Tagarchief: meisjes

Rondpunt deel 2

* ‘Ik wil ook’, is hier een veel gebruikt zinnetje. Dus stak ik met de meisjes nog maar eens de straat over, voor een paar foto’s tussen de bloemen op het rondpunt.
* Less is more, maar dat krijg je kinderen niet wijsgemaakt.
* Gasboete? Een mens moet af en toe eens een risicootje nemen. Een beetje buiten de lijntjes kleuren, houdt je scherp en gezond. Bovendien zijn we voorzichtig geweest. Er werden geen bloemetjes vertrappeld.
* ‘Iedereen kijkt naar ons’. Giechel giechel, zwaai zwaai. Ze staan echt niet graag in de belangstelling. Hum. De foto’s werden al snel van ondergeschikt belang 😉

Net niet

Mijn eigen familieshoots zijn altijd erg kort. De afspraak is dat zij twee minuten doen wat ik vraag. Nadien mogen ze kiezen. Zelf geloof ik nogal in één concept. Less is more. Maar mijn meisjes zien dat natuurlijk anders. En zo combineerden ze lady en de vagebond met een kersthertje en tuturokjes. Schattig maar onze kerstkaart gaat deze foto toch niet halen 😉

kerst (1 van 1)-4

kerst (1 van 1)-5

Short

Ik: Een short is een short. Dat is handig om mee te spelen. Met een rok of kleedje zien de jongens uw onderbroek.
Zij: Het is een jongensshort. *pruil*
Ik: Een jongen heeft dat ooit aangedaan. En dan? Jongens zijn veel stoerder dan meisjes. Het is een leuke short. Vind je niet?
Zij: Neen *zucht pruil*
Ik: Het is de short van uw neefje, Remi! Uw held. Zal ik hem zeggen dat je zijn short lelijk vindt?
Zij: NEE! Het is een mooie short maar voor jongens. Iedereen gaat mij uitlachen.
Ik: Uitlachen? Wat een stomme reden. Kinderen die u uitlachen zijn dom. Als je daar rekening gaat mee houden, ga je veel kleren niet meer mogen dragen. Er staan bloemen op. Kan perfect voor een meisje.
Zij: Nee. Ik wil niet. Ik wil een kleedje. Ik wil geen short en zeker geen jongens short. * pruil in het driedubbele kwadraat*
Ik: * Zucht* Ik vind het kinderachtig maar doe vooral uw zin. Trek maar een kleedje aan maar niet komen zagen als ik de vlekken er niet meer uitkrijg.

Manou draagt alleen maar kleedjes. Niets anders.
Nina houdt niet van kleedjes. Die wil alleen korte of lange leggings aan.
En Flo? Die wil het liefst helemaal geen kleren aan. Dat is ook geen gezicht maar veruit de goedkoopste toegeving.

Ruzie

Manou heeft ruzie met haar beste vriendinnetje. Het is nu al een paar weken aan de gang. Even maken ze het goed maar een dag later is het weer mis. Dan is de ene boos, dan weer de andere. “Want ik stond bij die en die, en dan wou zij niet meer naar mij zitten. En nu mag ik met die en die niet meer meespelen. En ze zei dat ze nooit nooit nooit nog mijn vriendin wou zijn. Nooit he mama. Ik wou het goedmaken maar dat wou zij niet. En daarom wil ik vanaf nu liever geen boterhammen meer eten, maar warm.” De laatste weken vloeiend er al veel traantjes aan beide kanten. Zo zonde.

Waarom is vriendschap onder meisjes toch zo vreselijk moeilijk? Ik kan me mijn eigen ruzietjes nog herinneren, altijd pijnlijk en zo verdomd nutteloos. Het heeft iets weg van liefdesverdriet al is vriendschap soms nog moeilijker. Zelfs op mijn leeftijd vind ik langdurige en vooral hechte vriendschappen met vrouwen vaak ingewikkelder dan die van mannen en hun maten.

Met drie dochters wist ik dat dit er zou aankomen. Maar geef toe: het tweede leerjaar, dat is toch erg vroeg.

