Tagarchief: keuze

Twijfels

We waren er uit. Ondanks twee jaar revalidatie zouden we Nina in het type 8 onderwijs inschrijven. Nina is de voorbije jaren al drie keer van school veranderd. Volgend jaar gaat dat hoe dan ook opnieuw gebeuren. Ik wil nu dus goed kiezen. Bovendien is iedereen het er over eens dat Nina heel hard (waarschijnlijk te hard) gaat moeten werken in een gewone grote klassieke school.

Maar om Nina te kunnen inschrijven heb ik een attest nodig van het CLB. Ze voorlopig inschrijven is niet mogelijk. En ondanks het feit dat Nina al twee jaar extra begeleiding krijgt en dat ze in alle zorggroepjes zit, blijkt het verkrijgen van zo een attest een uitdaging. Alsof iemand “misbruik” zou maken van het systeem en zijn kind daar even voor “de lol” zou inschrijven. Dat Nina de nodige test moest ondergaan is logisch. Alleen kinderen met een IQ boven de 89 mogen naar type 8. En dat zowel de juf, het CLB als het revalidatieteam op één lijn moeten zitten, kan ik ook begrijpen.

Maar waarom dat allemaal zo vreselijk lang moet duren? Wij maken iedere dag een volledig nieuwe krant. Soit. De inschrijvingen in Sint Salvator zijn al meer dan een maand bezig. Ik was er als eerste bij, toen. Dat was drie weken geleden. Voorlopig is er nog altijd plaats maar het eerste gesprek met het CLB is pas gepland binnen… twee weken. Sneller kon “echt” niet. En zelfs die dag ga ik waarschijnlijk geen attest krijgen.

Ik hou niet van openstaande dossiers. Al die tijd word ik overspoeld met verhalen, van mensen die ook “een kindje hebben als Nina”. Sommige kozen voor type 8, andere niet. Het probleem is dat mijn Nina natuurlijk nooit helemaal lijkt op hun kind, en dat vergelijken dus moeilijk is. Bovendien is het onderwijs de voorbije jaren erg veranderd. Zo gelooft onze huidige directeur niet meer in overzitten of dubbelen. Je kan mee of je ziet niet op je plaats. Ik hoor ook steeds meer interessante stemmen tegen inclusie. Homogene groepen zijn eerlijker voor iedereen.

En toch groeit er opnieuw een klein twijfelbeestje in mijn hoofd. Als Nina me spontaan vraagt of ik haar ‘schrijfoefeningen’ wil geven . Of ze een volledig klasliedje (of hitje)uit haar hoofd kan nazingen. Of als ze na één keer spieken mijn Ipad-code onthoudt. Het zijn details, dat besef ik wel. Toch heb ik het gevoel dat ze de laatste weken erg veel en snel bijleert.

Zucht. Twijfel. Denk. Kreun. Grrr. Twijfel. Nuja, op dit administratief tempo gaat het probleem zich vanzelf oplossen want dan gaat er in een van beide scholen gewoon geen plaats meer zijn 😉20130505_communieMichiel_TG_217

Type 8

Nina is een bijzonder kindje. Ze is een beetje anders. Extreem dysmatuur bij de geboorte, maar volgens de dokters zou ze “er wel doorvallen.” Maar de beloofde scheut kwam nooit. Haar achterstand heeft ze nooit echt ingehaald. Nina deed haar eerste kleuterklasje opnieuw omdat ze veel kleiner en fragieler was dan haar leeftijdsgenootjes. Nu zit ze in de derde kleuterklas en is ze de oudste en nog altijd de kleinste. Maar er is meer. Nina is een buitengewoon lief en aanhankelijk meisje. Ze is vrolijk en sociaal maar ook erg gevoelig. “Een aandacht- en concentratieprobleem”, aldus het revalidatiecentrum waar ze nu toch al bijna 2 jaar heen gaat. Nina is “ons specialeke”; zoals wij zeggen.

Nu zit ze in de derde kleuterklas en iedereen weet wat daarop volgt: het grote enge eerste leerjaar. Dat betekent dus ook dat wij weer een paar moeilijk keuzes moeten maken. De toeterproeven zijn achter de rug. Voor de kenners onder jullie: 70, een gemiddelde score dus. Niet goed, niet slecht. Beter dan we allemaal verwacht hadden, dat wel. Zuiver op basis van haar test mag ze dus naar het eerste leerjaar. Maar zowel de juf als wij beseffen dat het niet eenvoudig zal worden. Nina is onzeker. “Is dat moeilijk? Ga ik dat wel kunnen?” Opdrachten moeten altijd opnieuw nog eens uitgelegd worden of ze begint er gewoon niet aan. En ze zit dus in alle zorggroepjes ondanks haar extra begeleiding in het revalidatiecentrum.

Type 8 onderwijs is er speciaal voor kindjes met een gewoon IQ maar een leerachterstand. Kleine groepjes, veel individuele begeleidingen en begripvolle juffen proberen die achterstand recht te trekken. In het middelbaar zouden die kinderen naar “gewoon” technisch-, kunst- of beroepsonderwijs moeten kunnen doorstromen. Ideaal voor Nina, lijkt het. Maar de realiteit is natuurlijk niet zo zwart-wit. Want in type 8 zitten ook veel kinderen die meer hebben dan gewoon een leerachterstand, kinderen met toch een bepekte intelligentie, met een lichte vorm van autisme of gedragsstoornissen. Tja, kinderen vallen nu eenmaal niet op te delen in vakjes, dat begrijp ik ook wel. Toch vraag ik me af of Nina daar genoeg gestimuleerd gaat worden en of ze er leuke vriendjes gaat hebben.

Het scholentekort in Gent maakt het probleem nog net iets ingewikkelder. Vlakbij ons huis is een type 8-school waar nu nog plaats is (want er bestaat geen type 8 kleuteronderwijs.) Nina kon ook een plaatsje bemachtigen op “de grote school”, waar Manou nu heen gaat. De directeurdaar was heel begripvol en wou zoeken naar een gemeenschappelijke oplossing. Maar wat als het niet lukt? Nina is vorig jaar nog maar van school veranderd. Nu gaat ze hoe dan ook weer veranderen. Ik heb geen zin om te blijven pingpongen. Het even proberen, vind ik dus absoluut geen goed idee. Bovendien bestaat de kans dan dat ze haar plaats in type 8 tegen dan kwijt is.

We moeten dus nu kiezen. Het is aartsmoeilijk, vind ik. Enerzijds wil ik ze niet onderschatten. Maar haar overschatten zou een zware aanslag op haar eigenwaarde kunnen worden. Lastig.