Tagarchief: type 8

Leuk weetje

image

Van wie zou ze dat hebben? 😉

Heel leuk aan type 8 onderwijs is de ruimte voor ‘andere’ leerstof zoals zang en muziek.

The Voice anno 2024, here she comes 😉

Advertenties

Instapdag

IMG_20130619_201154 IMG_20130620_082649

 

Nina mocht woensdag een dagje gaan testen in type 8. Ze keek er hard naar uit, en ik ook. En al ben ik overtuigd, ergens diep in mijn sluimerde toch nog steeds kleine  twijfels.

Vrolijk en blij huppelde Nina de klas in. Ze begon spontaan te tellen en letters aan te duiden op het bord. ‘Zo flink’. Toen ik haar drie uur later ging ophalen, wist de juf me toch al te vertellen dat de oefeningen niet zo vlot liepen. ‘Rijmen lukte niet zo goed, en ook tijdens het verhaal was ze snel afgeleid.’

Zo een instapdag is het ideale moment om in te schatten of kinderen niet te goed of te slecht scoren voor een welbepaalde groep. Moest ik vooraf stiekem nog twijfelen, dan ben ik nu dus helemaal overtuigd.

Tijdens de speeltijd sloot Nina zichzelf per ongeluk op in het toilet. Een andere jongetje moest over de deur kruipen om haar te bevrijden. De toon was meteen gezet. ‘En ik heb ook al een nieuwe beste vriendin Soraya.’

Zo eenvoudig gaat dat dus, van school veranderen 😉

Overleg

Straks is het eindelijk zo ver. Om 14 uur word ik op school verwacht voor het grote type 8 overleg. Samen met de juf en de coördinator van het revalidatiecentrum gaan wij de clb-medewerkster uitleggen waarom wij denken aan buitengewoon onderwijs voor Nina.

En het is irrationeel maar toch moet ik toegeven dat ik een beetje zenuwachtig ben. België is een verzorgingsstaat. Voor kinderen als Nina en Flo zijn er oneindig veel hulp- en steunmiddelen beschikbaar. Maar je moet ze vinden, en meestal moet je ze ook nog afdwingen. In de praktijk voelt steun toch anders aan.

Ik denk aan de procedure voor bijkomende kinderbijslag voor Flo. Het ziekenhuis was zo vriendelijk om ons op onze rechten te wijzen. Mensen als wij konden wel een beetje extra steun gebruiken, zei ze. Maar wat volgde was een administratieve hindernissenparcours. Tientallen mails heb ik eerst moeten sturen naar de sociale dienst, gevolgd door een ‘controleafspraak’ bij de adviserend geneesheer. Zonder te dramatiseren maar echt hartelijk en leuk waren die contacten niet.

Ook vandaag heb ik het gevoel dat ik een beetje voor de clb-rechtbank moet verschijnen. Mensen zouden misbruik kunnen maken van het systeem, hoor ik. En het zijn dus niet de ouders of de school maar wel het clb die beslist, maakte de medewerkster me duidelijk aan de telefoon.

Het komt goed, dat kan niet anders. Ik ben goed voorbereid. Zowel over Nina als over type 8 onderwijs heb ik me grondig geïnformeerd. Heb met heel veel mensen gepraat. Ik heb alle mogelijk scenario’s zo objectief en zo kritisch mogelijk overwogen. Ik heb mijn vooringenomenheid bijgestuurd. Vergis u niet: dat is geen gemakkelijke oefening. Maar we gaan voor het beste voor Nina, op korte en op lange termijn.

En nu zou het leuk zijn moesten we deze namiddag allemaal aan hetzelfde zeel trekken. Zo kan ik morgen (of later deze week) Nina eindelijk inschrijven.

Het vonnis

Een uur moeten aanhoren wat je kind allemaal niet kan, echt leuk is anders. Niet dat ik veel nieuws te verwerken kreeg. De tests spreken elkaar bovendien vaak tegen. Dan is ze weer heel taalvaardig, heeft ze een hoog verbaal IQ terwijl ze in een andere test net niet beschikt over voldoende woordenschat. En ze kan zich moeilijk concentreren, vergeet snel. Behalve liedjes en versjes want die kan ze dan wel buitengewoon goed vasthouden. 

En de ouders zouden haar dus graag naar een type 8-school sturen? Klein misverstandje want leuk vinden wij dat niet. Maar ik ben niet blind. Ondanks twee jaar revalidatie zit Nina in alle zorggroepjes. ‘Misschien moet ik de vraag anders formuleren. Geloven jullie dat Nina zes jaar gewoon onderwijs gaat aankunnen? Het liefst zou ik hier overtuigd worden.’

Toen zaten we vrij snel op dezelfde golflengte. Ik was wel blij te horen dat Nina een heel uitgesproken type 8-profiel heeft, een leerstoornis en geen algemene achterstand. Ook op vlak van sociale vaardigheden doet ze het erg goed, geen introversie of leermoeheid, geen auti-kenmerken.

Volgende week maandag moet ons dossier nog wel voorkomen voor een of andere raad. En pas dan krijg ik een voorlopig document. Daar kan ik haar wel al mee inschrijven maar de administratieve molen is nog niet voorbij. Volgende week hoop ik op een afspraak met de directie.