Poppen

Flo is een poppenmadam. En het is niet dat het kind hier geen poppen heeft of zo, maar ze moet al zo veel afdragen en hergebruiken van haar zusjes. Het is haar verjaardag en ik heb heel veel zin om haar eens goed te verwennen. Ze krijgt een goedkope poppenwandelwagen maar daar hoort toch ook een nieuwe pop bij, dacht ik zo. En we hebben veel goedkope babypoppen maar ze mankeren allemaal iets: de ene heeft beschilderde wangen, de andere mist wimpers en bij nog eentje gaat een van de ogen niet meer open. Tijd voor iets fris. Levensechte boorlingen hebben we genoeg. Deze keer zocht ik een mooie pop met haar.

– Mama, we nemen deze.
– Maar dat is weer zo een babypop. We zoeken er eentje met haar. Dat is toch leuk.
– Ja, maar deze ruikt zo lekker.

Ha, die geur. Corolle maakt mooie dure poppen, maar ik moet toch ook toegeven: die geur, daar doe je het gewoon voor. In de winkel vond ik mijn zin niet, en dus zocht ik online. Dat is veel productiever. Ik heb lang getwijfeld tussen zo een Götz (ook bekend) en een Corolle exemplaar. Ik vond het blondje met haar mutsje eigenlijk mooier maar heb uiteindelijk toch gekozen voor de geur (en voor Kleine Zebra, want ik weet dat die op tijd gaan leveren).

Geslaagd

Het schooljaar is voorbij. Manou, Nina en Flo mogen naar het volgende jaar. De juffen waren tevreden. Ze hebben alle drie goed hun best gedaan. Manou heeft het eerste leerjaar vlot doorlopen. De “nieuwe” grote school is een succes. In enkele maanden heeft Manou kleren lezen en schrijven en rekenen. Wat een vooruitgang. Manou heeft bovendien veel nieuwe vriendjes gemaakt. “Het is een vrolijk, lief, beleefd en dapper meisje. Echt een plezier om in de klas te hebben”, zei de juf.

Dus ja, ik ben blij. Toch gaan u op mijn facebookpagina geen berichten lezen over hoe trots ik nu wel ben. Eerlijk: ik ben hoe dan ook trots op mijn meisjes, op wie ze zijn en op de manier dat ze in het leven staan. Schoolresultaten zijn belangrijk en tegelijkertijd ook niet. Stel dat een van mijn meisjes niet mee zou kunnen, te jong zou zijn of gewoon niet verstandig genoeg: zou ik als mama dan minder trots moeten zijn? Natuurlijk niet. Misschien zouden ze mijn trots en steun dan pas echt nodig hebben.

Je best doen, daar gaat het om. En ik ben heel erg blij dat onze school deze visie steunt. Bij ons krijgen (kleine) kinderen geen echte punten en ook geen procenten. Kinderen worden niet met elkaar vergeleken en niet opgelijst, geen beste en geen slechtste van de klas. Absoluut geweldig. Slotendries rules.

Ik wens de juffen een super vakantie, al kijk ik nu al uit naar september 😉

‘Nieuwe’ kinderkamer

Flo mag binnenkort in een groot bed slapen, al is het maar omdat ze ’s nachts geen pamper meer draagt en nu niet uit haar bed kan. We hebben hier nog een extra dubbel bed staan maar dat vind ik toch net iets te groot voor zo een klein meisje. Een nieuw bed was welkom. En verder ben ik al een hele tijd op zoek naar een degelijke en toch betaalbare poppenkast. Het exemplaar uit de Fun geeft het vrij snel begeven: mijn meisjes zaten er achter en bij de minste duw viel het lichte triplexspel om. De meeste sterke, lees zware, poppenkasten kosten blijkbaar stukken van mensen. .

Dus hield ik de tweedehandssites een beetje in de gaten. Kleren of boeken koop ik eigenlijk nooit via Kapaza of Tweedehands.be want dat vind ik te veel energie voor een te kleine besparing. Maar voor grote stukken ben ik wel echt een fan van hergebruik. Vroeger kon je nog koopjes doen in de kringloopwinkel maar die tijd is voorbij. De mooie stukken houden ze volgens mij voor de retrobeurs en voor wat overblijft vragen ze te veel geld. Kringloop moet volgens mij wel echt een stuk goedkoper zijn Ikea of Weba en dat is niet altijd het geval.

