grote vervoersproblemen gepaard, een secundaire school te vinden. We staan op wachtlijsten, moesten kamperen, en hebben in totaal maar 4 scholen, zonder een richting te kunnen kiezen. De toekomst van onze zoon hangt dus alleen van een plaats af, of hij in deze richting wil studeren? Geen keuze!!! Maar wel investeren voor syriëstrijders!!!! Heel belangrijk, dat wij eerst de problemen van andere culturen oplossen………… Wij zijn heeeeel gefrustreerd over de manier waarop dit genegeerd wordt. Men staat zo machteloos voor onoplosbare problemen. Wat op 01 september? Als wij geen plaats hebben? Mag ik onze zoon dan bij het ministerie voor onderwijs afzetten? Of wie staat in voor de leerplicht! Wij ouders moeten er echt op ingaan!!!!! Wij moeten toch eindelijk gehoord worden en vooral aanvaardbare oplossingen krijgen!!!!

      2. Beste Michaela,

        zou je je zoon op 1 september aan het ministerie afzetten? Ik zou dat dus nooit of nooit in mijn hoofd halen. De enige die zich van je zoon iets aantrekt ben je zelf als ouder, dat heb ik na al die jaren wel begrepen hoor. Zoek een gewone school die ervoor wil gaan, die zijn er echt genoeg en dan heb je wel de keuze wat richting betreft. Wij hebben om die reden ook iets lager gemikt op TSO omdat men daar niet zo snel zelfstandigheid verwacht en men echt wel meer op maat met jongeren omgaat. Het is in mijn ogen zeker een inbreuk op de rechten van de mens als er geen onderwijs op maat beschikbaar is. Maar de vraag is : wat is onderwijs op maat? dat iemand iets moet leren dat hem niet interesseert omdat de richting toevallig in buso wordt georganiseerd. Ik vind dat nog erger als je geen keuzevrijheid hebt, net omdat iemand met autisme vaak heel goed weet wat hij/zij wil studeren en wat hen interesseert. Als ze dat aangeboden krijgen gaan ze er ook voor meer dan 100 % voor. Ik kan dat getuigen, mits de nodige hindernissen en valkuilen, maar echt de moeite waard.
        Ga met de positieve dingen verder en niet met vechten tegen iets wat er niet is.

  3. mijn idee en ik weet dat je er niet mee geholpen bent: slecht clb… er zijn er die daar véél beter mee omgaan maar ja dat helpt je nu niks vooruit nautuurlijk…. Heb je het LOP gent al gecontacteerd? Mogelijks kunnen zij bemiddelen….

      1. Mijn oudste dochter gaat ook naar het buitengewoon onderwijs. Wij hebben, net als jij, zelf alle stappen gezet, zonder steun van de school. Maar wist je ook … dat je als ouder vrij bent om een CLB te kiezen? Als het huidige CLB geen goedkeuring geeft, ga dan maar naar een ander. Dat mag, wij wisten dat eerst ook niet. Onze dochter is gered, vorig jaar hebben we de beslissing gemaakt, we hebben nu een gelukkig kind dat graag naar school gaat. Gelukkig hebben we dat allemaal kunnen doen vooraleer het M-decreet van start ging.
        Jammer genoeg dreigt je jongere kindje daar nu het slachtoffer van te worden. Mijn advies: zoek een clb die de goedkeuring wel wil geven, of stap inderdaad naar de rechtbank!

      2. Het clb is er om bij te springen wanneer de school de zorg voor een bepaalde leerling niet meer alleen aan kan. De taak van het clb bestaat er dan in na te gaan wat de onderwijsbehoeften van die leerling precies zijn en welke aanpassingen daarvoor nodig zijn. Als iedereen in de school, inclusief de ouders het erover eens zijn dat die aanpassingen onredelijk zijn binnen diezelfde school, dan is een overstap naar een school op maat een perfect passende maatregel. DAT is wat het M-decreet ons voorschrijft. Als uw clb weigert om die overstap toe te staan, dan zijn óf zij onbekwaam óf jullie verkeerd! Dat M-decreet zit hier voor niets tussen!

      3. De lezing van Sofie Janssens is ook de manier waarop *ik* het M-decreet begrepen had. Wanneer de school aantoont dat gewoon onderwijs ondanks ernstige inspanningen (die volgens deze blog in het geval van Flo wel degelijk gedaan zijn) niet haalbaar is, blijft een overstap naar het buitengewoon onderwijs mogelijk.

        Ik denk dat een CLB perfect op basis van vaststellingen in de kleuterschool kan beslissen dat een kind vanaf het eerste leerjaar beter af zal zijn in een buitengewone school. Volgens mij valt dat perfect binnen het M-decreet. Maar het feit dat het CLB er in dit geval blijkbaar anders over denkt, zegt wel iets over de zeer brede interpreteerbaarheid van de communicatie die de overheid over dit decreet tot hiertoe heeft gevoerd. Misschien moet er vooral dààr nog hard aan gewerkt worden …

      4. voor eind juni inschrijven bij bijzonder onderwijs is ook mogelijk ! M-decreet gaat per 1 juli in werking in de praktijk..

      5. dat wil ik best geloven maar élk clb heeft een beleid en ok zij zal zich daarnaar gedragen maar er zijn clb’s die je volgens mij wél gaan helpen… zoals hier op een aantal plaatsen al staat: je bent vrij hé om een clb te kiezen…. … valt de school waar je flo zou willen laten gaan niet onder een ander clb? anders kunnen zij mss helpen??

      6. Beste Ann, vorige week was ik op een avond met Mieke Van Hecke (toch niet de minste) over buitengewone zorg in het gewone onderwijs. Je artikel over je dochter is daar enkele keren aangehaald. En zij was heel stellig: als voldoende kan aangetoond worden (wat bij jouw dochter wel het geval lijkt) dat er geen kans is op slagen in het gewone onderwijs, als dit voldoend kan gestaafd worden door experten (en dat zijn ook leerkrachten, begeleiders, therapeuten, … ) dan moet een kind NIET eerst starten in het gewone onderwijs. Dan kan jouw dochter eventueel wel onmiddellijk naar het buitengewoon onderwijs. Dat zal dan allicht type basisaanbod zijn, tenzij ze een IQ van minder dan 60 heeft, maar dat maak ik niet op uit jouw verhaal. Van Hecke was er zeer formeel in dat dit op deze manier in het M-decreet staat. Dus misschien toch nog maar even uitvlooien en napluizen. Zelf hoop ik tijdens de paasvakantie wat tijd te kunnen maken om dit te doen. Ik probeer je op de hoogte te houden.

      7. Beste Johan

        Ik vind dit enorm kort door de bocht want geen enkele deskundige heeft een glazen bol. Bij ons waren deskundigen het erover eens dat hij niets zou oppikken in het gewone onderwijs en dat we naar buitengewoon moesten. Het was te complex, zelfs sommige blo scholen vonden het te complex. Resultaat nu: zoon heeft één jaar BLo gedaan, kwijnde daar in mijn ogen weg, was volgens de school toen de ergste van zijn klas, en: heeft op dat ene jaar na, dus het gewone circuit gevolgd, zit nu in het eerste jaar hoger en hij was altijd bij de primussen van de klas. NU ja, ik heb hier al gemerkt dat niemand zit te wachten op een getuigenis als de mijne, maar ik weet dat er zo veel mensen zijn, die heel goed een gewoon circuit volgden, ondanks zoveel tegenaanwijzingen. Het komt erop neer dat ouders die achter hun inclusie staan, deze weg perfect en succesvol doorlopen en ouders die liever hun kind apart zetten hier ook argumenten genoeg voor zullen vinden. Zucht. Er kan zoveel, en het opent zoveel deuren, ook voor de andere kinderen van de klas geeft het zoveel kansen op respect en verdraagzaamheid. Maar ouders hebben die keuze te maken.

  4. Uit het leven gegrepen. Je zou deze ervaring naar Crevits moeten mailen. Ze hamert er steeds op dat uren, middelen en begeleiding (expertise) mee verschuiven naar het gewoon onderwijs. Dat ze nu de daden bij haar woorden voegt! Anderzijds staan leerkrachten en directies niet te springen. En wat is het nut van een jaar overdoen? Studies hebben al uitgewezen dat dit niet helpt! Zeker het LOP contacteren en ik wens je nog veel goede moed.

  5. idd slecht voor hun zelfvrtrouwen weer geconfronteerd worden met wat
    anderen beter kunnen ipv op hun eigen niveau te zitten met andere kinderen van hetzelfde niveau en zien dat ze bijna evenveel kunnen dan de andere, succservaringen dus dit is een stap achteruit ipv vooruit.ik begrijp dat er bespaard moet worden dankzij het wanbeleid van de vorige regeringen maar zeker niet op onderwijs en zorG.

    1. “dat er bespaard moet worden dankzij het wanbeleid van de vorige regeringen” – sorry, maar dat is gewoon herhalen wat bepaalde politici ons voorhouden om ons deze besparingen door de strot te rammen. Iedere regering maakt haar eigen begrotingskeuzes en de keuzes die ik tot nu toe heb gezien, stemmen me niet gelukkig. Ik heb het geluk dat ik persoonlijk niet zwaar getroffen word door de besparingen, maar ik leef oprecht mee met iedereen die ze wel gaat voelen.

      1. het M-decreet heeft niks te maken met besparing. het is een idealistisch idee geweest van “kinderen moeten aanvaard worden in een normale maatschappij” Ze geven dan steevast het voorbeeld van Downsyndroomkindje dat in een klas zit met normaal begaafde kinderen. Idd dàt is een meerwaarde. Maar kinderen die vroeger gedragsproblemen of sterke leerproblemen hadden konden in het Buitengewoon Onderwijs terecht en ontplooiden zich daar! Ze werden begeleid op maat én stoorden de klas ook niet van het gewone onderwijs. In het Buiten gewoon onderwijs kan er gericht worden gewerkt zodat voor elk kind een plaats is in de maatschappij. veel kinderen komen dikwijls naderhand succesvol terug in het gewone onderwijs.

  6. ik trek er mijn ogen groot voor open. Ongelooflijk.
    Het is om van te huilen, zo frustrerend.
    Ik vind het heel jammer voor jouw kinderen, dat zij op deze manier niet de allerbeste mogelijkheden krijgen aangeboden.
    Ieder kind zou het beste moeten krijgen, het beste voor zichzelf.
    en dat is dit M-decreet absoluut niet.
    Blijf volhouden, want het zijn prachtjuweeltjes!

  7. Vroeger verweest het CLB maar al te gemakkelijk door… tja, nu is inclusief onderwijs de norm en zij zijn ook kind van hun tijd zeker…? Jammer dat de kinderen er de dupe van zijn!

  8. In alle ernst: er is maar één probleem, we worden geregeerd door ministers waarvan de ouders nooit hebben willen toegeven dat hun kind eigenlijk in het buitengewoon onderwijs thuishoorde …

  9. Dit is een verhaal uit het leven gegrepen. Het CLB krijgt van de overheid de rol van poortwachter van het Buitengewoon Onderwijs. Verre van plezant, zeker als die overheid impliciet verlangt dat het aantal inschrijvingen in het BO daalt en daar zelfs inspectie voor inzet. Heel sympathiek zullen de CLB’s hiermee niet worden.
    Voor alle duidelijkheid : in uitzonderlijke situaties kan een kind met een zeer duidelijke problematiek (bv epilepsie met ontwikkelingsvertraging) wel toegelaten worden in het BO. Voorwaarde is dat de gewone school duidelijk maakt dat haar zorgwerking niet volstaat voor uw kind. U kan altijd een tweede opinie vragen binnen het CLB van uw school of binnen een ander CLB.
    Hans Vandenbroucke
    Directeur CLB Ieper

    1. beste ik heb een mooi disciplinair verslag waarin staat dat mijn dochter van 3 ernstige spraak-taalachterstand heeft met weerslag op het emotioneel welbevinden.volgens het clb van de school kan hij hiermee geen gon begeleiding aanvragen voor haar.dus ik heb een jaar lang gelopen van onderzoek naar dokter en weet ik veel wie.om nu het deksel op de neus te krijgen.dus mijn dochter kan niet meedraaien zonder begeleiding in het gewone onderwijs en kan ook niet naar het buitengewoon.dus wordt ik dan gedwongen om mijn dochter thuis te houden voor haar eigen welzijn tot er een oplossing komt voor mogelijke nieuwe testen.groeten annelies

  10. Het is hemeltergend dat zo een belangrijke beslissing kan genomen worden door één persoon bij dat CLB! Of heb ik het mis? Iedereen (jij, de juf, directrice en therapeuten…) is het erover eens dat buitengewoon onderwijs type 8 of het nieuwe basisaanbod het beste is voor Flo…Onvoorstelbaar. Een doof kind laat je toch ook niet eerst een gewoon eerste leerjaar “proberen” om dan alsnog naar een aangepaste school te sturen?
    Ons buitengewoon onderwijs werkt goed maar kost helaas te veel geld. Toen er sprake was van het M decreet was iedereen er tegen. Ik heb het gevoel dat wij -ouders van en leerkrachten- te weinig gedaan hebben om dit tegen te houden. Nu is het te laat… Of niet?

    1. Deze belangrijke beslissing wordt nooit genomen door één persoon. Het is altijd de beslissing van een team met een arts, psycholoog, maatschappelijk werker en verpleegkundige. Moeilijke beslissingen worden vaak nog afgetoetst met een ruimer team en met de directie van het centrum.

      1. Ik ben blij te horen dat de beslissing door een team genomen wordt. Al betwijfel ik het toch een beetje. Mijn zoon werd destijds 4 maal geobserveerd door een clb medewerker, 2x alleen, 2x in de klas, op basis daarvan heeft zij samen met de verslagen van de juffen en het team vd reva beslist dat hij naar het bijzonder onderwijs kon. De clb-mevrouw sprak altijd over “IK zal u het nodige attest bezorgen”, nooit “het clb team heeft beslist”… Ik ben heel blij dat zij toen wel oog had voor de verslagen en mening van onze psychologe, de juffen en therapeuten vd reva. En ons daarin volgde. Zo hoort het. Die mensen kennen het kind door en door. Blijkbaar is dit niet van tel voor Flo. (Niet meer, sinds het M decreet?) Het CLB beslist. Of het nu één persoon of een team is. Mensen die Flo amper kennen…
        Enfin, de definitieve beslissing is nog niet genomen, hoop ik, An?
        Ik hoop dat er een positieve oplossing komt voor jullie.

    2. normaal is de medewerker van het clb die je begeleid alleen contactpersoon en bemiddelaar. Elke casus komt normaal voor een multidiciplinair team, een soort jury zeg maar. Die beslissen over de uitspraak van de desbetreffende persoon.

  11. ik herken me zo in dit verhaal. gelukkig heb ik niet te maken gehad met het M-decreet, maar wel met de tegenwerking van het reguliere onderwijs en het CLB (volgens mij werken die enkel in het belang van de school waaraan ze verbonden zijn, leerlingen zijn immers binnen elke school voor sommigen toch, een bron van inkomen) dus na vele consultaties te Leuven en testen had ik dan toch een attest om mijn zoon naar het buitengewoon onderwijs te sturen (ondertussen was er wel eenb jaar verloren gegaan – omdat het CLB en de school van mening waren dat een jaartje overdoen beter was) gelukkig heb ik voet bij stuk gehouden en had ik nadien een vrolijk kind dat graag naar school ging en op het einde van de rit zonder problemen kon overstappen naar het gewone beroepsonderwijs. hij doorliep dit met succes , deed er het 7de jaar bovenop en heeft toen bij wijze van extra er het zevende technische specialisatie bijgedaan. nog voor hij zijn eindexamens had afgelegd, had hij al een vast contract op zak en kon hij na de vakantie onmiddellijk aan slag. tot op heden werkt hij nog altijd in hetzelfde bedrijf tot grote tevredenheid van zijn bazen en zeker van zichzelf. ik ben ervan overtuigd, had ik de raad van het CLB en de school gevolgd, mijn zoon een gefrusteerd, onhandelbaar en schoolmoe kind zou geweest zijn, zonder serieuze toekomstperspectieven. een raad aan alle ouders met kinderen die om de een of andere reden leerachterstand hebben, blijf volhouden, sta op jullie stuk en drijf door. beter een gelukkig kind in het buitengewoononderwijs dan een ongelukkikind vol faalangst in het gewone onderwijs..

    lydia De Smet

    1. inderdaad mijn zoon is 10 en mocht naar het 5de leerjaar met een achterstand reeds van in het eerste leerjaar had ik een aantal mensen de psychiater , het revalidatie centrum die hen bijzonder onderwijs aanraadden Nue indelijk heb ik van het clb een attest gekregen Ale dat doe je toch niet je kind in het blo steken Na meer dan 4 jaar er elke avond mijn tijd en latijn in te steken zit hij sinds september in het BLO en amaaaai wat een opluchting Geen ruzies meer over huiswerk en zeer goeie schoolresultaten en een kind dat terug zin heeft om naar school te gaan Weet niet waarom ze soms zo hardnekkig vasthouden aan het regulier onderwijs Ja zeiden ze op school wij kunnen hem ook klaarstomen voor het beroeps maar wat ik nu wel weet is dat hij veel beter klaargestoomd wordt voor het beroeps dan dat ze ooit zouden kunnen in het regulier onderwijs Hij is nu bij de beter van de klas terwijl altijd achteraan bengelde

      chantal grietens

  12. Het is makkelijk praten zolang je kinderen geen problemen hebben. Mijn zoon heeft 4 jaar van zijn leven vergooid. Als moeder zag ik dadelijk dat er iets was, maar ja het is je eerste en wat weet ik ervan toch?
    Uiteindelijk is hij in het bijzonder onderwijs terecht gekomen. En ons leven werd verdraagzamer, rustiger en het voornaamst, mijn kind werd terug gelukkig en de resultaten werden beter.
    Al die frustratie van die verloren 4 jaren komt nu terug naar boven, want onze zoon gaat naar het middelbaar. UIt zijn beschermde wereld. Gaat hij het kunnen, Hoe gaat hij het doen zonder al die extra hulp. Waren die laatste drie jaartjes voldoende om bij te benen? want dat zijn de jaren die hem restte in het bijzonder onderwijs.
    Ik hoop alvast dat voor mijn jongste, die nu wel onmiddellijk op zijn plaats zit (speel leer klas) alle kansen open liggen en vooral blijven.
    Zoals ik al zei: je ziet het niet aan mijn kinderen, maar ze hebben wel degelijk deze school nodig, om op hun niveau en tempo te kunnen leren. Maar je weet pas wat wij bedoelen als je er zelf mee zit.
    BIJZONDER LAGER ONDERWIJS. BLO, volgens mijn zonen:
    BIJZONDERE LEERLING OOIT

  13. Hier gaat mijn haar van overeind staan. Als ik jou was zou ik deze post eens bezorgen aan de minister van onderwijs. Ik hoop dat er toch gauw naar je geluisterd wordt.

  14. Ik werk momenteel als inclusie leerkracht in een kleuterschool. Broer en zus hebben allebei een licht verstandelijke beperking. Inclusie is volgens mij het ideale onderwijs, maar ook ik vind dat het M- decreet veel te snel van kracht is geworden. Buiten voor type 2 leerlingen is er voor andere leerlingen geen geld beschikbaar om extra maatregelen (die ze nodig hebben) te nemen. De leerkrachten weten totaal niet wat ze aanmoeten met kinderen met een beperking in hun klas. Ze zijn afhankelijk van gratis hulpbronnen (zoals laatstejaarsstudenten Orthopedagogie zoals ik). De maatregelen hadden er eerst moeten zijn voor het decreet van start ging. Scholen hadden eerst hervormd moeten worden. Momenteel volgen mijn twee inclusie kindjes een aangepast curriculum: dus aangepaste ontwikkelingsdoelen en cognitieve oefeningen op hun eigen niveau. De school is langzaamaan (na mijn aandringen) gaan veranderen: meer gedifferentieerd werken op het niveau van iedere leerling (ook die zonder beperking) en meer focussen op de talenten van ieder kind afzonderlijk (dus ook op niet – cognitieve talenten). Ik heb nu alles al uitgewerkt voor volgend jaar, want dan ben ik weg en komt er pas weer een stagiair vanaf januari.

    Het decreet gaat toch pas van kracht vanaf september volgend jaar? Ik dacht dat kinderen nu nog probleemloos konden ingeschreven worden in het BULO?

    1. Ik ben een leerkracht die al 30 jaar gemotiveerd lesgeeft aan allerlei niveaus van leerlingen.

      In onze technische en beroepsschool is er al sinds lang een “speciaal opvangsysteem” voor jongeren die anders zijn dan de doorsnee-leerling. En die zijn talrijk. Maar we proberen met heel het lerarenkorps, begeleiders en directie onze “speciale” leerlingen zo goed mogelijk te begeleiden. Veel menselijk inzicht bij de leerkrachten, veel geduld en veel begrip. Maar ik veronderstel dat dit sowieso een van de typische karaktertrekken is van een goeie leerkracht.

      Maar als hier nu, in deze zo al moeilijke situatie, nog méér leerlingen worden bijgezet die nog méér speciale behandelingen vragen, dan komen we kracht te kort om ons beroep nog naar behoren uit te voeren. Wat komt er nog terecht van lesgeven en leerlingen begeleiden op hun weg naar volwassenheid? Want dit laatste hoort inderdaad ook bij ons takenpakket, wat trouwens niet meer dan normaal is. En wat ook verschillende inhouden heeft (drugsbeleid, seksualiteit, verkeersbegeleiding, ontmaskeren van radicalisering, opvangen van jongeren die met problemen thuis worden geconfronteerd, en ga zo maar door…)

      Ik houd mijn hart vast voor de volgende jaren. Oudere leerkrachten die sowieso al moeite hebben met meer flexibiliteit zullen het heel moeilijk krijgen!! De besparingen die nu gevoerd worden op de rug van de minder begaafde kinderen en hun ouders, worden dan teniet gedaan door de hogere kosten van de ziekteverzekering die uitgebluste leraren zal moeten bijstaan.

      HELP!!!!

    2. het decreet gaat vanaf september volledig in werking, bijvoorbeeld het type 9. Een ander deel is al van kracht.
      Voor kinderen van type 2 is inclusie (misschien) mooi. Maar voor kinderen met een goed IQ en een (verschillende) ontwikkelingsstoornis(sen) of een leerstoornis is het niet meekunnen héél confronterend. Dit geeft veel frustratie en een laag zelfbeeld.

  15. Niet te geloven!!!! Weer iets wat ze eens gaan proberen, dat M decreet… Maar de kinderen zijn de dupe! Ik heb ook een dochter in het buitengewoon. Sommige kinderen hebben gewoon meer zorg, of een andere aanpak nodig. Is toch een basisrecht!!! Hopelijk komt het goed voor jullie.

  16. Blijven zitten is geen inclusie. Het eerste leerjaar is onhaalbaar maar zonder attest is ze niet welkom in buitengewoon onderwijs. Zie daar de impasse.

    Luna is zeker welkom in het buitengewoon onderwijs … Ze mag gewoon niet van de staat … Zowel,het regulier onderwijs als het buitengewoon onderwijs gaat door dit soort situaties fel achteruit

    Ik vind dit allemaal erg ondoordacht en heb het gevoel,dat het helemaal niet om de kinderen gaat maar om centen … Kind centraal zeggen ze dan?

  17. Voor wie interesse heeft: de Specifieke Lerarenopleiding van CVO COOVI (Anderlecht) organiseert een thema-avond specifiek over dit onderwerp. Op 23 maart om 18u. Iedereen is welkom, maar er moet wel ingeschreven worden. Meer info online. Wij volgen het thema met z’n uitdagingen op de voet. Good luck!

  18. Wij hebben dit 5 jaar geleden ook meegemaakt. Bij ons was het het clb dat niet wou meewerken. Mama bemoederd hen teveel kreeg ik iedere keer. Onze jongens hebben allebei ASS en ADHD wat het voor hen niet makkelijk maakte. 2 x per week knie, 2 x per week logo en 1 x per week psychotherapie en nog bemoederde ik hen teveel. De psychologe heeft hiervoor geijverd maar stond altijd opnieuw met haar rug tegen de muur. Thuis was het niet meer leefbaar en onze jongens toen 7 en 9 jaar oud gingen zich toen zelf pijnigen (hun haren uittrekken, zichzelf krassen en de oudste zei altijd dat hij zich onder een vrachtwagen ging gooien). Toen dit ter sprake kwam bij de psychologe heeft zij contact opgenomen met het clb en is daar niet meer vertrokken tot ze het attest bijzonder onderwijs in haar handen had. Wij hebben hier nooit geen spijt van gehad en het zelf pijnigen en de zelfmoordneigingen zijn toen ook gestopt. Dat ze is eerst aan het kind denken, het is gewoon een grote schande

  19. Onze dochter is ook 5 en de achterstand was zodanig dat ze het tweede kleuterklasje opnieuw doet en 2 maal in de week ergo, logo, kine en ook psychotherapie krijgt. Dat laatste krijgt ze omdat ze hazr frustraties over de achterstand en het dubbelen niet kan plaatsen. Het blijft afwachten wat de komende jaren zullen geven, maar wij maken ons geen illusies. Nu al vormt de concentratieproblemen een groot probleem dus wat gaat dat later geven combinatie met de grote achterstand. Onze dochter werd prematuur geboren met grote complicaties. Wij hebben tov de kinderarts 4 jaar aangegeven dat wij ons zorgen maakten. Telkens werd dit van tafel geveegd. Dankzij haar juf en de school krijgt ze nu de behandeming in een revalidatie die ze al lang nodig had. Maar wat er na? Hopelijk worden we niet opnieuw aan ons lot overgelaten.
    Ps: onze dochter heet ook Flo en wordt dit jaar ook 6 🙂

  20. U heeft schrik dat het niet gaat lukken in het eerste leerjaar, dat is vast terecht. Ikzelf heb geen schrik dat uw kind geen vooruitgang kan boeken in een eerste leerjaar. Leerkrachten zijn zich bewust van het nieuwe M-decreet (of dat zouden ze toch moeten zijn) en zullen uw dochter met de grootste zorg begeleiden. Vermoedelijk zullen niet dezelfde doelen voorop gesteld worden als voor andere kinderen. Ze zijn er zich van bewust dat buitengewoon, gewoon is en zullen dit ook uitdragen, zodat uw dochter geen frustraties oploopt. Dat hiervoor meer middelen nodig zijn, is een feit. Niettegenstaande is het voor leerkrachten een uitdaging om meer gedifferentieerd te werk te gaan. Ze zullen hun onderwijspraktijk in vraag moeten stellen. Thinking out of de box. Hopelijk wordt hierover op de school van uw kind beleid gevoerd, zodat deze theorie ook in praktijk omgezet kan worden.
    Succes!

