Tagarchief: zwemles

Trots

Als kleuter was Nina bang van water. Het heeft een volledig jaar geduurd voor ze aan de rand van het zwembad durfde te zitten. Ze ging nochtans graag in bad, maar zwemmen dat was anders. Te groot, te koud, te eng.

Vandaag kwam Nina trots thuis met haar diploma van 400 meter. ‘Ik kon nog verder hoor mama’, glunderde ze.

Facebook zal de komende dagen overspoeld worden met tevreden ouders die graag het slaagpercentage van hun kinderen delen. Het is hun gegund, maar zelf zeggen dergelijke cijfers mij eigenlijk niet zo veel. 80 of 90 %, het blijft relatief. 400 meter is voor het ene kind een opwarmertje, voor het ander een topprestatie.

Eigenlijk ben ik altijd trots op mijn kinderen, los van wat ze presteren. Maar het is schoon om ze te zien groeien. 🙂

image1

Advertenties

Bijna

Als baby was Nina een overgevoelig en angstig kind, een huilbaby. Luide muziek, een vreemde smaak, onweer, vuurwerk, alle mogelijke dieren, verkeer tot zelfs een onbekende schoot: alles was goed voor een nieuwe krijspartij. Het heeft ons destijds niet echt belet om ze mee op zwier te nemen. Buiten valt zo een gehuil minder op, en gedeelde smart weegt bovendien minder zwaar.

Zes jaar is ze ondertussen en Nina is de voorbije jaren helemaal open gebloeid. Ze is nog altijd kleiner en fragieler dan haar leeftijdsgenootjes. Diep van binnen zitten er nog wel restjes van die angst. Alleen de lift nemen, wil ze bijvoorbeeld niet. En de donkere zwemtunnel van Rozenbroeken zorgt altijd voor traantjes. Maar alleen op kamp gaan, is geen probleem. Van onweer (of spoken) ligt ze niet meer wakker. En ook honden en paarden schrikken haar niet meer dan gemiddeld af.

Onderwater zwemmen is ook totaal geen probleem meer. Meer nog: onder water zwemt Nina veel beter dan boven water. Haar bewegingen zijn groter, krachtiger. Ringen opvissen kan ze als de beste, en bommetje natuurlijk. Ze springt van op de wipplank recht het water in. Nina legt trouwens al een mooie afstand af, onder water. Het probleem is dat een, mens vroeg of laat moet ademen he.

Maar we zijn er bijna 😉

foto(2)

Naar de zwemles

Risico’s horen bij het leven. Met zorgkindjes is het heel gemakkelijk om de kat uit de boom te kijken. Alleen is geduld niet mijn sterkste kant. En op wat zou ik moeten wachten?

En dus schreef ik Flo in in de zwemles, bij de eendjes. Nina is enthousiast over de alternatieve zwemschool. En Manou kan er vanaf januari ook terecht. Mijn drie meisjes zouden op hetzelfde uur samen les kunnen volgen. Ideaal, dacht ik. Bovendien zwemt Flo graag. Die sonde kan ik toch vastplakken?

Gisteren trok ik dus naar Rozenbroeken voor een aan- en uitkleedmarathon. “De eerste les zijn ouders welkom in het zwembad, om de kinderen gerust te stellen en ze te laten kennismaken met de zwemjuf of -meester.” Flo is geen angstig kind en dus besloot ik om gewoon aan de kant te blijven kijken. Zo kon ik ook Manou en Nina in de gaten houden. En misschien zou Flo wel beter luisteren naar de juffrouw dan naar mij?

“Alle kindjes mogen op de rand van het zwembad gaan zitten. En we gaan met de beentjes in het water spetteren en golven maken.” Terwijl de meeste kindjes bang aan de benen van het mama hingen, sprong Flo vrolijk het zwembad in. Ze ging meteen onder. De les was geen minuut bezig en de toon was gezet.

De zwemjuf viste mijn dochter op, één twee drie vier vijf keer. Minstens. Leuk dat ze het vond. En de juf gaf de andere kindjes gewennigsopdrachtjes waar Flo geen nood of boodschap aan had. De speelgoedschildpadjes van de andere groep vond ze veel interessanter.

Ouders mogen alleen de eerste les aanwezig zijn. Mij werd vriendelijk gevraagd om volgende week toch zeker mee te komen, in zwempak. En zo heb ik er dus nog een hobby bij 😉
IMAG2210

Zwemscool

Mijn kinderen gaan geen topsporters worden. Zeg nooit nooit maar de kans lijkt mij relatief klein. Ik wil vooral dat ze zich amuseren; meer niet. De zwemles vorig jaar viel op dat vlak een beetje tegen. Manou mocht baantjes trekken en Nina, ja Nina moest haar angst overwinnen. Echt leuk vonden geen van beide dat. En toen zag ik dat het zwembad Rozenbroeken alternatieve zwemlessen organiseert, waarbij de nadruk meer ligt op plezier en ontdekking en iets minder op zo veel mogelijk baantjes trekken in schoolslag.