Lichtpuntje aan het einde van het verhaal: Nina is erg enthousiast. In tegenstelling tot kinderen die moeten zakken omdat het echt niet meer gaat, kijkt Nina uit naar de nieuwe speciale school. ‘Mama, wanneer lag ik nu eindelijk eens gaan kijken?’ Wij hebben van in het begin open met haat gepraat, over de verschillende type scholen. En ook al wou ze graag met haar zussen zitten, toch verkoos ze de rustige school met kleine klasjes.

Twijfels

We waren er uit. Ondanks twee jaar revalidatie zouden we Nina in het type 8 onderwijs inschrijven. Nina is de voorbije jaren al drie keer van school veranderd. Volgend jaar gaat dat hoe dan ook opnieuw gebeuren. Ik wil nu dus goed kiezen. Bovendien is iedereen het er over eens dat Nina heel hard (waarschijnlijk te hard) gaat moeten werken in een gewone grote klassieke school.

Maar om Nina te kunnen inschrijven heb ik een attest nodig van het CLB. Ze voorlopig inschrijven is niet mogelijk. En ondanks het feit dat Nina al twee jaar extra begeleiding krijgt en dat ze in alle zorggroepjes zit, blijkt het verkrijgen van zo een attest een uitdaging. Alsof iemand “misbruik” zou maken van het systeem en zijn kind daar even voor “de lol” zou inschrijven. Dat Nina de nodige test moest ondergaan is logisch. Alleen kinderen met een IQ boven de 89 mogen naar type 8. En dat zowel de juf, het CLB als het revalidatieteam op één lijn moeten zitten, kan ik ook begrijpen.

Maar waarom dat allemaal zo vreselijk lang moet duren? Wij maken iedere dag een volledig nieuwe krant. Soit. De inschrijvingen in Sint Salvator zijn al meer dan een maand bezig. Ik was er als eerste bij, toen. Dat was drie weken geleden. Voorlopig is er nog altijd plaats maar het eerste gesprek met het CLB is pas gepland binnen… twee weken. Sneller kon “echt” niet. En zelfs die dag ga ik waarschijnlijk geen attest krijgen.

Ik hou niet van openstaande dossiers. Al die tijd word ik overspoeld met verhalen, van mensen die ook “een kindje hebben als Nina”. Sommige kozen voor type 8, andere niet. Het probleem is dat mijn Nina natuurlijk nooit helemaal lijkt op hun kind, en dat vergelijken dus moeilijk is. Bovendien is het onderwijs de voorbije jaren erg veranderd. Zo gelooft onze huidige directeur niet meer in overzitten of dubbelen. Je kan mee of je ziet niet op je plaats. Ik hoor ook steeds meer interessante stemmen tegen inclusie. Homogene groepen zijn eerlijker voor iedereen.

En toch groeit er opnieuw een klein twijfelbeestje in mijn hoofd. Als Nina me spontaan vraagt of ik haar ‘schrijfoefeningen’ wil geven . Of ze een volledig klasliedje (of hitje)uit haar hoofd kan nazingen. Of als ze na één keer spieken mijn Ipad-code onthoudt. Het zijn details, dat besef ik wel. Toch heb ik het gevoel dat ze de laatste weken erg veel en snel bijleert.

Zucht. Twijfel. Denk. Kreun. Grrr. Twijfel. Nuja, op dit administratief tempo gaat het probleem zich vanzelf oplossen want dan gaat er in een van beide scholen gewoon geen plaats meer zijn 😉20130505_communieMichiel_TG_217

IQ

Nina legde gisteren een nieuwe IQ test af in het revalidatiecentrum. Ook al heb ik mijn bedenkingen bij dergelijke tests, toch vond ik het spannend. Ik zie mezelf nog zitten drie jaar geleden in de wachtzaal van het COS, in het UZ. Het hele gebeuren viel tegen, zowel tijdens het onderzoek als nadien. Het IQ van een mens is genetisch bepaald en staat dus los van de omgeving. Dat is de theorie. In praktijk bestaat de test uit een reeks vragen en oefeningen, die worden beoordeel op basis van … (wat dacht u?) leeftijd.

‘Een dier met een lange slurf is een … olifant. Een paard met witte en zwarte strepen is een … zebra.’ Bravo voor de mama of papa die voldoende hebben voorgelezen, of net niet. Twee jaar geleden hield ik een heel dubbel gevoel over aan de zogezegd omgevingsvrije en objectieve IQ- test. Deze keer was ik beter voorbereid, en bovendien heb ik het onderzoek niet uitgezeten. Nina was twee jaar geleden een beetje zenuwachtig en beschaamd. Dat zou na twee jaar therapie en begeleiding ook beter meevallen. Ze is het hele test- en onderzoeksgebeuren ondertussen wel gewoon.