    1. Maaike, ik vind uw reactie eigenlijk een beetje te kort door de bocht. Ze klinken als de wollige woorden van een onderwijsspecialist die vanuit een ivoren toren de verantwoordelijkheid 200% bij de leerkrachten legt en het succes of falen van inclusie afhankelijk maakt van de leerkrachten. “uitdaging, gedifferentieerd te werk gaan, eigen onderwijspraktijk in vraag stellen, …” dat zijn allemaal dingen die een goede leerkracht al jaren doet. De vraag is: tot waar kunnen al die eisen gaan? Tot een leerkracht opbrandt voor hij / zij 40 is? Iedereen weet dat je je in de klas als leerkracht niet 1 “mindere” dag kan permitteren. De kruik gaat zolang te water tot ze breekt, en wie zal het dan voor de leerkrachten opnemen? Steeds meer eisen en minder middelen toekennen … ik weet waar het zal eindigen. Want laat ons eerlijk zijn, het M- decreet is een mooi verpakte besparingsmaatregel. Voor elk kind dat beter zal worden door inclusie, vrees ik dat er 2 andere uit de boot zullen vallen.

    2. En toch moet het als kind vreselijk zijn om te verdrinken in een grote groep, waarbij je zelf altijd aan het staartje bengelt en er nooit genoeg aandacht naar jou kan gaan. Iedereen gaat vooruit, en jijzelf hinkt er maar wat achteraan. Nooit goed voor je zelfbeeld, zelfs niet als iedereen er alles aan doet om je op je gemak te stellen…

  21. bijzonder onderwijs is natuurlijk niet alles maar soms een LICHTPUNT voor ouders en kinderen Wij gingen zeker niet anders kunnen en moesten we alles geweten hebben gingen we nog vroeger de stap gezet hebben Want onze kerel is er toch zo veranderd

  22. Elk verhaal heeft 2 kanten, ook dat van het M-decreet… Spijtig dat je met de slechte kant in contact komt. Als iedereen het welzijn van het kind in het achterhoofd houdt, zijn er volgens mij geen onoverbrugbare problemen.
    En daarmee wil ik niet zeggen dat het altijd aan de school ligt, of aan het CLB, er zijn ouders genoeg die ook moeten wennen aan het idee van hun kind in het BuLO.
    Uit eigen ervaring: een autistische dochter met normale begaafdheid, ook geen makkie. Hier heeft een extra jaartje bvb wel goed gedaan, maar dan wel in een andere school. Bovendien is inclusie voor haar wel haalbaar, àls de juf en school dat zien zitten. Dat zal de tijd uitwijzen, ik wil die mensen ook niet al te veel belasten…

  23. Themanummer Onderwijskrant over M-decreet
    Themanummer van Onderwijskrant over M-decreet: Nummer 172 (januari-februari-maart 2015)http://www.onderwijskrant.be/kran…/Onderwijskrant%20172.pdf…

    * M-decreet: niet haalbaar, blinde hervorming, interne exclusie binnen klas, ontwrichting (buiten)gewoon onderwijs en zorg, schijninclusie in buitenland
    *Amper 1,3% leerkrachten vindt M-decreet ‘best haalbaar’ & 82,4 % niet haalbaar & wollig decreet
    *Debat over M-decreet op 7 december in ‘Zevende Dag’
    *M-decreet ontwricht ook buitengewoon lager en s.o. & tewerkstelling van (buso)leerlingen
    *Niet enkel onderwijs, ook CLB-centra, Centra voor Ambulante Revalidatie … zijn niet klaar voor M-decreet & grootste onduidelijkheid over diagnostiek
    *Polariserende, verlossende & gehandicaptenvijandige inclusie-ideologie
    *Inclusie in Scandinavische landen: afstand tussen wetgeving en praktijk – meestal aparte settings/klassen (voor 8,5% van leerlingen in Finland)
    *Wetenschappelijk geenszins aangetoond dat leerlingen met ernstige beperking beter presteren in inclusieve klassen dan in aparte/speciale klassen op hun niveau!

  24. Erg zo iets onze regering denkt het weer beter te weten dan zie het beleven en ervoor staan en verder moeten. Het is genoeg om je kind achteruit te helpen inplaats van onmiddellijk de nodige begeleiding te geven
    Heel veel moed en sterkte

  25. Hallo,

    Ik heb met veel belangstelling je artikel gelezen. Ik werk zelf bij het CLB en moet eerlijk toegeven dat ik een beetje verbaasd ben over dit verhaal. Voor zover ik het M-decreet al onder de knie heb, moet er steeds gekeken worden naar de disproportionaliteit van maatregelen en de haalbaarheid daarvan voor alle partijen. Zoals ik het begrijp zijn ouders en kind hier een evenwaardige partij aan de school. Voor de school is het misschien, volgens jullie CLB, nog haalbaar om meer te doen voor Flo, maar ook jullie als ouder en Flo als kind levert al een serieuze inspanning. Ook voor deze inspanningen moet bekeken worden of ze niet disproportioneel zijn, of ze nog haalbaar zijn rekening houdend met de draagkracht van je kind en de draagkracht van je gezin. In hoeverre is het organiseren van alle extra hulp buiten de schooluren nog haalbaar binnen jullie gewone gezinsleven?
    Volgens mij toch de moeite waard om te herbekijken met het CLB en ruimer te kijken dan alleen maar de strikte interpretatie van de inspanningen die de school al heeft geleverd.

    Veel succes in ieder geval! Ik hoop dat het voor jullie en Flo allemaal goed verloopt, want ieder kind verdient een positieve schoolervaring.

  26. En ik zit dan in de omgekeerde situatie. Ik heb een zoon van 7 die wél meekan omdat hij hoogbegaafd is, maar hij heeft ADHD wat zijn normale werking verhindert. Hij heeft al een jaar overgeslagen en zit nu op het niveau midden derde leerjaar terwijl hij nu in het tweede zit en eigenlijk maar in het eerste had moeten zitten. Maar de ADHD is spelbreker. We doen therapie, hebben onderzoeken allerhande gedaan, psychologen ingeschakeld, hebben maandelijks overleg met de school, zijn nu met medicatie bezig die iets van beterschap brengt, maar feit is dat de scholen voor aangepast onderwijs voor slimme kinderen minder wijd verspreid zijn dan de scholen voor aangepast onderwijs voor kinderen die meer moeite moeten doen. Eigenlijk is mijn zoon beide, een slim kind dat moeite moet doen om niet buiten de lijntjes te kleuren. We hebben recht op GON-begeleiding, maar het CLB wijst dit af. En als je dan een iemand bij het CLB kan bereiken, want daar werkt nu eens niemand fulltime geloof ik, dan moeten ze het opzoeken. Ik denk dat zij het ook niet weten. Maar ondertussen lijdt mijn kind, wijzelf, broer en zus én de school en leerkrachten er wel onder. In een ontwikkeld land als het onze … Stemt me zéér droef.

    1. Dag Evi,

      Dat was ik dus ook: “een slim kind dat meer moeite moest doen”. Toen ik in de BuBaO-school kwam, was een IQ-test ongeveer het eerste wat ze daar gedaan hebben. Het cijfer dat ze toen op mij geplakt hebben, parkeerde mij ook in het hokje “hoogbegaafd”. Dat was in mijn geval minder opvallend dan in het geval van jouw zoontje, want mijn hoge IQ is vooral te danken aan mijn verbale vaardigheden, en véél minder aan de performale. En ik heb wél GON-begeleiding gehad.

      Toch durf ik zeggen: heb vertrouwen. Ja, het parcours zal moeilijker zijn voor jouw zoon dan voor een ander kind. Maar uiteindelijk komt hij wel op zijn pootjes terecht. Dat is nu net wat je van de meeste kinderen die in de andere richting “uitschieten”, niet kunt verwachten. Laat je die aan hun lot over, dan vallen ze niet op hun pootjes (eventueel mét kleerscheuren), maar in de afgrond. Mede daarom zijn er voor hen ook meer voorzieningen.

  27. Eigenzinnige interpretatie van M-decreet vanwege Tine Geysen ( CCLB-koepel

    In de bijdrage ‘M-decreet: vraag en antwoord’ in Caleidoscoop van eind februari 2015 besteedt Tine Geysen aandacht aan vragen over het M-decreet waarmee ‘CLB’ers nog zitten over de concrete uitwerking van het M-decreet’. Tine Geysen is binnen de Vrije CLB-koepel verantwoordelijk voor de sector ‘leerlingen met specifieke zorgen’.
    Op 12 februari gaf minister Crevits nog in de commissie onderwijs toe dat het M-decreet heel vaag is en veel interpretatie toelaat. Zelf vond ze die vaagheid en interpretatievrijheid veelal zelfs goed en vertrouwt ze naar eigen zeggen op de interpretatievrijheid- en wijsheid van de CLB-mensen ( zie bijlage). Uit de bijdrage van Tine Geysen blijkt o.i. alvast dat ook zij als M-decreet-expert dit decreet op een eigenzinnige wijze interpreteert. We illustreren dat even.

    Kan een leerling verwezen worden naar het type ‘basisaanbod’ in de loop van het schooljaar en tot wanneer is zijn attest geldig?

    Tine Geysen: liefst geen overgang naar basisaanbod in loop van schooljaar “Een eerste verwijzing naar het type basisaanbod in de loop van het schooljaar (bv.1ste leerjaar) kan, al moet steeds goed overwogen worden of dit wel wenselijk is.” Commentaar: een kind kan uiteraard pas verwezen worden als aangetoond wordt dat het kind weinig kan opsteken in b.v. het eerste leerjaar. Voor een aantal leerlingen waarvan men al in de kleuterschool weet dat het gewoon onderwijs moeilijk haalbaar is, zal uiteraard al heel vlug blijken dat het gewoon volgen van het eerste leerjaar niet wenselijk is. Bij zo’n afweging na 1 of een paar maanden speelt vooral ook mee dat men denkt dat dit kind ook in de erop volgende maanden weinig zal opsteken in dit eerste leerjaar en dat het verder volgen van dit leerjaar geenszins zinvol is.

    Geysen poneert echter dat men er gelijk hoe moet naar streven dat zo’n kind toch het volledige schooljaar in het eerste leerjaar blijft. Geysen dringt er op aan dat een overstap naar het basisaanbod pas op het einde van leerjaar plaatsvindt. Ze poneert: “Het streefdoel is om een overstap naar buitengewoon onderwijs te laten ingaan op 1 september.” Commentaar: waar haalt Geysen die eigenzinnige interpretatie vandaan?

    1. Beste Meneer Feys,

      Als u mensen citeert…dan graag volledig. Hieronder de vraag en het volledige antwoord uit caleidoscoop.

      Kan een leerling verwezen worden naar het type basisaanbod in de loop van het schooljaar en tot wanneer is zijn attest dan geldig?

      Een eerste verwijzing in de loop van het schooljaar kan, al moet steeds goed overwogen worden of dit wel wenselijk is. Streefdoel is om een overstap naar buitengewoon onderwijs te laten ingaan op 1 september. Een inschrijving in het type basisaanbod is maximum twee schooljaren geldig. Aan het einde van deze periode volgt een evaluatie door de klassenraad en het CLB. Leerlingen die in januari 2016 instromen in type basisaanbod, krijgen dus een evaluatie in juni 2017 (tenzij school en CLB uiteraard van mening zijn dat de leerling vroeger kan terugkeren naar het gewoon onderwijs).

      Voor alle volledigheid willen we erop wijzen dat in het nieuwe BVR rond verslaggeving (dat op het moment van druk nog moet gestemd worden) is opgenomen dat een attestwijziging enkel kan met ingang van een nieuw schooljaar. Attestwijzigingen vanuit andere types naar het type basisaanbod zullen eerder zeldzaam zijn, maar in die situaties kan de verwijzing dus enkel ingaan op 1 september van het volgende schooljaar.

      Daarnaast wil ik toch corrigeren en ook nog aanvullen. Ik heb nergens geschreven en ben ook niet van mening dat een kind enkel kan verwezen worden naar buitengewoon onderwijs als kan aangetoond worden ‘dat het niets kan opsteken in het 1e lj’. In alle vormingen die wij voorzien voor CLB-teams wordt ook duidelijk aangegeven dat de trajecten die gelopen zijn in het kleuteronderwijs meegenomen moeten worden om een afweging te maken of een ‘verslag’ kan gemaakt worden. Wat het streefdoel betreft om een overgang te laten samenvallen met de start van een nieuw schooljaar…daarmee geven we enkel aan dat waar mogelijk we een instap in buitengewoon onderwijs willen laten samenvallen met de start van een nieuw schooljaar. Het is geenszins de bedoeling om een instap in het buitengewoon onderwijs in de loop van een schooljaar te verhinderen indien dit het meest aangewezen is voor de leerling in kwestie. Een nieuw BVR verhindert CLB wel om een wijziging van verslag te doen in de loop van een schooljaar, maar de overgang van gewoon naar buitengewoon onderwijs in de loop van een schooljaar blijft mogelijk.

      Mvg,

      Tine Gheysen
      Verantwoordelijke leerlingen met specifieke noden
      VCLB-koepel

  28. Deze mail heb ik in december verstuurd naar de minister, tot op heden geen antwoord gekregen!
    Wel een antwoord van mevr Helsen van de onderwijscommissie!
    Zie verder. We moeten duidelijke signalen geven vanuit de draagkracht van het kind!!
    Geachte minister,
    Geachte kabinetsmedewerkers,
    Ik maak me zorgen, zorgen over het Mdecreet!
    Gisteren kreeg ik als zorgcoördinator het volgende compliment van een psychologe van het revalidatiecentrum: ” jullie staan binnen het reva en ver daar buiten gekend als een school met een hele goeie zorgwerking en zorgbeleid” Toen ik zei: “we doen ons best” antwoordde ze ” amai, meer dan jullie best”.
    En gelijk heeft ze. We doen idd al heel veel voor kinderen met specifieke behoeften. Kinderen met leerstoornissen, autisme, ADHD, ADD, emotionele problemen,mindere begaafdheid, anderstaligheid, faalangst, pestmoeilijkheden, gedragsproblemen,opvoedingsproblemen,… We kunnen als school al veel aan. Dagelijks zijn we bezig met differentiatie, remediëring, sticordimaatregelen,….
    Naar mijn gevoel zijn we klaar voor dat Mdecreet. Al jaren zijn we hiernaar aan het werken, de draagkracht van de school wordt groter en groter.
    Maar toch… Als ik denk aan ‘het kind’ dat ga ik toch wel twijfelen… Niet elk kind is met deze maatregelen gebaat! Sommige kinderen hebben nood aan ander onderwijs, volledig op hun maat, in kleine groepjes, op hun tempo.
    Toen ik gisterenmiddag de boodschap aan de ouders moest brengen van een meisje uit het eerste leerjaar omdat het ondanks alle zorg niet wil lukken, begon mijn hart te bloeden. Ouders voelen zoveel frustraties bij hun kind. ” ze is niet meer gelukkig”. Mama begon te huilen. Ze weet wat haar kind aan het doormaken is. De herinneringen komen naar boven. Zelf heeft ze het eerste leerjaar moeten overdoen. Nu, 25 jaar later, voelt dit nog aan als een trauma… Het heeft haar zijn als volwassene getekend.
    Dan vraag ik me af, waar zijn we toch in godsnaam mee bezig. Gras groeit ook niet door er aan te trekken! Ja, we zullen nog meer moeten differentiëren, aparte leerlijnen gaan aanbieden, extra zorg geven, maar wordt ‘het kind’ daar gelukkiger van??
    Gisterenavond GON bespreking van een jongetje met autisme in het eerste leerjaar. Vol vertrouwen ga ik naar de bespreking. Het gaat goed! De juf doet dat super. Het vraagt veel energie om hem in de gaten te houden, om hem constant individueel te sturen, maar het lukt. De woede-uitbarstingen van in het begin van het jaar zijn zo goed als weg. We hebben het gevoel dat hij straalt en hij is ook super trots omdat hij al kan lezen en rekenen. Ook de ouders zijn heel tevreden over de inspanningen van de school. Maar toch… Zij voelen dat het moeilijk wordt, zijn vatje zit vol, hij loopt op de toppen van zijn tenen, alle overprikkeling voor hem vragen zoveel energie! De ouders vragen zich terecht af of hij niet beter naar een school kan waar hij nog meer kan begeleid worden in kleine groepjes, op zijn niveau. Terecht zijn de ouders bezorgd om het welbevinden en de toekomst van hun kind!
    Mevrouw de minister, ik vraag je met aandrang om nog eens met jouw moederhart naar het Mdecreet te kijken en rekening te houden met ‘het kind’! Je hoeft het niet voor mij te doen. Ik doe mijn job super graag. Ik geniet van de stralende oogjes als het wel eens lukt, van de dank je wel omdat ze de toets in alle rust mag in de zorgklas maken, van de knuffel van een ouder omdat je weer eens naar haar hebt geluisterd! Je moet het niet te doen voor mijn collega’s, de leerkrachten, want zij doen dat fantastisch! Ze kunnen al veel aan! Waar ze tien jaar geleden nog op sakkerden, doen ze nu vol overgave, zonder er nog echt bij stil te staan. Het is zo evident geworden, het zit in hun vingers! Maar doe het voor ‘het kind’!! Niet elk kind kan al die maatregelen en middeltjes aan! Het is toch onze taak om de kinderen van nu met de juiste bagage en met voldoende zelfvertrouwen de maatschappij en arbeidswereld in te sturen. De kinderen van nu, de volwassene van morgen, …
    Dank je wel voor je tijd!

    antwoord van mevr Helsen:
    Geachte mevrouw,

    Bij het beantwoorden van brieven en e-mailberichten geven we vanuit de CD&V-fractie vaak aan dat het M-decreet voor vele (en wellicht voor de meeste) Vlaamse basisscholen en hun schoolteams de decretale verankering inhoudt van een praktijk die hun helemaal niet vreemd is en van een benadering die ze al langer met grote zorg en deskundigheid toepassen. De evidentie daarvan hebben mijn collega’s en ikzelf echter nog maar zelden zo overduidelijk teruggevonden in een e-mailbericht dat aan de basis lag van ons antwoord. Dat van u vormt – in combinatie met uw e-mailbericht aan de minister – dan ook een uitzondering waar tegelijk zowel een grote professionaliteit als een bijzondere warmte van uitgaat. We willen u daar uitdrukkelijk voor bedanken en onze steun en bewondering uitspreken voor u, voor het schoolteam waar u deel van uitmaakt en voor uw school, die zich daar allen dagdagelijks voor inzetten. U hoeft niet te twijfelen: u bent inderdaad klaar voor het M-decreet.

    Tegelijk delen we uw visie dat het kind en de leerling centraal moeten blijven staan. Naar onze mening is dat ook de bedoeling van het M-decreet. Ten aanzien van het gewoon basisonderwijs zorgt de kern van het M-decreet voor een decretale verankering in zijn opdrachtomschrijving van het garanderen van gepaste en redelijke aanpassingen. Het zijn aanpassingen die kinderen kunnen toelaten om hun onderwijstraject in het gewoon onderwijs te doorlopen of verder te zetten. Ze zijn verplicht als ze niet disproportioneel zijn en toelaten dat een leerling het gemeenschappelijk curriculum van het gewoon onderwijs kan volgen. Het M-decreet blijft dus ook uitgaan van het gemeenschappelijk curriculum. Dat blijft de lat waar je in het gewoon onderwijs zo veel mogelijk leerlingen over haalt. Leerlingen die het gemeenschappelijk curriculum niet aankunnen, zelfs niet met redelijke aanpassingen, hoef je niet over die lat te duwen. Het buitengewoon onderwijs blijft dus als vanzelfsprekend bestaan. Kinderen voor wie daar de beste leeromgeving ligt, zullen daar terecht blijven kunnen. Als we het M-decreet in één zin moeten samenvatten, dan is die ‘gewoon onderwijs als het kan, buitengewoon onderwijs als het moet’.

    Zonder de toekomst precies te kunnen voorspellen, gaan we er ook van uit dat het M-decreet geen plotse en grote veranderingen teweeg zal brengen. Het zal stap voor stap worden uitgevoerd, en nauwkeurig worden opgevolgd. Op deze manier kunnen we waar nodig tijdig bijsturen. Doelstelling is en blijft daarbij om alle kinderen een optimale leeromgeving te garanderen waar ze zo goed als mogelijk tot hun recht kunnen komen.

    Ik hoop u hiermee heb kunnen aangeven dat uw zorg ook de onze is.
    Aarzel niet om bij verdere vragen en bedenkingen contact met ons op te nemen.
    Hoogachtend,

    Kathleen Helsen,
    ook in naam van mijn CD&V-collega’s die effectief lid zijn van de commissie Onderwijs van het Vlaams Parlement: Vlaams volksvertegenwoordigers Jos De Meyer, Jan Durnez en Jenne De Potter

    1. Beste Kathleen Helsen,

      Mag ik je aanmoedigen om je slagzin ietsje aan te passen?
      ‘GEWOON ONDERWIJS ALS HET KAN, BUITENGEWOON ONDERWIJS KAN OOK’
      waarom ‘als het moet’ ? Kan het nog negatiever klinken?

      Ik werk al 31 jaar in het buitengewoon onderwijs en zie daar vooral gelukkige kinderen en ouders. Ik begeleid ( GON T8) elk jaar enkele kinderen die we vanuit onze school advies geven om terug te keren naar het gewoon onderwijs.
      Geloof me, we proberen het kind een plaats te geven waar het zich goed voelt en zich met een positief zelfbeeld kan open stellen om weer te leren. Dit KAN in het gewoon onderwijs zijn maar dit KAN ook in het buitengewoon onderwijs zijn.

      1. Voor mij klinkt de zin ‘gewoon onderwijs als het kan,buitengewoon onderwijs als het moet ‘vreselijk in mijn oren.Laat ze maar beginnen in het normale onderwijs om ze daarna te laten zakken naar het BO.Het is precies ofdat dit allemaal zo makkelijk is .En weer praten ze over het gemeenschappelijk curriculum,het is juist datgene dat niet haalbaar is voor kinderen met een beperking en dat moet worden aangepast.Ik heb zelf een zoon in inclusie onderwijs ( wij wonen wel in Spanje ) en hij is hier heel gelukkig maar er is dan ook heel veel aangepast .In Belgie zat hij in een BO school en was er niet erg gelukkig.Maar het gaat over zoveel meer dan enkel het leren.Zijn klasgenoten hebben enorm veel respect voor elkaar ,ze leren omgaan met ‘zwakkere’ elementen in de klas.En zijn sociale vaardigheden zijn er enorm op vooruitgegaan.Maar het is niet voor iedereen weggelegd en hier bestaan er ook nog BO scholen maar ze staan evenwaardig naast de ‘normale scholen’ en dat mis ik in Belgie.

      2. Waarom verwoorden ze het niet als volgt: ‘gewoon onderwijs is een recht voor elk kind, maar het hoeft geen plicht te zijn!’
        Ik begrijp ook de woorden van mevr Crevits niet in het interview bij Hautekiet! ‘Vanaf nu zal er zorgvuldiger omgegaan worden met de doorverwijzingen naar het BO.’ Deden we dat vroeger dan niet zorgvuldig??? We hebben toch al altijd eerst het kind de kans gegeven, maatregelen toegepast en vooral het welbevinden in de gaten gehouden! Dit is toch wat kort door de bocht, hoor, mevr Crevits!!

    2. Ik hoop dat mijn zoon ook naar bijzonder onderwijs kan gaan. Wij zien het niet als minder of van moeten maar een kans krijgen. Noah wil graag werkman worden. Hij zit nu in 2de leerjaar, heeft autisme combi adhd maar is vooral nu al schoolmoe! Zo’n kinderen hebben een aangepaste school met kleine klassen en extra psychologische en sociale begeleiding om hen sterk te maken tegen de maatschappij is broodnodig. Noah wil werkman worden en een vriend hebben! Het is hartverscheurend om als ouder geen gehoor te hebben voor die simpele vraag van je kind…

      1. Ik hoop dit soort getuigenissen en stemmen vanuit het hart hier te mogen blijven lezen!
        Ikzelf heb 4 jaar geleden al eens een boekje geschreven ( vanachter de schermen uit, Doping in het onderwijs ).

        Nu 4 jaar later heb ik een kleine burn-out achter de rug ( net omwille van dit soort “initiatieven” ). Maar ipv negatief en klagend te schrijven wil ik deze zomer het verhaal en roer omgooien en het manuscript én updaten én actualiseren.
        Dit boekje zal ik dan de minister rechtstreeks bezorgen, maar ons onderwijsschip,… dat maakt alvast serieus wat water en het M-decreet… dat is die dodelijke ijsberg!

  29. vanuit dit standpunt had ik het niet eens bekeken (hoe enggeestig van mezelf als leerkracht, excuseer daarvoor) ik zie het ook niet meer zitten, echt waar, ik zie alle kinderen in mijn klas heel graag, maar ik ben maar wie ik ben….ik kan ook niet toveren ….ik vind dat zoals met dokters: voor de gewone zaken ga je naar de huisarts, maar als het iets ergers is, zoek je toch een specialist! wel die mensen in het buitengewoon onderwijs, dat zijn in dit geval toch de specialisten…ik snap het echt niet, dat M-decreet…. ik vind het wel heel knap van je dat je hier zo openhartig over schrijft! het opent vaak mijn ogen!