Online zoeken is gemakkelijker: je moet er niet eens voor buitenkomen, dus geen erg als je niets vindt. En zo botste ik op deze oude kleuterkamer, gemaakt in Oostenrijk en ooit gebruikt in een toonzaal. Stapelbed, kast, glijbaan en grote sterke poppenkast voor 250 euro. Ik heb getwijfeld. Gaan we dat ding ooit in elkaar krijgen? De eigenaar was bereid mee te komen helpen dus gingen we overstag. Ik was die dag gelukkig niet thuis. Anders waren de vader en ik nu hoogstwaarschijnlijk uit elkaar. Het heeft bloed, zweet en tranen gekost om het bed te monteren. Maar het staat er. De meisjes zijn echt zot van die glijbaan en zo lijkt ons huis nog een beetje meer op een binnenspeeltuin 😉

Rokjes

Stofje kopen, strook afknippen, rimpelen (met een beetje geluk door het super rimpelvoetje van Gaëlle) en dan aan elkaar naaien, rekker in en klaar. Heerlijk vind ik het, zo rokjes naaien. Het is gemakkelijk, snel klaar en heel erg bruikbaar (gemakkelijk aan en uit, makkelijk was- en strijkbaar enz). Ik heb nog veel bij te leren maar ben toch al een heel klein beetje trots op mezelf 😉

Het belang van de juiste kleren

Bij de kapper in Thailand (echt waar) las ik een artikel over een prematuurtje. Het kind vocht voor haar leven, en haar mama kon met zoveel onmacht moeilijk om. Ze moest iets doen, al was het maar om haargedachten te verzetten. Dus probeerde ze haar baby te bekijken als een “kind dat gekleed moest worden”. De vrouw was altijd erg modebewust geweest, en kledij is voor veel vrouwen een vorm van therapie. Dus trok ze op pad, op zoek naar de mooiste en meest exclusieve prematuurkleertjes.

Haar kindje lag aan draadjes in de couveuse, in een wit ziekenhuispakje. De verpleegsters zagen de hele modeshow eerst niet zitten maar het bleef haar kind en dus haalde de mama haar gelijk bij de directie. Sindsdien droeg het minikindje iedere dag een nieuwe outfit, de ene al schattiger dan de andere. Al snel werd het kind een attractie op zich. Verpleegsters kwamen extra langs om ze te bewonderen en namen zelfs foto’s van haar. Of de kleren hebben bijgedragen tot een sneller herstel weet ik niet. Ze is ondertussen drie jaar en draagt nog steeds de duurste en mooiste kleren. En volgens haar moeder loont het want haar dochter is nog altijd razend populair.

Einde van het verhaal. Ik zucht. Persoonlijk vind ik kledij niet zo belangrijk, zeker niet voor kinderen. Ik vind mijn meisjes schattig in alles. Kinderkleren moeten 1. vuil mogen worden (echt onherstelbaar vuil), 2. gemakkelijk zitten, 3 ze moeten ze zelf mooi vinden, 4. gemakkelijk aan en uit te trekken zijn (geen knoppen en geen veters dus), 5. speels en kleurrijk (want dit is de enige periode dat je als vrouw met dergelijk kleren wegkomt) en 6. als het even kan liefst betaalbaar (zie puntje 1).

Het geheel eindigt zelden in een prêt à porter-ensemble maar ik lag daar niet van wakker. Mijn omgeving dacht daar blijkbaar anders over en met het eerste verhaal in mijn achterhoofd denk ik dat ze misschien gelijk hebben. De “juiste” kleren zorgen voor de “juiste” uitstraling en dus voor de “juiste” vrienden enz. Ik heb altijd gedacht dat mode iets was voor vrouwen en homo’s. Klopt niet. Persoonlijk vind ik creativiteit, sociale vaardigheden en zelfzekerheid belangrijker maar mode wordt vanaf nu dus ook opgenomen in ons opvoedingspakket. Verplicht. Geen PJ’s meer na 9 uur, zeker geen zelfsamengestelde. Geen crocs meer, behalve langs het zwembad. Geen trainingsbroeken meer behalve voor de turnles. Geen roze meer, pech voor Manou. Geen speelkleren, of ze gewoon laten spelen en schilderen in alles wat ze hebben (of met een modieuze schort ;-)).