Maar wat als ze moe wordt, als ze zich net voor het onderzoek pijn doet, als ze gewoon geen zin heeft? Alleen met een goede IQ-test is Nina welkom in type 8. Het kind is zes jaar maar een off-day kan zware gevolgen hebben. Echt zenuwachtig was ik niet maar er sluimerde die ochtend toch een zekere onrust door mijn lijf. ‘Goed u best doen he’. Terwijl ik het zei, besefte ik dat druk vaak averechts werkt. ‘Het gaat leuk worden, een spelletje. Gewoon goed nadenken.’ Die laatste zin was er waarschijnlijk ook weer te veel aan maat het verschil tussen een gemotiveerde en een verveelde Nina is erg groot. En als ouder een goed evenwicht vinden tussen motiveren en pushen is niet altijd evident.

Nina heeft gisteren goed haar best gedaan. Zoals altijd he, lachte de therapeute. Ik was blij, en gerustgesteld. Nina heeft volgens mij eerder een concentratie- dan een intelligentieprobleem. De resultaten weten ze natuurlijk nog niet. Of ik wist waar de grens lag bij Sint Salvator, vroeg de therapeute me. Blijkbaar ligt de IQ-grens niet voor alle type 8 scholen gelijk. Ik zou het niet weten. Nina heeft haar best gedaan, en dat is eigenlijk het enigste in het leven dat echt telt.

Type 8

Woensdag maakten Bob en ik kennis met de type 8 school hier in de buurt, Sint Salvator. ‘Het is een lang en ingewikkeld verhaal. De situatie is niet duidelijk. Zelfs de leerkrachten twijfelen. We zijn er nog altijd niet uit.’

Alle ouders leken te worstelen met dezelfde twijfels. En laten we eerlijk zijn: het is een keuze die niemand graag maakt. Enerzijds was ik wel gecharmeerd door het pedagogisch project. Onderwijs op maat, veel aandacht voor het ‘goed gevoel’ van het kind, ruimte voor ieders eigenheid, naast gewone vakken ook lessen in weerbaarheid en eigenwaarde: elementen die het verschil maken voor gevoelige en kwetsbare kinderen zoals Nina.

Anderzijds schrok ik toch ook een beetje van de resultaten. 75% volgt nadien BSO en slechts 15% TSO. En natuurlijk is er niets mis met een beroepsopleiding. Toch kan ik mijn eigen schoolervaring niet ontkennen.

Ik ben nooit een goede student geweest. En toch volgde ik, net als al mijn vriendinnen ‘gewoon’ ASO. Wij waren zeker niet allemaal heel intelligent, eerder gewoon gemiddeld. ASO was de norm. Wie echt niet meekon zakte in het 5de middelbaar naar een technische richting. Ik herinner me nog hoe ‘anders’ wij de jongeren uit een technische richting vonden, alsof dat door omstandigheden toch een volkser en soms zelfs marginaler publiek trok.

Beroeps. We moeten TSO en BSO herwaarderen lees ik in de krant. Twee pagina’s verder lees ik ook dat kinderen van gescheiden ouders het merkelijk slechter doen op school, dat ze sneller doorschuiven naar een lagere richting.

Natuurlijk ken ik ook mensen die ooit beroeps volgenden en die nu een succesvolle carrière hebben. Wat is dat bovendien ‘het maken’? Is geluk niet belangrijker? Veel van mijn ASO vriendinnen studeerden verder maar werden uiteindelijk huisvrouw.

BSO, welke richting zou ze dan uit kunnen? Voor jongens lijkt het toch eenvoudiger: een zelfstandig loodgieter of elektricien verdient vaak meer dan een dierenarts. Meisjes hebben minder keuze, vind ik. Ok, niets mis met verzorgende maar diep in mij denk ik: verpleegkunde is beter, en dat is nog hard werken voor een karig loon.

Jullie moeten mij niet overtuigen. Geluk is belangrijker. Na BSO kan je nog altijd een extra jaar volgen en dan verder studeren aan een hogeschool. Het kan. Bovendien zegt onderwijs niet alles. Ik ken genoeg mensen zonder hoger diploma; die hebben nu vaak een eigen zaak. Ik sus met met de gedachte dat milieu nog steeds doorslaggevend is, en dat het dus wel goed kopt.

Nu moet ik ‘gewoon’ ‘de juiste’ keuze maken voor Nina. En die ken ik. Eigenlijk wist ik het al jaren geleden. Nina is een schatje, een heel sterk, sociaal vaardig en weerbaar kind en ik ben buitengewoon trots op haar, zoals ze is. En net daarom moet ik kiezen voor een lagere schoolcarrière die bij haar past.

Ah ja, inschrijven kon nog niet. Daarvoor moet ik nog ‘een attest’ krijgen van het CLB. Extra papierwerk dus maar dat komt wel goed. Ik ga blij zijn als de beslissing op papier staat. Gelieve mij ondertussen niet te vragen ‘of ik het zeker ben’, ‘of ik niet beter eerst eens zou proberen in het gewoon onderwijs’ of ‘ ik wel besef wie er zo allemaal BSO volgt’. En ook opmerkingen als ‘ ge kunt ook gelukkig zijn als poetsvrouw’ of ‘veel vrouwen blijven uiteindelijk toch thuis voor de kinderen’ kan ik missen. Alle zo tussen ons he 🙂