  30. Als leerkracht in wording vind ik het M-decreet meteen een zeer grote uitdaging om mijn loopbaan te starten. Tijdens de lessen zorgbeleid werd het M-decreet uitvoerig met ons besproken. Ik ben er ook zeker van overtuigd dat dit voor een aantal kinderen voordelen zal hebben, maar voor een aantal kinderen ook erg nadelig kan zijn zoals aangetoond in dit verhaal. Ik ga sinds enkele jaren als begeleiding/monitor mee op kamp met kinderen die een fysieke/mentale beperking of gedragsproblemen hebben. Kinderen die volgend jaar bij mij in de klas kunnen zitten. Als monitor op zo’n kamp ben je verantwoordelijk voor maximum twee à drie kinderen. Na tien dagen die zorg en verantwoordelijkheid te dragen ben je doodop! Dit is dan nog een situatie in een vrij ontspannen sfeer zonder druk, lesroosters, planningen, leerplannen, doelstellingen,…
    Ik ben dus erg benieuwd hoe deze kinderen zullen functioneren in een gewone klas en hoe leerkrachten hier mee gaan werken.

  31. ‘Volgens het nieuwe M-decreet moet de school kunnen aantonen dat ze alles heeft geprobeerd om het kind te begeleiden. Enkel als de aanpassingen voor het kind buitensporig zijn, kan er een attest voor buitengewoon onderwijs opgesteld worden.’ Waarom vindt de CLB-medewerker de aanpassingen niet buitensporig? Kunnen die aanpassingen niet gerealiseerd worden? Kan de school de klas van je dochter verkleinen zodat de leerkracht meer ruimte krijgt? Kan de leerkracht de taken voor je dochter aanpassen? Kan je dochter geen mobiele ondersteuning krijgen van een MFC? Inclusief onderwijs bestaat al langer dan vandaag. Er zijn ervaren leerkrachten, scholen en ouders die je kunnen ondersteunen. Al contact genomen met steunpunt voor Inclusie? Succes.

  32. Het miserie-decreet zal je bedoelen. Ik werk in een brusselse school met 25 leerlingen per klas waarvan er in elke klas 1-3 OKAN leerlingen zitten. Het M-decreet heeft dan misschien een goede visie, maar is zonder heel wat extra middelen volgens mij niet haalbaar. Onze leekrachten zijn nu al bijna meer bezig met papierwerk dan met lesgeven..

  33. Onze dochter is 16 jaar, krijgt les in een beroepsklas, maar is het ‘gelukkigste’ kind van de wereld als ze naar school kan. Dat was ooit anders. Ik ben zelf leerkracht en kon haar niet helpen. Elke dag pijn van de stress als 6-jarige. Ze is na de kleuterklas naar de speelleerklas gegaan. Nadien type 8 gevolgd. Haar andere talenten leren ontdekken op haar tempo. Ik ben zo blij dat mijn dochter dit al achter de rug heeft. vandaag zou ze een ongelukkig kind zijn en nooit in aanmerking gekomen zijn voor type 8. Ik hoop voor jou dat jullie een oplossing vinden.

  34. Mevrouw Nelissen, ik ga u niet belasten met de voorgeschiedenis over het ontstaan van het M-decreet. Laat Flo zeker niet dubbelen, dat zou een onterechte straf voor haar zijn. Ga naar de (een) behandelende specialist: hij/zij zal u ongetwijfeld dit attest geven als u hem als bijkomende info duidelijk maakt dat het gewoon basisonderwijs helemaal niet klaar is voor Flo, wie dient haar de medicijnen toe, wat als er toch een aanval komt in een school die géén voorzieningen heeft zoals het buitengewoon onderwijs ( verpleging, rustlokaal.. enz). En dan heb ik het nog niet over de hulpeloosheid van een leerkracht die totaal niet is opgeid om zulke kinderen op te vangen en te begeleiden. Volhouden, succes!

  35. Als oudgediende van het BuBaO type 4 én voormalig GON-leerlinge, met een fysieke beperking en epilepsie, ben ik zelf een rabiate voorstander van inclusie in het gewoon onderwijs als éérste optie voor alle kinderen. Omdat buitengewoon onderwijs als standaardoplossing een pervers neveneffect heeft: het maakt het fenomeen “handicap” voor alle anderen onbekend, dus onbemind, en voegt op die manier een extra drempel toe in het leven van heel wat mensen met een handicap.

    Wat ik niet goed begrijp in dit verhaal, is echter waarom er niet gewoon op basis van de al geleverde inspanningen in de kleuterklas, beslist kan worden dat Flo niet gebaat is bij inclusie. Staan de inspanningen van de kleuterjuf, en de bedenkingen van de betrokken paramedici en andere belanghebbenden, dan nergens gedocumenteerd? Indien ze wél gedocumenteerd zijn (of kunnen worden), dan begrijp ik niet waarom het M-decreet desondanks vereist dat er “nog eens geprobeerd” wordt. Te herschrijven?

  36. Ik wil pleiten voor het RECHT dat elk kind moet hebben om aangepast onderwijs te krijgen. Dat geldt zowel voor de kinderen met speciale noden als de kinderen in de klas die gewoon “gewoon” zijn. Deze gewone kinderen hebben ook recht op aandacht, begeleiding, aansporing, uitdaging, ….
    Bovendien hebben kinderen met speciale noden RECHT op die speciale aandacht.
    Ik wil hier graag het voorbeeld geven van mijn petekindje. In het derde leerjaar blijft ze achter, ze wordt getest en er wordt zware dyslexie vastgesteld. Na de nodige testen wordt ze doorverwezen naar het buitengewoon basisonderwijs waar ze het vierde leerjaar in twee jaren afrondt. Als een vrolijk niet-gefrustreerd kind begint ze aan het vijfde jaar, Als een vrolijk kind rond ze het basisonderwijs af om vervolgens het TSO (toen nog) verpleegaspirant met succes en zonder een jaar overdoen te behalen.
    Ze is ondertussen gegradueerde verpleegkundige en doet het super, nog geen dag zonder werk geweest sinds ze vijf jaar geleden afstudeerde.
    Niemand weet hoe haar parcours zou geweest zijn zonder die twee jaar speciale aandacht, maar ik weet wel dat dit voor haar een perfect parcours was! Zovele “petekindjes” gaat dit voorrecht ontzegt worden… zooooo jammer !!!!!

  37. Ik werk al 5 jaar als opvoeder in het Buitengewoon Secundair Onderwijs, jongeren met een GES problematiek, type 3 OV 4. Op een enkeling of 2 na die jaarlijks doorstromen naar het reguliere onderwijs, onze school gaat maar tot het 4 de middelbaar, zijn al de anderen meer dan gebaat om in het buitengewoon onderwijs te kunnen blijven. Dat M decreet is allemaal mooi op papier maar echt niet realiseerbaar. Zonder de leerkrachten in het regulier onderwijs af te breken kan ik jullie garanderen dat er veel onder hen gaan sneuvelen door deze veranderingen. De grootste slachtoffers zijn vooral de kinderen en jongeren die als proefpersonen gaan dienen in dit nu al falende experiment. Er zijn overal plastsen tekort, ik denk aan kinderpsychiaterie, begeleidingstehuizen, crisisopnames enz…
    Het is nu heden ten dage voor deze kinderen en jongeren vaak knokken om aanvaard te worden en de succes ervaringen, de weinige die al hebben, staande te kunnen houden!!! Wij hebben klassen van max 7 lln omdat klassen van 20 lln gewoon niet haalbaar is voor hen qua ondersteuning en vooral concentratie. Zoals ik hierboven al ergens las is het inderdaad zo dat Brussel net niet in deze sector mag snoeien maar in moet investeren. Deze jongeren zijn de toekomst maar hoe het er nu uitziet of gaat uitzien wordt het voor hen een zeer sombere toekomst!!! Sorry voor mijn pessimisme maar als ik bijna 10 jaar in deze sector werkt, 5 Bijzondere Jeugdzorg en nu al 5 jaar Buitengewoon Secundair Onderwijs, dan mag ik denk wel zeer pessimistisch over wat er staat te gebeuren!!!

    1. Ik was die van Brussel 😉
      en ik geef je helemaal gelijk! Ik werk nu bijna 3 jaar, 10 maand als opvoedster en de rest als zorgondersteuner en nu zorgcoördinator in het Brussels onderwijs. En ik heb al veel leekrachten zien sneuvelen wegens te zware druk. Ik heb ontzettend veel respect voor alle leekrachten, BuO en BaO, maar ben er net als jij van overtuigd dat de leerkrachten in het BaO hier niet klaar voor zijn. We mankeren de juiste opleiding en kennis om met deze problematieken om te gaan. In plaats van te schrappen in onze middelen zouden ze beter investeren in opleiding en extra uren!

  38. Ik heb een pleegzoon met ADHD, ODD, hechtingsstoornis en ben zo blij dat hij zonder al die heisa in het type 8 bijzonder onderwijs terecht kon 10 jaar geleden. Hij was niet schoolmoe na 6 jaar lagere school met overzitten , hard werken en toch de zwakste van de klas te zijn. Nee, hij deed jaar per jaar zijn leerjaar op maat, aangepast aan zijn mogelijkheden en verliet de lagere school heel trots en klaar voor de stap naar het beroepsonderwijs, waar hij veel kinderen leerde kennen die 6 of 7 jaar de “domste” van de klas waren geweest want ja, ze konden net mee ( lees op 12 jaar haalden ze niveau 4 de leerjaar en konden aanpikken in de beroepsrichting) Maar wat met hun zelfvertrouwen, het belangrijkste dat je ze kunt meegeven is een gevoel van ik ben oké, ik kan het wél, en dat is wat het M decreet massaal gaat wegnemen: de kans om kinderen met een leerstoornis de kans geven een basis te geven met zelfvertrouwen, zelfrespect en daardoor een mogelijkheid op een gelukkig leven

  39. An, ik begrijp je frustratie heel goed! Ik weet dat het geen duurzame oplossing is, maar misschien wel een goede tussenoplossing: ik werk in de opleiding orthopedagogie op de AP-Hogeschool in Antwerpen en wij richten inclusiestages in, waardoor je gratis ondersteuning kan krijgen van een stagiaire. Hogeschool en universiteit Gent doen dit ook. Alle info via Docenten voor Inclusie & Ouders voor Inclusie

    Groetjes,

    Mieke

  40. Wij hebben ‘geluk’ en hebben de attesten gekregen. Nu de volgende stap: een goede school vinden die plaats heeft …

    Het is zo dubbel. De school waar jouw jongste nu naar toe gaat doet veel, maar er zijn grenzen. De klassen zijn ‘vol’, de zorgleerkracht is niet permanent aanwezig en moet ook nog eens alle zorgkinderen helpen opvangen. GON is heel beperkt zowel qua uren als qua jaren waar je recht op heb. En een kind dat gefrustreerd is door het falen op school brengt die stress mee naar huis en dat heeft een negatieve invloed op het gezinsleven.

    En het CLB heeft veel macht, niet alleen de contactpersoon (die overvraagd wordt voor het moment) maar ook het team die samen de dossiers bekijken en beoordelen. Ook al is de contactpersoon accoord voor het uitschrijven van een attest. Als het team vindt dat er meer kan gedaan worden door de huidige school, is het een neen.

    En de tijd dringt, want ja de scholen starten met inschrijven. Broers en zussen deze week, volgende week de ‘nieuwe’. En in regio Gent is er geen plaats over …

    Veel moed!

  41. Problemen met inclusie (M-decreet) in Duitsland: Gemeinsames Lernen ist umstritten (SWR:Fernsehen:25.02.’15).

    Behinderte und nicht behinderte Kinder sollen künftig in eine Klasse gehen können. Doch obwohl die Umsetzung der Inklusion in Ar…beit ist, sind noch viele Fragen offen.

    (1)Integration oder Ausgrenzung

    Viele Kritiker sehen im gemeinsamen Unterricht aber auch einen Nachteil. Wenn ein behindertes Kind trotz Sozialpädagogen keine Chance hat, dem Stoff zu folgen, geschweige denn den Abschluss zu schaffen, können sich daraus Frustrationen ergeben. Denn die individuellen Stärken und Schwächen des Kindes so zu fördern wie in einer Sonderschule, ist in integrativen Klassen beinahe unmöglich.

    Es bleibt den Kindern nicht verborgen, dass ihnen das Lernen deutlich schwerer fällt als den gesunden Klassenkameraden. Dadurch könnte statt einem Zusammengehörigkeitsgefühl genau das Gegenteil erreicht werden.
    Während das Anderssein in Sonderschulen für alle Kinder normal ist, befürchten Eltern, dass die Mitschüler ihre Kinder auf Regelschulen als “behindert” ausgrenzen würden. Gleichzeitig befürchten Eltern gesunder Kinder einen Qualitätsverlust im Unterricht.

    (2)Die Rolle der Lehrer

    Befürworter sehen in der Inklusion auch große Chancen für das Kollegium: Teamteaching ist hier das Zauberwort, denn eine Schule für alle ist nur möglich, wenn vom Schulamt bis zum Kollegium alle mitziehen. Wenn plötzlich Zivildienstleitende, Pflegekräfte für schwerbehinderte Kinder und Physiotherapeuten mit im Schulalltag involviert sind, kann das auch für die Lehrer ein großer Gewinn sein.

    Auf der anderen Seite ist eine Neuüberdenkung des Unterrichts nötig und auf die Lehrer kommt ein völlig neues Anforderungsfeld zu, was große Herausforderungen mit sich bringt. Für die betroffenen Klassen ist eine komplette Umstrukturierung unvermeidbar.

    (3)Die Frage der Kosten

    Die behindertengerechte Umgestaltung der Schulen versursacht enorme Kosten.Die gegenwärtige Doppelstruktur von Sonder- und Regelschule verursacht immense Kosten, so Inklusions-Befürworter. Die einmalige Investition in die Umstrukturierung könnte langfristig gesehen kostengünstiger sein und außerdem einen größeren Gestaltungsraum schaffen. Dies kann aber nur funktionieren, wenn das Land, die Kreise und die Kommunen an einem Strang ziehen.
    Inklusion sei zu teuer, behaupten Kritiker. Das Kultusministerium schätzt, dass allein in Baden-Württemberg Kosten über 100 Millionen Euro anfallen würden. Dabei spielt vor allem die behindertengerechte Umgestaltung der Schulen eine große Rolle. Gleichzeitig müssten in den nächsten acht Jahren knapp 1.400 neue Lehrerstellen geschaffen werden. Das Land wird dabei Kosten von bis zu 30 Millionen Euro im Schuljahr für Schulassistenten, Schülerbeförderung und bauliche Maßnahmen übernehmen. Mit neun Millionen im Jahr kommen aber immer noch große Mehrkosten auf die Kommunen zu, die noch nicht wissen, ob sie diese tragen können.

  42. Leerkrachten in Nederland: vooral extra papierwerk en planlast.
    “Sinds de invoering van de wet passend onderwijs is het voor scholen lastiger om een leerling te weigeren of van school te verwijderen. Scholen moeten nu meer feiten en onderbouwing gev…en voor zo’n beslissing. De Geschillencommissie passend onderwijs vraagt in dergelijke zaken meer bewijslast van scholen. Dit meldt de Algemene Onderwijsbond (AOb).
    Scholen moeten volgens strenge criteria voor elk individueel kind uitzoeken wat precies de ‘ondersteuningsbehoefte’ is. Vervolgens moet de school kijken of zij zelf in die behoefte kan voorzien. Is speciaal onderwijs (so) voor de betreffende leerling toch beter, dan moet de school de werkwijze van de so-school (=bo-school) in de buurt uitzoeken.
    Het opstellen van een onderzoeksdocument is nieuw voor de scholen en zou vooral een hoop werk zijn. “Tot nu toe levert passend onderwijs vooral een hoop extra papierwerk op. De leraren zijn zo gefocust op hun relatie met de kinderen in de klas, op hun dagelijkse werk dat alles wat daar buiten valt aan papierwerk en documenten gewoon minder belangrijk is”, aldus Ina van der Schuur, AOb-consulent die voorlichting geeft over passend onderwijs.”

  43. Buitengewoon of gewoon onderwijs voor mijn kind met beperking? Afwegingen voor een verantwoorde keuze bij invoering van M-decreet.

    Inklusion oder Förderschule? (Selma Lagerlöf-schule) Welke belangrijke vragen moet een ouder zich stellen?

    1.Welche Bedingungen bieten die verschiedenen Schulen?

    Die Bedingungen können sich grundsätzlich deutlich unterscheiden. Sie müssen vorab die richtigen Fragen stellen, von denen wir hier einige aufführen. Danach geben wir einen groben Rahmen an, wie die Bedingungen an den verschiedenen Schularten sind. Gerade wenn Sie über eine inklusive Beschulung nachdenken, ist die Klärung der Bedingungen aus unserer Erfahrung besonders wichtig. Denn auch wenn gesetzlich geregelt ist, dass Ihr Kind auf eine Grundschule gehen darf, ist jedoch nicht festgeschrieben, dass ihm dort die gleichen Ressourcen und Bedingungen zustehen, die es an einer Förderschule bekommen würde.1.bis Wie groß ist die Klasse, in die mein Kind kommt?An Förderschulen sind grundsätzlich die Klassen kleiner als an der Grundschule. Wie klein sie sind, hängt von der jeweiligen Förderschule ab. An der Selma-Lagerlöf-Schule liegt die durchschnittliche Klassenstärke bei 7 Schülerinnen und Schülern. Natürlich kann es – gerade im ländlichen Bereich – auch in der Grundschule zum Teil sehr kleine Klassen geben. Fragen Sie, wie groß die Klasse sein wird, in die ihr Kind kommen soll.

    2.Wer wird mein Kind unterrichten?
    In der Förderschule wird ihr Kind von einer besonders ausgebildeten Förderschullehrkraft unterrichtet. Zudem unterstützt in jeder Klasse eine qualifizierte pädagogische Mitarbeiterin die Arbeit in der Klasse. In Grundschulen unterrichten generell Grundschullehrkräfte. Geht ihr Kind an die Grundschule, erhält die Grundschullehrkraft Unterstützung durch eine Förderschullehrkraft. Bei einem Kind mit Bedarf an sonderpädagogischer Unterstützung im Bereich Geistige Entwicklung beträgt dies 5 Stunden pro Woche.
    Bekommt mein Kind zusätzliche, intensive Förderung im Schulunterricht?
    Auch hier sind die Bedingungen sehr unterschiedlich. An der Förderschule ist die individuelle Förderung gut verankert und eine wesentliche Basis dieser Schulart. So gibt es prinzipiell die Möglichkeit von zusätzlicher Förderung in Kleingruppen oder manchmal sogar in der Einzelförderung. Solche Möglichkeiten für Zusatz-Förderung sind an den Grundschulen noch selten. Die zugewiesenen Förderschullehrerstunden pro Kind mit Bedarf an sonderpädagogischer Unterstützung werden sehr unterschiedlich eingesetzt (im Klassenverband oder in der Einzelförderung) Letztlich verteilt die Schule die zusätzlichen Ressourcen immer selbst. Ob Ihr Kind davon profitieren könnte, müssen Sie erfragen.

    3.Bekommt mein Kind noch weitere Unterstützung?
    Abhängig von der Art und Schwere der Behinderung hat Ihr Kind an der Regelschule als auch an der Förderschule Anspruch auf einen Schulbegleiter.

    4. Ich kenne mein Kind. Wo kann es wohl am besten lernen?Aus unserer Sicht ist die Entscheidung, auf welche Schule ein Kind mit Behinderung geht, neben den Bedingungen vor Ort vom Kind abhängig. Sie kennen ihr Kind am besten und können am besten einschätzen, unter welchen Rahmenbedingungen es ihm gut gehen würde und es am besten lernen könnte.

    5. Wie selbständig kann mein Kind arbeiten?
    In der Grundschule wird von den Kindern relativ schnell erwartet, dass sie Dinge selbständig erledigen: Schuhe und Jacke an- und ausziehen, beim Sportunterricht umziehen, ein Arbeitsblatt von oben bis unten bearbeiten, bald schon selbst erlesen, was zu tun ist, sich und das eigene Arbeiten gar selbst zu organisieren. Allein wegen der Anzahl der Kinder ist intensive Unterstützung hier in der Grundschule in der Regel nicht (lange) zu erwarten. In der Förderschule ist das meist besser möglich, weil der Betreuungsschlüssel durch die deutlich kleineren Klassen und durch den Einsatz von Förderschullehrkräften und pädagogischen Mitarbeiterinnen in einer Klasse sehr gut ist.

    6. Von welchen Mitschülern würde es profitieren?
    Eine Besonderheit der Förderschule ist es, dass alle Schüler in einer Klasse eine Behinderung haben oder entwicklungsverzögert sind. Es gibt also im Vergleich zur Grundschule vor Ort eine Häufung von Kindern mit besonderen Schwierigkeiten im Lernen oder auch im Verhalten. Eltern, die eine inklusive Schulform wählen, nennen dies häufig als Argument dafür, dass die Vorbilder “schlechter” sind oder der Unterricht nicht so konzentriert abläuft. Solche Klassen und Konstellationen gibt es. Auch deshalb lohnt sich nachzufragen: Welche Mitschüler wird mein Kind haben? Auch an der Grundschule. Denn auch hier sind Mitschüler mit besonderen Schwierigkeiten durchaus möglich.
    Was die Schulleistung angeht, ist das Umfeld ebenfalls vom Kind abhängig: Manche Kinder lassen sich durch stärkere Mitschüler inspirieren oder lernen von ihnen, manche ziehen sich gänzlich zurück, weil sie immer das Gefühl haben, sie können gar nichts.

    7.Wird Therapie angeboten?

  44. Getuigenis van een ouder.
    How one mainstream teacher’s personal experience led her to believe inclusion doesn’t work

    Started by: TESProfessional 12-3-2015 • 15:45

    Inclusion does not always work and we need to demystify special schools so that all children can have the education that they deserve.
    ..This is the view of Nancy Gedge, a mainstream school teacher and the mother of Sam, who has Down’s syndrome. Writing in the 13 March issue of TES, she explains that although inclusion can work for some children with special education needs, for many others mainstream schools are simply not up to the job, through no fault of their own.

    “I don’t blame the system or Sam’s mainstream school for the failure of inclusion,” she writes. “There was never an incident that tipped me over the edge. But, you see, because I am one of them – a mainstream teacher – I know things. I know that my profession, my wonderful profession that does its best under all circumstances, is too tired, too busy and under too much pressure.”

    She says that, like other parents, she used to fear the alternative – the special school – but she writes about how her eyes were opened to how much more suited it was to her child.

    “It took a while for me to realise that sending my son to a mainstream school wasn’t going to ensure his effective inclusion. It took a while for me to discover that the special school is a place of hope and joy and celebration of who we are, warts and all. And it took a while for me to realise that the special school is out there, at the events and in the local markets, getting involved and inviting people in,” she writes.

    She explains that we can think of inclusion purely in educational terms when really inclusion is about every aspect of a life. It is in special schools, she says, that this broader inclusion can often be found, along with a rigorous and tailored education. More importantly, she writes, it is in a special school that her son truly feels happy.

    “I don’t need an Ofsted report to tell me that Sam’s school is outstanding: the fact that he chose to wear his school uniform on Boxing Day is testament to that,” she writes. “He is always keen to go, no matter what.”

  45. In Finland geen (echt) inclusief onderwijs: die leerlingen zitten samen in aparte klassen
    Finland:haaks op radicale inclusie en M-decreet

    *Finland heeft de optie voor radicale inclusie zoals in VN-gedrag nooit onderschreven.
    *Probleemleerlingen in aparte klassen
    *Veel aandacht en geld …voor remediëring

    “Currently, Finland is a black sheep in the international movement on inclusive education. The legitimacy of separate special education is strong and unquestioned. Since the mainstream in most other countries is towards inclusive education, the situation of Finnish school authorities is not always comfortable. There is a continuous threat of a legitimacy crisis in special education. Until now the threat has been successfully handled first through the means of ignoring the international discussions, statements and policies, and lately by changing the meaning of the concept of inclusion. Instead of inclusion meaning desegregation it is increasingly defined by educational authorities to mean some kind of good teaching in general (Halinen & Järvinen, 2008; Special Education Committee, 2007).

    Traditional Finnish sets of values combined with strong teacher professionalism together explain the high legitimacy of segregated special education in Finnish society. The increasing numbers of students in special education are interpreted by representatives of the government as a healthy answer to increasing pathological conditions of children. The international discussion on inclusion (UN, 1993; Unesco, 1994) was first met in Finland by silence, which continued for several years (e.g. Blom, et al., 1996). At the political level, inclusion is not raised as a goal to be sought. Instead, it is understood as a state that has already been achieved, because all that is possible has already been done. The main focus of special education policy is localized in the neoliberal philosophy of “early intervention”, where problems are found in the pathological conditions of individual children (Plan for Education and Research 2007-2011 by the Ministry of Education). This focus is evident also in the Special Education Strategy report of the Special Education Committee of the Ministry of Education (2007).