Ik Japan vinden ze mode waarschijnlijk plots onbelangrijk. En zelfs zonder aardbeving, gaan mijn meisjes binnen tien jaar toch gewoon hun goesting doen en iets aantrekken dat niemand mooi vind.

Verkleedjurken

Vrijdag is het carnaval op school. In Thailand kocht ik enkele roze stoffen voor mijn meisjes. Ze wouden een prinsessenjurk, en ik beloofde er “snel” eentje te naaien. Maar hoe begin je aan zoiets? Een mooi (en liefst gratis) patroon vond ik niet. Ik ben bovendien niet zo overtuigd van de meeste prinsessenjurken.

Carnaval valt bij ons jammer genoeg in de winter. Het is koud buiten. Met een jas boven het kleed lijken kinderen nauwelijks verkleed. Ik wil graag een prinsessenjurk die zowel in de winter als in de zomer gedragen kan worden. Een tweede vereiste is dat mijn meisjes ze zelf aan en uit kunnen trekken. En als het even kon, wou Manou graag dat de jurk kon draaien. Mijn naaikunsten zijn beperkt. Ik heb in totaal nog maar 3 rokjes genaaid. Zo een prinsessenkleed zou een goede oefening zijn.

Een halve dag stress. Zweet. 3 lopende meter stof. Halverwege vervloekte ik mezelf. Wat is er mis met een Disneyjurk van 15 euro? Ik moest er bovendien 2 maken, want Nina wou natuurlijk ook. Maar het is uiteindelijk toch gelukt. Mijn meisjes zijn er heel erg blij mee. Helemaal kloppen doen ze niet maar voor verkleedjurken kunnen ze door de beugel. Niet perfect maar wel origineel, troost ik mezelf.

‘Die van ons telt voor drie’

Vorig weekend stond een boeiend stuk over enige kinderen in, jawel en niet toevallig, De Standaard. Die vrijdagavond hadden we een koppel vrienden op bezoek, met hun enige dochter. Het contrast tussen onze drie rebels (moe, zelfzeker en op eigen terrein) en hun rustig (beetje verlegen) dochtertje kon niet groter zijn. Achteraf maakten Bob en ik spontaan dezelfde conclusie: stel je voor dat wij alleen Manou hadden. Wat zou het lekker rustig zijn.

Gisteren zag ik een vriendin op facebook zuchten op haar drie kappoenen. Een vader van een enig kind reageerde met enkele goed bedoelde tips. Hij deed me denken aan een kennis die me onlangs bloedserieus zei: ‘die van mij telt voor drie ze’. Ook zij bedoelde het goed. Natuurlijk vraagt één kind veel energie maar drie kinderen vragen echt wel meer. Bij ons is het drie maal drie, of op z’n minst twee maal drie. Flo geef ik nog het voordeel van de twijfel.

Ik ga ouders van enige kinderen hier niet proberen overtuigen. Sociale druk is een slechte reden om te kiezen voor een tweede. Iedereen zijn leven, zijn waarheid. Ik ken mama’s van 2 die haar oogappels meer verwent dan sommige ouders van enige kinderen. En in een groot gezin kan je je ook eenzaam voelen. Moeten zorgen voor een meer hupbehoevende broer of zus, het is ook iets. Maar ik mis nog altijd een broer of zus, en ben dus echt blij dat mijn meisjes elkaar hebben. Ok, het is druk en chaotisch. En ja, ik zucht ook regelmatig. Ze gaan elkaar waarschijnlijk haten en vervloeken. Maar als puntje bij paaltje komt, blijven ze altijd zusjes. Dat is iets dat van vrienden en zelfs van partners niet gezegd kan worden.