Ideaal. Gisteren organiseerden ze een info- en testmoment. Leuk, dacht ik. “Kan je eens tonen wat je al kan, en ondertussen maak je gezellig kennis met de nieuwe juf. Het wordt vast erg gezellig.” En dus trommelde ik Flo en Nina mee naar het zwembad.

Hel. Afzien. Ik kan het moeilijk anders omschrijven.

Nochtans: de nieuwe lesmethode spreekt me aan. Het is vernieuwend en vooral speels. Korte cursussen met veel spelmomenten en veel ruimte voor individuele voorkeuren. Maar voor Flo duurde de uiteenzetting al te lang. En ook nadien liep het goed fout. Op papier stond dat alle kinderen individueel getest zouden worden. We kregen een scoreformulier mee voor de zwemleerkracht waarop de beoordeling zou komen.

Ik had verwacht dat ze de kleintjes zouden komen halen in de paskamers maar blijkbaar mochten alle ouders mee naar de rand van het zwembad. Het was een beetje chaos. “Alle zeepaardjes mogen nu in het water springen.” Hu? Zeepaardjes? Nina werd al een beetje onzeker door het aantal drummende kinderen en zelfs Flo de waterrat wou het water niet in. Ik wist niet goed wat te doen. “Nu moet iedereen de bodem tikken”, schreeuwde de juf van aan de zijkant. Nina stond tot aan haar middel in het water, Flo was aan de kant aan het wenen. In het water stond niet een volwassen begeleider, maar wel een 30-tal onzekere kinderen die niet goed wisten wat er van hen verwacht werd.

Ongelofelijk hoe lang het duurt om zelfvertrouwen op te bouwen en hoe snel je het kan afbreken. Voor de tweede opdracht moesten alle kinderen door de hoepel zwemmen. Nina baande zich dapper een weg naar de juf aan de kant maar tegen dat ze daar was, haalde die haar hoepel al weer boven. Flo huilde, Nina huilde. Wat een leuk, verwenmoment moest worden sloeg om in een traumatische ervaring. Ik haatte mezelf en mijn stomme plan, en plots zonk de moed me in de schoenen.

Toen ben ik het dus maar met hangende schouders afgetrapt. Hel.

Zwemscool lijkt mij nochtans een leuke organisatie. Jong, nieuw en met de nodige beginnersfouten maar te tof om zomaar te laten liggen. Ik heb Nina vandaag dus wel ingeschreven. Voor Flo heb ik lang getwijfeld. Ze is drie, zwemt graag en is niet bang in het water. Alleen ziet zij de laatste tijd al genoeg af. Dergelijke beginnersfouten wil ik haar kost wat kost besparen.

Zwemles

Ze is er aan toe en dus gaan we er voor. Zo eenvoudig is het. Het leven mag wat mij betreft goed vooruitgaan. Ik hoef daar geen maanden over na te denken. En dankzij het internet zit er tussen idee en uitwerking ook eindeloze zoektocht. Via via liep een beetje moeilijk en daarom zocht ik verder via google. na vijf minuten vond ik een advertentie van een zwemjuf uit Evergem. Twee sms’jes later hadden we een afspraak en ondertussen heeft Nina haar eerste les achter de rug.

Het internet is altijd een beetje een gok. Het meisje bleek lief, enthousiast en professioneel. Zelfs ik heb een paar dingen bijgeleerd: kinderen die kunnen fietsen zijn ook klaar om te leren zwemmen (en omgekeerd). Bandjes duwen je kind in een verkeerde houding. Blokjes zijn beter. En nu ken ik ook het verband tussen “potlood”, “kikker”,”vliegtuig”. Hoera 😉

Lichamelijke opvoeding

Manou had een goed rapport. Ik ben erg trots op haar want het was geen gemakkelijke periode.

Toch is er dat detail. Turnen: technisch geeft de turnjuf haar twee voldoendes en één onvoldoende. Manou’s inzet is wel goed, zeer goed zelfs. Kijk: dat kan ik nu echt moeilijk begrijpen. Manou is geboren met klompvoetjes en is hierdoor motorisch een stuk minder sterk. De juf weet dat.

Hoe kan een kind van zes jaar “zeer goed haar best doen” en toch “onvoldoende” krijgen voor turnen?

En dan is er ook nog het zwemmen. In de zwemles (op woensdag) haalden ze, tegen mijn verwachtigen, 500 meter. En op school zit ze op het niveau: zwemmen met een plankje = voldoende. Dat verschil is toch immens?

“Het is maar turnen”, hoor ik mensen zeggen. “Maak u daar niet druk over.” Persoonlijk vind ik turnen helemaal niet minderwaardig, en dus ook niet minder belangrijk. Bovendien begrijp ik het gewoon echt niet.

Morgen is het oudercontact maar dat is naturlijk met de gewone juf. Moet ik haar daar over aanspreken of zou ik beter rechstreeks naar de turnjuf stappen?