  46. beste,

    ik heb er 3 kinderen met extra zorg doorheen geloodst. Je moet wel zelf investeren voor je kinderen, vanzelf komt het niet in je schoot gevallen, maar er bestaat veel. Lees bvb eens bij oudersvoorinclusie. Hier zegden de artsen ooit ook dat het nooit of nooit zou lukken, dat hij nooit of nooit iets zou oppikken in het gewone onderwijs. En: hij is er nu geraakt. Zit nu in het hoger onderwijs. Je moet enkel opzwemmen tegen vooroordelen en slechte wil. Maar: er bestaan genoeg leerkrachten die ervoor gaan, meer dan in het buitengewoon onderwijs zelfs, dat is echt niet zaligmakend. Daar kan ik nu pas een boek over schrijven. Ik geloof dat kinderen zoveel meer kansen krijgen in het gewone onderwijs. Kinderen leren ook van mekaar, kinderen zorgen ook voor mekaar, kinderen leren mekaar van kleinsafaan respecteren en verdraagzaamheid groeit. Maar niet zolang men bijzondere kinderen blijft wegstoppen in aparte scholen. De maatschappij kan pas echt veranderen als we er samen voor gaan en in onze kinderen geloven. Ik heb altijd gezegd: ik ga verder met hun mogelijkheden en niet met hun beperkingen en dat is onze redding geweest. Geloof in je kind, al is het op zijn/ haar eigen tempo. Er is echt ontzettend veel mogelijk, je kan evengoed vrijwilligers vinden, die je kind kunnen begeleiden en de juf mee kunnen ondersteunen. Er bestaat zoveel.

  47. inclusie onderwijs! een mooie term, maar in de praktijk bijna onhaalbaar. Hoe kun je je als leerkracht concentreren op leerlingen die speciale hulp nodig hebben en toch andere leerlingen niet in de steek laten? Beide leerlingen hebben evenveel recht op aangepast onderwijs.
    In Engeland heb ik gezien dat het wél kan, maar: elk kind met de nood aan bijzondere zorg heeft een begeleider in de klas. Zo had een doof kind een hele dag iemand die alles noteerde voor hem. Probleem hier in België; geld.

    1. geen geld is het domste excuus van leerkrachten dat ik ooit hoorde. In een klas in blo heb je vaak meer dan 10 kinderen voor één leerkracht, allemaal kinderen met aparte noden en aparte aandacht op maat. in een gewone klas heb je enkele leerlingen meer, waarvan er maar een paar met een probleem. Het inschakelen van een buddy, het zoeken een een inclusiestudente (stagiair), het zelf mee ingeschakeld worden als ouder, oudere leerlingen betrekken, … veel voorbeelden van hoe het kan. Vaak loopt het al mis op verdraagzaamheid: bvb een computerkabel die door de klas ligt, en wat een leraar niet kan verdragen. Een ouder die realiseert het zonder opleiding, dag in dag uit, 24 uur op 24. met vaak ook meerdere kinderen of kinderen met verschillende noden.

      1. Nog eens: zelf op zoek gaan naar vrijwilligers, familie en vrienden om te helpen in de klas zodat mijn kind het hoofd boven water houdt, dat kan toch de bedoeling niet zijn.
        Het onderwijs moet onderwijs organiseren en dat op een structurele manier.

  48. Het M-decreet zal in de praktijk niets verbeteren voor leerlingen met speciale noden, wel integendeel. Er zal nog meer druk op de leerkrachten komen waardoor zelfs leerlingen zonder speciale noden er de negatieve weerslag van zullen voelen.
    Bovendien lijkt ook het nieuwe type 9 (normaal begaafde kinderen met autisme) een maat voor niets te worden. Ten eerste is ook daarvoor een attest nodig, dus een normaal begaafd kind met autisme dat nu nog het gewone onderwijs volgt, maar eigenlijk beter op zijn plaats zou zijn in het type 9 moet door het CLB geëvalueerd worden als een leerling die niet geschikt is voor het gewone onderwijs, terwijl daar door het M decreet wel leerlingen met een IQ vanaf 60 terecht moeten kunnen. Begrijpe wie kan! Bovendien weet quasi geen enkele (secundaire) school ons op dit moment te vertellen op welke manier dat type 9 bij hen concreet zal worden ingevuld, dus met andere woorden welke leerstof de leerlingen zullen aangeboden krijgen en waar zij daar achteraf mee terechtkunnen. Enorm frustrerend, niet alleen voor scholen en leerkrachten maar evenzeer voor ouders en kinderen die hadden gehoopt op beterschap maar in plaats daarvan alleen nog maar meer onduidelijkheid en probleemsituaties voor de voeten geworpen krijgen.

    1. het kan. er zijn ouders genoeg die het realiseerde samen met hun gezin. geef de middelen mee met het kind en geef het niet meer aan speciale scholen en er wordt nog meer mogelijk: http://www.oudersvoorinclusie.be/nl/home/home-43.aspx Ipv iets iets een impasse te noemen, zou ik toch eerder ten volle investeren in mijn kind en zorgen dat het een plek krijgt in deze maatschappij en niet meer aan de rand ervan. Ver weg gestopt in bossen ….

      1. Ik ben absoluut niet van plan om mijn kinderen weg te stoppen, integendeel. Maar ik ben wel op zoek naar de beste plaats voor hen om veel te leren. Misschien is dat op een gewone school, misschien ook niet. Middelen mee geven met het kind is een mooi voorstel.
        Maar voorlopig gaat het zo niet, en dus moet ik het doen met het huidige systeem. Zelf op zoek gaan naar vrijwilligers, familie en vrienden om te helpen in de klas zodat mijn kind het hoofd boven water houdt, dat kan toch de bedoeling niet zijn.
        Het onderwijs moet onderwijs organiseren, niet ik, en dat voor alle kinderen. Als de minister voor echte inclusie kiest, dan moet ze daar mensen voor opleiden en middelen voor vrijmaken zodat de school zich op die kinderen kan organiseren. Dat is mijn taak als ouder niet.

      2. ik denk dat een kind opvoeden en zorg geven, altijd een gezamelijke zorg is. Vanuit de unief van Gent kan je een inclusiestudente hebben, die een eindje meegaat met de leerkracht. Als ouder moet je wel zelf initiatief nemen. Ik ben destijds ook als ouder mee ingesprongen. waarom ook niet? Ik denk dat het een gezamelijke verantwoordelijkheid is en niet enkel van de minister, want die kan op haar beurt dan naar Vendeurzen wijzen: geef een pab en je heb de assistenten die nodig is. Vraag in dit systeem blijft dan: wie neemt dan zijn verantwoordelijkheid en als ouder weet ik dat na 20 jaar wel: dat doe je gewoon zelf als ouder! als je je nek niet uitsteekt voor je kind, dan doet niemand dat hoor.

      3. En ik steek mijn nek nu niet uit?
        PDC, u doet uitschijnen dat ik nu kies voor de gemakkelijkste weg en dat klopt totaal niet.
        Ik ben alleenstaande mama, mijn 3 kinderen gaan nu al naar 2 verschillende scholen. Volgend jaar worden dat er mogelijk drie, als ik een attest krijg. Flo gaat 2 keer per week nar het revalidatiecentrum, niet verbonden aan de school. Natuurlijk moet ik mijn deel doen. Ik denk dat het nu wel duidelijk is dat ik mondig genoeg ben om hulp te zoeken. Maar pleiten dat ouders zelf inclusie organiseren en waarmaken, dat vind ik echt een stap te ver. Hoe moet dat dan met kansarme kinderen?

      4. Verantwoordelijkheid bij anderen leggen is de gemakkelijkste oplossing, echter de minst duurzame … voor het kind als toekomstige volwassene. Ouders zijn verantwoordelijk voor hun kind, niet de maatschappij/overheid.
        Mensen zijn zelf verantwoordelijk voor hun geluk, niet de maatschappij/overheid.
        Ondersteuning van de maatschappij wordt niet langer als gunst, als duw in de rug gezien, maar als een recht.
        De verantwoordelijkheid om ‘tegenslagen’ (ziekte, echtscheiding, leerproblemen, financieel,…) ‘op te lossen’ bij de overheid of de hulpverleners leggen is zo fout. We kunnen nooit genoeg belastingsgeld verzamelen om dit waar te maken.

        Wat Flo betreft kunnen we ook kijken hoeveel de overheid reeds meer investeerde in het meisje in vergelijking met leeftijdgenootjes: terugbetaling medische onderzoeken/medicatie epilepsie, terugbetaling therapie in reva, loon gon-leerkracht en clber, de infrastructuur en vorming van deze diensten.

        Hoeveel kan/durf je nog vragen aan de overheid?

        Een kind in het buitengewoon onderwijs kost 8x meer dan een kind gewoon onderwijs. Is het niet de moeite om energie te steken om de denkoefening te maken hoe het haalbaar te maken binnen het gewoon onderwijs ipv energie te steken om systemen te bekritiseren en te omzeilen?

        Wie van de mensen die het een schande vinden dat Flo niet zomaar naar het blo mag, wenst meer belastingen te betalen om dit haalbaar te maken? Wie van hen wil een collega die voortdurend op zijn rechten staat op het werk?

      5. Beste Alain,

        Ik ben het in grote lijnen eens met wat je zegt: mensen zijn zelf verantwoordelijk voor hun “geluk”. Méér dan de overheid of de maatschappij, in ieder geval. Toch vind ik die reactie in déze context eigenlijk ongepast.

        Flo is een kleuter van vijf met een ernstig gezondheids- en ontwikkelingsprobleem. Zij heeft er geen “schuld” aan dat ze is wie ze is. Ze heeft er geen “schuld” aan dat ze geboren werd, dat ze ziek is, dat haar ouders beslist hebben te scheiden (ik betwijfel ten zeerste dat zij enig zeggenschap heeft gehad), of dat het, ook met véél extra hulp en ondersteuning, toch niet echt wil lukken op school.

        Het is een kleine stap van “hulp van de belastingbetaler is geen recht”, naar een situatie waarin alleen dié kinderen die toevallig geboren zijn in een gezin met veel financieel, intellectueel, sociaal en cultureel kapitaal, nog enige kans maken op een menswaardig bestaan, nadat ze getroffen zijn door een ernstige ziekte of handicap.

        Mensen die beslissen om te trouwen, kinderen te krijgen, uit elkaar te gaan, en dàn financieel of op een ander vlak in de problemen komen, daarvan zou je nog kunnen zeggen: laat ze maar zelf een oplossing zoeken voor de consequenties van al die beslissingen. Maar niemand “beslist” om getroffen te worden door ziekte. Zeker geen kind van vijf jaar (want aan “een verkeerde levensstijl” zal het hier niet liggen).

        En om antwoord te geven op jouw retorische vraag: als het is om de slachtoffers van omstandigheden buiten hun eigen wil (kinderen zoals Flo) beter te ondersteunen, dan betaal ik met plezier meer belastingen! Mocht je mij niet geloven, weet dan dat ik momenteel al meer dan drie jaar voltijds werk, hoewel ik bij de VDAB, toen de medewerker mij zag komen in mijn rolstoel, als eerste reactie kreeg: “Maar meiske toch, wa komde gij hier doen? Invaliditeitsuitkeringen zijn toch gemaakt voor mensen zoals u?” Strikt genomen had die dame gelijk: puur op basis van medische criteria ben ik “zwaar hulpbehoevend.” Dat ik desondanks toch werk gezocht en gevonden heb, dat zegt m.i. wel iets over mijn bereidheid (en ook die van mijn baas, mijn collega’s, mijn vrienden, en al wie me verder nog een helpende hand of een warm hart toedraagt) om mijn steentje bij te dragen aan de belastingpot.

      6. beste Hade,

        ik reageer even op je laatste reactie. enerzijds klopt het dat je financieel sterk moet zijn, anderzijds klopt het ook niet. Hoeveel mensen die zeuren hebben bvb niet eens een PAB aangevraagd. Men werkt ook aan een BOB waarbij elke persoon met een beperking en een beperkte ondersteuningsbehoefte maandelijks een 300 euro zou krijgen (naast het verhoogde kindergeld dan) waarbij ik denk dat je toch al een eind komt. Je kan ook een zorgpremie aanvragen bvb. Er zijn wegen, die veel mensen niet eens benutten of niet genoeg onderbouwd aanvragen. Het opent deuren en het is allemaal in het belang van het kind. Je kan wel niet van 2 kanten het beste hebben, het blijft vaak kiezen tussen cholera of de pest, maar als je echt wil gaan voor gewoon onderwijs, dan zijn er zeker meer mogelijkheden en hoeft geld echt niet de bepalende factor te zijn. Op een gegeven moment moet je gewoon stoppen met zielig doen, maar je nek uitsteken in het belang van je kind. Ervoor gaan gewoon. Carriëre maken heb ik hier ook niet gedaan, omdat ik voor mijn gezin heb gekozen, maar dat is mijn keuze geweest

      7. Beste PDC,

        Ik heb onlangs een collega geadviseerd om de mogelijkheid van een PAB te onderzoeken, voor een zéér zwaar hulpbehoevend kind (echter nog niet van schoolgaande leeftijd), voor wie zij onvoldoende opvangmogelijkheden vond. De opties waren: mama geeft haar werk op (en verliest haar loon), papa weigert een jobaanbieding die hij onlangs heeft gekregen (en verliest zijn toekomstig loon én zijn huidig recht op werkloosheidsuitkering), het kind gaat naar een residentiële voorziening (alsof dàt aan de belastingbetaler minder geld zou kosten …), of er wordt voor vier dagen per week een vaste oppas gezocht, en betaald met PAB. De vijfde dag heeft mama tijdskrediet met motief (zorg voor een kind jonger dan twaalf jaar).

        Het PAB werd geweigerd. Het VAPH laat weten dat het grààg ook aan dit gezin een PAB had toegekend, maar er zijn véél meer aanvragen dan middelen, en PAB’s moeten in de eerste plaats gaan naar aanvragers voor wie dat PAB “de integratie in de samenleving bevordert”. Lees: het PAB zal waarschijnlijk inderdaad prioritair toegekend worden aan ouders die het aanvragen in het kader van inclusief onderwijs, of aan volwassenen die persoonlijke assistentie inschakelen omdat ze zonder die assistentie niet kunnen gaan werken/studeren. Maar dat helpt al die àndere aanvragers niet.

        Mochten àlle kinderen met bijzondere noden écht hun “rugzakje” zelf kunnen meekrijgen, waar ze ook heen gaan, dan ware het PAB volgens mij de ideale oplossing. Maar zover zijn we helaas nog niet. De enige manier om wat dat betreft een “doorbraak” te forceren, zou m.i. zijn om alle residentiële voorzieningen (inclusief de scholen voor buitengewoon onderwijs), gewoon af te schaffen, en àlle middelen die daarnaartoe gaan, rechtstreeks uit te keren aan de mensen die van die middelen gebruik willen maken. Maar zo’n plotse, radicale ommekeer lijkt me nu *ook* weer niet in het belang van het kind …

      8. beste Hade,

        dat is net wat ik zeg, je moet een pab juist aanvragen, en voldoende duidelijk maken dat je het nodig hebt. PAB wordt nooit geweigerd, maar het is een prioritair systeem. Enkel de dossiers met hoogste prioriteit worden nu uitgevoerd, plus enkele prioritaire groepen. Kijk samen met de dienst die het pab aanvraagd (vaak het ziekenfonds) dat je echt heel goed uitlegt waar je kind staat in de ontwikkeling. het is natuurlijk wel zo dat voor een kind van 3 andere eisen worden gesteld dan voor een kind van 15 of een kerel van 25. Er wordt altijd gerefereerd met een gemiddeld kind van die leeftijd. Als je spreekt over: zich zelfstandig verplaatsen, dan telt dat nooit voor een 3 jarige, want dat verwacht je van geen enkel jong kind. Of als je spreekt over financiën beheren, dan telt dat ook niet voor een kleuter. Bij jonge kinderen is het normaal dat ouders nog één en ander opnemen, maar op elke scharnierleeftijd wordt één en ander herbekeken. Om mensen tegemoet te komen die geen pab hebben, wordt er werk gemaakt van het BOB. Iedereen met een zorgvraag zal op één of andere manier een tegemoetkoming kunnen gaan krijgen, om zelf zijn zorg te organiseren. Ik wil vooral zeggen: er zijn mogelijkheden en middelen, en neen: pab wordt nooit gezien in functie van onderwijs, daar zijn ze nu net heel allergisch aan, wel als assistentie om gewoon onderwijs te ondersteunen, ttz om het kind met de beperking te ondersteunen en een boel practische zaken mee op te nemen.
        Ik hoor weer enorm veel onwetendheid of een individueel iets wat wordt veralgemeend en zo missen heel wat mensen de trein. Als ik zie wat voor fout advies ze ons vroeger gaven, we hadden nooit kunnen staan waar we nu staan had ik altijd advies van artsen, van verenigingen voor bepaalde doelgroepen, …. had opgevolgd. Dan zaten we ook dik in de soep, maar we zijn onze eigen weg gegaan, hebben alles zelf uitgezocht al die jaren (voor 3 kinderen ), en zijn gekomen waar we wilden. Ik ben zeker dat de ontwikkeling uiteindelijk beter is verlopen dan voorspeld omdat net kinderen zoveel leren van andere kinderen in een gewone klas, in hun eigen buurt.

      9. Hade, jouw verhaal, werken met een beperking ipv te berusten met een uitkering is net wat ik bedoel. Neem het heft in eigen handen, zoek naar oplossingen, kies niet de weg van de minste weerstand, eis je plek in de maatschappij. Maar dwing de maatschappij niet als grootste verantwoordelijke op te treden.
        Luister, kijk naar mensen, vele mensen hebben in onze maatschappij een rugzak. Aantal echtscheidingen, nieuw samengestelde gezinnen, alleenstaande ouders, psychische en medische ziektes, werkdruk of werkloosheid, hulpbehoevenden (ook bejaarden). Weinig mensen kiezen bewust voor een rugzak.
        Steunen we mensen niet beter bij het uitbouwen van netwerken, van vaardigheden om ermee om te gaan ipv verantwoordelijkheden door te schuiven?

      10. PDC, chapeau voor de manier waarop je zelf vecht voor je kinderen, dat je zelf verantwoordelijkheid neemt!

      11. bedankt Alain,

        het gebeurt niet dikwijls dat mensen durven lezen of dat het tot mensen doordringt hoe wij jarenlang de weg hebben proberen vrij maken. Ik probeer enkel te getuigen, heb zelf totaal geen meerwaarde om hier mijn verhaal te doen, omdat mijn kinderen ondertussen volwassen zijn, of toch het secundaire niveau voorbij zijn. Ik probeer vooral andere ouders te helpen geloven dat ze zelf de keuze kunnen maken, dat zij zelf de keuze nog altijd kunnen maken, waar hun kind naar school gaat en dat er genoeg oplossingen zijn als je dat zelf in handen neemt weliswaar. Ik hoop, al is het maar één ouder, dat mijn boodschap overkomt en dat mensen zich niet zomaar neerleggen bij de weg die de school of een clb hen aanwijst. (bij mij zei clb ooit, kan jij dat uitzoeken, want je kent het beter dan wij). Er kan zoveel meer, maar je moet zoeken soms naar een goeie plek. maar die bestaat er zeker voor elk kind. Hoe meer in evenwicht onze maatschappij is, in de zin van: kinderen met een beperking of kinderen die op een andere manier buiten de gemiddelden vallen in een gewone klas, in een gewone gemeente, in een gewone straat. Ze horen er bij en geven een correct maatschappijbeeld.

      12. Beste PDC,
        jouw maatschappijbeeld deel ik.
        Als ervaringsdeskundige toon je dat wat voor sommige onmogelijk lijkt mogelijk is. Uiteraard mits een zeer grote inzet.
        Hopelijk trekt jouw verhaal mensen over de streep.

      13. PDC, ik betwist absoluut niet (*absoluut* niét) dat inclusie voor heel wat kinderen een goeie oplossing kan zijn, en dat hun daardoor toegenomen “zichtbaarheid”, bovendien diezelfde kinderen, én de maatschappij als geheel, ten goede komt. Daar ben ik diép van overtuigd. Ik heb dan ook de grootste bewondering voor jouw verhaal: drie “bijzondere” kinderen en zelf de weg zoeken. Jullie (de ouders die twintig jaar geleden al voor inclusie kozen) hebben deuren geopend en paden gebaand die er voordien niet waren. Daar is maar één woord voor: bewonderenswaardig.

        Ik weet ook dat de eeuwige discussie rond “voldoende voorbereiding” in het onderwijsveld, voor een stuk een kip-of-ei vraag is. Volgens de scholen kan je het M-decreet niet invoeren als de leerkrachten er niet klaar voor zijn. Maar de leerkrachten zullen er nooit klaar voor zijn als het M-decreet niét wordt ingevoerd, want leren doe je, alvast in déze situatie, vooral door ervaring.

        Ik blijf er wel bij dat échte inclusie (waarbij er effectief voldaan wordt aan de noden van het kind), vandaag alleen maar realistisch is voor kinderen met ouders zoals jij: bereid en in staat om zelf de weg te zoeken (bijvoorbeeld m.b.t. hoe je het best een PAB-aanvraag invult, opdat die als “prioritair” beschouwd zou worden). Wat Alain zegt is zeer mooi: laten we mensen vooral helpen om netwerken uit te bouwen, en vaardigheden op te doen die hen in staat stellen om hun situatie min of meer zelfstandig het hoofd te bieden. Maar niet iedereen is daar zelfstandig toe in staat, en de instanties waarvan veel ouders vandaag verwachten dat ze er terecht zouden moeten kunnen voor deskundig advies, geven vaak tegenstrijdige boodschappen mee.

        En daarmee heb ik dus niét gezegd dat alles dan maar bij het oude moet blijven. Laten we vooral niet terugkrabbelen, en het M-decreet afvoeren voordat het goed en wel van de grond is gekomen. Voor mij is inclusie de toekomst, en ik wil hélpen bouwen aan die toekomst. Om die reden volg ik ook mijn master, én de lerarenopleiding. Maar ik denk dat enige voorzichtigheid, verduidelijking van de communicatie van overheidswege en, jawel, meer middelen, niet misplaatst zouden zijn. Anders dreigen, zoals je zelf zegt, heel wat mensen de trein te missen.

      14. er zijn heel wat groeperingen zoals de ouders voor inclusie bvb die heel actief bezig zijn rondom het verder uitwerken van dit decreet en het garanderen van de middelen. ergens moet je beginnen natuurlijk, maar continue bijsturen en zorgen dan één en ander op papier komt en dat scholen niet zomaar hun goesting kunnen blijven doen. dat er nog wat werk aan de winkel is, dat is zo, vooral in opleiding van leerkrachten en in goodwill en motivatie.

  49. Ik ben op dit moment meer tweede leerkracht dan moeder voor mijn kind. In die mate zelfs dat mijn zoon jammer genoeg zelf begint te beseffen dat wij als ouders meer met zijn schoolleven bezig zijn dan met de rest. Tot zover de inclusie op school, ik kan me niet voorstellen dat een M decreet daar plots iets aan gaat veranderen. Het zal nog steeds aan scholen zijn om te bepalen hoe ver zij in de praktijk willen gaan om bijzondere noden te ondersteunen. Diametraal daartegenover het CLB dat geen attesten BuO uitreikt indien de school nog meer aanpassingen kan doen. En waar staat het kind? Recht hebben op iets is nog wat anders dan het in de praktijk ook verkrijgen.

  50. Het M-decreet is een variatie van een systeem dat al langer in het Franstalige gemeeschapsonderwijs geïmplementeerd is. De conclusie daar, althans volgens de mensen in het veld (lees: beleidsmakers willen het nog niet zien), is niet hoopgevend i.t.t. wat het M-systeem wil zijn. De kinderen die in het systeem gedwongen worden, werken keihard maar slagen niet. Ze worden in de klas als “zwak” of zelfs “dom” bekeken door klasgenootjes. De druk die op hen uitgeoefend wordt is eerder een rem dan een kans om zich te ontplooien. Uiteindelijk haken ze af en zijn ze diep ongelukkig. Laat hen a.u.b. de tijd om hun skills te ontdekken en om deze op hun manier te ontwikkelen. Daarvoor is een aangepaste leeromgeving nodig. Dat betekent echter niet dat ze sociaal uitgesloten worden. Naast het onderwijs zijn er nog tal van activiteiten waar deze kinderen wel deel uit maken van de “groep” . Door hen voor het onderwijs te omringen met de juiste mensen in de juiste omgeving, geef je hen net de vrije tijd om na de lessen kind te kunnen zijn als alle anderen, i.p.v. nog extra uurtje thuis te moeten leren om toch nog die achterstand te proberen wegwerken.

    Het is dringend tijd om in te zien, dat gelijke-kansen onderwijs en het M-systeem enkel kunnen functioneren als de middelen (zowel budget, als personeel, als omgeving, als pedagogisch programma) worden ingezet om alle kinder een eigen kans te geven om zichzelf te kunnen ontplooien. Gelijke kansen betekent niet uniformiseren, maar net wel meer aandacht voor het individu. Ik kies het woord uniformiseren bewust. Herinner u de tijd van het uniform, waarbij elkeen er wel gelijk uitzag zonder het ooit echt te worden.

    In een maatschappij waarin individuele keuze, geluk en ontwikkeling hoog in het vaandel worden gedragen, is het haast onbegrijpelijk dat men alle kinderen in éénzelfde keurslijf wil drukken en hen het basisrecht op goed aangepast onderwijs ontzegt.

    1. mijn ervaring buitengewoon onderwijs: elke dag 3 uur onderweg met een busje, voor dag en dauw, urenlang voor enkele kilometers onderweg zijn. als ouder moet je je gezin in de steek laten want je moet een half uur aan die bushalte gaan wachten, een half uurke logo, samen met nog een ander kind. Na al die uren bus moesten we privé nog naar de kiné gaan. nadat we tegenadvies daar weggingen zegden ze dat we geen gon krijgen want dan moest je een schooljaar in type 8 gezeten hebben. Ik zei: dat heeft hij toch? maar nee, ze hadden hem in type 7 ingeschreven gelaten (daar sluiten zij de gonaanvragen af in mei), omdat ze dan intern meer subsidie kregen, maar mijn kind kreeg nooit de zorg op school waarvoor er gesubsidieerd werd. Schandalig gewoon. Wij hebben gewoon zelf de stap naar een gewone school gezet. en wat CLB betreft: je moet het clb van de school niet nemen hoor, je bent vrij en kan evengoed elders een attest laten maken (iets complexer). CLB praat de school na: Heb ooit meegemaakt dat ze een attest type 7 wilden geven en 5 maanden later (na onze weigering van type 7) kregen we advies om naar het aso te gaan. volg hen maar eens…. niet echt consequent .

