Tagarchief: dief

Boeven

‘Mevrouw. U mag uw tas daar niet onbewaakt laten staan.’ Van achter mijn camera staar ik de lieve oudere man aan. We staan op de receptie van een huwelijk. Veel valt er niet meer te stelen, denk ik bij mezelf. Mijn camera hangt rond mijn nek, en bovendien lopen hier alleen gasten rond. ‘Ik ken een koppel van wie alle enveloppes verdwenen tijdens hun trouwfeest.’ De ene anekdote volgt de andere op, alsof iedereen wel iemand kent die door eigen vrienden of familie zijn bestolen.

Wie zijn die mensen?

Geen dag later trek ik met mijn meisjes naar een Sinterklaaspersoneelsfeest. Na de voorstelling krijgen alle kinderen een geschenkje. U kent dat wel, een warme drukke Vipruimte vol overactieve jengelende ettertjes. Op een tafeltje stapelde ik al onze bezittingen op: geschenkjes, snoepgoed, jassen enzovoort. Mijn meisjes gaven Sint en Piet een hand, ik maakte een paar matige kiekjes en dan hielden de kinderen zich bezig in de speelhoek terwijl wij ouders onszelf trakteerden op een gaasje wijn. Natuurlijk hield niemand de pakjes nog in de gaten.

Voelt u hem al komen?

Bij vertrek bleek dat één geschenkje voetjes had gekregen. Die cadeautjes waren een extraatje. Mijn kinderen hebben speelgoed genoeg. Een drama vind ik het dus niet. Maar hoe leg je zoiets uit aan je kind? ‘Waren hier dan echt boeven mama?’ Tja.

Wie doet nu zoiets? Welke ouder zegt tegen zijn kind: ‘pak snel dat van dat andere kindje. Zo hebben wij er lekker twee.’ De media betalen niet bijzonder goed maar armen mensen liepen daar niet rond. We zijn dus bestolen. Maar op lange termijn is eigenlijk dat andere kind de pineut. Het kreeg een extra geschenkje maar werd tegelijkertijd ook een beetje beroofd, van een goede opvoeding dan.

ik-waak-voor-mijn-baas

Advertenties

Manou en de verdwenen slee

Onze slee was al naar de kelder verbannen, maar toen kregen we nog een late winterprik. Aan de ontbijttafel waren de dames al aan het ruzie maken over wie de slee mee naar school mocht nemen. Manou won; woensdag was Nina’s beurt.

Maar toen de school uit was kon Manou haar slee nergens meer vinden. Die dingen blijven natuurlijk buiten liggen tijdens de les. Manou trof geen schuld. En toch baal ik altijd als er spullen verdwijnen. Ik vind het zo vermoeiend om te leven in een maatschappij waar je als een agent moet waken over je gerief. Alles moet je naamtaggen, tot je onderbroek toe, of je bent het kwijt.

Op de slee stond trouwens ‘Nina’, discreet weliswaar en in alcoholstift. En ja, wij kopen bijna al ons sportmateriaal in de Decatlon/koodza, zoals bijna iedereen op school. 10 identieke sleeën maken het de kinderen natuurlijk niet gemakkelijk.

“Een ander kindje zal zich gemist hebben. Morgen wisselen we wel weer.” De volgende ochtend bleek er wel een rode slee op overschot. Alleen was deze vooraan afgebroken. Op zich is dat natuurlijk geen drama. De slee is nog altijd bruikbaar. Ze glijdt, en meer moeten die dingen niet kunnen. En beter een slee dan geen, dacht ik. Het was ten slotte woensdag en de zon scheef. Maar het liefst wou ik natuurlijk gewoon ons exemplaar terug. Dus lichtte ik een leerkracht in, ook om elf niet als dief aanzien te worden.

Donderdag trok Nina met de kapotte slee naar school, weliswaar zonder kenteken. Maar je zal het zien: nu ik wil wisselen, gaat het niet meer gebeuren. Het is met sleeën zoals met fietsen in Gent. 😉