  51. Het gewone onderwijs slaagt er al niet in om kinderen met kleinere problemen op de juiste manier te begeleiden, laat staan dat het grotere problemen aankan… Ik heb zelf een dochter die volledig normaal begaafd is en geen leerstoornissen heeft, maar die wel in vrij erge mate hoogsensitief is. Te veel prikkels zijn voor haar een drama, zich integreren in de groep is voor haar moeilijker omdat ze geen “filter” lijkt te hebben, kritiek raakt haar dubbel zo hard als iemand anders. Een aantal kleine aanpassingen zouden voor haar voldoende zijn: af en toe een rustmoment (prikkelarm), vooraan zitten zodat ze minder gemakkelijk wordt afgeleid, … Maar dat blijkt al onhaalbaar. Leerkrachten kennen dat niet, hoogsensitief. Ze denken dat je maar wat komt leuteren. Zéér frustrerend, als je elke avond na school met een huilend kind zit dat het eerste uur bezig is met alle overtollige prikkels verwerken en van zich af huilen. Mijn dochter haar probleem is klein in vergelijking met die van kleine Flo. Maar ze kunnen er niet mee om.
    Of denk maar aan Lars die zelfmoord pleegde in de krokusvakantie: dat was een jongen met een zwaar sociaal en emotioneel probleem, dat duidelijk en herhaaldelijk besproken werd. We weten allemaal hoe het met Lars afgelopen is: het onderwijs heeft hem in de steek gelaten, en Lars was dan nog een “normale” jongen.
    In elk geval zullen leerkrachten in hun opleiding meer moeten voorbereid worden om op een goede manier om te springen met emotionele problemen, sociale problemen, mentale achterstand, enz. vooraleer ze er ook maar kunnen aan denken dit M-decreet in te voeren.

  52. Het kan inderdaad niét de bedoeling zijn dat ouders alles volledig zelf moeten gaan organiseren. Dat klopt. En wat ook klopt, is dat heel veel leerkrachten en scholen op dit moment niét klaar zijn (of zich niet klaar voelen) voor inclusief onderwijs. Vooral het verhaal van Sandra vind ik wat dat betreft zéér schrijnend: jammer dat zo’n hoogsensitief kind, voor wie er inderdaad ‘slechts’ een aantal zeer kleine aanpassingen nodig zijn, desondanks doodongelukkig moet worden op school, omdat haar noden er blijkbaar niet echt serieus worden genomen.

    Zelf ben ik, naast ex-GON-leerling en ex-BuBaO-leerling, ook leerkracht in opleiding (ik volg een masteropleiding, samen met de SLO, aan de VUB). In die lerarenopleiding wordt er héél veel nadruk gelegd op de toenemende diversiteit in ons onderwijs (op allerlei vlakken: levensbeschouwelijk, qua leerstijl, leertempo en interesse, qua cognitieve en niet-cognitieve mogelijkheden en beperkingen, qua sociale achtergrond, …) en op de middelen die we kunnen inzetten om daar (al dan niet) constructief mee om te gaan. Uiteraard betekent één en ander een belangrijke (extra) uitdaging voor leerkrachten. En niet iedereen zal daar even gretig mee aan de slag kunnen of willen gaan. Maar uit wereldwijd onderzoek is al gebleken dat leerkrachten die een inclusieleerling in hun klas hebben (gehad), statistisch gezien meer kans maken om positief tegenover inclusie te staan dan hun collega’s zonder een dergelijke ervaring.

    Diversiteit is een realiteit. We moeten dat m.i. niet wegsorteren. Niet via ons beruchte “watervalsysteem”, en ook niet via verwijzing naar buitengewoon onderwijs, wanneer die verwijzing niet absoluut noodzakelijk is. En als blijkt dat “blootstelling” aan diversiteit hélpt (zie boven), dan moeten we misschien ook kansen creëren voor leerkrachten om (positieve) ervaring op te doen met leerlingen die hen in eerste instantie zeer moeilijk, of zelfs onmogelijk goed te ondersteunen lijken.

    Ik heb in het BuBaO gezeten. MIjn klas telde twaalf leerlingen. We waren bezig met de leerstof van het vierde, het vijfde of het zesde leerjaar. We hadden allemaal verschillende beperkingen en mogelijkheden (neuro-motorische beperkingen, visuele beperkingen, chronische ziekten, specifieke leerstoornissen bovenop de fysieke beperkingen, …). Elke week was er wel iémand “efkes” in het ziekenhuis. Maar het werkte. Iedereen leerde er op eigen tempo bij. Binnenklasdifferentiatie kàn, in zo’n diverse klas.

    Noem mij naïef, maar ik heb moeite om te geloven dat iets gelijkaardigs onmogelijk is in een “gewone” klas van 24, waar de overgrote meerderheid van de leerlingen normaal begaafd is, beschikt over vier werkende ledematen, en gebruik kan maken van een stel hersens zonder ernstige fabricagefouten.

    Misschien zal ik wel anders piepen als ik op een dag zelf geconfronteerd word met één of meer “bijzondere” leerlingen in mijn klas. Maar voorlopig hoop ik dat mijn optimisme het verschil kan maken.

    Daarmee doe ik geen afbreuk aan het recht van elke ouder om voor zijn of haar kind de beste oplossing te zoeken. Misschien ligt die oplossing voor sommige kinderen inderdaad in het buitengewoon onderwijs. Maar ik hoop dat de groep kinderen voor wie dat het geval blijkt, in de toekomst steeds kleiner kan worden: omdat scholen zien dat inclusie wel degelijk kan werken.

    1. beste Hade, Ik ben blij met je reactie. het kan inderdaad. Ik kan het alleen maar bevestigen, en zelfs met iets minder differentiatie kan het perfect. Wat je zegt van: leerkrachten die ooit een inclusieleerling in hun klas hadden, zijn positiever. Laat dit andere leerkrachten dan aanzetten om ervoor te gaan, om te investeren en haal die berg excuses en vooroordelen weg. Soms heb ik de indruk dat een kind met een beperking meer moet doorstaan en doormaken in zijn schoolcarriëre, dan een leerkracht in zijn hele carriëre. Als je kijkt naar al de leefscholen, freinetscholen, ……. die her en der ontstaan dan kan ik alleen maar zien dat er meer behoefte is , ook bij leerkrachten om het allemaal meer op maat van het kind te maken.

      1. Beste PDC,

        “Soms heb ik de indruk dat een kind met een beperking meer moet doorstaan en doormaken in zijn schoolcarrière dan een leerkracht in zijn hele loopbaan”.

        In sommige gevallen zal dat inderdaad kloppen. Ongeveer een jaar geleden moest ik voor mezelf op zoek naar een nieuwe DKO-school (muziekschool), omdat mijn toenmalige leerkracht notenleer het (wegens het risico op een epilepsie-aanval tijdens de les) niet meer zag zitten om mij in haar klas te hebben.

        Ze was jong, onervaren, en tewerkgesteld in een school waar de infrastructuur en de (administratieve) ondersteuning verre van schitterend zijn. Ze kon ook rekenen op weinig steun van de directie. Ik neem hààr dus niet kwalijk wat er gebeurd is.

        Toen ik echter andere DKO-scholen in mjin omgeving begon aan te schrijven, kreeg ik van één directeur de volgende reactie: “Mevrouw, u kan het de mensen niet kwalijk nemen als ze zich half dood schrikken bij een epilepsie-aanval. Petje af voor uw leerkracht piano [over wie ik had geschreven dat zij er geen graten in ziet me in haar les te hebben, ook niet met andere leerlingen erbij, en in het volle besef dat ik regelmatig tegen de grond zal klappen]. Maar niet iedereen is zo sterk. Ik verwacht van u meer begrip voor de anderen.”

        Ik vind het jammer dat een man met een dergelijke visie, zich directeur van een school mag noemen. Ook al is het dan “maar” in het deeltijds kunstonderwijs.

  53. Inclusie werkt wel maar het vergt een heel andere manier van denken en lesgeven.Ik ben heel erg voor inclusie maar ben wel tegen het decreet.Het decreet zorgt ervoor dat de scholen kinderen met een beperking eerst moeten opvangen en als het niet gaat moeten ze maar naar het buitengewoon onderwijs.De normale scholen krijgen geen of niet veel extra middelen maar ze gaan wel extra types creëren in het buitengewoon onderwijs.Wat is dan eigenlijk hun doel ?.Bij echt inclusieonderwijs word alles wat nodig is aangepast aan het kind ,zelfs het leerplan want er word ook afgestapt van eindtermen ,de extra ondersteuning komt van taakleerkrachten en GON begeleiding en er is ook een psychologe aanwezig op de school.Er word alleen naar het buitengewoon onderwijs doorverwezen als alle middelen uitgeput zijn maar dan echt ook ALLE middelen.Het verhaal van Flo is er eentje dat we nog jammer genoeg veel gaan horen maar ik hoop voor jullie dat het CLB het licht zal zien en uiteindelijk Flo het plaatsje zal geven dat ze nodig heeft.

  54. Mevrouw Nelissen, ik hoop dat u het mij niet kwalijk neemt als ik even misbruik maak van uw publiek, om mijn eigen visie op deze kwestie weer net dat beetje verder te verspreiden. Zoals snel duidelijk zal worden, heb ik het onderstaande oorspronkelijk geschreven in een totaal àndere context. Maar ik denk dat een groot deel van wat ik te zeggen heb, misschien ook hier relevant kan zijn.

    ***

    EEN PLEIDOOI VOOR INCLUSIEF ONDERWIJS IN DE BREEDSTE ZIN VAN HET WOORD

    Als leerling in het leerplichtonderwijs, vertrok ikzelf statistisch gezien vanuit een bevoorrechte positie: ik was gewapend met de “juiste” sociaal-economische en culturele achtergrond. Hele muren vol met boeken, educatief speelgoed, weekends in het teken van didactisch verantwoorde uitstapjes, klassieke muziek op de radio: dat soort dingen waren, tegen de tijd dat ik het goed en wel besefte, even vanzelfsprekend als elke dag iets warms om te eten en altijd genoeg geld voor de schoolrekening. Mijn rapporten uit de kleuterschool zijn
    opgefleurd met opmerkingen als “heeft een zeer ruime woordenschat”, “weet veel” en “kan goed vertellen”. Applaus voor een mama die haar kind voldoende voorgelezen had.

    Toch wijkt het parcours dat ik uiteindelijk aflegde, in het leerplichtonderwijs en daarbuiten, behoorlijk af van elk denkbaar modeltraject. Op de vraag hoe dat komt zijn uiteenlopende antwoorden mogelijk; sommige relevanter voor de ontwikkeling van mijn onderwijsvisie dan andere. Maar in alle denkbare verhalen over mij en mijn schoolloopbaan, duikt minstens één moeilijk te negeren feit op: ik heb een neuro-motorische handicap. Mijn handicap heeft ervoor gezorgd dat ik in de loop van de lagere school in een MPI, en daarmee ook in het buitengewoon onderwijs type 4 terechtkwam. De invloed van die ervaring op de ontwikkeling van mijn persoonlijkheid, kan moeilijk overschat worden.

    DE NOODZAKELIJKE CONFRONTATIE MET HET ONBEKENDE

    Het MPI bracht mij in contact met handicaps die niet alleen veel ernstiger waren dan de mijne, maar die ik in het dagelijkse leven ook nog nooit had gezien. En hoewel Jan Modaal anno 2014 nog steeds zelden te maken krijgt met zichtbare beperkingen, denk ik vaak dat ik
    wat dat betreft deel uitmaak van een scharniergeneratie. Doorheen mijn persoonlijke ervaringen met de manier waarop de samenleving omgaat met fysiek of cognitief “afwijkende” medemensen, loopt een breuklijn: de breuklijn tussen afzondering als standaardoplossing voor iedereen, en een algemeen erkend recht op integratie in een gewoon onderwijs-, woon-, vrijetijds- en arbeidsmilieu voor al wie gezegend is met een “niet te ernstige” functiebeperking.

    Wat betreft dat breed erkende recht op integratie is er voor sommige doelgroepen nog behoorlijk wat werk aan de winkel, al gaat het volgens mij zeker de juiste richting uit. Toen ik aan de lagere school begon, moest het GOK-discours nog uitgevonden worden. Een doordacht zorgbeleid, tegenwoordig expliciet onderdeel van het takenpakket van élke basisschool, was voor mij eind jaren ‘90 slechts zéér beperkt voelbaar. Mijn doorverwijzing naar het
    buitengewoon onderwijs kwam er na een gesprek tussen mijn moeder en één leraar, gesteund door zijn directeur. Die leraar vond onder meer dat ik te traag werkte, en dat het beter zou
    zijn voor mijn welbevinden als ik in een beschermd milieu kon opgroeien.

    Ik was bij dat gesprek aanwezig. Ik denk er nog heel vaak aan terug, bijvoorbeeld in het kader van de recente goedkeuring van het M-decreet. Naar aanleiding van die wettelijke aanzet tot een meer inclusief onderwijssysteem, zijn er nu overal protesten te horen. Protesten van leerkrachten en van directies, die vrezen dat er voor de opvang van meer leerlingen met bijzondere noden in het gewoon onderwijs onvoldoende middelen en omkadering beschikbaar zullen zijn. Protesten van ouders wiens kind momenteel school loopt in het buitengewoon onderwijs, en die zich zorgen maken over de psychosociale gevolgen voor hun oogappel als die (opnieuw) naar het gewoon onderwijs zou moeten.

    Ik wil geen afbreuk doen aan de wellicht niet onterechte bezorgdheden van mensen die op dit moment veel dichter bij de kwestie staan dan ik, en ook niet aan de goedbedoelde
    argumenten van al wie destijds meebesliste dat ik naar een MPI moest — ondergetekende inbegrepen. Toch ben ik er, bijna twintig jaar na datum, ten volle van overtuigd dat een doorverwijzing naar het buitengewoon onderwijs in mijn geval niét de beste oplossing was. Dat zeg ik onder meer (maar niet uitsluitend) omdat die doorverwijzing inhield dat alle àndere leerlingen in mijn lagere school weer net dat beetje minder ervaring konden opdoen;
    broodnodige ervaring met één van de vele vormen van diversiteit die vandaag een belangrijk deel uitmaken van de dagelijkse realiteit.

    En ik ben lang niet de enige leerling, met of zonder handicap, die in het leerplichtonderwijs ooit een goedbedoeld, maar eigenlijk misplaatst oriënteringsadvies heeft gekregen. Ik stel me dan de vraag in hoeverre de conclusie van sommige politici — dat de multiculturele, sociaal-economisch en ideologisch heterogene
    samenleving “niet werkt” — rechtstreeks voortvloeit uit de voorkeur van scholen om diversiteit weg te sorteren. Wie nooit in een positief klimaat met de “ander” in contact komt, zal er uiteraard moeite mee hebben om met die ander om te gaan wanneer het moet.

    NAAR MEER DIVERSITEIT IN HET (SECUNDAIR) ONDERWIJS

    Als leerkracht in wording geloof ik dus voor de volle 110% in de waarde van diversiteit op school, niet in het minst omdat een school haar leerlingen hoort voor te bereiden op het leven als volwassene in een steeds diverser wordende samenleving. En dan heb ik het
    uiteraard niet alleen over inclusief onderwijs zoals onze buitengewone scholen en hun equipe GON- en ION-begeleiders dat definiëren. Het afzonderen van leerlingen met een handicap
    in aparte gebouwen, meestal op afgelegen of in ieder geval verre locaties, is misschien wel het meest flagrante voorbeeld van de segregatie die ons onderwijs kenmerkt, maar zeker niét het
    enige. Andere zichtbare sporen van hetzelfde fenomeen vinden we onder meer terug in parallelklassen die zijn opgedeeld naar vermeend potentieel, in “zwarte” en “witte” concentratiescholen, en in de veelbesproken waterval.

    De geplande hervorming van het secundair onderwijs probeert daar iets aan te doen. In de nota van voormalig minister Smet is er sprake van ‘incentives’ voor het oprichten van domein- en campusscholen, waar leerlingen met gelijkaardige interesses maar met uiteenlopende leerstijlen (abstract versus praktijkgericht) en toekomstplannen (verder studeren of werken), samengebracht zullen worden. Dat lijkt mij een potentieel doeltreffende manier
    om de sociaal-economische en culturele diversiteit binnen scholen te verhogen, op voorwaarde dat schoolbesturen dat doel expliciet voor ogen houden bij het implementeren van de hervorming. Het concept zoals het nu op papier staat, biedt daarvoor op zich weinig
    garanties. Zo draagt de nota het principe van differentiatie in beide richtingen (uitdaging en remediëring) wel hoog in het vaandel, maar vat ze die differentiatie vooral op als extra lesuren waarin de leerlingen, net als nu, vermoedelijk in min of meer homogene groepen onderwezen zullen worden. Bovendien laat de nota het volledig aan de scholen over om te beslissen hoe ze
    hun leerlingen zullen groeperen, ook bij het aanbieden van basisleerstof. De kiemen voor een flauwe kopie van het huidige systeem, zij het dan één met nieuwe benamingen, zijn duidelijk
    aanwezig. De vraag is: waarom zouden scholen dat soort flauwe kopie willen?

    BINNENKLASDIFFERENTIATIE: KAN DAT?

    Het argument vòòr de bestaande vormen van georganiseerde of spontane homogenisering luidt ongeveer als volgt: onderwijs aan homogene groepen is efficiënter, effectiever en minder arbeidsintensief dan onderwijs aan heterogene groepen. Als leerkracht in opleiding weet ik dat het voor de meeste sterke en “middelmatige” leerlingen waarschijnlijk inderdaad zo zal zijn dat zij net iets beter leren in een homogene groep. Maar minder goed presterende leerlingen hebben (statistisch gezien) juist baat bij diversiteit in de klas, op voorwaarde dat ze goed wordt benut. En ook voor de middenmoot kan differentiatie een reële
    meerwaarde betekenen, omdat van een leerling onmogelijk verwacht kan worden dat hij of zij op alle vlakken even ver staat, en op alle vlakken even ver als alle anderen in de klas. Flexibele groepering kan dan uitkomst bieden. Bovendien kunnen we er niet omheen: diversiteit is een realiteit waar we onze kinderen het best al jong mee om leren gaan. En waar kan dat beter dan op school?

    Over blijft dan de vaststelling dat wat anders is, ons afschrikt. De confrontatie met het onbekende — een andere taal of cultuur, een minder vertrouwde leerstijl of wereldvisie of, jawel, een handicap — maakt leerkrachten onwennig; vooral in het licht van de gedachte dat
    vertrouwde strategieën in een zo heterogene groep misschien niet zullen werken.

    JA, DAT KAN!

    Nochtans kan differentiatie heel goed werken, ook binnen een zéér diverse klasgroep. Dat is misschien wel de belangrijkste les die ik geleerd heb tijdens mijn jaren in het MPI.

    Daar waren de leerkrachten, omwille van de brede waaier aan fysieke en cognitieve mogelijkheden en beperkingen binnen elke groep, verplicht om aan verregaande differentiatie te doen. Toen ik elf was en bijna klaar om mijn getuigschrift basisonderwijs in ontvangst te nemen, zat er naast mij in de klas een meisje van dezelfde leeftijd met dezelfde neuromusculaire aandoening als ik, zij het in een ernstiger vorm. Zij leerde toen net met breuken
    werken, en moest op het einde van het schooljaar het niveau vierde leerjaar halen. Wij deelden ons lokaal met een jongen zonder armen die grotendeels zelfstandig aan de leerstof van het vijfde leerjaar werkte, twee slechtziende rolstoelers voor wie de leerkracht alle
    werkblaadjes elk op een eigen manier aanpaste, een recent door een ongeval verlamde Australiër die bij zijn aankomst op school alleen maar Engels sprak, een opvallend kleine jongen met broze beenderen die regelmatig in het gips naar de klas kwam (en dan hulp nodig had bij allerlei dingen die hij anders zelfstandig kon), en een nieuwkomer die de ziekte van Duchenne had, en een ernstig motivatieprobleem (je zou voor minder, als je weet dat je waarschijnlijk je twintigste verjaardag niet zult halen). Twee anderen, met een specifieke leerstoornis, hadden fysieke beperkingen van een voor mij onduidelijke aard en ernst. En behalve ondergetekende waren er nog twee leerlingen met moeilijk behandelbare epilepsie, en cognitieve uitval op zeer specifieke gebieden. Wij moesten regelmatig lessen missen wegens aan het recupereren van een aanval, of naar het ziekenhuis voor één of ander onderzoek. Elke maand was er in onze klas wel iémand een paar weken afwezig, of maar een gedeelte van de dag bij ons, wegens net geopereerd of zo. Samen waren wij met twaalf.

    In die omgeving leerde ik vraagstukken over mengsels oplossen, schrijven in de nieuwe spelling (‘pannekoek’ werd ‘pannenkoek’), de landen van Europa benoemen op een blinde kaart, het zwaartepunt van een driehoek bepalen, de weg vragen in het Frans, en nog duizend en één andere dingen. Sommige van die dingen leerde ik samen met mijn klasgenootjes, maar de meeste niet. Wij werkten afwisselend alleen, in groepjes die regelmatig van samenstelling
    wisselden, of onder individuele begeleiding van de leerkracht. En ik durf zonder blozen te beweren dat ik daar meer en beter heb geleerd dan ik ooit had kunnen leren bij die ene leraar
    op de gewone lagere school, voor wie ik, naar mijn persoonlijk aanvoelen, toch vooral een ‘piepend wieltje’ in een verder goed geoliede machine was.

    Voor mijn betoog is het echter vooral van belang dat ik in die school iets leerde over het nut en de effectiviteit van differentiatie binnen een klas: als gedifferentieerd lesgeven mogelijk en zinvol is in een buitengewone klas van twaalf, dan is het volgens mij zéker mogelijk en zinvol in een gewone klas van vierentwintig, waar de overweldigende meerderheid van de leerlingen normaal begaafd is en voorzien van lijf en leden, zintuigen en hersenen zonder
    ernstige fabricagefouten.

    DE PERFECTE LEERKRACHT

    Zoals uit het bovenstaande blijkt, heb ik hoogdravende idealen. Ik wil een leerkracht worden die oog en respect heeft voor de noden en de achtergronden van elke individuele leerling; één die weet dat x schoolmoe is, dat y zich dood dreigt te vervelen wegens sneller van
    begrip dan de meeste anderen, en dat z moeite heeft met het neerschrijven van lange redeneringen, maar haar ideeën mondeling wél heel helder kan verwoorden. Ik wil met al die individuele verschillen op een zinvolle manier omgaan, en er rekening mee houden bij het voorbereiden en het geven van lessen die voor àlle leerlingen boeiend en leerrijk zijn. Ik wil leerlingen kritisch leren kijken naar de overvloed aan informatie die ook buiten de klas
    beschikbaar is, en hen de vaardigheden en het vertrouwen bijbrengen om zelf op zoek te gaan naar duidelijke antwoorden op de vragen die ze zich stellen. Maar ik wil daarbij niet uit
    het oog verliezen dat zij van mij ook vakinhoudelijke kennis en inzichten moeten meekrijgen. En ik wil niét per definitie vooraan in de klas in mijn eentje mijn verhaal staan doen: vaak zijn er andere en betere manieren om les te geven.

    Maar net als de meeste anderen die nu een opleiding tot leerkracht volgen, ben ik ook ‘maar’ een leerling-tovenaar. Ik heb, zoals zovelen, wel wat potentieel relevante competenties opgebouwd vanuit het jeugdwerk; en misschien heb ik, dankzij mijn
    buitengewoon diverse lagere school, ook iets meer inzicht dan gemiddeld in de manier waarop een leerkracht in de praktijk aan zinvolle differentiatie kan doen. Maar die lagere school ligt al héél ver achter mij, en mijn ervaringen in het leerplichtonderwijs daarnà, met GON in meerdere reguliere middelbare scholen, zagen er al bij al behoorlijk ‘traditioneel’ uit. Ik heb zelf nog nooit écht voor een klas gestaan. Het is dus afwachten, ook voor mij, om te
    zien hoe ik het er in de praktijk vanaf zal brengen. Frontaal lesgeven aan een volledige groep is organisatorisch een stuk minder complex dan je klas opdelen in vier of vijf of zes verschillende subgroepjes, die elk met iets anders bezig zijn. Inhouden die binnenkort deel zullen uitmaken van de lessen die ik moet geven, heb ik meestal zelf ‘gewoon’ uit een boek of in een massaal hoorcollege opgepikt. Ik kan terugvallen op slechts een handvol concrete, succesvolle
    voorbeelden van hoe je het lesgeven ànders aanpakt, en ik ken geen enkele benadering waarvan ik met zekerheid wéét dat ze werkt voor een groep tieners, van wie sommigen in gedachten al half buiten de school staan. Zeker niet als er achteraan links in de klas ook nog ergens iemand met autisme zit, en achteraan rechts iemand met een visuele beperking, die elk om hun eigen redenen zonder extra hulp weinig zullen begrijpen van wat ik zeg.

    Maar ik ben gewapend met zeer sterke overtuigingen. Alle leerlingen zoveel mogelijk betrokken houden bij de les, bij de school, en uiteindelijk bij de samenleving is voor mij niet alleen een kwestie van goed lesgeven, maar ook van sociale rechtvaardigheid. Mijn eigen
    schoolloopbaan — mijn eigen lévensloop — is er één die gekenmerkt wordt door allerlei vormen van dreigende of reële exclusie. Ik heb het hier gehad over mijn verwijzing naar het
    buitengewoon onderwijs, en dat was in deze context het meest relevante voorbeeld. Het is ook het goedaardigste, met weinig of geen wezenlijk negatieve gevolgen voor mij. Maar het is niet
    het énige verhaal dat ik hier had kunnen vertellen.

    Het is voor mij van uitermate groot belang dat wij met z’n allen op een positieve, open en geweldloze manier leren omgaan met diversiteit in al haar facetten. Minder segregatie in het onderwijs kan wat dat betreft een belangrijke stap in de goeie richting zijn. En zoals ik ook al op de introductiepagina van mijn portfolio schreef, draag ik daar graag mijn steentje toe bij — om te vermijden dat mijn toekomstige leerlingen omwille van sociale, etnisch-culturele,
    economische of andere onvrijwillige achtergrondkenmerken (gender, geaardheid, handicap, …) gedwongen worden tot een levenswandel die ze voor zichzelf niet zouden kiezen.

    Ook dat is een hoogdravend ideaal, en de ervaring zal nog moeten uitwijzen in hoeverre ik vanuit mijn rol als leerkracht daadwerkelijk een invloed kan hebben op dat vlak. Intussen kan ik alleen maar hopen dat mijn idealisme ertoe zal bijdragen dat sommige oud-leerlingen, in de verre of nabije toekomst, met de glimlach aan mij zullen terugdenken. Bijvoorbeeld omdat ze op zoek zijn naar positieve ervaringen die hun visie op goed onderwijs hebben
    bepaald, en waaraan ze een voorbeeld kunnen nemen.

  55. Ik ben leerkracht en voorstander van inclusief onderwijs tot zolang het kind in kwestie het positief blijft ervaren !!!! Het M-decreet is regelrechte flauwekul. Dit is een zuiver theoretisch en utopisch verhaal dat absoluut niet om te zetten valt in de praktijk !! Een kind leert vanuit zijn hart. Hoe kan je nu een kind dat heel veel zorg en ondersteuning vraagt de nodige begeleiding en aandacht geven dat het verdient in een klas met 24 kinderen??? Onbegonnen werk !! Let op, nu denk ik niet aan mezelf als leerkracht!! Ik zou het heel graag willen kunnen en wil er me volledig in geven, maar dit is onmogelijk !! Kinderen die normaliter in het bijzonder onderwijs zouden terechtkomen (om eender welke reden dan ook: leerstoornis, zware lichamelijke problemen, psychologische problemen, …) krijgen op deze manier geen eerlijke kans meer in ons onderwijssysteem. Ik noem dit regelrechte discriminatie van kinderen met een beperking !!! Ik schaam me diep in de plaats van alle politici die dit decreet positief gestemd hebben!! Ik sta al jaar en dag, met volle overgave en enthousiasme voor de klas!! Maar ik vrees dat wanneer ik merk dat ik deze kinderen niet tegemoet kan komen in hun noden (mits differentiatie, zorg, SES, GON, …) moedeloos zal worden in hun plaats. Iedere avond zal ik naar huis vertrekken met een bloedend hart omdat ik hen, ondanks alle inspanningen, toch in de kou zal moeten laten staan !!

    1. beste an de kinder,

      wat jij hier nu en vele hulpverleners 16 jaar geleden zegden, dat het onmogelijk zou zijn, heb ik hier tot 3 keer toe aangetoond dat wel mogelijk was, met een positieve terugblik. Een klein niet sprekend kereltje, met enkele jaren later een 6 tal diagnoses is als eerste van zijn klas afgestudeerd in het secundair. Toen zelfs durfden “onverdraagzame” elementen zeggen: voor zo’n kinderen zijn er ook speciale scholen. Maar wij kunnen er staan , met opgeheven hoofd en ik hoop de weg een beetje mee vrij te hebben gemaakt voor jongere kinderen. Er zijn er velen op ons pad, die enorm positief zijn. Dit jaar in het hoger zei er iemand: het is goed dat docenten een positief verhaal horen en ervaren van een kerel met diagnose x en Y …. (dit efkes ivm de privacy van mijn ondertussen meerderjarig kind). Zo zie je maar hoe leerkrachten en docenten verder dobberen op vooroordelen. Ik gaf het al eerder aan hier: het buitengewoon onderwijs is alles behalve zalig makend, 13 kinderen met aparte problemen voor 1 juf, in één klas. Overstap naar het gewoon onderwijs betekende voor ons 16 leerlingen waarvan er maar een paar met een probleem in de klas, een groot hart van de betreffende juf en een succesvolle overstap.

  56. Beste, het onderwijs is gewoon niet klaar voor het M-dedecreet! Klinkt allemaal heel erg mooi om elk kind mee te laten draaien in de maatschappij, in dit geval in het regulier onderwijs. Alleen stel ik me de vraag of we daar wel klaar voor zijn. Ik spreek in dit geval als moeder van een kind met Ass en andere problemen en als kleuterjuf in het regulieronderwijs, maar met 98% migranten/anderstalige,…. zeer veel kls met een rugzakje, enz. In verschillende klassen hebben we nu kindjes die een bijzondere aanpak vragen. Het is zelf zo dat de juf nog een extra juf in de klas krijgt om dit kind en de klasjuf op te vangen. Het ganse schoolteam moet dit me opvangen. De juf gaat er totaal onderdoor (zeer ervaren kleuterjuf), het kind verdient een andere aanpak. Een stuk van zijn problematisch gedrag komt door de chaotische omgeving waar hij elke dag in moet zien te “overleven”.
    Mijn zoon gaat nu reeds 3 jaar naar het buitengewoon onderwijs, wat een enorme stap was voor iedereen, maar wel de beste die we konden zetten. Met het m-decreet zou hij wel in het regulier onderwijs zitten misschien, want zijn Ass is niet erg genoeg en met medicatie zou hij zijn andere problemen misschien ook wel aankunnen (misschien). Alleen zou hij een hoopje ellende zijn, die elke dag gefrustreerd van school zou komen. Hij zou totaal onhandelbaar worden,enz enz
    Laat kinderen op hun plaats zitten waar ze voldoende ondersteund kunnen worden en kunnen opgroeien binnen hun mogelijkheden en zo een gelukkig leven kunnen leiden zonder nog meer stress.
    Ik hoop dat me gaat inzien dat Flo het wel verdiend om naar het buitengewoon te gaan en binnen haar mogelijkheden kan opgroeien.

    Veel succes

    1. Beste, u bent terecht bekommerd om uw kind. Buitengewoon Onderwijs voor kleuters is er enkel voor kinderen met een mentale beperking (type 2), kinderen met een ernstige gedragsstoornis (type 3) ziekelijke kinderen (type 5),visuele beperking (type 6) auditieve beperking (type 7), autisme (type 9).
      Voor ernstige Spraak-en Taalproblemen (STOS) kan u vanaf 01/09/2015 Gon Type 7 aanvragen. Dit wordt doorgaans pas goedgekeurd als de interne zorg op school en eventuele logopedie (buiten de school) niet volstaat. U kan dit altijd bespreken met school en CLB.

  57. hoi wat frustrerend is dit he. wij hebben vorige week te horen gekregen na alle nodige testen dat onze dochter ass heeft (autisme). dit vermoeden hadden wij al 3 jaar (ze is nu 6) maar zonder de school achter je kom je niet zo ver. haar IQ is 74 en kan onmogelijk naar het 1ste leerjaar. ik weet niet of jij haar al heb laten testen maar ik zou het toch eens bespreken met jullie school en clb en op je strepen gaat staan! geen genoegen nemen met ”haar iq is hoog genoeg we proberen het gewoon” nee zo werkt dat natuurlijk niet ze moeten rekening houden met jou kind NU en niet wat ze al dan niet kent over bijv een jaar. ik zou zeggen vraag of ze je willen doorverwijzen naar een revalidatiecentrum en laat haar testen en wie weet krijg je dan wel de nodige hulp voor jullie meisje. succes alvast groetjes miranda (mama van 4)

  58. Ik heb ook een mening over buitengewoon onderwijs en inclusief onderwijs, zoals zovelen. Maar ik ga die nu eens niet geven. 🙂 Ik wil je gewoon zeggen dat ik je bewonder om zo helder, nuchter, zonder rancune je situatie te beschrijven. Dat is niet iedereen gegeven. Je zit echt in een moeilijke situatie maar ik ben er zeker van dat je doet wat je kan voor je dochters. En ik wens je het beste toe, een oplossing waarvan je achteraf kan zeggen dat het de goeie was. Veel moed!

  59. Reviewstudie Naomi Zigmond

    Where Should Students with Disabilities receive Special Education Services? (THE JOURNAL OF SPECIAL EDUCATION VOL. 37/NO. 3/2003/PP. 193–199).

    Abstract 1: 90% van de leerlingen kan de gewone lessen grotendeels volgen en daar profijt uit halen. For many of the remaining 10% of students, however, a different orientation will probably be needed. These students need to learn something different because they are clearly not learning what everyone else is learning. Interventions that might be effective for this group of students require a considerable investment of time and effort, as well as extensive support. Special education in a pull-out setting, with its emphasis on empirically validated practices and its use of data-based decision making to tailor instruction to the individual students’ needs, might be better for teaching these students.
    Abstract 2: The question of where special education students should be educated is not new. In this article, the author reviews research studies and research reviews that address this question. She argues that research evidence on the relative efficacy of one special education placement over another is scarce, methodologically flawed, and inconclusive. She also states that “Where should students with disabilities be educated?” is the wrong question to ask, that it is antithetical to the kind of individualized planning that should be embodied in decision making for and with students with disabilities, and that it fails to specify where, for what, and for whom.
    Eindconclusie empirisch onderzoek
    “There is no simple and straightforward answer to the question of where students with disabilities should receive their special education instruction. The efficacy research reviewed here, which spans more than 3 decades, provides no compelling research evidence that place is the critical factor in the academic or social progress of students with mild/moderate disabilities. There are probably many reasons for reaching this conclusion, but I suggest only two. The first has to do with the body of research evidence itself. The second has to do with the appropriateness of the question.”

  60. De gevolgen van het M-decreet reiken dan ook veel verder dan de beperkte interpretatie die Mieke Van Hecke, gewezen-VSKO-kopstuk, in december 2013 in het tijdschrift ‘Caleidoscoop’ eraan gaf. Van Hecke minimaliseerde de verregaande gevolgen van het decreet en poneerde sussend: “We moeten bij de interpretatie van het VN-verdrag vertrekken van het gegeven dat elke instelling – en dus ook het onderwijs – een finaliteit heeft. Wanneer de deelnemers aan die instelling die finaliteit kunnen halen, moet men er alles aan doen om de drempels die er vanuit een beperking zijn, te slechten. Dat wil echter niet zeggen dat men voor iemand die deze finaliteit niet kan halen, een apart aanbod moet kunnen doen in dezelfde organisatie (in het gewoon onderwijs)“ Zo’n minimaliserende voorstelling van het M-decreet is o.i. misleidend en was vooral bedoeld om de scholen te paaien. Ze staat ook haaks op de goedkeuring van het M-decreet door Van Heckes onderwijskoepel en op de radicale VVKBuO-standpunten over inclusie van de voorbije 10 jaar. De overheid geeft aan scholen immers de bevoegdheid om af te wijken van dat gemeenschappelijke curriculum: zij kunnen aan dat curriculum voor individuele leerlingen doelen toevoegen en individuele leerlingen vooraf vrijstellen van het bereiken van doelen.

  61. Ook volgens veel onderwijskundigen is radicale inclusie nefast
    Enkele ‘docenten voor inclusie’ (Jo Lebeer, Beno Schraepen, Annet De Vroey …) stelden in hun reactie op de Koppen-reportage dat er in het hoger onderwijs en in wetenschappelijke kringen een vrij grote consensus omtrent (radicale) inclusie bestaat (DS, 8 december). In de lerarenopleidingen zou de inclusie-ideologie ook al lange tijd als een evidentie voorgesteld worden. Uit de reacties van twee Vlaamse professoren-psychologen, Wim Van den Broeck en Wouter Duyck bleek al dat die consensus ook in academische kringen ver zoek is. Twee van ons hebben als lerarenopleider het verlossende inclusie-evangelie ook nooit gepropageerd. Volgens Mathias Brodkorb, (socialistisch) onderwijsminister van Meckelenburg-Vorpommern en filosoof, is radicale inclusie een soort ‘Kommunismus für die Schule” (Warum Inklusion unmöglich ist, PROFIL, april 2013). Hij toont in een bijdrage ook uitvoerig aan dat dat soort inclusie heel nadelig is voor veel kinderen met bijzondere noden.
    Deze en andere bezwaren van veel onderwijsdeskundigen in Vlaanderen en in het buitenland sluiten wonderwel aan bij een lijstje kritieken vanwege een groot aantal onderwijsexperts dat opgesteld werd door het bekende ERIC-informatiecentrum van de VS. We beschrijven de polariserende inclusie-(verlossings-ideologie uitvoerig in de derde bijdrage in dit nummer, maar vermelden hier al twee belangrijke ERIC- kritieken: *Enkel ideologisch gedreven professionals en een beperkt aantal ouders propageren (radicale) inclusie en gaan hierbij uit van een polariserende verlossingsideologie. Ook in Vlaanderen zijn de praktijkmensen, veel ouders en ook een aantal onderwijsdeskundigen tegenstander van inclusief onderwijs en het M-decreet.Jammer genoeg zijn het vooral de hardliners-professionals die in de media het meest aan het woord komen en gehoor vonden bij de beleidsmakers. *Veel special education children hebben gespecialiseerde ondersteuning en diensten nodig die enkel kunnen aangeboden worden in speciale klassen/scholen; van leerkrachten van een gewone school kan men dit niet verlangen. In hun reactie beweerde de ‘docenten voor inclusie’ eveneens dat uit tal van studies gebleken is dat inclusief onderwijs ook heel effectief is voor de inclusieleerlingen. In een aparte bijdrage zullen we aantonen dat uit belangrijke overzichtsstudies blijkt dat deze conclusie niet opgaat.

  62. In een recent rapport in opdracht van de EU lezen we dat er in die Scadinavische landen (en in Rusland) nog steeds een grote kloof bestaat tussen de ‘inclusieve’ wetgeving en de officiële visie enerzijds en de dagelijkse klaspraktijk anderzijds. Inclusief onderwijs staat al vaak twintig jaar centraal in de onderwijswetgeving van die landen, maar is al bij al nog niet sterk doorgedrongen in de praktijk “Learning from Our Neighbours: Inclusive Education in the Making” van 2013 (zie verdere referenties achteraan).
    We citeren even de basisconclusies uit het recente EU-rapport.
    “*In de meeste, zoniet alle van de bezochte en onderzochte landen (Scandinavische en Rusland) bestaat er een visie en wetgeving voor het creëren van een ‘gemeenschappelijke school voor alle leerlingen’. Deze visie treffen we ook aan in de formele documenten (wetgeving e.d.) en in de debatten over inclusief onderwijs. Maar de retoriek van inclusief onderwijs wordt er niet noodzakelijk omgezet in acties, in de klaspraktijk.
    *We stelden verder vast dat de traditionele structuren voor speciaal/buitengewoon onderwijs (=aparte klassen en/of scholen) met de specifieke handicap-kwalificaties eraan verbonden, nog steeds centraal staan in het zogezegd inclusief onderwijs.
    *In de bezochte landen is inclusief onderwijs ook nog niet geconceptualiseerd als een principieel alternatief om alle vormen van discriminatie te bestrijden.

  63. Geen (klas)inclusie in Finland!De Finse onderwijskundigen stellen dat in Finland het recht op leren en het bieden van faire onderwijskansen voorrang heeft op het recht op fysieke inclusie in een gewone klas: “In Finland, it first means the right to learn because in a historical context Finns had an obligation to learn in order to support their country. In Norway, inclusion is connected to the social aspects of learning as the right to participate. In a historical context, this can be related to a political project of creating a national identity based on the Norwegian state’s responsibility to its citizens. The Finnish state wants to guarantee equal educational opportunity to all citizens and this goal is partly reached via early intervention in the form of special education with highly educated professionals. Norway wants to guarantee similar study places to all, so that no one is excluded.”

    In Finland staan de leerkansen centraal en niet de fysieke/sociale inclusie. Veel Finnen stellen openlijk dat veel gehandicapte leerlingen de behoefte hebben om samen in klas te zitten met leerlingen die dezelfde moeilijkheden ondervinden: om meer samen te kunnen leren en optrekken, maar ook om van gedachten te kunnen wisselen over wat ze beleven.Het optrekken met lotgenoten is ook belangrijk.

    En hoe zit het in Noorwegen met het inclusief onderwijs? : “En Norvège, l’instauration du principe de “l’école pour tous”, visant l’égalité d’enseignement, a mené à une ségrégation au sein même de l’école, lorsque les élèves ne pouvant suivre le même niveau ont été orientés dans des classes séparées. Il est resté une distance non réductible entre “le dire” et “le faire”, entre le principe et l’action, due en partie à la non-reconnaissance de la différence. L’inclusion prend la forme d’une intégration sans respect de la différence, et est devenu “intégration ségrégative”, par laquelle le principe d’inclusion crée plus de segregation qu’au paravant.”

  64. Leerkrachten maken zich vooral zorgen om de LAT-inclusie, learning apart together of ‘Exclusie binnen de klas’. Onderwijzer Koen verwoordde zijn grote bezorgdheid zo: ”Met het M-decreet zullen de gewone kinderen in een derde leerjaar rekenen tot 1000; de andere tot 100 en eentje tot 10. Er komt ook meer jaloersheid in de klas: die leerling mag een tafelrooster gebruiken, die leerling een rekenmachine en ik niet. En dit alles in klassen met 25 leerlingen. Het is verder ook onmogelijk voor de leerkracht om voldoende zorg te geven aan alle kinderen! Er zullen ook steeds minder leerlingen de eindtermen van het basisonderwijs halen. Ik ben voor inclusie voor sommige leerlingen, maar niet voor dergelijke leerlingen. Met veel respect kijk ik vaak naar wat leerkrachten buitengewoon onderwijs elke dag presteren om steeds het beste uit de kinderen te halen. Het M-decreet is de zoveelste onderwijshervorming van bovenaf opgelegd.” Een analoog probleem legden we enkele jaren geleden voor aan de secretaris-generaal van het Verbond van het Katholiek Buitengewoon Onderwijs, Karel Casaer. Zijn simpel antwoord luidde: “terwijl de gewone kinderen in het derde leerjaar leren cijferen, kan men het inclusiekind de cijfers in de opgaven laten benoemen.”

  65. Slechts 1,3% leerkrachten vindt M-decreet best haalbaar & wollig decreet

    De enquête van Koppen peilde naar de perceptie van leerkrachten over het M-decreet en inclusief onderwijs. Ze werd afgenomen bij 900 leerkrachten gewoon basis- en secundair onderwijs.
    De enquête en de Koppen-reportage werden opgesteld door twee vurige aanhangers van inclusief onderwijs: Inge Wagemakers van de UA en VRT-reporter Luk Dewulf. Uit de enquête bleek dat slechts 1,3% van de leerkrachten vindt dat het M-decreet over inclusief onderwijs best haalbaar is; 82,4% vindt inclusief onderwijs niet haalbaar en 86% stellen dat ze niet voorbereid zijn.

    De Brusselse prof. Wim Van den Broeck reageerde (twitterde) na de Koppen-reportage: “82% van de leerkrachten ziet M-decreet niet zitten. Dit betekent dat het bij het M-decreet gaat om een ideologisch beleid dat ver af staat van de werkelijkheid. “ De Gentse prof. Wouter Duyck reageerde analoog: “M-decreet is een uiting van naïef egalitarisme waardoor kwetsbare kinderen met bijzondere noden gedifferentieerde hulp zullen missen.“ Ook tijdens het aansluitend debat op ‘De Zevende Dag’ (7 december) formuleerden een leerkracht en een directeur de grote bezorgdheid van de praktijkmensen (zie punt 5). De COC-lerarenvakbond reageerde: “Uit de Koppen-reportage blijkt dat 80 % van de ondervraagde leraren inclusief onderwijs in de praktijk niet haalbaar acht. Dat heeft in belangrijke mate ook te maken met de toegang tot het gewoon onderwijs van leerlingen met een verstandelijke beperking. … Door scholen toe te laten af te wijken van de goedgekeurde leerplannen wordt de waarde van getuigschriften en diploma’s op de helling gezet.” (De leerkrachten, directies en veel ouders hebben tegelijk veel schrik voor de inclusie van leerlingen met ernstige gedragsproblemen.)
    De Koppen-enquête is een bevestiging van wat algemeen geweten is, van een peiling over inclusief onderwijs van Onderwijskrant bij leerkrachten lager onderwijs in februari 200, van het afwijzend standpunt vanwege de lerarenvakbonden. Ook in standpunten van directies lezen we analoge kritieken.
    De Organisatie directeurs Vlaams basisonderwijs (ODVB) sprak zich kritisch uit over het M-decreet (zie website). We noteerden ook kritiek vanwege Codis (= vertegenwoordigers van directies katholiek s.o.) in de verslagen van januari en maart 2013.

  66. Het kernprobleem van het M-decreet is m.i. dat het te sterk ideologisch geïnspireerd is en te weinig rekening houdt met de realiteit en de praktijk. Onze politici hebben het VN-verdrag goedgekeurd en geratificeerd (Nederland bv. heeft dat niet gedaan) zonder precies te beseffen wat de implicaties daarvan zijn. Dat is duidelijk gebleken uit een aantal discussies in het Vlaams parlement tijdens de vorige legislatuur. Het VN-verdrag maakt zeer duidelijk dat het (voort)bestaan van buitengewoon onderwijs strijdig is met de uitgangspunten van dit verdrag. Dus de druk naar (geleidelijke ontmanteling) van het BO zal blijven bestaan, terwijl vele politci dat niet eens wensen. Van een recht van ouders om hun kind in het gewone onderwijs (indien mogelijk) les te laten volgen, zijn we nu kennelijk geëvolueerd naar een plicht van ouders om dat te doen, behalve als het daar echt misloopt. Vanzelfsprekend moeten zoveel mogelijk kinderen die potentieel in staat zijn het gewone curriculum te volgen, dat kunnen doen in het gewone onderwijs, maar even vanzelfsprekend kan de beste begeleiding voor een aantal kinderen slechts gegarandeerd worden mits een grotere structurele omkadering zoals die alleen in het BO voorhanden is. Dit lijkt mij een recht te zijn van ouders met dergelijke kinderen waar de wetgever achteloos aan voorbij is gegaan.

  67. Mevrouw,

    Ik vind u een zeer verstandige en moedige dame! Het M-decreet hypothekeert de toekomst van vele leerlingen. België heeft een goed werkend, bijzonder onderwijs. Blijkbaar willen ze dit kapot maken door het, goed werkende, systeem te veranderen. Ik sta zelf in het onderwijs en eigenlijk weten we nog altijd niet concreet wat de gevolgen gaan zijn. Er wordt gegoocheld met termen en data en het concrete blijft uit. Ik word gek van alle nutteloze besprekingen en vergaderingen.
    In het BO hebben ze een team om UUUUUU tegen te zeggen, om al hun leerlingen tegemoet te komen aan hun specifieke noden! Kinesist, logopedist, kleine groepjes leerlingen, ..
    Er zijn, bij mij in de klas, reeds vele leerlingen gepasseerd met gon-begeleiders. 2 lesuren per week begeleiding is een goede oplossing voor een zeer kleine minderheid aan leerlingen. Laat de andere kinderen naar school gaan waar ze thuis horen.
    Wij hebben zelf een kind in het bijzonder onderwijs en zijn uiterst tevreden over haar begeleiding! Zij kon nooit bereiken wat ze nu heeft bereikt in het ‘gewone’ onderwijs. Zij zou verdrinken in de massa! Andere leerlingen zouden haar uitlachen, pesten of links laten liggen. Ze zou doodongelukkig zijn! Zij leerde er, op haar eigen tempo, lezen en schrijven. Als je als ouder te horen krijgt dat het niet lukt in de klas, is dat moeilijk te plaatsen.Het is als ouder verschrikkelijk om de stap te zetten naar het bijzonder onderwijs. Het is echter het beste voor je kind!

    1. Ik ben blij voor u dat het BO onderwijs een goede keuze is geweest maar om te zeggen dat het een goed werkend systeem is gaat voor mij een stapje te ver.Ik ben moeder van een 16 jarige jongen met autisme die in het BO maar liefst 3 keer is moeten veranderen van school.Er werd altijd gewezen op zijn tekortkomingen en nooit op zijn sterke punten en de oudercontacten waren voor ons een hel.En hij is op een gegeven moment moeten veranderen vanwege een IQ test.Sinds 2008 wonen wij in het noorden van Spanje en volgt hij hier inclusie onderwijs in een normale school .Ik zal nooit beweren dat het al rozegeur en maneschijn is maar hij wil nooit meer terugkeren naar Belgie.Ooit is er tegen ons gezegd geweest dat hij nooit andere talen zou kunnen leren,hij spreekt er nu 4.Mij zul je niet horen zeggen dat het BO moet afgeschaft worden.Ik pleit liever voor keuzes voor ouders en een goed werkend inclusie onderwijs, ,niet zoiets halfslachtig zoals het M-decreet met daarnaast BO scholen die evenwaardig zijn als de normale scholen.

  68. Recht op buitengewoon onderwijs en dit vanaf de ‘eerste dag van het eerste leerjaar’ – haaks op M-decreet

    Duitse ouders eisten voor hun kind de rechtbank “recht op toegang tot het buitengewoon onderwijs vanaf de eerste dag van het eerste l.eerjaar”. ze kejgen gelijk van Duitse rechtbank. Minister Crevits & beleidsmakers moeten o.i. dringend M-decreet aanpassen/versoepelen.

    „Jeder Mensch hat ein Recht auf Bildung”, argumentiert der Jurist, “dieses Recht hat Verfassungsrang. Mit der Inklusion, wie sie hier umgesetzt wird, nimmt man den Kindern Ressourcen, ohne neue zu schaffen.‟ Dem Verwaltungsgericht Braunschweig war sofort klar: Mirko müsse auf eine Förderschule gehen, zur Not eine Klasse Meer weergeven

    Börßumer Eltern klagten erfolgreich gegen Inklusion | WolfenbüttelHeute.de

    wolfenbuettelheute.de

    Wolfenbüttel. Die Inklusion, wie sie das Niedersächsische Schulgesetz vorsieht, ist womöglich verfassungswidrig. Das erfuhren die Börßumer Kerstin Wisse…

  69. M-decreet: gisteren (18 maart) in Vlaams Parlement: vragen over lot van dochtertje Flo van An Nelissen en analoge gevallen.

    Jo De Ro en mevrouw Krekels wijzen op probleem van ouders als An Nelissen die hun kind niet rechtstreeks mogen laten doorstromen naar het buitengewoon onderwijs. Het kan volgens hen niet dat een kind als Flo eerst moet mislukken in het lager onderwijs vooraleer recht te hebben op buitengewoon onderwijs.
    De Ro stelde dat het schrijnend is als dit niet zou kunnen en dat in dit geval het M-decreet heeft gefaald. Hij drong aan op aanpassing van M-decreet.

    Maar minister Crevits ontweek eens te meer dit probleem door te stellen dat ze niet wou ingaan op concrete gevallen. Ze verstopte zich ook opnieuw achter de CLB’s die hun verantwoordelijkheid moeten opnemen samen met de school en de ouders. Ze weet nochtans maar al te best dat volgens het M-dereet het dochterje Flo van Nelissen en veel gelijkaardige gevallen geen toegang krijgen tot het buitengewoon onderwijs. Ook het CLB heeft dit bevestigd.

    Mevrouw Krekels en anderen wezen er ook op dat er nog veel onzekerheden zijn i.v.m. de interpretatie van het M-decreet.

    We moeten blijven actie voeren over M-decreet. Het verwondert ons b.v. dat er inzake het recht op buitengewoon onderwijs en de Flo-casus nog geen reactie kwam vanwege de onderwijsnetten en de vakbonden en vanwege het ‘Centrum voor Gelijke Kansen’ van Jozef De Witte dat als geschillencommissie functioneert. De Witte was er enkele maanden geleden als de kippen bij om te verdedigen dat een kind met heel grote problemen toch toegang moet krijgen tot het gewoon onderwijs. Nu zwijgt hij over de klacht van de moeder van Flo. Hieruit blijkt eens te meer dat het totaal onverantwoord was om het Centrum voor Gelijke kansen van De Witte als geschillencommissie aan te duiden.

  70. Minister Crevits verheugde er zich gisteren in het Parlement over dat een aantal ouders al anticipeerden op het M-decreet en dat dit leidde tot een daling van het aantal bo-leerlingen per 1 februari: 900 lln. minder. Vooral minder type-1 leerlingen: 9%. Er kunnen uiteraard ook andere redenen zijn voor de daling. *Zelf vinden we het verbazend en zorgwekkend dat het vooral leerlingen zijn van het type-1- precies leerlingen die veelal de meeste lessen in het gewoon onderwijs niet kunnen volgen en daar o.i ook niet thuishoren. Dit leidt enkel tot LAT-inclusie : learning apart together, of Exclusie binnen de klas. *Als men de ouders wijs maakt dat ook type-1 leerlingen thuishoren in het gewoon onderwijs en het in elk geval moeten proberen, dan is het uiteraard ook niet verwonderlijk dat een aantal ouders de officiële propaganda geloven.

    1. Deze denkpiste onderteken ik voor 200% beste Raf! Ouders van type 1 lln laten weerspiegelen dat hun zoontje/dochter zal inpikken in het basisonderwijs is zeer bedrieglijk! En laat ons eerlijk zijn, welke concrete extra hulp zal dit kind effectief krijgen in het basisonderwijs? Weinig…

  71. Staatssecretaris Lösel (Duitsland): ouders/leerlingen moeten ook voor buitengewoon onderwijs kunnen kiezen.

    Inklusion nicht um der Inklusion willen: Staatssekretär Lösel (Frankenberger Zeitung; Patricia Kutsch Donnerstag, 19. März 2015)

    Centrale gedachte: „Die Eltern sollen die Wahl haben.“ Staatssekretär Lösel selbst habe die Erfahrung gemacht, dass nicht alle Eltern ihre Kinder in eine normale Schule schicken, sondern sie im „geschützten Raum“ einer Förderschule wissen wollen.

    Der Staatssekretär des Kultusministeriums Manuel Lösel und die Landtagsabgeordnete Claudia Ravensburg haben gestern die Kegelbergschule gemacht und über Inklusion und individuelle Förderung gesprochen.
    Inklusion ist wichtig, soll aber kein Zwang sein. Darin waren sich gestern Besucher der Kegelbergschule und Schulleiter Helmut Vogler einig. Staatssekretär Manuel Lösel betonte, dass in Hessen die Inklusion umgesetzt werden soll – dabei bleiben aber die Schulen Schwerpunktthema. „Die Eltern sollen die Wahl haben.“ Lösel selbst habe die Erfahrung gemacht, dass nicht alle Eltern ihre Kinder in eine normale Schule schicken, sondern sie im „geschützten Raum“ einer Förderschule wissen wollen.
    „Inklusion ist ein lebenslanger Prozess und die Schule ist nur ein Teil davon“, betonte Schulleiter Vogler. Seit Jahren sei das Thema Inklusion an der Kegelbergschule selbstverständlich – so gebe die Schule ihre Schüler auch in die freie Wirtschaft und nicht nur in die Lebenshilfe. „Das hängt von den individuellen Bedürfnissen ab.“
    Claudia Ravensburg vertrat die Meinung, dass nicht alle Kinder mit Behinderung über einen Kamm geschert werden könnten. „Für Kinder mit einer geistigen Behinderung ist die inklusive Beschulung schwer. Wir denken immer alle nur an das Kind im Rollstuhl, das natürlich inklusiv unterrichtet werden kann.“ Das sah auch der Staatssekretär des hessischen Kultusministeriums so: „Wir fangen mit Exklusion an, wenn wir sagen, dass alle inklusiv beschult werden sollen.“

  72. beste Katrien, ook wij hebben ervaren dat ze binnen het gewone onderwijs vaak veel verder geraken dan in het buitengewone. Wij hebben zelfde ervaringen. Het lastige voor jonge ouders is dat ze geen glazen bol hebben, ofwel vertrouw je hulpverleners en scholen die zeggen: hij kan het nooit leren, ofwel vertrouw je je eigen aanvoelen en ga je inderdaad verder met de kwaliteiten ipv met de tekortkomingen. Leren is in mijn ogen ook veel ruimer. Ik zie hier ook dat een gewone school het voordeel biedt van het leren van mekaar ook. Binnen het buitengewoon was dat beperkt tot ongepast en afwijkend gedrag overnemen, binnen het gewoon was het hier toch overnemen van vaardigheden, maar evengoed zich laten coachen door klasgenoten die mekaar spontaan vaak echt helpen

  73. Dit relaas komt me Oh zo bekend voor! Ik sta al jaren met hart en ziel voor de klas in het buitengewoon (goed) onderwijs. Hoeveel ouders hoorde ik niet zeggen toen hun zoontje of dochter bij ons kwam: “eindelijk heb ik mijn kind terug… succeservaring doet wonderen”.
    Ik kijk met argusogen naar de toekomst… M-decreet lijkt op papier wel mooi, maar in de realiteit is het duidelijk: de middelen, de omkadering, enz… zijn er niet!

    1. Beste Didier de deken,

      Eindelijk kreeg ik mijn kind terug, toen ik tegen advies in , de overstap van buitengewoon naar gewoon onderwijs heb genomen. Ook daar zijn bergen ervaringen over te horen, maar: je leest maar wat je wil lezen hé. O zo bekend voor mij. Van een kind, dat allerhande gedrag overnam in zijn blo klas, een kind dat uitgeput na 3 uur bus per dag, niets meer deed, niet meer speelde, ….. kreeg ik een kind dat erbij hoorde, een kind dat graag gezien was op zijn “gewone” school, een kind waarvoor men door het vuur ging, een kind dat openbloeide. Dank zij attente ouders, want zowel school als CLB waren tegen.

      1. Beste PDC… hola 😉

        Neen, ik lees niet wat ik wil! Ik merk dagdagelijks dat elk kind zijn eigen identiteit heeft, zijn eigen mogelijkheden en zijn eigen weg te zoeken. Het enige dat ik kan/wil zeggen is dat ik hierboven 50 verhalen lees… 50 verschillende verhalen in verschillende scholen en in verschillende contexten. Waar ik me waad om mij ik dat sommige kinderen inderdaad nood hebben aan een aangepast traject. Hier gaat het om RECHT op onderwijs op maat …. en het M-decreet heeft hier geen enkel antwoord op! Dat is wat ik merk als leerkracht, die elke dag opnieuw, moet VECHTEN om de kinderen die bij mij in de klas zitten verder te helpen met de beperkte middelen die we hebben. Ik ben de eerste die oprecht blij is als ik lees dat je kind zijn weg vond … in welke school dan ook.

        Het hele debat van M-decreet gaat niet over 1 kind! (uw kind) Het gaat over een onderwijs dat op zijn kop werd gezet en waarbij zowel de basisscholen als de CLB’s als de buitengewone scholen nu al van merken dat er slachtoffers gaan vallen… dat en alléén dat maakt mij kwaad. Maakt me oprecht bezorgd.

      2. net zoals ik aangaf dus. Zucht. Niemand o niemand die eens kijkt hoe het wel kan, ook al zeggen alle deskundigen en scholen en leerkrachten en CLB over een bepaald kind dat het nooit of nooit zal lukken. Als het dan wel lukt, dan waren zij fout, dan was hun inzicht niet juist, dan schoot hun opleiding te kort, te veel naar het label en de getallekes kijken en te weinig naar het kind. Ik weet nog dat wij na jaren goed samenwerken met gewone scholen, onze hoop stelden op een BO klasje, owee als je als ouder betrokken wou zijn in het overleg over je eigen kind. Kon niet, want zij gebruikten vaktermen,die wij als domme ouders toch niet snapten, waarbij ze ergens in haar uitleg al direct de vaktermen fout uitsprak. Nu ja, op onze strepen gestaan en toch naar de bespreking over ons eigen kind mogen komen. Mensen… het is de 21 ste eeuw en niet meer de 19 de. Ouders zijn op de eerste plaats belangrijk om mee te beslissen, ook al betekent dat voor hen dat ze in hun kaarten en vooral in de besteding van hun geld moeten laten kijken. Geef het geld aan het kind en laat ouders vrij kiezen waar de de zorg en de assistentie zoeken, in het gewone onderwijs zijn zeer goed gemotiveerde en bekwame mensen, die echt wel weten waar ze mee bezig zijn.

  74. Een héél nobele visie van Pascal Smet…maar deze visie, decreet heeft een dermate lancune in voorbereiding, maw verschuiven budgetten, aanpassingen en opleiding ‘gewoon onderwijs’ ! Jammer genoeg hebben ouders zoals u en ik héél lieve kinderen, die ons nauw aan het hart liggen, die andere noden nodig hebben om het maximum van hun capaciteiten te laten kennen ! Waarom naast het dagdalijkse moeilijk traject, als ouder, leerkrachten, school, het nog eens extra moeilijk maken? Waar lag zelfs de prioriteit om het gewoon onderwijs met overvolle klassen leefbaar te maken? Daarnaast nog niet te spreken over pensioenleeftijd leerkrachten ? De fundamentele achtergrond ( budget dan) zoals ik begrijp zal zich verplaatsen naar de gezondheidszorg: leerkrachten, ouders en ja dan ook al kinderen van 5-10 jaar die zullen crashen, burn-out… Welwillende ambtenaren van nodig CLB, die niet mogen nadenken? Dit voelt aan zoals m’n tegen een blinde zou zeggen: ‘we bekijken het wel’!

    1. Tania… oh ja!
      Wat ben ik blij dit te lezen… nu moet ik het niet meer schrijven want je slaagt de nagel op de kop.
      Gaan budget 1 middelen aangepast en bijgestuurd worden om dit decreet haalbaar te maken in de praktijk??? Ik vrees van niet…

  75. realiteit vandaag 3 mei 2015 dat ze ondanks het M decreet nu nog snel van mijn graag schoolgaande zoon af willen gesteund door het clb die de moeite niet doen om zijn rapport te bekijken .
    En het enigste dat nodig is starten met voorleesprogramma omdat zijn lezen te traag is iets waarvan elke school 5 sticks heeft en de laptop is toch voor de ouders maar in zijn school en klas van 28 blijkt dit onmogelijk.
    De enigste aanpassing die we gehad hebben is drie maanden sticordi voor spelling.

  76. Hoikes,
    Mijn 20 maanden oud zoontje is doofgeboren en heeft net zijn 2e cochleair implantaat (CI) gekregen. En zou volgend jaar naar het kleuterklasje moeten gaan. En waar hij nu zit hebben ze dat ook met ondersteuning van gebarentaal, logo, opvolging en kennis van zijn CI, . . .
    Maar door het nieuwe decreet zou hij eerst bij een gewoon school moeten proberen, terwijl hij nog niet kan praten, bijna geen gebaren, dat hij zonder extra begeleiding zich meer en meer gaat afzonderen , ….
    Wat gaat mijne zoon eerst moeten doorstaan voor ze dat gaan inzien dat hij daar nu nog niet meekan. Als het niet gaat daar voor hem zou hij eventueel terug kunnen. En de achterstand die hij nu heeft opgelopen gaat hij die ooit nog kunnen bijbenen? We kunnen blijkbaar alleen maar hopen op een goed afloop. 😡

    1. Hallo Philippe,
      je hebt tot nu toe de maximale zorg voorzien voor je zoontje van 20 m. Als je denkt dat hij onmiddellijk nood heeft aan Buitengewoon Onderwijs vanaf 2.5 jaar dan kan je dit gerust bespreken met de arts en de psycholoog van het CLB van je regio. Het decreet laat enkele uitzonderingen toe en bij het CLB werken zeker een heleboel mensen met gezond verstand. Afhankelijk van dit onderzoek zal blijken wat de beste oplossing is. Er zijn kinderen met CI die gewoon onderwijs volgen, ondersteund met 4u per week GON vanuit het Buitengewoon Onderwijs. Er zijn gelijkaardige kinderen waarvoor dit niet haalbaar is en waarvoor Buo de beste oplossing is. Laat vooral niet na om je bezorgdheid duidelijk te maken.

  77. Ik heb frustratieniveau 3 bereikt wat het Mdecreet betreft. Ik heb een nieuwe mail gestuurd naar het ministerie:
    Geachte minister,
    Geachte kabinetsmedewerker,
    beste volksvertegenwoordigers,
    slecht geslapen… weg en weer geslingerd worden in emoties en gedachten…
    Moet ik opgeven of blijven een signaal geven?
    Strijden voor het kind of alles zomaar (zoals zovelen) ondergaan??
    Gisterenmorgen 8u30… Gon bespreking…
    Mijn werktafel is té klein: 3 mensen van het reva, leerkracht, zorgleerkrachten, ouders, CLB, privékine, Gon begeleidster, stagiaire en ikzelf.
    Allemaal zitten we daar met dezelfde bezorgdheid. Onze derde kleuter moet in september naar het eerste leerjaar. Ondanks een enorme evolutie gedurende de voorbije jaren zal die stap voor hem niet simpel zijn. Niet het inhoudelijke maakt ons de meeste zorgen, maar wel het emotionele… Zal hij dat allemaal wel aankunnen, zal hij kunnen functioneren in een grote groep, zal hij het aankunnen om na de schooluren nog therapie te volgen in het reva, bij de privékine en daarnaast zijn huiswerk maken? Hij is nu al heel moe van alle extra inspanningen die hij dagelijks moet leveren.
    Al weken merk ik dat hij weer meer mijn hand komt nemen op de speelplaats in plaats van te spelen. Tegen de leerkracht van het vijfde leerjaar gaat hij zeggen dat het allemaal zo moeilijk is in de klas. Hij smeekt om gehoord te worden…
    De bezorgdheid rond het welbevinden is enorm! Ook mama zit met bange ogen te luisteren naar alle signalen die op haar afkomen.
    We komen helaas niet tot een eensgezindheid. Het CLB heeft meer testen nodig…, het Mdecreet zegt…, Ik krijg daar koude rillingen van… de bevindingen van de juf, de GON begeleidster, de school doen er niet toe!! En het kind!?
    Toen de CLBmedewerker na de bespreking zag dat ik daar helemaal ondersteboven van was zei hij ‘het siert jullie dat jullie zo begaan zijn met het kind’! Dhu!!??! Is dat niet normaal dat we begaan zijn met het kind??? Testgegevens doen er toch niet toe! Ons buikgevoel, de bezorgdheid voor het kind, dat is het enige dat telt!!
    Die bespreking zindert de hele dag na… ik moet mijn best doen om de vele Avitesten te doorlopen, om weer door te gaan voor andere kinderen.
    Als ik ’s avonds in mijn auto stap, laat ik mijn tranen de vrije loop…
    Als het allemaal zo door moet gaan, dan stop ik er mee!!
    Ik wil niet op mijn geweten hebben dat ik kinderen kapot ga maken omdat ze moeten leren werken met maatregelen en middeltjes, omdat hun welbevinden volledig genegeerd wordt.
    Elk kind heeft het recht om gelukkig te zijn, om te mogen functioneren op zijn niveau!
    Het welbevinden MOET op de eerste plaats komen, alleen dan werkt de motor om te kunnen leren.
    Dat kind is meer dan welkom op onze school. Als hij naar het eerste leerjaar gaan we er alles aan doen om hun zo goed mogelijk te laten functioneren.
    Maar ik ben zooooo bezorgd om wat hij voelt… Het kan toch niet dat we weer een kind naar binnen zullen moeten sleuren omdat signalen genegeerd worden.
    ik mag er niet aan denken…
    Geachte minister, kabinetsmedewerker, volksvertegenwoordigers,…
    ik lees zoveel schrijnende verhalen van bezorgde ouders, bezorgde leerkrachten, bezorgde welzijnswerkers.
    Het kan toch niet dat jullie dit blijven negeren, dat jullie blijven slaan met theorieën rond het Mdecreet.
    Het wordt meer dan tijd dat jullie eens luisteren met een warm hart voor de kinderen en hun toekomst.
    Elk kind heeft recht op het gewoon onderwijs, maar wat als het een plicht wordt…??!!
    Wat brengt de toekomst??
    met vriendelijke groeten,
    Sofie
    zorgcoördinator

  78. M-decreet: 7 recente en schrijnende alarmkreten, maar struisvogelpolitiek van Crevits en CO

    (Deel dit bericht, stuur het ook door naar de parlementsleden, de onderwijskoepels …We moeten dringend nieuwe M-decreet-campagne starten.)

    Op gedichtendag 28 januari klonk het in de commissie onderwijs “Met het M-decreet -wordt voor elke leerling de kans op zorg verbreed’ (applaus van commissieleden).

    1.M-decreet noodkreet van radeloze moeder
    7 Recente alarmkreten (janurari2016)

    1.Dag vriendelijk M-decreet.
    Waarom staat er geen luikje in jou.
    Voor kindjes van peuter naar kleuter.
    Die nog niet naar school gaan,
    en waar gewoon kleuteronderwijs een nachtmerrie zou zijn.
    Waar we al van weten van in het eerste levensjaar ,
    dat je ze als ouder nooit naar de school kan doen die 5 min van je deur is.
    Waarom word er voor hen niets duidelijk voorzien in het M-decreet?
    Want je bent toch zo lief en vriendelijk.
    Je hoort er toch ook te zijn voor deze kinderen niet ?
    Waarom moet het een hel zijn voor de ouders?
    Om hun peuter een kleuter te laten zijn ?
    Mijn boodschap aan het M-decreet wil je alsjeblief ook denken aan deze kindjes en hun ouders ?
    Dat zou super zijn .
    Want nu vechten we tegen iets dat zo toch niet moet zijn .
    Dit zou geen extra strijd mogen zijn die de ouders moeten aan gaan.

    m-decreet.blogspot.com|Door Leen Gevers

    2.Bijzonder onderwijs waarschuwt voor ongelukkige kinderen door M-decreet

    BLO Don Bosco trekt aan alarmbel: “Het bijzonder onderwijs moet blijven”

    Ingrid Depraetere 29 januari (Het Nieuwsblad):
    Halle – Met het nieuwe M-decreet worden kinderen met leerproblemen niet langer opgevangen in het bijzonder onderwijs maar blijven ze in het gewone lager onderwijs. “Mooi in theorie maar de praktijk is anders”, zo luidt bulo Don Bosco uit Halle de alarmbel.

    “Dag mama! Tot straks”, joelen Pablo (11) en Jorre (6) voor ze enthousiast de schoolpoort van Bulo Don Bosco in Halle binnenstuiven. Pablo komt sinds september naar de bulo-afdeling van de Halse Don Bosco-school. Zijn broertje Jorre kon er terecht na de kerstvakantie. “Wat heb ik mijn kinderen in positieve zin zien veranderen sinds ze naar het bijzonder onderwijs gaan”, vertelt mama Sophie Agneessens. “Het klinkt misschien vreemd dat je als mama zegt dat je blij bent dat je kinderen in het bijzonder onderwijs zitten maar wat een opluchting was dat. Ons gezin kan terug ademen, terug leven”.

    “Pablo ging tot vorig jaar naar een gewone school in Halle. Maar het ging allemaal wat snel voor hem. Hij kwam elke dag zuchtend thuis want hij moest nog huiswerk maken. Hij moest op de toppen van zijn tenen staan om al de leerstof tegen tijdsdruk te verwerken. Vaak gingen we met hem naar de logo omdat hij toch zou kunnen volgen op school. Maar dan moest hij daarna ook nog huiswerk maken en bleef er weinig tijd over voor echte hobby’s. Ik gaf zelf mijn werk op om meer met mijn kinderen te kunnen bezig zijn. Dat gaf echt wel spanningen in ons gezin. Pablo raakte helemaal gefrustreerd, zijn zelfbeeld zakte onder nul want hij vond van zichzelf dat hij niets kon. Op de duur raakte hij zelfs in een depressie. Dat het bijzonder onderwijs, waar wordt gewerkt in kleinere klassen met speelse methoden en waar de aandacht veel meer gaat naar het zich goed voelen, een oplossing voor Pablo was, was voor mij snel duidelijk. Toch heb ik twee jaar moeten vechten om de nodige attesten te krijgen en heb ik zelf de weg moeten zoeken om hem eindelijk in de Don Bosco-school in Halle te krijgen. Toen ik Jorre met dezelfde problemen zag worstelen, kende ik gelukkig de weg al. Voor mij is het duidelijk: mijn kinderen hebben hier hun zelfvertrouwen teruggevonden dat ze in het gewone onderwijs al lang waren kwijt gespeeld. Ze voelen zich terug gelukkig en draait het daar ten slotte niet om?”

    Directrice Agnes Luyckx van bulo Don Bosco zucht. “Het is zo pijnlijk te moeten vaststellen dat er nog tientallen kinderen zoals Pablo en Jorre in het gewone onderwijs zitten waar ze stilaan wegkwijnen omdat ze niet op de juiste manier worden begeleid. Met het M-decreet pleit de minister sinds dit schooljaar voor inclusief onderwijs waarbij kinderen met leerproblemen in het gewone onderwijs blijven. De theorie rond inclusie is mooi maar de praktijk is anders omdat er helemaal geen ondersteuning is voor deze lagere scholen. De beslissing is ondoordacht genomen. Hoe kan je kinderen met problemen de nodige zorg geven als je klas vol zit met 25 kinderen van hoog tot zwakker begaafd ? De aanpak vergt een bijzondere expertise die wij in het bijzonder onderwijs kunnen bieden. Die expertise dreigt nu helemaal versnipperd te worden. Veel respect voor leerkrachten uit het lager onderwijs maar ze zijn hiervoor niet opgeleid. Dit is vragen om problemen. Het zal uitmonden in kinderen die zich zes jaar ongelukkig en gefrustreerd zullen voelen in de lagere school, die voor hun tijd schoolmoe worden met een laag zelfbeeld. Het zal zorgen voor een vroegtijdige uitval in het secundair onderwijs met op termijn veel meer problemen op het vlak van welzijn”, aldus Agnes Luyckx. “We zorgen voor ongelukkige kinderen op die manier. Hopelijk komt men snel op het M-decreet terug want iets uitproberen ten koste van kinderen, dat kan niet. Laat het bijzonder onderwijs toch doen waar ze goed in zijn. We voelen nu al dat de instroom kleiner wordt. Enkel kinderen waarvan de ouders echt willen dat ze naar het bijzonder gaan, komen nog. Maar is dat niet de omgekeerde wereld?” Agnes Luyckx vertolkt hiermee de algemene gedachtengang van de scholen voor bijzonder onderwijs in de regio.

    “We hebben er echt hartzeer van als we de toestand nu bekijken”, aldus de juffen Ingrid en Ann die beiden al meer dan 20 jaar met hart en ziel in bulo Don Bosco les geven. “We vrezen dat veel kinderen zullen verdrinken zonder aangepaste opvang die er nu niet is in de lagere scholen. Kinderen kunnen pas de stap naar nieuwe dingen leren zetten als ze zich goed voelen in hun vel en komaf maken met faalangst. En dat is net de kracht van het bijzonder onderwijs. Als wij niet opkomen voor deze kinderen, wie zal het dan wel doen?”

    4 :Ik kan mijn leerlingen niet geven wat ze nodig hebben (Nieuwsblad 12 januari)

    ‘Officieel’ loopt alles goed met het M-decreet
    De werkelijkheid ziet er na enkele maanden al anders uit en dat zal de komende jaren nog veel erger worden.

    30 kinderen in de klas , negentien met een leerstoornis. Tien van de dertig leerlingen hebben een diagnose van leerstoornis of beperking, en ook voor negen andere moet ze aangepaste maatregelen nemen.

    “M-decreet is een compleet foute evolutie, vindt Juf Sarah. De moeilijke leerlingen tellen voor twee of drie. …Ik ben vaak tot 22 uur bezig. …Ik kan niet alle kinderen geven wat ze nodig hebben. Ik kan niet overal tegelijk zijn. Dat is heel demotiverend. …

    Maar Sarah stelt zich in de eerste plaats de vraag of haar leerlingen wel gelukkig zijn met de situatie. “Hoe is het met een kind met ADHD om in zo’n grote klas te zitten? Hoe is het voor een zwakbegaafde om naast een hoogbegaafde te zitten? Niet goed, denk ik. Ze vergelijken zich steeds met elkaar. ”

    De school betaalt met het geld van de werkingstoelagen een half-time extra-leerkracht. Maar daar hangt een prijskaartje van 12000 euro aan vast. Een compleet foute evolutie, vindt juf Sarah. …Dat is een regelrechte wurggreep.

    P.S.1 Er zijn ook heel wat klassen waarin een leerling met grote gedragsproblemen terecht kwam en die het onmogelijk maakt om nog normaal les te geven.

    P.S.2 Bericht van gisteren: geen wachtuitkering voor M-decreet-leerlingen die geen diploma behalen. Van improvisatie gesproken!

    P.S.3. Veel scholen zwijgen ook over de gevolgen om te voorkomen dat ouders hu kind naar een andere school zouden sturen.

    4.M-decreet-tarra. Eindrapport operatie Tarra: M-decreet bezorgt enorm veel extra taakbelasting en planlast. Tarra is dus vorig jaar al bij al toe- i.p.v. afgenomen.

    (Vooraf: we voorspelden destijds dat tal van hervormingen tot een grotere taakbelasting en planlast zouden leiden. Uit het ‘officieel’ rapport over operatie Tarra wordt dit bevestigd. Ook andere hervormingen zullen tot een hogere taakbelasting en planlast leiden.
    De implicaties van de invoering van het M-decreet zijn – omwille van de actualiteit – in quasi elke focusgroep het voorwerp van discussie. Het M-decreet wordt volgens de deelnemers te snel geïmplementeerd. De gevoerde communicatie stroomt onvoldoende door en biedt te weinig informatie over de concrete gevolgen.

    Er zijn vragen over de concrete implicaties op het vlak van de middelen en meer bepaald over de waarborgregeling. Men vraagt dat de invoering van het decreet zou gepaard gaan met meer ondersteuning en dit vooral via extra omkadering in het basisonderwijs.

    Er heerst bij leerkrachten en schoolleiders heel wat onzekerheid over de vereisten om leerlingen naar het buitengewoon onderwijs door te verwijzen. Decretaal is bepaald dat dit via een ‘gemotiveerd verslag’ moet gebeuren. Ter ondersteuning van scholen hebben onderwijskoepels, overheid, vakorganisaties en de clb-sector samen sjablonen en schrijfwijzers gemaakt. Uit de focusgroepen bleek echter dat dit ook als planlast ervaren werd.
    Ook betreurde men de beperkte geldigheid van dit gemotiveerd verslag (twee jaar).

    Tot slot zorgt de term ‘gemotiveerd verslag’ tot heel wat verwarring bij ouders van leerlingen: et is voor hen niet duidelijk dat het gemotiveerd verslag eigenlijk het attest van doorverwijzing zelf is.
    Ook de toenemende bewijslast met betrekking tot remediëring wordt als een vorm van planlast aangegeven, net als de onhaalbaarheid van remediëringscontracten en de grenzen aan differentiatie in een (kleuter)klas.
    De beperktheid van de GON-middelen en de onzekerheid over de toekenning ervan worden aangekaart. De complexe procedure om deze GON-middelen te verwerven zowel wat de formaliteiten betreft (GON-formulieren, het gemotiveerd verslag) als het intens overleg met alle betrokken actoren dat hiermee gepaard gaat, wordt als taakverzwarend aangehaald

    5.M-decreet: noodkreet van leerling die niet naar bo mag

    Xander (12) wil niet meer die lastige leerling zijn: Ik wil naar speciaal onderwijs Xander zit oververmoeid thuis. Hij kan niet meekomen op school. © RTL Nieuws

    Hij kwam vaak huilend uit school, met pijn in z’n armen, handen en benen. Door zijn leerproblemen en lichamelijke ongemakken kan Xander (12) niet meekomen in de klas. Nu zit hij de hele dag thuis computerspelletjes te spelen.Het liefst zou Xander naar een speciale school gaan, maar dat mag niet. Sinds vorig schooljaar moeten kinderen namelijk zoveel mogelijk naar een gewone basisschool of middelbare school. Ook als ze lichamelijke problemen of leerproblemen hebben. Maar voor een heleboel kinderen werkt die nieuwe regel niet. Zij komen net als Xander thuis te zitten.

    Lastig kind
    Xander heeft dyslexie, ADHD en DCD. Dat laatste is een ontwikkelingsstoornis. “Daardoor krijg ik bijvoorbeeld erge kramp als ik te veel schrijf.” In de klas had hij het zwaar. “Zelfstandig werken kan ik niet goed. Schrijven is heel erg moeilijk. En alles op tijd afkrijgen, lukt me vaak niet.”
    Op school zouden ze hem daarbij moeten helpen, maar dat gebeurde te weinig, zegt Xander. Hij is het zat om altijd het lastige kind te zijn. “Ze vonden het te veel. Ook de andere kinderen hebben hulp nodig. Er zitten 30 kinderen in de klas.”
    ‘Gewoon niet leuk meer’
    Het liefst zou Xander naar een speciale school gaan. “Waar ik wél hulp krijg, de klassen minder groot zijn en twee juffen of meesters voor de klas staan.”
    Maar voor het speciaal onderwijs heeft hij een verwijzing nodig. En omdat zijn huidige school vindt dat de leerkrachten hem wel goed onderwijs kunnen geven, krijgt hij die niet.
    Voor Xander is het moeilijk om over school te praten. Het maakt hem aan het huilen. “Het is gewoon niet leuk meer daar.”
    Oververmoeid
    Hoeveel kinderen er zijn zoals Xander is lastig te zeggen. Ze staan niet geregistreerd, maar zitten thuis omdat het op school niet gaat.
    Xander zit sinds november thuis, met oververmoeidheidsklachten, zegt zijn moeder. “Dat is niet normaal voor een jongen van 12. Hij heeft geen sociaal leven meer, spreekt niet meer af, speelt niet meer.”
    Speciaal onderwijs is de oplossing, denken zijn ouders. “Zijn huidige school is niet bekwaam om les te geven aan dit soort kinderen.” Zijn moeder heeft de hulp ingeroepen van allerlei instanties, maar er gebeurt niets. “We staan met onze rug tegen de muur.”
    De school van Xander heeft aan RTL Nieuws laten weten dat er inmiddels gesprekken plaatsvinden met de ouders van Xander om tot een oplossing te komen.
    Xander (12) wil niet meer die lastige leerling zijn: Ik wil naar speciaal onderwijs
    Hij kwam vaak huilend uit school, met pijn in z’n armen, handen en benen. Door zijn leerproblemen en lichamelijke ongemakken kan Xander (12) niet meekomen in de…

    6.Zorgleerkracht Sofie Baert (29 januar)

    nog maar eens…
    Geachte minister, Geachte kabinetsmedewerker, beste volksvertegenwoordigers,
    slecht geslapen… weg en weer geslingerd worden in emoties en gedachten…
    Moet ik opgeven of blijven een signaal geven?
    Strijden voor het kind of alles zomaar (zoals zovelen) ondergaan??
    Gisterenmorgen 8u30… Gon bespreking…
    Mijn werktafel is té klein: 3 mensen van het reva, leerkracht, zorgleerkrachten, ouders, CLB, privékine, Gon begeleidster, stagiaire en ikzelf.
    Allemaal zitten we daar met dezelfde bezorgdheid. Onze derde kleuter moet in september naar het eerste leerjaar. Ondanks een enorme evolutie gedurende de voorbije jaren zal die stap voor hem niet simpel zijn. Niet het inhoudelijke maakt ons de meeste zorgen, maar wel het emotionele… Zal hij dat allemaal wel aankunnen, zal hij kunnen functioneren in een grote groep, zal hij het aankunnen om na de schooluren nog therapie te volgen in het reva, bij de privékine en daarnaast zijn huiswerk maken? Hij is nu al heel moe van alle extra inspanningen die hij dagelijks moet leveren.

    Al weken merk ik dat hij weer meer mijn hand komt nemen op de speelplaats in plaats van te spelen. Tegen de leerkracht van het vijfde leerjaar gaat hij zeggen dat het allemaal zo moeilijk is in de klas. Hij smeekt om gehoord te worden…
    De bezorgdheid rond het welbevinden is enorm! Ook mama zit met bange ogen te luisteren naar alle signalen die op haar afkomen. We komen helaas niet tot een eensgezindheid. Het CLB heeft meer testen nodig…, het Mdecreet zegt…, Ik krijg daar koude rillingen van… de bevindingen van de juf, de GON begeleidster, de school doen er niet toe!! En het kind!?
    Toen de CLBmedewerker na de bespreking zag dat ik daar helemaal ondersteboven van was zei hij ‘het siert jullie dat jullie zo begaan zijn met het kind’! Dhu!!??! Is dat niet normaal dat we begaan zijn met het kind??? Testgegevens doen er toch niet toe! Ons buikgevoel, de bezorgdheid voor het kind, dat is het enige dat telt!!

    Die bespreking zindert de hele dag na… ik moet mijn best doen om de vele Avitesten te doorlopen, om weer door te gaan voor andere kinderen. Als ik ’s avonds in mijn auto stap, laat ik mijn tranen de vrije loop… Als het allemaal zo door moet gaan, dan stop ik er mee!!
    Ik wil niet op mijn geweten hebben dat ik kinderen kapot ga maken omdat ze moeten leren werken met maatregelen en middeltjes, omdat hun welbevinden volledig genegeerd wordt. Elk kind heeft het recht om gelukkig te zijn, om te mogen functioneren op zijn niveau! Het welbevinden MOET op de eerste plaats komen, alleen dan werkt de motor om te kunnen leren.
    Dat kind is meer dan welkom op onze school. Als hij naar het eerste leerjaar gaan we er alles aan doen om hun zo goed mogelijk te laten functioneren.
    Maar ik ben zooooo bezorgd om wat hij voelt… Het kan toch niet dat we weer een kind naar binnen zullen moeten sleuren omdat signalen genegeerd worden.
    ik mag er niet aan denken…
    Geachte minister, kabinetsmedewerker, volksvertegenwoordigers,…
    ik lees zoveel schrijnende verhalen van bezorgde ouders, bezorgde leerkrachten, bezorgde welzijnswerkers.
    Het kan toch niet dat jullie dit blijven negeren, dat jullie blijven slaan met theorieën rond het Mdecreet.
    Het wordt meer dan tijd dat jullie eens luisteren met een warm hart voor de kinderen en hun toekomst.
    Elk kind heeft recht op het gewoon onderwijs, maar wat als het een plicht wordt…??!!

    Wat brengt de toekomst??

    met vriendelijke groeten,
    Sofie
    zorgcoördinator

    7. Leraar BUSO Mike Verhaeghe.

    Waarom het M-decreet een Mattheusdecreet is

    Vooraf

    In principe moet Mattheusdecreet met kleine letter worden geschreven, maar de link met het M-decreet is zo groot, dat ik daar nu even graag van afwijk. Volgens Vrt-taalnet zijn er vier verschillende schrijfwijzen voor Mattheus. Ik hou het bij Van Dale.

    Waar het om gaat

    Ik wil de term Mattheusdecreet invoeren, naar analogie met het mattheuseffect, afgeleid van Mattheus 25:29: “Want wie heeft zal nog meer krijgen, en wel in overvloed, maar wie niets heeft, hem zal zelfs wat hij heeft nog worden ontnomen.”

    De term mattheuseffect is niet erg bekend, maar wordt in verschillende, vooral wetenschappelijke, gebieden gebruikt. De term werd voor het eerst gebruikt in 1968 door R.K. Merton. Hij wilde er mee aantonen dat beroemde wetenschappers veelal meer geloofwaardigheid genieten dan een relatief onbekende wetenschapper. In 1975 kreeg de term pas echte bekendheid door het onderzoek van Herman Deleeck naar de werking van de welvaartstaat. Hij stelde vast dat de voordelen van de welvaarstaat verhoudingsgewijs meer ten goede komen aan de hogere dan aan de lagere sociale geledingen. De zogenaamde herverdelingsmechanismen die het verschil tussen de armen en rijken moet doen afnemen hebben dikwijls een omgekeerde werking. Het mattheuseffect is dus een ongewenst effect. Dit effect zorgt ervoor dat men de armoede helpt in stand houden in de plaats van het te bestrijden.

    Het effect is dus een ongewenst effect. Of Deleeck in zijn vaststellingen gelijk heeft, laat ik in het midden en is hier niet belangrijk. Het gaat om het feit dat een beleidsmaatregel ongewild het omgekeerde effect heeft, dan dat wat men voor ogen had.

    Vooraleer in te gaan om de beleidsmaatregelen van het M-decreet, wil ik daar nog één concreet voorbeeld van geven.

    We kennen de verkeersborden aan een wegversmalling. De ene bestuurder heeft voorrang, de andere moet voorrang verlenen. Het doel van deze wegversmalling is het verkeer trager te doen verlopen. U, als gewaardeerde lezer, zal wellicht niet ontkennen dat heel dikwijls precies het omgekeerde gebeurt. Als een bestuurder de kans ziet om er nog net op tijd voorbij te glippen, zal met een extra duwtje op het gaspedaal geven. Het voorkomt dan vooral dat er moet gewacht worden. Laat dàt nu net niet de bedoeling zijn, de wegversmalling is er om bestuurders aan te zetten trager te rijden. Dit effect is ongewenst, dit was niet de bedoeling van het verkeersreglement, maar op vele plaatsen stelt men onomwonden vast dat de snelheid precies daar wordt opgedreven. Op deze plaatsen gaat men dan ook dikwijls controle doen op snelheidsovertredingen.

    Vergelijk het met volgende situatie. Indien een leerling zich weigert aan te passen aan de groepsdynamiek van een klasgroep, dan moet die leerling aangeleerd worden wat de voordelen zijn van samenwerken, enz… Door die leerling uit de klasgroep te halen door hem bijvoorbeeld een halve dag straf te laten schrijven in aan apart lokaal, bereik je het omgekeerde en sta je alweer een stap verder dan de oplossing, ongewild.

    Vermijd het woord “pijn” in de dagen voor je met je kind naar de tandarts gaat.

    Het M-decreet als mattheusdecreet: laat ons bidden

    Laat ons “Want wie heeft zal nog meer krijgen, en wel in overvloed, maar wie niets heeft, hem zal zelfs wat hij heeft nog worden ontnomen.” even toepassen op het M-decreet en een aantal effecten op een rij zetten.

    Als eerste voorbeeld wil ik de noodkreet van juf Sarah Peeters gebruiken. Deze juffrouw geeft les in het lager onderwijs en stelt vast dat 19 van haar 30 leerlingen een leerstoornis hebben. Voor alle duidelijkheid: het zijn 19 zogenaamde M-leerlingen. Door de uitwerking van het decreet zijn ze in het gewoon onderwijs terecht gekomen. Het M-credo stelt namelijk: “eerst gewoon, dan buitengewoon”.

    Effecten: de leerlingen krijgen niet waar ze recht op hebben, namelijk een goede begeleiding. Bovendien moest de school een extra leerkracht aantrekken om min of meer de grootste noden op te vangen; hetgeen helaas onmogelijk blijkt. Juf Sarah is ten einde raad en de leerlingen worden ongewild totaal onvoldoende begeleid. Bovendien stijgen de kosten voor de school, ten nadele van de aankoop van bijvoorbeeld knutselgerief. De spreiding van M-leerlingen zou geleidelijk gebeuren en de expertise uit het buitengewoon onderwijs zou aan de noden moeten voldoen, althans volgens het decreet. De juffrouw eindigt met te stellen dat veel leerlingen beter les zouden volgen in het buitengewoon onderwijs, met kleine klasgroepen, waar ze de begeleiding krijgen die nodig is (Het Nieuwsblad, 13 januari 2016).
    Het mattheusgehalte lijkt mij hier heel duidelijk.

    Tweede voorbeeld. De zogenaamde M-leerlingen volgen les in het gewoon onderwijs, maar moeten niet alle examens meedoen. Zij krijgen op het einde van de rit dus geen diploma. Zonder dit getuigschrift hebben ze later geen recht op een inschakelingsuitkering. Alle scholen hebben daarover een omzendbrief gekregen, toch schrijft De Morgen (11 januari 2016) dat vele scholen van niets weten. De toekenningsvoorwaarden voor een inschakelingsuitkering zijn federale materie, terwijl het M-decreet Vlaamse materie is.

    In deze twee voorbeelden spelen dus al belangrijke effecten: de leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben, krijgen die niet of onvoldoende. Vermits ze onvoldoende ondersteuning krijgen, lijkt het logisch dat ze in vele gevallen niet alle examens zullen doen en dus geen getuigschrift zullen krijgen en dus minder kans op de arbeidsmarkt zullen krijgen en geen uitkering indien nodig.

    In het buitengewoon onderwijs geef ik al vele jaren GASV (geïntegreerde algemene en sociale vorming). In de hogere jaren is een groot deel van dit vak gericht op het zoeken naar werk en het ontwikkelen van sociale vaardigheden. Ik doe geen afbreuk aan het gewoon onderwijs, maar gewoon onderwijs is schitterend voor gewone leerlingen. Denken we aan Miguel, 10 jaar, die het syndroom van Down heeft en les volgt in een gewone basisschool. Het lerarenkorps is inventief, maar doet het M-decreet af als een platte besparingsmaatregel op de kap van de leerlingen (De Standaard, 16 november 2015). Weet je nog: “(…) maar wie niets heeft, hem zal zelfs wat hij heeft nog worden ontnomen.”?

    Een derde effect dat ik wil aanhalen gaat over het personeel dat nu lesgeeft in het buitengewoon onderwijs. Ik hoef je niet uit te leggen hoe specifiek het buitengewoon onderwijs is, en hoe lang het duurt eer een leerkracht de nodige expertise heeft opgebouwd om een goed leerkracht te worden. Vergelijk het met het behalen van je rijbewijs: je hebt theorie geleerd, daarna heb je misschien iets van 5000 km geoefend alvorens je praktisch examen af te leggen en vanaf dat moment ging je definitief de baan op. Het duurt daarna nog jaren eer je een ervaren bestuurder bent. Je mag pas een begeleider zijn van een nieuwe toekomstige bestuurder als je al acht jaar je rijbewijs hebt. Misschien ben je dan inderdaad al een ervaren bestuurder, maar lesgeven in een rijschool zit er nog niet direct in.
    Helaas gaat de vergelijking niet helemaal op. Met leerlingen omgaan, is niet zoals autorijden. Als je met leerlingen wil omgaan in het buitengewoon onderwijs, moet je eigenlijk een ervaren piloot zijn. Acht jaar leservaring is onvoldoende om expert te zijn, twaalf jaar klinkt al beter, vijftien jaar is het minimum.

    Het M-decreet stelt dat de expertise uit het buitengewoon onderwijs zal verplaats worden naar het gewoon onderwijs. Schitterend idee, als het dan toch moet, maar helaas onuitvoerbaar. De minister laat mij persoonlijk weten dat ze erkent dat deze personeelsverschuiving de stress en de onzekerheid in het buitengewoon onderwijs verhoogt. Laat het nu precies dàt zijn dat we helemaal niet nodig hebben. De hervormingen in het onderwijs bedoelen ook het beroep van leerkracht aantrekkelijker te maken. Momenteel bereikt men exact het omgekeerde. De huidige student lerarenopleiding heeft totaal geen idee van wat er op hem/haar afkomt. Nog nooit zijn zoveel jonge leerkrachten ermee gestopt als in de laatste jaren. Nu al vreest men voor een ernstig tekort aan leerkrachten voor de komende jaren.

    Welke leerkrachten zullen zorgen voor de expertise in het gewoon onderwijs? De pas afgestudeerde leerkrachten? De leerkrachten die ‘verschoven’ worden? Ik denk het niet, want het zijn niet de leerkrachten met vijftien jaar of meer ervaring die in de eerste plaats zullen verschoven worden, wel de leerkrachten die het minst lang lesgeven, vooral starters.
    Alweer een vreemd effect dus: alweer krijgt de M-leerling niet waar het recht op heeft, namelijk begeleiding door een expert met alle gevolgen vandien voor deze individuele leerling.

    Het enige positieve lijkt me dat de leerkracht in het gewoon onderwijs, stukken goedkoper zal zijn dan deze in het buitengewoon. Platte besparing dus, en de leerkracht is de dupe, en voor de zoveelste keer de leerling ook.
    Mattheus moet zich in zijn graf omdraaien als hij leest dat directeur van het Vrij CLB Roeselare Patrick Lancksweerdt de opzet van het M-decreet goed vindt (Het Nieuwsblad, 2 september 2015).
    Hij zal zich nogmaals omdraaien als hij leest dat ook het COC, de Christelijke Onderwijscentrale, laat ons dit de leerkrachtenvakbond noemen, het decreet eveneens een goede zaak vindt. Wordt het plots een Judasdecreet misschien?

    Besluit
    De aandachtige lezer begrijpt maar al te goed dat er nog veel meer voorbeelden mogelijk zijn, maar ik wil deze tekst vooral leesbaar houden. De voorbeelden zijn niet uit de lucht gegrepen, daarom heb ik verwezen naar krantenartikels en directe getuigenissen.
    Het mattheuseffect is dat effect waar een beleidsmaatregel het omgekeerde bereikt dan wat de bedoeling was. We geloven in de goedheid van de mens, en we kunnen er dus enkel van uitgaan dat minister Crevits iets goed bedoeld heeft. Helaas bereiken de maatregelen het omgekeerde: de leerlingen worden er slechter van, de leerkrachten zijn minder gemotiveerd. Het is niets meer dan een mattheusdecreet. De M-leerlingen zijn mattheusleerlingen. Laat ons bidden.

    1. iets wat in veel landen binnen europa lukt gaat niet in belgie dit komt niet door de kinderen .
      mijn kinderen hebben ze weg gejaagd maar nu hoor ik dat ze in de oude school moeten leren omgaan met M kinderen mijn schoonzus is zo iemand wat ze mij hebben geleerd is dat maatregelen die niet werken voor kinderen zijn maatregelen die niet juist worden toegepast. ik heb les gevolgd bij eureka een weet dat er manieren zijn die werken.

  79. Even een positief inclusie-verhaal. Zoonlief met ASS, ADHD en dyscalculie wordt volgende week 17 jaar. Toen hij 9 was zijn we naar Spanje verhuisd. In België zat hij vanaf de kleuterschool in het Buitengewoon Onderwijs (BO). Toen hij met het lager onderwijs startte werd het volgens de zogenaamde ‘expertise’ van het BO al vlug duidelijk dat hij heel veel problemen zou hebben met taal en zeker nooit een vreemde taal zou kunnen leren. Ook zou er zwaar gewerkt moeten worden aan zijn sociale vaardigheden anders zou hij zich nooit kunnen bewegen in de maatschappij. Tijdens de ‘evaluatievergaderingen` en tijdens de lessen werd er steeds gewezen op wat hij nog niet kon en dat was voor ons en zeker voor onze zoon zeer frustrerend. Het Spaanse verhaal was voor ons een verademing, na 8 jaar inclusie onderwijs hebben wij een zoon die maar liefst 4 vreemde talen spreekt, lid is van een plaatselijke theatergroep, helemaal alleen de bus neemt, een ruime vriendenkring heeft, kortom hij leidt een redelijk normaal leven. Sociaal gezien heeft hij enorme stappen gezet door met ‘normale’ kinderen in de klas te zitten en door een uitstekende begeleiding in en buiten de school (zonder wachtlijsten weliswaar). Hier geen eindeloos gepalaver over wettelijke kaders, eindtermen en het o zo belangrijke niveau van het onderwijs (nog zo´n illusionaire dooddoener). Wat ik wil duidelijk maken is dat we hier elke dag zien hoe inclusie onderwijs wel kan werken, met weinig middelen, een politieke wil en creatief denken. Het is hoopvol dat er nu scholen zijn die Co-teaching organiseren, een leerkracht van het BO staat mee in de klas en er is differentiatie in de klasgroep. Het M-decreet is slechts een opstapje naar inclusie, belangrijker is de nood voor een mentaliteitsverandering bij de inrichtende macht, de leerkrachten maar ook bij de ouders. Veelal staan eindtermen en regelneverij een creatieve oplossing in de weg. Tot slot staat inclusieonderwijs ook voor een realistische blauwdruk van de maatschappij, hoog tijd dat ´normale´ kinderen worden geïntegreerd in een wereld van diversiteit en kennis maken met ‘anderen’. Dat dit tot fantastische resultaten leidt zien we hier elke dag. Het verschil tussen wat we hebben meegemaakt in België en hier in Spanje is zo schrijnend dat onze zoon voorlopig niet meer terug wil. Het is duidelijk dat er in Vlaanderen nog een lange weg moet worden afgelegd, dat er nu een en ander beweegt stemt ons optimistisch. Hopelijk wint de creativiteit het van de regeltjes.

  80. Beste,
    onze zoon gaat vanaf volgend schooljaar (1ste jaar, na kleuterklas) ook naar het bijzonder onderwijs, dat hebben we zelf enkele dagen geleden beslist. Maar we weten niet goed hoe het hem vertellen. Daar hij weg gaat van de huidige school met zijn vrienden en oudere zus. Iemand Tips? Dank u.

Reageer

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s